Klimaatmars, waarom doe je mee aan greenwashing van staatsgeweld?

Wie de website van de Klimaatmars toevallig niet in de gaten houdt, heeft het vast nog niet opgemerkt. Maar tussen de (thematische) blokken voor de mars van 12 september, die staan vermeld als deelnemende partners, staat ook een gewelddadig blok met een lange trackrecord van het in elkaar meppen van klimaatactivisten, anti-genocide demonstranten en anti-racisme organizers. Inderdaad: de beschermers van het kapitaal en de grote vervuilers, de politie! Ze hebben zichzelf groengewassen in marketingtaal en zichzelf gepositioneerd als “klimaatveiligheid professionals blok”.
Je hoeft niet in Extinction Rebellion te zitten om trauma’s te hebben opgelopen door de beveiligers van Shell, beschermers van klimaatvernielende banken en fossiele politiek. Menig student die de afgelopen jaren heeft geprotesteerd tegen de medeplichtigheid van hun universiteit aan de koloniale genocide en ecocide in Palestina, heeft gekneusde ribben, blijvend hersenletsel of knuppels op armen en benen te verduren gehad door de “professionele beveiligers” van het kapitaal. Zelf heb ik bij protesten tegen systemisch geweld dat gepleegd wordt tegen waterschappen, landschappen en gemeenschappen, menigmaal politiegeweld aan den lijve ondergaan. Deze klimaatveiligheid professionals, die weigeren de klimaatcriminelen te arresteren terwijl dat wel behoort tot hun “officiële taak om criminelen op te pakken”, zijn niet welkom bij een klimaatprotest. Het is de ultieme gaslighting van de daadwerkelijke beveiligers van de aarde: de klimaatactivisten die handelen om het geweld van vervuiling te stoppen.
Onboarden
“Maar”, hoor ik de klimaatverrader al denken, “we willen toch groeien als beweging, dus dan moeten we toch iedereen verwelkomen?” Een beetje campaigner weet dat werken met verschillen iets heel anders is dan je kernmissie opheffen. Als je nieuwe groepen wil betrekken bij een klimaatprotest, de zogeheten “unusual suspects”, dan stuit je natuurlijk al snel op verschil. Misschien is iemand wel tegen kolen en olie, maar heeft die totaal geen kennis over hoe destructief de mijnbouw en landonteigeningen zijn voor de lokale bevolking, ook als die plaatsvinden voor “groene energie”. In zo’n geval wijs je iemand niet de deur. Maar ga je “onboarden”, of diegene inwerken in hoe de ene problematische industrie gelinkt is aan de andere problematische industrie. Er is ruimte voor levenslang van elkaar leren binnen een beweging.
Je bouwt een beweging om de dingen die je gemeen hebt te versterken: zorgpersoneel dat geeft om gezondheid en de link legt met vervuiling en vroegtijdige dood door luchtvervuiling en kankerverwekkende stoffen, is een goed voorbeeld. Zowel de A12-bezetter als de gezondheidsprofessional wil levens beschermen tegen een vroegtijdige dood. Op die overeenkomst en gedeelde waarden kan je bouwen, en kan je bepaalde verschillen in frames van de strijd overstijgen of elkaar aanvullen. Echter, als je als klimaatmars een CEO van Shell op het podium zou uitnodigen om te spreken, dan ben je niet bezig met onboarden maar met je eigen geloofwaardigheid ondermijnen. Dit is een moment van protest tegen klimaatcriminelen, niet een promo voor de bedrijven die miljoenen levens hebben verwoest. Dat heet greenwashing.
