De Duitse staat blijft hardnekkig het gevaar van extreem-rechts ontkennen

Wilfred Manneke.

Scherper kun je het bijna niet verwoorden. “Rechts-extremisme is geen mening, maar een misdrijf!”, zegt de evangelisch-lutherse predikant Wilfred Manneke in het Reformatorisch Dagblad van 22 juni. Manneke was tot voor kort pastor in het Duitse dorp Unterlüß, niet ver van Hannover.

Op 20 kilometer van het dorp en vlak bij het voormalig concentratiekamp Bergen-Belsen bevond zich tussen 1978 en 1998 het grootste “opleidingscentrum” van neo-nazi’s in het Duitstalige gebied. Hetendorf 13, een complex met 300 bedden, was opgericht door Jürger Rieger, advocaat en lid van de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD). Dankzij protesten van de lokale bevolking en anti-fascisten sloot de regering van Nedersaksen in 1998 het nazicentrum. Daarmee verdwenen de neo-nazi’s echter niet van de Lüneburger-heide. Rieder bleef proberen nieuwe huisvesting te kopen. Hij overleed in 2009. Sindsdien komen de extreem-rechtsen samen op de boerderij van NPD-politicus Joachim Nahtz in Eschede, vlakbij Unterlüß. Onlangs werd bekend dat de NPD de boerderij van Nahtz heeft gekocht. Daar vieren oude en nieuwe nazi’s onder meer het jaarlijkse “zonnewendefeest”, dat uiteraard een dekmantel is voor het leggen van contacten, het maken van afspraken en het voorbereiden van nieuwe acties.

Dominee Manneke staat al ruim 25 jaar vooraan bij de protesten tegen de neo-nazi’s in Nedersaksen. Dat leidde tot vele bedreigingen en zelfs een brandaanslag op zijn pastorie. Maar waar Manneke het gevaar van extreem-rechts duidelijk voor ogen heeft – “hun ideologie is mensverachtend en nietsontziend” – blijft de Duitse staat de “bruine terreur” bagatelliseren en onderschatten. Het hoofdcommentaar van Der Spiegel van 22 juni schrijft dat het wel opmerkelijk is hoe stil de politiek, en al helemaal de CDU, is in antwoord op de moord op een politicus en partijgenoot Walter Lübcke. “Men moet zich voorstellen als de dader een links-extremist zou zijn geweest”, schrijft het weekblad. “Er was een storm van verontwaardiging opgestoken, gevolgd door nieuwe maatregelen om het links-extremisme te bestrijden.”

Ideologische verblinding

Onder leiding van directeur Hans-Georg Maaßen richtte de veiligheidsdienst zich uitsluitend op het gevaar van islamitisch extremisme. Der Spiegel: “Beschermd door deze ideologische verblinding kon extreem-rechts in Duitsland groeien en zich versterken.” Maaßen is de vleesgeworden wegkijker van het gevaar van extreem-rechts. Omdat hij voortdurend kritiek leverde op de te strenge aanpak van de AfD (!) en op het ontkennen van heksenjachten op vluchtelingen door neo-nazi’s, werd hij in november 2018 ontslagen. Dat weerhield de oud-chef er niet van om in februari dit jaar in een toespraak voor conservatieve CDU-leden te waarschuwen voor het gevaar dat de politieke partijen Die Grünen en Die Linke en de linkse media voor de Duitse democratie zouden betekenen. Ondanks 170 doden door extreem-rechts geweld sinds 1990 en 517 rechts-georiënteerde misdrijven in 2018 tegen politici.

Joachim Gauck is ook zo’n overheidsdienaar met een blinde vlek voor neo-nazisme. Walter Lübcke is nog maar net begraven als de oud-president van de Duitse Republiek in een interview met de tv-zender ZDF oproept tot “meer tolerantie voor rechts”. Hij bekritiseerde de zogeheten “68-er cultuur’, die volgens Gauck de opvatting er op na houdt dat “waar geen links meer is, fascisme begint”.

