Het Amerikaanse leger: een oorlogsmachine van negenhonderd miljard dollar

Protestdemonstratie van Washington naar het Pentagon, maart 2009 (Foto: Astuteoak/CC BY-SA 3.0)

In Iran zitten de Verenigde Staten tot over hun oren in een rampzalige, niet te winnen oorlog, die ze nooit hadden moeten beginnen. Dit maakt het noodzakelijk hun illegale, corrupte beleid van agressieve oorlogvoering dat ze sinds 2001 hebben gevoerd te herzien. Volgens het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) staan de Verenigde Staten helemaal bovenaan de lijst van militaire uitgaven per land. Tussen 2001 en 2024 hebben zij 21 duizend miljard dollar aan hun leger besteed. Dat is meer dan negenhonderd miljard per jaar. Het is evenveel als de achttien daarop volgende landen tezamen hebben besteed. Iran staat nog veel verder naar beneden op die lijst. Het SIPRI schat zijn militaire budget voor 2025 op 7,5 miljard dollar, dat is minder dan één procent van wat de VS uitgeven. Hoe weet Iran zich dan staande te houden tegen de Amerikaanse oorlogsmachine van de vele honderden miljarden dollars per jaar?

Het doorslaggevende verschil tussen de Amerikaanse oorlog tegen Iran en het bombarderen van Joegoslavië, Afghanistan, Irak, Libië en nu Gaza, is dat de VS en Israël er niet in zijn geslaagd het luchtverdedigingssysteem van Iran te vernietigen en zij dus geen gevechtsvliegtuigen boven Iran kunnen laten vliegen zonder het risico te lopen dat die uit de lucht geschoten worden. Iran heeft overigens ook – heel verstandig – zijn wapenfabrieken, wapenvoorraden en lanceerplatforms ondergronds verborgen in ondoordringbaar, bergachtig gebied, waar zij veilig zijn voor de Amerikaanse en Israëlische bommen.

De Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth beweerde op 10 maart dat de VS “volledige macht over het luchtruim” boven Iran hadden, maar dat was toen niet waar en dat is het nog steeds niet. In feite bestookt het Amerikaanse leger Iran voornamelijk van buiten het land met lange-afstandswapens die extreem duur zijn. De voorraden daarvan zijn ondertussen drastisch geslonken. Hoewel de VS zo min mogelijk boven Iran vliegen, hebben zij volgens de officiële Congressional Research Service tientallen vliegtuigen verloren: ten minste vier F-15’s, een F-35, een A-10, zeven KC-135-tankvliegtuigen, een E-6 AWACS-vliegtuig, twee MC-130J-vliegtuigen voor speciale operaties, een helikopter, een Triton-drone voor grote hoogten en 24 MQ-9 Reaper-drones. Ter vergelijking: tijdens de grote invasie van Irak in 2003 verloor het Amerikaanse leger slechts één A-10 en zes helikopters, omdat het een groot deel van de Iraakse luchtverdediging via eenvoudige bombardementen had weten te vernietigen.

Minder dan de helft van de oorlogen gewonnen

In 2003 beschoten de Amerikaanse strijdkrachten Irak in de eerste dertig dagen van de oorlog met dertienduizend ton aan bommen en raketten. Slechts achthonderd ton, zo’n zes procent daarvan, bestond uit kruisraketten en andere lange-afstandswapens die de VS nu gedwongen zijn te gebruiken tegen Iran. Amerika heeft nu echter al een derde van zijn voorraden lange-afstands- en luchtverdedigingsraketten opgebruikt. Die kosten per stuk tussen 700.000 en twaalf miljoen dollar per stuk. De bouw van deze ingewikkelde wapens vergt enkele jaren. Het komt erop neer dat de VS moeilijk te vervangen raketten van miljoenen dollars per stuk moeten gebruiken om de drones van Iran te onderscheppen die tussen de twintig- en vijftigduizend dollar per stuk kosten. Daar komt bij dat de peperdure raketten geregeld de drones missen. Tijdens de oorlog met Irak in 2003 was de situatie heel anders. Toen gebruikten de Amerikanen vooral lasergestuurde bommen die slechts 22.000 dollar kostten en die ze gemakkelijk konden aanvullen.