Posities en identiteiten
Terug naar de politie. Stel, ik werk bij de politie en ik maak me zorgen over klimaatontwrichting, dan moet ik toch ook kunnen deelnemen? Ja, mensen kunnen meerdere (tegenstrijdige) posities tegelijkertijd bekleden. En in een kapitalistische samenleving worden mensen ook telkens overgehaald om mee te werken aan de verwoesting van de planeet, doordat we onder druk staan om onze arbeid te verkopen aan problematische bedrijven of organisaties die het vervuilende en onderdrukkende systeem in stand houden. Hoe kan een politiemedewerker dan toch deelnemen aan een klimaatmars op een integere manier? Enerzijds kan je je aansluiten bij een affiniteitsblok dat wel te maken heeft met klimaatrechtvaardigheid: een blok tegen kernenergie of een blok voor agro-ecologie bijvoorbeeld. Dan stel je een klimaatrechtvaardigheidswaarde centraal in plaats van je eigen problematische organisatie als redder te positioneren.
Er zijn ook goede voorbeelden van mensen die door omstandigheden of het lot een problematische identiteit of positie hebben, en toch vanuit die identiteit heel goed kunnen meewerken aan verandering, samen met de getroffen gemeenschap. De sleutelbegrippen hierbij zijn eerlijkheid, berouw en solidariteit met de slachtoffers van die identiteit. Het omvat een proces van bouwen aan vertrouwen in erkenning van realistisch historisch wantrouwen.
Veteranen
Een voorbeeld. Veteranen van het leger van de Verenigde Staten organiseerden zich om in solidariteit bij te dragen aan het beschermen van de Inheemse waterbeschermers van Standing Rock. De Inheemsen wilden een oliepijpleiding over hun land blokkeren en werden toen geteisterd door extreem politiegeweld. Iedereen die een beetje geschiedenisles heeft gehad, weet dat het militaire apparaat van de VS de uitvoerder was van genocide op honderden Inheemse bevolkingen van Noord-Amerika. En als je iets weet over de verhoudingen van top-vervuilers van de wereld, dan staat het militaire complex van de VS op nummer 1 van grootste institutionele vervuilers ter wereld. Dus niet direct een geloofwaardige medestander. Echter, de veteranen kwamen om zelf met hun lichaam een buffer te vormen tegen het politiegeweld, en voordat ze die positie innamen, kwamen ze in eerlijkheid en met excuses voor hun rol in het systemische geweld tegen Inheemse waterbeschermers. Dit is hoe dat eruit zag.
Excuses en oprecht berouw is ontwapenend en biedt kans voor een nieuw soort relatie van samenwerken in de strijd tegen onderdrukking. In Standing Rock was er sprake van transformatie omdat er inzicht, berouw en solidariteit was met de slachtoffers van het geweld van militairen. In het geval van het Nederlandse politieblok bij de klimaatmars is er de pretentie dat zij de professionals zijn die klimaatveiligheid brengen. De grootste leugen die de Nederlandse politie maar zou kunnen vertellen. Ze hebben generaties lang klimaatveiligheid ondermijnd door de klokkenluiders te mishandelen en te belagen, en de vervuilers te beschermen.
Een ander voorbeeld van solidariteit vanuit een problematische positie is de solidariteit die wordt getoond door mensen met een Israëlische identiteit, en die in protest komen tegen de Israëlische genocide op de Palestijnen en inmiddels ook op andere bevolkingen, zoals die van Libanon. Het is heel betekenisvol als iemand die is gesocialiseerd in het hokje “Israëlisch” zichzelf daaruit bevrijdt en erkent dat de enige oplossing voor de koloniale bezetting het opheffen van die bezetting is. Zo stond er afgelopen winter, bij het protest tegen het Amsterdamse Concertgebouw, een Israëlische burger op het podium te zingen en op zijn viool te spelen bij het cultureel boycot-protest tegen het concertgebouw. Hij zong uit volle borst: “Boycot Israel, Boycot, boycot, boycot Israel. Until it disapears from the earth”.
Geen berouw
Waarom wil een organizer diens best doen om een zogenaamde “ander uit een andere positie” te verwelkomen en platform te bieden bij een protest? Omdat die bouwt aan een diverse coalitie waarvan de deelnemers het erover eens zijn waar het geweld plaatsvindt, wie de slachtoffers zijn en wie er onderdeel is van de oplossing, en waarbij ze vervolgens samen de risico’s nemen om samen in verzet te komen tegen gewelddadige tegenstanders.
