Bo bij anti-fascistisch protest: “Wij hebben een diepe, brede conceptie van vrijheid die nog niet af is”

Gisteravond deden in Utrecht zo’n vijfhonderd mensen mee aan de actie “Toen niet, nu niet, nooit meer fascisme”. Zij gaven gehoor aan de oproep van de groep Allemaal Anti-fascisten om juist op 5 mei Bevrijdingsdag de straat op te gaan, nu fascisme weer zo zichtbaar wordt en anti-fascisme zo noodzakelijk.
De actie kende een enerverende en vibrerende sfeer, die zorgde voor een gevoel van diepe verbondenheid met elkaar. Dat geeft anti-fascisten de kracht, de moed en het uithoudingsvermogen om de schouders eronder te blijven zetten en gezamenlijk de strijd te blijven aangaan tegen de haat, de uitsluiting en het geweld van het fascisme op straat en van de staat.
Hieronder de indrukwekkende speech van Bo, gastauteur bij Doorbraak.
Harry Westerink

Vanmiddag keek ik naar het ontsteken van het vrijheidsvuur hier in Utrecht. Splinter Chabot en Rob Jetten mochten dat samen doen. In de aanloop naar dit moment ging de NOS-verslaggever rond door het publiek om te vragen waarom ze daar waren. De meesten waren er voor het feestje, zeiden ze. Als de verslaggever doorvroeg, dan hadden ze nog wel iets te zeggen over hoe belangrijk vrijheid was, dat je kan “zijn wie je bent”. Veel verder kwam men niet.
Ik kan het deze mensen niet kwalijk nemen, want het is een idee dat later ook door Splinter Chabot en Rob Jetten werd herhaald: dat onze vrijheid een afgerond project is. Dat vrijheid behaald is op 5 mei 1945, en dat we het daarna alleen maar hoefden te vieren en bij te houden.
Dat is niet hoe wij hier over vrijheid nadenken. Wij hebben een diepe, brede conceptie van vrijheid die nog niet af is. Ik zie vrijheid als de vrijheid om te gaan en staan waar je wil, om te doen wat je wil. Dat betekent niet alleen dat je vanaf Schiphol met je paspoort overal heen kan reizen. Het betekent de afwezigheid van grenzen. Het betekent dat je geen toestemming nodig hebt van een ‘werkgever’, dat je geen “vrije dagen” moet opnemen (je vraagt je af: hoe noemen we de dagen die geen “vrije dagen” zijn?). Dat je de vrijheid hebt om het werk te doen dat je wil, of om niet te werken als je dat wil.
Wij hebben de kennis en de arbeid die nodig is om alle mensen ter wereld van voedsel, kleding, zorg, onderwijs en onderdak te voorzien, volledig op basis van vrijwillige arbeid, zonder dat we iemand hoeven dwingen. Die wereld is mogelijk. Maar die wereld hebben we niet, want we leven in een half-democratie (of een kwart-democratie, of een achtste-democratie): we pretenderen dat onze regering democratisch is, terwijl de economie autocratisch is. We spenderen het grootste deel van ons wakkere leven onder het bevel van bazen, van economische autocraten.

De gevolgen daarvan zijn niet te overzien. Om een voorbeeld te geven: de zorg loopt op haar tandvlees. Eigenaren proberen steeds meer winst uit de zorg te persen door steeds minder mensen in te roosteren. Het is een open geheim dat zorgwerkers compleet overbelast zijn, en dat zij hun eigen gezondheid opofferen om maar voor mensen te kunnen blijven zorgen. Dat is wat er gebeurt als je economische autocraten laat bepalen hoe onze zorg wordt ingericht.
En die economische autocratie infecteert onze hele wereld. Hier in Nederland lobbyt oliebedrijf Shell voor slechter klimaatbeleid. Die lobbykracht pompen ze op uit de Nigerdelta, waar ze lokale politici omkopen zodat ze mens en milieu kunnen uitknijpen, puur zodat ze meer geld kunnen verdienen, dat ze hier inzetten om investeringen in het openbaar vervoer te voorkomen. De wapenindustrie verdient haar geld door wapens te verkopen aan het koloniserende Israël en de imperialistische VS. De ene onvrijheid brengt de andere onvrijheid voort.
De sporen daarvan zien wij ook hier, op de Maliebaan. Vanaf het Maliebaanstation, nu onderdeel van het Spoorwegmuseum, zijn meer dan duizend Utrechtse Joden gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Dat kamp is niet gebouwd door de Duitsers, maar door de Nederlandse regering, als detentiekamp voor Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland, om hen terug de grens over te kunnen zetten. De infrastructuur van de ene onvrijheid versterkt de andere onvrijheid.

Daarom is de strijd tegen één onvrijheid de strijd tegen elke onvrijheid. Dat wisten ook de helden van het anti-fascistische verzet ten tijde van de Duitse bezetting. Henriëtte Pimentel was een feministe die een crèche runde, waar vrouwen hun kinderen konden achterlaten zodat zij konden werken, iets dat in die tijd een grote verworvenheid was. Zij heeft tijdens de oorlog achthonderd Joodse kinderen gered, en daarvoor is ze vermoord. Anton de Kom streed voor een vrij en onafhankelijk Suriname, en werd voor zijn verzet vermoord. Henk Sneevliet kwam op tegen de economische onderdrukking van Indonesië, en werd door de fascistische bezetter doorgeschoten. Hun verzet kwam niet uit het niets na de Duitse inval, maar was er al, en zij hebben het alleen maar voortgezet.
Neem die gedachte mee als jullie straks naar huis gaan. De strijd tegen één onrecht is de strijd tegen elk onrecht. Wij kunnen allemaal op onze eigen manier vechten tegen de onvrijheid in de wereld, door mensen te voeden, mensen te huisvesten, mensen te onderwijzen, of door op een andere manier te strijden tegen onrecht. Zo bouwen we aan het verzet dat we voort kunnen zetten als de fascisten hun mars naar de macht doorzetten.
We staan aan de vooravond van een van de grootste economische crises ooit. De economische autocraten gaan ons nog verder uitpersen, en heel veel mensen gaan hun betaalde werk of hun uitkering verliezen. De vrijheid van deze mensen staat dan meer dan ooit op het spel. Aan ons als actiebeweging de plicht om de vrijheid van die mensen te beschermen, en om ons daarvoor in te zetten. Daarmee stuur ik jullie naar huis.
Dank jullie wel.
Bo