Vanwege de slinkende raketvoorraden van de marine vliegen de VS met grote bommenwerpers vanuit Engeland om raketten op Iran af te vuren. Er komen nu zoveel vliegtuigen van zo ver weg dat zij ook tientallen extra tankvliegtuigen nodig hebben boven de zestig die zijn al in Israël hadden geplaatst. De Russen hebben tijdens hun oorlog tegen Oekraïne laten zien dat grote aantallen goedkope granaten en drones effectiever zijn dan de peperdure wapens van de VS. Ondertussen heeft het corrupte Amerikaanse militair-industriële complex, dat bestaat uit de wapenindustrie, de top van het ministerie van Oorlog en een volgzame regering, steeds duurdere wapens gemaakt, terwijl de VS in de huidige eeuw minder dan de helft van de 33 oorlogen die zij ontketenden, of waaraan zij meededen, gewonnen hebben. Wel hebben zij keer op keer enorme verwoestingen aangericht in de landen die zij ‘te hulp’ schoten. Zoals het gezegde luidt: “Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.”

De macht van het militair-industriële complex

Net als in andere Amerikaanse industrietakken is de wapenindustrie sinds het einde van de Koude Oorlog grotendeels in handen gekomen van een zeer beperkt aantal bedrijven: Lockheed Martin, Boeing, Raytheon (nu RTX), General Dynamics en Northrop Grumman. De steeds duurdere oorlogsschepen, gevechtsvliegtuigen en wapens zorgen voor steeds meer inkomsten en grotere winsten, terwijl eindeloze oorlogen en ’bedreigingen’ de voorwendsels zijn om steeds meer geld in de wapenindustrie te steken.

De Amerikaanse regering en de commerciële media vertellen de Amerikanen al decennia lang dat deze bijzonder hoge militaire uitgaven en langdurige oorlogen iets zijn om trots op te zijn, en veel Amerikanen zijn gaan geloven in het sprookje van de militaire overmacht van hun land. Het Pentagon doet er alles aan om zijn imago bij het grote publiek op te poetsen en gaf in 2023 ruim een miljard dollar uit aan reclame. Maar ondertussen zetten Amerikanen steeds vaker vraagtekens bij het optreden van het leger. Daarbij zijn veteranen van de “Global War on Terror” vaak de meest uitgesproken critici. Zij dringen er bij hun kinderen vaak op aan om niet in het leger te gaan. Ouders bedreigen geregeld officiële ronselaars met een pistool of geweer als die een van hun tieners wil overhalen soldaat te worden. Een van hen vertelde dat een woedende ouder hem voor een “babymoordenaar” en een “slaaf van de regering” had uitgemaakt.

De niet te winnen, steeds verder uit de hand lopende oorlog in Iran dwingt de Verenigde Staten om na te denken over het nut van agressieve oorlogvoering. Zo pleegden bijvoorbeeld slechts negentien kapers van Al Qaida de aanslagen van elf september 2001 en viel Amerika vervolgens verschillende landen binnen die part noch deel aan hadden aan deze gruwelijke misdaden. Het organiseerde de “Oorlog tegen het Terrorisme” die miljoenen onschuldige mensen het leven kostte en tientallen miljoenen op de vlucht joeg. De kosten, achtduizend miljard dollar, kwamen voor rekening van de belastingbetalers van de VS en de reeks oorlogen was een opsteker voor de grote wapenfabrikanten. Het toonde de macht van het militair-industriële complex.

Het lukte de Amerikaanse bezettingstroepen in Afghanistan en Irak echter niet om de lichtbewapende verzetsgroepen te overwinnen. Toch negeerden de Amerikaanse leiders hun eigen mislukkingen en nederlagen en zij begaven zich opnieuw in oorlogen, zoals die met Rusland via het Oekraïne-conflict, of die met Iran. Zowel de Democraten als de Republikeinen steunen het agressieve beleid van Amerika. De Amerikaans-Israëlische genocide in Gaza geniet, net als de illegale bezetting die eraan ten grondslag ligt, nog steeds steun van beide partijen, maar niet van de Amerikaanse bevolking die zij beweren te vertegenwoordigen.

