Charlie van Doesburg tijdens Haagse 1 mei-actie: “Onderwijsbezuinigingen en militarisering van de samenleving hangen nauw samen”

Vol energie en strijdbaarheid deden afgelopen vrijdag in Den Haag zo’n honderdtwintig mensen mee aan een 1 mei-demonstratie die was georganiseerd door The Hague Union of Students (HUS). In aanloop naar de actie en ook tijdens de demonstratie maakten activisten van HUS volop duidelijk dat het voor hen niet gaat om een eenmalige viering en herdenking van de internationale dag van de arbeiders. Nee, ze willen gaan bouwen aan een 1 mei-traditie die Den Haag lange tijd niet meer heeft gekend.

Daarom wil HUS op 1 mei voortaan jaarlijks een dag van strijd en protest gaan organiseren. Dat prachtige streven laat zien dat ook in de “stad achter de duinen” flink wordt gewerkt aan de opbouw van verzet van onderop. Een van de toespraken tijdens de actie werd gehouden door Charlie van Doesburg, actief bij Vakbondsleden Solidair met Palestina (VSmP). Hieronder de tekst van zijn speech (vertaald door Doorbraak).

Harry Westerink

Hallo allemaal,

Bedankt voor de uitnodiging om namens Vakbondsleden Solidair met Palestina te spreken. Zoals de naam al aangeeft, zijn wij een collectief van leden uit verschillende vakbonden, voornamelijk de FNV en de Algemene Onderwijsbond (AOb), die strijden om de vakbonden terug te brengen naar hun socialistische en progressieve wortels.

Vandaag buigen we ons over kwesties als arbeid, solidariteit en macht. En de rol die universiteiten spelen in die strijd. Er wordt ons vaak verteld dat universiteiten onafhankelijke leeromgevingen zijn. Maar die bewering wordt moeilijker te geloven naarmate je er beter naar kijkt. Ons hoger onderwijs raakt steeds meer verweven met militaire belangen: via financiering, onderzoekssamenwerking en politieke druk. Universiteiten presenteren zichzelf als neutrale instellingen, terwijl hun daden consequent aantonen dat ze dat niet zijn. Ons hoger onderwijs knoopt banden aan met militaire structuren, terwijl het ook militaire cursussen en financiering overweegt om de eigen financiën aan te vullen.

En dat brengt ons bij de centrale kwestie waar we mee te maken hebben: militarisering. De afgelopen jaren hebben studenten en medewerkers zich verenigd om te strijden tegen voorgestelde be­zuinigingen, terwijl ze ook te maken hadden met aarzeling van het universiteitsbestuur om te ver­melden dat die bezuinigingen en de militarisering met elkaar verband houden. Maar dat is wel zo. Deze bezuinigingen zijn geen neutrale beslissingen, het zijn politieke keuzes, gemaakt in een context waarin regeringen steeds vaker militaire uitgaven en bedrijfsbelangen voorrang geven boven openbare diensten. Tegelijker­tijd wordt ons verteld dat er geen geld is voor onderwijs. Geen geld om de werkdruk te verlichten. Geen geld om onderzoeks- en onderwijsprogramma’s in stand te houden. Geen geld om studenten adequaat te ondersteunen.

Wat we nu zien is niet alleen onderfinanciering, maar ook een afbraak van rechten waar decennialang voor is gestreden. Meer onzekere contracten. Toenemende druk op het personeel. Het recht dat iedereen, ongeacht de economische achtergrond, zich een universitaire opleiding kan veroorlo­ven, staat onder druk. Dus als we het hebben over militarisering en bezuinigingen, dan hebben we het niet over afzonderlijke kwesties. We hebben het over een systeem dat keuzes maakt over wat en wie ertoe doet. En terwijl de militaire financiering toeneemt, bepaalt dat geld welk onderzoek wordt gedaan en welke cursussen worden aangeboden. Universiteiten worden aangemoedigd om bij te dragen aan onderzoek dat het leger in staat stelt om “de vijand voor te blijven en de strijd te winnen”. Onder het personeel groeit de bezorgdheid dat dit druk uitoefent op de academische vrijheid.

Bovendien, wanneer het openbaar onderwijs wordt verzwakt, wordt het gemakkelijker om het doel ervan te verleggen van kritisch denken naar het dienen van economische en militaire belangen. Studenten worden niet alleen opgeleid als denkers, maar ook als toekomstige deelnemers aan militaire structuren waarvoor zij niet vrijelijk hebben gekozen. Tegelijkertijd worden universiteiten gebruikt als wervingsgrond voor het leger, waarbij studenten, met name degenen die onder financiële druk staan, worden benaderd met reservistenprogram­ma’s. Zoals ik al eerder zei: dat is geen neutraliteit. Dat is koersbepaling!

Ons onderwijs wordt niet als een toevalligheid, maar als een structureel en bewust beleid in het militaire kennissysteem geïntegreerd. En dat brengt een neveneffect met zich mee: normalisering. Het idee dat elk deel van de samenleving moet bijdragen aan militaire doelstellingen. Dat voorberei­ding op conflicten de norm wordt. Ik besef dat dit somber klinkt, maar jullie vormen een belangrij­ke verdedigingslinie hiertegen. Studentenacties worden opgemerkt en zijn van belang bij het bepa­len van wat normaal wordt. Het werk dat HUS in Den Haag doet, is essentieel voor het vergroten van het bewustzijn, het opbouwen van onder­steuningsnetwerken en het politiseren van medestudenten.

En wij van VSmP doen hetzelfde in vakbonden en op de werkvloer. Vakbonden zijn niet perfect, maar ze zijn een van de weinige instrumenten die we hebben om echte, duurzame macht op te bouwen. Ze creëren structuur die verder reikt dan een enkel protest, verder dan een enkel moment. Ze zijn de belangrijkste manier waarop werkers zich kunnen organiseren, en dus een noodzakelijke instelling waar we ons bij moeten aansluiten en leiding aan moeten geven! Achturige werkdagen, weekenden, ziekteverlof, dat is ons niet zomaar gegeven. Dat is veroverd door collectieve strijd. En ja, vakbonden zullen fouten maken. Ze worden gevormd door de mensen die eraan deelnemen.

Ik werd actief in de FNV met als doel om die progressiever te maken. Verandering ging niet gemakkelijk, maar kwam tot stand door aanhoudende druk van actieve leden. Zo komen organisaties in beweging. Wees dus actief in je studentenvereniging. En blijf daarna actief. Want als je niet bent georganiseerd, dan worden er beslissingen genomen zonder jou en tegen jou. In solidariteit ligt onze kracht!

Charlie van Doesburg