Kan de beweging van kleine boerinnen een belangrijke rol spelen in een grote verandering van het wereldsysteem? (deel 2)

Voedselsoevereiniteit, gelijkheid en zorg voor al wat leeft, met respect voor de grenzen van onze planeet
Van de negentiende eeuw tot het einde van de twintigste eeuw heerste de overtuiging dat de industriearbeiders voorbestemd waren om de wereld te veranderen. Dat kleine boeren, landarbeidsters en inheemse bevolkingen op vergelijkbare wijze de drijvende krachten achter een grote verandering van het wereldsysteem zouden kunnen zijn, leek voor de meeste deskundigen onzin, ketterij. Ondertussen zijn we gestuit op de grenzen van onze planeet en is het industriemodel in een crisis geraakt. Door de wanstaltige rijkdom van een handvol miljardairs, tegenover toenemende armoede voor velen, en door een serie weerzinwekkende oorlogen is de roep om gelijkheid en vrijheid luider dan ooit. Laten we daarom eens kijken naar wat de alternatieven en de strijd van kleine boerinnen samen met andere “natuurbeheerders” in deze niet zo gemakkelijke tijd kunnen betekenen.
Kan de beweging van kleine boerinnen een belangrijke rol spelen in een grote verandering van het wereldsysteem?
1. Boeren en strijd tegen onderdrukking door de eeuwen heen
2. Vrijheid en gelijkheid voor iedereen opnieuw uitvinden
3. Concrete acties voor sociale verandering waarin zorg en zelfbestuur centraal staan
Deel 2. Vrijheid en gelijkheid voor iedereen opnieuw uitvinden
Hardnekkige oude ideeën
Het tijdperk van het neo-liberalisme – dat van 1945 tot 2010 duurde – is ondertussen voorbij en het kapitalisme is een nieuwe fase ingegaan. Vrijhandel en concurrentie hebben hun centrale rol verloren. In plaats daarvan baseren de verschillende landenblokken hun macht op handel met een beperkt aantal zwakkere, afhankelijke landen en op rente van hun leningen aan deze staten. De oceanen zijn opnieuw sterk omstreden en gemilitariseerd. De sterke stijging van de uitgaven voor bewapening is het duidelijkste teken van deze grote verandering binnen het kapitalisme.
Overal ter wereld is het besef doorgedrongen dat de natuurlijke rijkdommen van de wereld beperkt zijn. Omdat de welgestelden niettemin steeds meer willen bezitten en nog machtiger willen worden, gaat hun verrijking ten koste van alle andere mensen. Zo leggen de elites, in naam van “economische groei”, “concurrentievermogen” en “nationale macht”, bezuinigingen op aan de meerderheid van de bevolking. Tegelijkertijd verhogen zij de defensie-uitgaven onder het mom van bescherming van het land tegen de Russen of de terroristen, moslims enzovoort (kies zelf je favoriete minderheidszondebok). “Er moeten offers worden gebracht”, is het motto geworden van de machthebbers, als ze zich richten tot de arbeiders- en middenklasse, maar wat ze nooit tegen de miljonairs en miljardairs zullen zeggen. De economische en sociale ongelijkheid is de afgelopen jaren explosief toegenomen, wat vanzelfsprekend heeft geleid tot grote opstanden van Chili tot Kenia, van de Verenigde Staten tot India, van Frankrijk tot Haïti. Het aantal mensen dat honger lijdt, is sinds 2016 weer gaan stijgen. Om de woede te onderdrukken van bevolkingsgroepen van wie het leven met de dag duurder wordt, schrikken regeringen er niet voor terug de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzaam protest drastisch te beperken, of de verkiezingsuitslagen te vervalsen wanneer die hun belangen dreigden te ondermijnen. Burgerlijke en politieke vrijheden, die nog niet zo lang geleden heilig waren in landen die er trots op waren “liberale democratieën” te zijn, worden nu terzijde geschoven ter verdediging van de belangen van de superrijken.
