Het 4 mei-debat en het miskennen van de kern van onze vrijheid

“In Amsterdam zijn de twee minuten stilte tijdens de Nationale Herdenking nagenoeg vlekkeloos verlopen. Op de herdenkingsavond zijn in totaal dertien mensen aangehouden, de meesten voor het stiltemoment”, aldus de NOS gisteravond. Onder dat bericht op Bluesky ben ik met een aantal mensen in gesprek gegaan, en ik ben flink geschrokken. Sommigen produceren onrechtsstatelijke en ondemocratische argumenten, maar lijken niet precies door te hebben wat ze daarmee zeggen.
Het eerste argument: wat hebben de demonstranten fout gedaan? Volgens dit argument hadden demonstranten moeten luisteren naar de politie. Zij hadden zogenaamd een plicht om naar de politie te luisteren, dat hebben ze niet gedaan, dus was de arrestatie terecht.

Dit staat in schril contrast met het legaliteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in principe twee dingen in: 1. De burger mag alles doen, tenzij het expliciet is verboden; 2. De staat mag niets doen, tenzij het expliciet bij wet is toegestaan.
Dit beginsel van de democratische rechtsstaat vormt in theorie de kern van het vrijheidsideaal in een democratie. Dat de mens compleet vrij is, en dat die vrijheid alleen mag worden ingeperkt als daar democratisch over is besloten en in een geschreven, openbaar toegankelijke wet is verankerd.
Dus dan de vraag: welke wettelijke bevoegdheid hadden de agenten om hun bevelen te geven Want je hoeft niet altijd naar de politie te luisteren. Alleen bevoegd gegeven bevelen hoef je op te volgen. Daar moet je kritisch op zijn.

Vooropgesteld moet worden dat het hier gaat om een vrije meningsuiting. Daarmee is dit een manifestatie, een door artikel 7 van de Grondwet beschermd recht. Daarin staat dat niemand toestemming nodig heeft om een mening te uiten, behalve bij wettelijke inperking.

Of een manifestatie mag worden ingeperkt staat in de Wet openbare manifestaties (Wom). Er moet dan sprake zijn van “dreigende wanordelijkheden”.
Die toets is heel streng, want het moet ook nog eens voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit: de beperking moet in verhouding staan met het te behalen doel, en er mag geen andere manier zijn om hetzelfde doel te bereiken.

Toegepast op de casus: volgens NOS ging het om mensen die bordjes vasthielden met de tekst “nooit meer is nu” Hier is geen sprake van een (dreigende) wanordelijkheid. De demonstratie mag dus niet ingeperkt worden. De aanhoudingen zijn bovendien compleet disproportioneel met het te behalen doel.

(Noot: ook het ontbreken van een aanmelding is geen grond om een demonstratie in te perken. Een niet-aangemelde demonstratie is ook een rechtmatige demonstratie.)

Maar, zo gaat een ander argument, misschien zijn ze niet gearresteerd voor de bordjes, maar vanwege mogelijke antisemitische acties. Dat is echter niet wat de politie zelf zegt, en die bewijsplicht zou dan bij de politie liggen.

Als je de politie allerlei bevoegdheden laat gebruiken omdat zij denken dat er “mogelijk” iets gaat gebeuren, dan heb je in feite niets meer aan de Wom. De inzet van bevoegdheden door de politie moet je altijd streng controleren.
Een argument op dit gebied was dat de politie een “risico-inschatting” had gemaakt. Dat mogen wij als burgers niet doen, maar moeten we aan de politie laten. Ook dat is een probleem, want dan kan je nooit kritisch zijn op die inschatting.

Als de politie op basis van onkenbare risico-inschattingen haar bevoegdheden mag gebruiken, dan zijn die bevoegdheden niet democratisch begrenst. Dan wordt de politie alleen door zichzelf gecontroleerd, en dat is een gevaarlijk standpunt om in te nemen.
Hier was dus sprake van een zogenaamd “onbevoegd gegeven ambtelijk bevel”. Sommige mensen denken dat je altijd alles moet doen wat de politie opdraagt, maar juridisch is dat niet zo. Een onbevoegd gegeven bevel hoef je niet op te volgen. Deze mensen hadden dus niet gearresteerd mogen worden.
En ik hamer er wellicht te hard op, maar: dit is belangrijk. Als onwettige politie-bevel opgevolgd moeten worden, dan kan de politie ad hoc bepalen wat de wet is. Dat zou de politie niet moeten bepalen, dat zouden wij allemaal moeten bepalen.
Dan zijn er nog allemaal argumenten over of 4 mei het “gepaste moment” is. Daar kan je over discussiëren. Maar de vrije meningsuiting laat zich niet beperken door wat men “gepast” vind. Ook ongepaste meningen zijn vrij om gegeven te worden.

Dat is de kern van de vrijheid van meningsuiting: dat ook ideeën die beledigen, choqueren of verontrusten geuit mogen worden. Dat is de kern van de vrije meningsuiting, en zonder die vrijheid kan er geen democratie bestaan.

Ik ben heel erg verontrust hoe op een website als Bluesky, waar over het algemeen weinig fascisten zitten, deze argumenten toch zo veel weerklank hebben. Het zijn argumenten die de kern van vrijheid miskennen: vrijheid is ook vrijheid als het op een manier wordt gebruikt die mij niet bevalt.
Het verontrust me te meer dat mensen op 4 en 5 mei, de dagen dat we extra stilstaan bij vragen over vrijheid en dictatuur, zo hard een onwettig politie-optreden verdedigen, omdat de slachtoffers hen niet welgevallig zijn. Dat is gevaarlijk.
Want zoals dit politie-optreden laat zien: de politie laat zich niet tegenhouden door de wet op zich. De democratische rechtsstaat is een fictie. Vrijheid bestaat alleen als mensen bereid zijn om zich tegen autoriteiten te verzetten en die vrijheden te verdedigen.
Als mensen onwettig, immoreel inperken van vrijheden met woorden verdedigen, dan hoeven al die beschermende wetten niet afgeschaft te worden. Dan verdorren die vrijheden, dan sterven ze af. De vrijheid van deze mensen had beschermd kunnen worden als we ons allemaal hadden uitgesproken. Helaas.
Een oproep aan iedereen die dit leest en met wie ik de afgelopen dagen heb gesproken: kom op voor die vrijheden. Niet alleen als het makkelijk is, maar ook als het ongemakkelijk is. En kom vanavond demonstreren in Utrecht vóór de vrijheid, en tegen fascisme.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky).