Maaßen, Gauck, het zwijgen van de politieke klasse in Berlijn: de staat blijft hardnekkig het gevaar van het neo-nazisme ontkennen. Terwijl de politie en het leger problemen hebben met extreem-rechtse sympathieën en infiltratie, en de Duitse justitie het een probleem vindt om extreem-rechtse aanslagen als politieke misdrijven te zien. Zo werd in 2015 Henriette Reker, burgemeester van Keulen, door een extreem-rechtse man met een mes aangevallen. Ze overleefde de aanslag ternauwernood. Toch oordeelde de rechter, die de neo-nazi tot 14 jaar cel veroordeelde, dat de aanslag niet politiek gemotiveerd was. En in april van dit jaar werd bij een huiszoeking in Hannover een enorme hoeveelheid wapens, munitie, geld en nazi-parafernalia aangetroffen. Oordeel van politie en justitie: “Er zijn geen aanwijzingen voor een politieke achtergrond van de 29-jarige verdachte”.

Combat-18

Het aantal lokale politici dat vanwege hun standpunten over vluchtelingen of klimaat bedreigd wordt, is enorm. Het Bundes Kriminal Ambt (BKA) waarschuwt voor gewelddadige extreem-rechtse aanslagen. Maar papier is geduldig en van de NSU-periode – toen veiligheidsdiensten en politie ondanks tien moorden weigerden te kijken naar een extreem-rechts motief – is niets geleerd. “Tot op heden is er weinig veranderd”, zegt een oud-functionaris van de veiligheidsdienst in Der Spiegel. “Wie onderzoekt systematisch welke rechts-extremisten toegang hebben tot legale wapens, bij schietverenigingen of reservisteneenheden? Wie houdt zich bezig met neo-nazi’s waarvoor een opsporingsbevel loopt, maar die ondergedoken zijn?” Niemand, luidt de conclusie.

Stephan Ernst, de neo-nazi die verdacht wordt van de moord op Lübcke, werd door de opvolger van Hans-Georg Maaßen, Thomas Haldenwang, een “rechtse slaper” genoemd; iemand die plotseling weer tot rechts geweld kan overgaan. “We hadden hem gewoonweg niet meer op de radar”, zegt een functionaris van de veiligheidsdienst van Hessen. Opnieuw onderschatting en bagatellisering. Want Ernst stond op een lijst van uiterst gevaarlijke en gewelddadige extreem-rechtsen. Bovendien is bekend geworden dat Ernst in maart van dit jaar deelnam aan een Combat-18 bijeenkomst in Mücka (Saksen), meldt het ARD-programma Monitor.

Onder de 200 neo-nazi’s die elkaar daar ontmoetten, was ook Stanley Röske. Röske is naast Combat-18 ook actief in de Arischen Bruderschaft en woont net als Ernst in Kassel. Anti-fascistische organisaties vermoeden overigens dat Combat-18 in Duitsland door de geheime dienst als ‘honingpot’ wordt gebruikt. De extreem-rechtse organisatie moet veel neo-nazi’s aantrekken, waardoor het voor de veiligheidsdiensten makkelijker wordt deze te controleren. Röske wordt door zijn politieke vrienden gezien als een mogelijke informant.

Het journalistieke speurwerk naar de NSU-moorden liet zien dat het gebruik van zogeheten V-männer (informanten) door de veiligheidsdiensten volledig uit de hand is gelopen. De informanten gaven onvolledige of onjuiste informatie of gebruikten juist hun kennis om de veiligheidsdiensten te misleiden. Terecht dat men zich afvroeg waar de NSU eindigde en waar de staat begon. Feit blijft dat neo-nazi’s nog steeds ongestoord samen kunnen komen. Caro Keller van NSU-Watch wijst er in een interview met de Frankfurter Rundschau op dat er na de moord op Lübcke geen nationale opsporingsactie richting neo-nazi’s is geweest: “De neo-nazi-structuren moeten worden blootgelegd en ontwapend. De veiligheidsautoriteiten hebben deze structuren in zicht, net als bij de NSU.”

De feiten rond de moord op Lübcke laten meer en meer zien dat het Duitse opsporingsapparaat opnieuw enorm heeft gefaald en een grotere betrokkenheid bij het extreem-rechtse geweld heeft dan men zelf ooit zal toegeven. Vandaar dat de Duitse overheid rechts-extremisme maar niet als een misdrijf wil zien.

Harry Prins