In wezen vertonen de ideeën van de extreem-rechtse leiders die de afgelopen jaren aan de macht zijn gekomen – Bolsonaro in Brazilië, Milei in Argentinië, Trump en Musk in de Verenigde Staten – opvallende overeenkomsten met die van de liberale denkers uit de achttiende en negentiende eeuw. Vrijheid, ja, maar alleen voor de “kaste van de heren”. En: privé-eigendom is het enige onbetwistbare recht, waar alles voor moet wijken. Overal ter wereld, van het Hongarije van Orbán tot het India van Modi, en natuurlijk het Israël van Netanyahu, vallen extreem-rechtse politieke leiders de idealen van gelijkheid rechtstreeks aan met hun afgezaagde praatjes over mannen die een beter slag mensen zijn dan vrouwen, of witte mensen die bruine en zwarte mensen overtreffen, en door hun vijanden te beroven van hun menselijke waardigheid, door bijvoorbeeld Palestijnen “dieren” te noemen.
Op dezelfde manier houden conservatieve politici krampachtig vast aan de ouderwetse visie op de natuur, waarbij alle levende wezens een soort uurwerken zijn waar het ene radertje het andere laat draaien: een mechanische kijk op het leven. Vanaf de twintigste eeuw hebben de meeste wetenschappers steeds meer oog gekregen voor allerlei bijzondere invloeden in de natuur die niet zo eenvoudig te verklaren zijn. Zo zijn zij veel traditionele kennis van boeren en inheemse bevolkingen gaan waarderen. Maar aan extreem-rechts zijn deze nieuwe inzichten niet besteed. Het idee dat mensen boven de natuur staan en dat zij daarmee kunnen doen en laten wat zij willen, combineren zij met hun vooroordelen over ‘rassen’ en godsdiensten. Uitbuiting van de natuur rechtvaardigen zij met het argument dat God de wereld heeft geschapen ten dienste van witte mensen en dat het een “zonde” zou zijn om er niet maximaal gebruik van te maken.
De toekomst: supermensen en rechtelozen?
We moeten serieus nemen wat de theoretici van modern extreem-rechts zeggen: degenen die nieuwe technologieën weigeren of er geen toegang toe hebben zullen “de chimpansees van de toekomst” worden en niet meer behoren tot de “gemeenschap van vrije mensen”. Musk en zijn kornuiten stellen voor om van de aarde een beschermd natuurgebied te maken en mensen (ten minste degenen die zij besluiten te redden) over te brengen naar woonplekken ergens in de ruimte. De aarde zou dan een recreatiepark voor de superrijken worden. In een andere versie van deze techno-voor-de-rijken waanideeën wordt de aarde volstrekt onbewoonbaar, verstikt door ondraaglijke hitte, en wordt ze gebruikt als stortplaats voor het afval van “supermensen” die op een andere planeet zijn gaan wonen in een volledig kunstmatige omgeving, terwijl zij het overgrote gedeelte van de mensheid, het “overschot”, aan hun lot overlaten op de aarde, die onbewoonbaar is geworden. In beide versies heerst een apartheidsregime met een “kaste van heren” en een omvangrijke lage klasse, waarbij sommigen alle mogelijke voorrechten en bevoegdheden hebben en anderen niets, en waarbij de heersers het volste recht hebben geweld te gebruiken tegen die rechtelozen.
Dit is in grote lijnen de toekomst die de nieuwe heersers van de wereld voor ogen staat. Het lot van de Palestijnen in Gaza, uitgehongerd door de blokkade en de vernietiging van hun landbouw, beroofd van al hun rechten, afgescheiden door een muur van negen meter hoog, lijkt een grimmige voorbode van wat de meerderheid van de mensheid te wachten staat – tenzij we deze extreem-rechtse toekomst snel weten te blokkeren. De Colombiaanse president Gustavo Petro waarschuwde in 2023 al dat het westen blijft vasthouden aan zijn levensstandaard met zijn overmatige consumptie, zelfs als die de atmosfeer en het klimaat vernietigt, en de uittocht van velen van het zuiden naar het noorden zal uitlokken. Hij maakte zich geen illusies over hoe de vluchtelingen opgevangen zullen worden. “Wat we nu in Palestina zien, zal ook het lijden zijn wat alle bevolkingen van het zuiden te wachten staat.”