Het blok voor “klimaatveiligheid” doet het tegenovergestelde. Ze stellen zichzelf voor als professionals die veiligheid brengen. Ze ontkennen hun historische rol als beveiligers van de vervuiling. Ze ondermijnen de boodschap voor klimaatrechtvaardigheid. Wie gaat er een basiscursus campagne voeren geven aan de vervreemde ngo-clubs die de klimaatmars organiseren?
Het politieblok biedt geen excuses aan voor het feit dat hun organisatie klimaatactivisten in elkaar heeft geslagen en zonder misdaad te hebben begaan heeft gearresteerd. Er is geen berouw dat ze de echte klimaatcriminelen al een eeuw laten lopen, en dat de politie allemaal smerige trucjes heeft uitgehaald om de klimaatbeweging te ondermijnen, zoals klimaatactivisten te achtervolgen en onder druk te zetten om informant te worden voor de politie. Deze ellende heeft klimaatactiegroep Code Rood samen met anderen aan de kaak gesteld. Of de zaak van 2025: maar liefst 350 keer vroegen agenten persoonsgegevens op van een klimaatdemonstrant. De politie weigert een klacht daarover te behandelen. De ombudsman is kritisch. Ook ik heb er persoonlijk ervaring mee dat de politie mijn aangifte niet in behandeling wilde nemen, nadat ik als fotograaf werd aangevallen door een beveiliger bij een Fossil Free Culture-performance. De politie hield vol dat ze de identiteit van de dader niet konden achterhalen. Terwijl ik die had gefilmd, de beveiliger bij een bekend museum werkte en het museum in een mail had toegegeven dat ze de medewerker hadden aangesproken op zijn gewelddadige gedrag. Alleen met een advocaat heb ik toen toch een vervolging van de dader voor elkaar gekregen. De politie had de aangifte naast zich neergelegd. De rechter gaf de dader een boete.
Klimaatveiligheid
De initiatiefnemers van het politieblok verhullen zelfs hun identiteit. Ze noemen het niet een smerissenblok, maar geven zichzelf de eretitel “veiligheidsprofesionals”. Je moet doorklikken op het blok op de website naar een shady pagina waaruit blijkt dat ze eigenlijk de knokploeg van de fossiele staat bedoelen. Met een paar clicks beland je op promotiemateriaal van de politie uit 2025 waarin ze zichzelf positioneren als brengers van klimaatveiligheid. Een totaal a-historische claim. “Climate security” is politiek gezien de vijand van klimaatrechtvaardigheid. Onder climate security is de Green Deal in Europa door de oorlogsindustrie toegeëigend voor nationalistische doeleinden. Hun security, of veiligheid, geldt dus niet voor klimaatvluchtelingen, maar voor het grissen van de laatste “essentiële mineralen” van andere landen voor nationaal belang.

Het is bekend dat de politie werkt voor Shell en voor andere brengers van dood en verderf.
Bewijs A. Een artikel van The Guardian uit 2020 doet er verslag van hoe de fossiele industrie geld stopt in de politie. Shell wordt met naam en voorbeeld genoemd: Shell is een “vooraanstaande partner” van de politiestichting van New Orleans en sponsor van de bereden politie van Houston.
Bewijs B: Shell heeft tientallen miljoenen dollars uitgegeven aan de financiering en levering van Nigeriaanse militaire en politie-eenheden om haar olie-installaties te bewaken.
Bewijs C: Shell steunde de apartheid in Zuid-Afrika. In Nederland was er een massale beweging om Shell te stoppen. De politie vervolgde de anti-apartheidsbeweging, niet Shell.
