Over de Nazionalsozialistische Untergrund (NSU) en de verdachte van de moord op Lübcke

Bij de begrafenis van Lübcke.

Het lijkt er sterk op dat de Duitse republiek opnieuw het NSU-complex beleeft. Bij de reeks moorden die de neo-nazi’s van de Nazionalsozialistische Untergrund begin deze eeuw pleegden, hadden de Duitse opsporingsdiensten de daders niet in het vizier. Sterker nog, de extreem-rechtse scene werd bij alle onderzoeken moedwillig buiten beschouwing gelaten of gebagatelliseerd. Hetzelfde scenario lijkt zich nu te herhalen. Stephan Ernst, de op 16 juni gearresteerde verdachte van de moord op de prominente CDU-politicus Walter Lübcke, komt niet voor in de kaartenbakken van de veiligheidsdiensten. Terwijl Ernst al zeer veel jaren bekend staat om zijn nazistische sympathieën, contacten binnen extreem-rechtse organisaties had, en deelnam aan neo-nazi-betogingen en -aanslagen.

Lübcke werd op 2 juni op het terras van zijn huis doodgeschoten. Vanwege zijn standpunten over de ruimhartige opvang van vluchtelingen en zijn afkeer van Pegida werd de politicus vanuit extreem-rechtse hoek bedreigd. Zijn dood werd op vele extreem-rechtse fora en Facebookgroepen gevierd. Ongetwijfeld zal Stephan Ernst een van de feestvierders zijn geweest.

Bomaanslag

De 45-jarige Ernst wordt in juli 1993 (!) gearresteerd na een poging tot een aanslag op een asielzoekerscentrum in Hohenstein-Steckenroth (Hessen). Hij had een brandende auto gevuld met explosieven bij het centrum geplaatst. De bewoners wisten het vuur op tijd te doven. Een jaar eerder had hij al op het Centraal Station van Wiesbaden geprobeerd om iemand te vermoorden, meldt Die Zeit Online. In 1995 wordt hij veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Die Zeit meldt ook dat Ernst zijn nazistische ideeën in de gevangenis niet aan de kant zet. Vanuit zijn cel schrijft hij een lovende brief naar het nazistische tijdschrift “Nation und Europa”. Dat blad werd in 1951 opgericht door SA-Obersturmführer Herbert Böhme en SS-Sturmbannführer Arthur Ehrhardt, die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog plannen had voor een ondergrondse terreur tegen het oprukkende Rode Leger.

In 2004 is de inmiddels vrijgekomen Ernst aanwezig op een demonstratie van het neo-nazistische Volkstreue Komitee für gute Ratschläge. Dat comité maakt onderdeel uit van wat door de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) de “Nationaler Widerstand” wordt genoemd, een informeel netwerk van neo-nazistische organisaties. Vijf jaar later duikt Ernst opnieuw zichtbaar op in de extreem-rechtse beweging. Op 1 mei 2009 verstoren ruim 400 neo-nazi’s de 1 mei-betoging van de vakbond DGB en gebruiken ze geweld tegen de deelnemers. Ernst wordt opnieuw gearresteerd en krijgt in 2010 zeven maanden cel.

Combat 18

In de jaren daarvoor was Ernst actief in de neo-nazi-partij NPD. Hij heeft contact met de neo-nazi’s Michel Friedrich en Mike Sawallich. Friedrich is lid van de Duitse Combat 18, een zeer gewelddadige neo-nazibeweging die valt onder het in Duitsland verboden internationale netwerk Blood & Honour. Het getal 18 verwijst naar de initialen van Adolf Hitler, de respectievelijk eerste en achtste letter van het alfabet. Een van de andere leden van Combat 18 is Robin Schmiemann, die briefcontact had met NSU-terrorist Beate Zschäpe.

Het is niet de enige link tussen Stephan Ernst en de Nazionalsozialistische Untergrund (NSU), die tussen 2000 en 2007 minstens tien moorden pleegde. Uit onderzoek van de partij Die Linke in Hessen in 2015 blijkt dat Ernst wel voorkomt in geheime onderzoekdossiers over de NSU van de binnenlandse veiligheidsdienst. Hij wordt daarin als “zeer gevaarlijk” getypeerd.