Wat betekent vrijheid?
Geconfronteerd met deze rampen, die al jaren geleden voorspeld zijn en nu werkelijkheid geworden, hebben sociale bewegingen de verantwoordelijkheid, de plicht zelfs, om de mensheid een andere toekomst te bieden, gebaseerd op gelijkheid en vrijheid voor alle mensen, op toegang voor iedereen tot de goederen en diensten die nodig zijn om een waardig leven te leiden, en op behoorlijke zorg voor de natuur en alle levende wezens. La Via Campesina heeft deze taak vol overgave op zich genomen, met name door tijdens haar achtste conferentie in Bogota in 2023 te verklaren dat we “in het licht van wereldwijde crises bouwen aan voedselsoevereiniteit om de toekomst van de mensheid veilig te stellen”. In september 2025 kwamen tijdens het Nyéléni-forum over voedselsoevereiniteit en verandering van het wereldsysteem in Sri Lanka ruim zevenhonderd vertegenwoordigers van organisaties van kleine boerinnen, inheemse bevolkingen, herders, vissers, jongeren, ngo’s, vakbonden, feministische en milieuorganisaties, kunstenaars en onderzoekers bijeen om deze uitdaging aan te gaan.
Opnieuw staan we voor de centrale vraag: hoe kunnen we vrijheid combineren met gelijkheid? In tegenstelling tot in de negentiende eeuw weten we nu dat technische vooruitgang en veel energie van steenkool en olie de mensheid niet zullen bevrijden van het dagelijkse geploeter om te overleven. Dit is de afgelopen decennia, toen er eindeloos veel energie voorhanden was niet gebeurd, en het is nog minder waarschijnlijk dat dit in de komende jaren zal gaan plaatsvinden, wanneer we eigenlijk met veel minder energie rond moeten zien te komen. Hoe kunnen we dan verhinderen dat we opnieuw in de valkuil storten van vrijheid voor enkelen ten koste van de velen, waarbij de overgrote meerderheid gedwongen is om keihard te werken, terwijl een kleine minderheid de tijd en de rust heeft om na te denken, te debatteren en deel te nemen aan het openbare leven?
Het lijkt me niet voldoende om alleen naar de materiële kant van deze kwestie te kijken, maar ons ook af te vragen wat “vrijheid” eigenlijk voor ons betekent. Houdt vrijheid in dat we verlost zijn van het werk dat nodig is om onszelf te voeden, een dak boven ons hoofd te hebben, op een schone plek te wonen, en om verder lekker bij het zwembad te luieren onder het genot van een cocktail (het is een karikatuur, maar dat is het levensideaal dat advertenties ons voorschotelen)? Zo ja, dan vereist onze vrijheid de slavernij van andere mensen en de uitbuiting van de natuur.
Maar hoe komen we erbij dat vrijheid inhoudt dat we onze handen niet vuil hoeven te maken? Laten we ons toch los maken van die schadelijke opvatting over vrijheid die generaties rijke, mannelijke denkers ons aangepraat hebben. Hun boeken, hun ideeën, hun verlangens hebben zoveel media-aandacht gekregen dat deze opvatting ons allemaal heeft besmet. Nabootsing van het gedrag, de levensstijl en de consumptiepatronen van de rijken is van alle kanten gepromoot, van onze scholen tot kranten, van reclameposters tot televisieseries, van videogames tot sociale netwerken. Dat heeft ertoe geleid dat een groot gedeelte van de arbeidersklasse zich dit ideaal eigen heeft gemaakt, zonder te beseffen dat zij zelf de slaafgemaakten zijn die de cocktails moeten serveren en het zwembad schoonmaken.