Of dichter bij huis. Mijn eigen ervaring met de politie die preventief de opening van mijn tentoonstelling bij de NDSM-werf kwam verstoren, nadat ze door Shell waren gestuurd. Mijn tentoonstelling “People Powered Movements vs Shell“, die ik in opdracht van Milieudefensie had gemaakt, ging over honderd jaar verzet tegen het kolonialisme, de grondstoffenroof en het racisme van Shell. De tentoonstelling bestond uit twintig onderdelen, waarvan sommige originele kunstinstallaties waren en andere archiefopstellingen van diverse strijdgebieden: Indonesië, Nigeria, Zuid-Afrika, Ierland, en Groningen. De medewerkers van de kunststudio hadden nog nooit zo’n politievertoon gezien bij een opening van een kunstexpositie. Allemaal omdat ik als onderwerp van mijn kunst verzet tegen Shell centraal stelde. Iemand van Shell hoefde maar te bellen naar het blauwe team en zonder enig bewijs stond de knokploeg van het kapitaal daar om te imponeren.
Team blauw is niet groen. De politie brengt geen veiligheid, dat doen de klimaatactivisten die voor anderen en elkaars recht op bestaan opkomen (en soms de hoogste prijs betalen wanneer de politie hen hindert of letsel aandoet). Bij mijn allereerste klimaatprotest in 2009 in Kopenhagen zette de politie 1.800 klimaatbeschermers in kooien in een bierfabriek. Ze konden niet naar de wc. Ook werden er allemaal fietsen preventief in beslag genomen, zodat klimaatactivisten minder mobiel zouden zijn. Er werden razzia’s in bussen gehouden om klimaatactivisten er tussenuit te snatchen. Het artikel “Activisten onthullen tactieken die de politie gebruikte om klimaatprotesten in Kopenhagen te ‘onthoofden’” gaat er dieper op in.

Waarom denken de ngo-professionals van de Klimaatmars dat ze in bed moeten gaan liggen met de politie? Ik kan alleen maar gissen. Er is wellicht een vals bewustzijn waarbij de greenwashing verkeerd begrepen wordt als “diversiteit”. Het is verbijsterend dat de Klimaatmars-ngo’s niks hebben geleerd van hun blunder in 2023, toen ze de aanmelding van een Palestinablok tegen genocide en ecocide (met de leus “No climate justice on occupied land”) hebben geweigerd om op hun website te vermelden. Een aangemeld blok verschijnt niet automatisch op de website. Er zijn menselijk handelen en goedkeuring die eraan vooraf gaan. De campaigners van de klimaatmars in 2023 belden op naar de persoon die het Palestinablok had aangemeld om te zeggen dat ze het blok niet op de website wilden plaatsen. Er werd als excuus aangedragen dat als ze een Palestinablok zouden accepteren, ze dan ook een Israëlblok zouden moeten accepteren. Dit liet heel duidelijk zien dat er bij de Klimaatmars-ngo’s een totaal vervreemd beeld is van macht. Ze denken dat het gelijkwaardigheid is om dader en slachtoffer op dezelfde manier te behandelen. Maar het lijkt erop dat ze er anno 2026 in zijn geslaagd om nog een stapje dieper te zinken en de onderdrukker van klimaatactie een platform te geven om zichzelf te positioneren als oplossing: meer politie, meer veiligheid.

Ik blijf thuis
Ondertussen blijf ik als klimaatrechtvaardigheidsactivist thuis, omdat de mars voor mij niet veilig aanvoelt. De dissonantie is te groot. Op de brandbrief aan de klimaatmarscoalitie met eisen die we met 26 klimaatorganisaties hebben ingediend wegens racisme hebben we nooit reactie gekregen, ook zijn er geen excuses gemaakt voor de onderdrukking van Palestijnen en andere klimaatactivisten van kleur.
Ik wilde voorzichtig, achter de schermen, dit jaar weer meedoen. Ik organiseer mee aan het radicale zangblok. Maar ik wil niet meedoen aan het diversiteitspelletje van de ngo’s: diversiteit met onderdrukkers is gewoon ondermijning van de probleemanalyse van de klimaatcrisis. Dus ik organiseer vooraf wel repetities voor het radicale zangblok, maar breng zelf liever protestmuziek naar het woonprotest op 10 oktober. Ik denk niet dat ze daar zo gek zijn om een blackstone-blok te promoten onder het kopje “woonzekerheid professionals”.
Chihiro Geuzebroek