Grootste protestdemonstraties uit de geschiedenis

Heel wat Amerikanen zijn zich bewust van de gevaren van het gewelddadige optreden van hun land. Zo schreef de Amerikaanse hoogleraar politicologie Chalmers Johnson al in 1999 zijn alom geprezen boek “Blowback”, waarin hij uitlegde hoe het Amerikaanse militarisme en imperialisme onvermijdelijk zouden uitlopen op rampzalige gebeurtenissen. Ben Ferencz, een voormalig aanklager in de Processen van Neurenberg tegen nazi-oorlogsmisdadigers, verklaarde een week na de aanslag van 11 september 2001 in New York in een radio-interview: “Het is nooit wettig om mensen te straffen die niet verantwoordelijk zijn voor een bepaald onrecht. We moeten een onderscheid maken tussen het straffen van de schuldigen en het straffen van anderen. Als je simpelweg massaal wraak neemt door bijvoorbeeld Afghanistan of de Taliban te bombarderen, zul je veel mensen doden die nooit ingestemd hebben met wat er is gebeurd.”

Toen de Verenigde Staten zich in 2003 voorbereidden op de invasie van Irak, was de internationale verontwaardiging zo wijdverbreid dat dit leidde tot de grootste wereldwijde straatprotesten in de geschiedenis, waarbij zo’n 36 miljoen mensen in zestig landen protesteerden. Ook de Verenigde Naties verzetten zich tegen de oorlogsplannen. Maar de Amerikaanse leiders negeerden alle kritiek, en bleven volhouden dat Irak over chemische, biologische en zelfs nucleaire wapens beschikte en op de een of andere manier verantwoordelijk was voor de misdaden van elf september. De Amerikaanse soldaten in Irak waren zo grondig geïndoctrineerd dat zelfs drie jaar na het uitbreken van de oorlog, 85 procent van hen in een enquête aangaf dat de belangrijkste reden van de oorlog was om “wraak te nemen voor Saddams rol in de aanslagen van elf september”.

Trump wil in 2027 een recordbedrag van vijftienhonderd miljard dollar uitgeven aan het leger. Daarnaast wil hij de Amerikaanse en Israëlische wapenproductie en het verzamelen van inlichtingen gedeeltelijk samenvoegen. Zijn woede over het onvermogen van de VS en Israël om Iran te verslaan, komt voort uit de waanvoorstelling van de onoverwinnelijkheid van het Amerikaanse leger, waaraan zijn voorgangers ook al leden, vooral sinds het einde van de Koude Oorlog.

In zijn boek “Het verlies van militaire overmacht: de kortzichtigheid van de Amerikaanse strategische planning” uit 2018waarschuwde de Russisch-Amerikaanse legerdeskundige Andrei Martyanov dat de enorme Amerikaanse investeringen in vliegdekschepen en andere dure oorlogsschepen en gevechtsvliegtuigen weggegooid geld zijn door een nieuwe generatie Russische en Chinese raketten die veel sneller zijn en verder kunnen vliegen dan de modernste Amerikaanse raketten. Inmiddels hebben Iraanse raketten en drones het militaire evenwicht in het Midden-Oosten grondig veranderd. Ze hebben het Amerikaanse leger uit zijn bases in de Perzische Golf verdreven en dwingen zijn vliegdekschepen om op 1.600 kilometer afstand van de Iraanse kust te blijven. De VS hebben ondertussen hun militaire hoofdkwartier voor het Midden-Oosten moeten verplaatsen van Qatar naar Jordanië, maar Iran heeft het daar ook aangevallen. Ondertussen brengt Amerika nog meer troepen naar Israël, met het risico dat de oorlog tegen Iran zich nog verder ontwikkelt, terwijl nu al bijna zeventig procent van de Amerikaanse bevolking deze oorlog niet ziet zitten.

Op 8 augustus herhaalde Iran zes punten uit een voorlopig verdrag met de VS, dat Trump op 17 juni had ondertekend, maar op 8 juli verwierp. Als Amerika belooft zich aan de oorspronkelijke afspraken te houden, zal Iran de Straat van Hormuz weer openstellen voor de scheepvaart, zodat olie uit het Midden-Oosten de wereldmarkt weer probleemloos kan bereiken. Daarnaast zou de ontmanteling van deze corrupte, uit de hand gelopen, absurd dure en nutteloze oorlogsmachine veel geld vrij kunnen maken voor allerlei dringend noodzakelijke voorzieningen voor de gewone mensen in Amerika. Waar wachten we op?

Medea Benjamin en Nicolas J. S. Davies

Het oorspronkelijke artikel Paper Tiger: The Failure of America’s Trillion-Dollar War Machineverscheen half augustus op Common Dreams. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.