Tegenover deze opvatting van vrijheid voor rijke, machtige mannen staan allerlei volkse tradities, met name buiten Europa, waar we inspiratie uit kunnen plukken. Die gaan ervan uit dat vrijheid niet onverenigbaar is met handenarbeid en met zorg voor elkaar, de natuur en alle levende wezens. Zij leggen de nadruk op publieke debat en zoeken naar consensus. Het gaat er daarbij niet in de eerste plaats om ons persoonlijk te bevrijden van de dagelijkse klusjes en ons gewone werk die het voortbestaan van onszelf en onze gemeenschap nou eenmaal met zich meebrengen, maar om een vrije relatie met de mensen om ons heen te hebben, zodat anderen geen willekeurige macht over ons hebben en dat anderen ook niet aan onze genade overgeleverd zijn. In het diepe besef dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn, dat we het met elkaar moeten rooien, maar zonder dat de een de baas speelt over de ander.
Door de combinatie van ons verlangen naar gelijkheid en vrijheid voor iedereen, met het stuiten op de grenzen van onze planeet en de crisis van het industrie-model is een wereldwijde beweging van kleine boerinnen, landarbeiders en inheemse bevolkingen als het ware geroepen om een belangrijke rol spelen in de grote verandering die nu zo bitter noodzakelijk is. Degenen die dagelijks hun handen vuil maken en die zoveel zorgtaken op zich nemen voor hun medemensen, moeder aarde en de natuur, verdienen het veel inspraak te krijgen in de nieuwe richting die onze samenlevingen dienen in te slaan.
Feminisme van kleine boerinnen: een andere opvatting van vrijheid
De gedachtewereld van inheemse bevolkingen komen tot uiting in liederen, volkskunst en alledaagse praktijken. Voor teksten daarover zijn we aangewezen op antropologen. Soms beschrijven die hoe bepaalde bevolkingen via hun manier van samenleven onderdrukking proberen te voorkomen. Zij laten zien dat in gemeenschappen met met weinig machtsverschillen vrouwen altijd een centrale rol spelen in het dorpsleven en dat er veel waardering is voor verzorgend werk.
De vrouwen van La Via Campesina in Latijns-Amerika hebben kritiek op het doorsnee westerse, stedelijke, middenklasse feminisme, dat voor vrouwen dezelfde voorrechten opeist als mannen hebben. Voor dat type feminisme is het mannelijke leven het model. Net als hij, wil zij zo min mogelijk huishoudelijk werk doen en voor de kinderen en ouderen zorgen, en net als hij wil zij een betaalde baan, bij voorkeur in een leidinggevende functie. Huishoudelijke apparaten maken het koken en schoonmaken makkelijker, maar nog liever neemt zij een schoonmaakster in dienst en een au pair om de kinderen naar school te brengen en op te halen. Het komt erop neer handmatig werk en zorg zoveel mogelijk te beperken door machines in te schakelen of door andere mensen in dienst te nemen, meestal andere vrouwen.
Het feminisme van kleine boerinnen daarentegen stelt de zorg voor anderen en de natuurlijke omgeving centraal voor buen vivir, het goede leven. In plaats van zorg zo veel mogelijk uit ons leven te bannen om ons zo te bevrijden van vervelende klusjes, gaat hun feminisme er vanuit dat vrijheid alles te maken heeft met de materiële kant van ons leven. Want de taken die essentieel zijn voor het voorzien in onze lichamelijke behoeften kunnen we uitvoeren zonder ons ondergeschikt te maken aan een ander mens. Vrij zijn betekent in hun opvatting simpelweg niet de slaafgemaakte van een ander zijn.
Natuurlijk onderschat dit feminisme de werklast niet die op vrouwen drukt in patriarchale samenlevingen. Wanneer mannen weigeren hun deel van het huishoudelijk werk en de kinderzorg op zich te nemen, gedragen zij zich ten opzichte van vrouwen als meesters tegenover hun slaafgemaakten. Een rechtvaardige verdeling van verzorgend werk is erg belangrijk. Daarbij moeten we natuurlijk wel rekening houden met het feit dat het vrouwen zijn die zwanger kunnen worden, baren en borstvoeding geven. Maar dit hoeft een eerlijke verdeling van zorgtaken helemaal niet in de weg te staan. Koken, een baby verschonen of de vloer vegen is nou eenmaal niet iets wat mannen niet zouden kunnen.