AfD

Ondertussen is ook bekend dat Ernst de extreem-rechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) financieel heeft gesteund. Als mededeling op de overschrijving schreef de neo-nazi: “Wahlkampf 2016 Gott segne euch”. Maar helemaal beklemmend is het nieuws dat Ernst lid was van de schietvereniging “1952 Sandershausen e.V.” in Kassel. Volgens de informatie had lid Ernst ongehinderd toegang tot allerlei wapens, waaronder het bij schutters populaire Kaliber 22, het type wapen waarmee Lübcke is vermoord.

Holger Schmidt, terrorismedeskundige bij de Duitse omroep ARD, zegt tegenover de NOS dat “bij al de misdrijven waarvoor hij [Ernst] is veroordeeld racisme en het neo-nazi-gedachtegoed een drijfveer waren. En hij had waarschijnlijk nog steeds contact met neo-nazi’s. Hadden de autoriteiten hem in de gaten moeten houden? Dat is een spannende vraag de komende weken. Bij de binnenlandse veiligheidsdienst stond zijn naam niet op de lijst.” Dat is zeer vreemd en roept natuurlijk veel vragen op. Want juist tijdens de nazi-terreur die de NSU begin deze eeuw uitvoerde, lieten de binnenlandse veiligheidsdiensten het afweten. Of is er nu, net als toen, meer aan de hand?

NSU

Op 6 april 2006 vermoordde de NSU in Kassel de eigenaar van een internetcafé: Halit Yozgat. Hij was het negende slachtoffer van de nazi-terreurgroep. Kassel is zowel de woonplaats van de vermoorde CDU-politicus Lücbke als van de verdachte Ernst. Harald Minkens verwijst in zijn artikel over de NSU van 15 juli 2018 op deze site dat de stad een van de sleutelplaatsen vormt in de betrokkenheid van de Duitse veiligheidsdiensten bij de moorden van de NSU. Bekend is dat er minstens 40 infiltranten van politie en veiligheidsdiensten op een of andere manier betrokken zijn geweest bij de NSU. In het onderzoek naar de moord op Yozgat in Kassel werden meer dan 200 uur aan opgenomen gesprekken gevonden met medewerker Andreas Temme van de veiligheidsdienst van de deelstaat Hessen. Uit die gesprekken blijkt dat Temme, die informanten runde in het nazi-circuit, door zijn superieuren werd gewaarschuwd dat de politie hem op het spoor was. De minister van Binnenlandse Zaken van Hessen werkte dat onderzoek overigens op allerlei manieren tegen. Minkens schrijft over Temme: “Vanwege zijn politieke ideeën stond Temme in zijn jonge jaren trouwens bekend als ‘kleine Adolf’, ook al is hij een meter negentig lang. Hij was destijds aanwezig in het internetlokaal van Yozgatin toen die vermoord werd. Maar Temme zou er helemaal niets van hebben gehoord of gezien, en ook niets hebben gezien van een met bloed besmeurde tafel waar de dode achter lag en waarop hij zelf vijftig cent heeft gelegd. Na verhoord te zijn door de politie bleek dat hij valse verklaringen had afgelegd, en werden bij hem thuis wapens, munitie en fascistische propaganda gevonden.”

Uit het artikel van Minkens blijkt ook dat veel medewerkers van de Duitse veiligheidsdiensten op de hoogte waren van de acties van de neo-nazi’s, maar niets deden of juist het gevaar van deze extremistische groepen ontkende. Bovendien vernietigden deze personen op eigen (?) initiatief honderden dossiers die mogelijk van belang waren voor het onderzoek en de rechtsgang. Opmerkelijk is ook dat een aantal van deze einzelgängers zonder probleem belangrijke politieke posten kregen in deelstaatregeringen of bij ministeries in Berlijn. Er lijkt een constante te bestaan in de Duitse politiek, waarin delen van het veiligheidsapparaat nauw samenwerken met neo-nazistische organisaties en terreurgroepen. Gladio, het mysterie van de bomaanslag op het Oktoberfest in München in 1980 (13 doden, 200 gewonden), en de reeks moorden door de NSU zijn de bekendste wapenfeiten waarbij de verwevenheid tussen staat en extreem-rechts sterk wordt vermoed. Eind vorig jaar werd bekend dat binnen het politiekorps van Frankfurt een groep agenten met extreem-rechtse sympathieën actief was. Ze noemden zichzelf NSU 2.0. De komende maanden moet blijken of in de moord op Lübcke de veiligheidsdiensten opnieuw steken hebben laten vallen, of dat zij zelfs betrokken zijn geweest bij de aanslag.

Harry Prins