Asterix en de strijd tegen een luchthaven
Zelfs in Europa vind je het streven naar vrijheid en gelijkheid vaak terug in de cultuur van de gewone mensen. Zo is het stripverhaal “Asterix en Obelix” al zestig jaar enorm populair, zowel in Frankrijk als daarbuiten. Zo’n 350 miljoen exemplaren van de verschillende stripboeken zijn in honderd talen gedrukt en in zeventig landen verspreid. Ze gaan over een Gallisch dorp dat zich verzet tegen de troepen van het Romeinse Rijk van Julius Caesar. De dorpelingen hebben het geluk dat ze beschikken over een toverdrank die hen buitengewone kracht geeft. In de verschillende albums bedenken de Romeinen telkens een nieuwe strategie om de Galliërs te onderwerpen, waarna de dorpsbewoners zich moeten organiseren om zich te verdedigen, ofwel vraagt een andere bevolking, die eveneens door de Romeinen is aangevallen, om hulp, waarna Asterix en Obelix op reis gaan. In hun dorp leeft iedereen op voet van gelijkheid met elkaar. Er is weliswaar een ‘leider’, maar hij blijkt volkomen machteloos om de anderen iets op te leggen. Ieder persoon heeft een taak, maar er is geen baas. Het gemeenschapsleven is zeer rijk, en alle dorpsbewoners nemen deel aan het “politieke leven”, waarbij discussies meestal uitmonden in algemene vechtpartijen. De strip is niet bepaald feministisch, maar toont niettemin een samenleving waarin vrouwen actief aan alles deelnemen, van banketten tot debatten en veldslagen. De meeste andere bevolkingen die Obelix en Asterix bezoeken, zoals bijvoorbeeld de Corsicanen, Helvetiërs en Lusitaniërs, zijn eveneens samenlevingen zonder al te grote machtsverschillen. Gastvrijheid speelt een grote rol: het Gallische dorp verwelkomt vaak vreemdelingen, en wanneer ze op reis zijn, worden Asterix en Obelix altijd goed ontvangen, met een smakelijke maaltijd.
Op zijn eigen manier brengt “Asterix en Obelix” een volkstraditie tot uitdrukking die draait om een samenleving zonder heersers, de strijd tegen wereldrijken en het ondersteunen van gewone mensen in andere landen die in de problemen zitten. De stripboeken lijken misschien onschuldig, of een uiting van overdreven voorliefde voor Frankrijk, maar toch hebben ze soms politieke strijd aangewakkerd. In West-Frankrijk, niet ver van de plek waar het “Gallische dorp” in de strip op de kaart staat, wilde de Franse staat een luchthaven bouwen en daarvoor het land van boeren in de gemeente Notre-Dame-des-Landes, in de buurt van Nantes, onteigenen. Sinds de jaren zeventig verzetten boerinnen zich tegen dit opgedrongen project. Rond de jaren 2000 sloten honderden, voornamelijk jonge milieuactivisten zich aan bij de strijd, waardoor het gebied door landbezetting en directe acties tegen grote, nutteloze infrastructuurprojecten werd omgevormd tot een Zone à Défendre (ZAD, Gebied om te Verdedigen). In 2012 besloot de regering meer dan 1.200 politieagenten in te zetten om de weerbarstige boeren en talrijke “zadisten” te verdrijven die zich op het terrein hadden gevestigd om de onteigening van de landbouwgrond te voorkomen. De regering noemde de politie-actie “Operatie Caesar”. Tegenstanders van de luchthaven reageerden onmiddellijk met “Operatie Asterix”, wat het verzet aanwakkerde: mensen stroomden toe vanuit het hele land en daarbuiten, uit België, Duitsland en Baskenland, om dit kleine stukje grond te verdedigen. Zes maanden later moest de overheid toegeven dat Operatie Caesar was mislukt en kwam er een bemiddelingscommissie. In 2018 stopte de regering definitief met haar plannen voor een enorm vliegveld. Sinds de landbezetting in Notre-Dame-des-Landes, zijn er nog veertien andere ZADs ontstaan, waarvan een in België, Duitsland, Italië en Zwitserland. Zes daarvan, waaronder die in Notre-Dame-des-Landes, zijn nog steeds gaande.
Ontgroei
Sinds enkele tientallen jaren bestaat er een stroming die zich bezighoudt met “degrowth” (“ontgroei”), die probeert de consumptie van de rijken en de middenklasse in het noorden van de wereld te beperken, zodat we de milieugrenzen van onze planeet niet overschrijden. De landen in het zuiden van de wereld daarentegen mogen nog wel hun economieën verder uitbreiden, zodat de hele wereldbevolking op den duur over voldoende voedsel, onderwijs, gezondheidszorg enzovoort kan beschikken. Het is een sympathieke beweging, want zij heeft oog voor de armoede in het mondiale zuiden, en tegelijkertijd ook voor de wereldwijde crisis van klimaat en natuur. Omdat boerenbewegingen zich ook richten op deze twee enorme problemen, zou je denken dat ze elkaar op zouden zoeken om samen te gaan werken. Dat gebeurt echter niet. Ze staan volledig los van elkaar. Waarom? Misschien omdat ontgroeiers een stedelijke, intellectuele, middenklasse achtergrond hebben en zich in het noorden van de wereld bevinden, terwijl boerinnenbewegingen vanzelfsprekend overwegend landelijk zijn, in het mondiale zuiden actief, en verankerd in de arbeidersklasse. Maar misschien ook omdat de beide bewegingen andere ideeën over sociale verandering hebben. Zo proberen boerenorganisaties zoveel mogelijk mensen op de been te brengen om sociale veranderingen af te dwingen. Ontgroei-activisten daarentegen richten zich op “vrijwillige eenvoud” van afzonderlijke mensen of hooguit kleine gemeenschapjes. Zij denken dat het aandragen van nieuwe ideeën voldoende is om de elites ervan te overtuigen hun voorrechten op te geven. Zij zien echter niet dat het huidige onderdrukkingssysteem de overgrote meerderheid van de mensen belet zich los te maken van het kapitalistische systeem. Alleen de allerrijksten kunnen het zich veroorloven een stuk grond te kopen om hun droom van “eenvoud” te verwezenlijken.
Verder is het wel erg naïef om te denken dat de heersende klassen zich het lot van gewone mensen in het zuiden van de wereld aan zullen gaan trekken zonder daartoe gedwongen te worden. Ten slotte richt ontgroei zich op consumptie en consumenten, terwijl boerinnenbewegingen zich richten op productie en producenten. Vanuit het oogpunt van een consument betekent minder energie verbruiken meestal minder consumeren. Vanuit het oogpunt van een boerin betekent minder energie verbruiken echter vaak meer werken, omdat veel van de door olie aangedreven landbouwmachines menselijke arbeid hebben vervangen. Elk levensvatbaar alternatief voor het kapitalistische systeem moet rekening houden met de centrale rol van producenten en arbeidsters; anders zullen de massa’s er geen belangstelling voor kunnen opbrengen. Toch verdienen de kritische inzichten van de ontgroei-beweging meer aandacht bij organisaties van kleine boeren, om te voorkomen dat economische ontwikkelingen in het zuiden van de wereld dezelfde problemen gaan geven als die in het noorden.
Deel 3 verschijnt binnenkort.
Morgan Ody
Het oorspronkelijke artikel “Can the food sovereignty movement really play a role in systemic transformation? Freedom, egalitarian societies, and planetary boundaries” stond in september 2025 in The Journal of Peasant Studies. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit. Ga voor de voetnoten en de vele interessante literatuurverwijzingen naar de Engelse tekst.
