De wereld verkinden (deel 2)

De huidige opstand in Frankrijk begon met protest van scholieren. In reactie op hun demonstraties en blokkades van schoolgebouwen zeiden politici en opiniemakers in eerste instantie dat het maar om kinderen ging, die nog niet echt wisten wat ze deden. En die dus niet zo serieus genomen hoefden te worden. Toby Rollo neemt in dit tweedelige artikel van vier jaar geleden een fundamenteel ander standpunt in: we moeten juist wél luisteren naar kinderen. Ja, we zouden de wereld zelfs moeten verkinden. Dat wil zeggen: kinderen centraal moeten stellen! (Deel 1 lees je hier.)
IV. Geslacht en gender
Toen duidelijk begon te worden dat kinderarbeid noodzakelijk was voor het vergaren van rijkdom en vrije tijd voor volwassenen, gingen vrouwen vooral gewaardeerd worden om het feit dat ze kinderen baren. Kinderen kwamen centraal te staan in een nieuw soort domein: de huiselijke kring, die ook een nieuwe vorm van dominantie was. Tot de dag van vandaag zijn vrouwen gebonden aan huis en gezin. De privésfeer staat tegenover de publieke sfeer van mannen: de wereld van politiek, filosofie en kunst.
Kinderen voortbrengen voor rijkdom behoeft indeling in alleen man en vrouw
Het voortbrengen van kinderen moet stabiel zijn en goed verlopen en daarom moet duidelijk zijn wat mannelijk en wat vrouwelijk is. Het binaire geslachtsmodel onderscheidt alleen mannen en vrouwen. (16)
Afwijken van deze indeling in mannen en vrouwen vormt een bedreiging: als mensen geen vaste rollen meer vervullen, dan raakt het gezinsleven ontregeld. Verlangen kan dan los komen te staan van het huiselijke leven en het voortbrengen van kinderen. Daarom speelt het kind een belangrijke rol in conservatieve ideeën over het heilige belang van het traditionele gezin.
Mensen met traditionele opvattingen houden er vaak maatschappelijk achterhaalde (feodale) opvattingen over familiebezit, -nalatenschap en -reputatie op na. Ze zien het gezin terecht als het fundament van een traditionele morele en politieke orde. Want achter de angst om te experimenteren zit een juiste voorspelling: als kinderen de ruimte krijgen om hun eigen weg te zoeken, zullen zij uiteindelijk de wereld van geslacht en gender veranderen. (17)
Wegvallen opgelegde ideeën over wat mannelijk en vrouwelijk is
Het verkinden van geslacht en gender begint met het besef dat kinderen ter wereld komen zonder gender. Ze identificeren zich niet als jongetje of meisje, noch gedragen ze zich op een manier die past bij de indeling in mannen en vrouwen.
Kinderen groeien op in relaties van zorg en ontwikkelen op hun eigen wijze gevoelens van intimiteit en verlangen, waarvan sommige later misschien seksuele gevoelens worden. Maar die gevoelens horen niet bij bestaande volwassen ideeën of indelingen.
Veel niet-westerse culturen geven ruimte aan dit spontane ontstaan van verlangen. Daardoor vormt verlangen zich steeds weer opnieuw en op andere manieren. Begrippen die dit misschien kunnen beschrijven, zijn: queer (iemand die zich qua sekse of seksuele voorkeur nu eens dit, dan weer dat voelt), non-binair (iemand die zich man noch vrouw voelt en/of zich niet prettig voelt bij de indeling van mensen in mannen en vrouwen) en agender (iemand die zich man noch vrouw voelt en dus geen specifieke genderidentiteit heeft).
Deze begrippen proberen de unieke en persoonlijke verlangens en voorkeuren te beschrijven op het vlak van intimiteit. Deze verlangens en voorkeuren voor intimiteit zijn niet gebonden aan voortplantingsseks en vallen niet binnen een vast stramien van mannelijk en vrouwelijk.
Maar zolang homoseksuele en transgender identiteiten en uitingen wel passen binnen de westerse ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid, blijven ze verbonden met en onderdeel van het westerse systeem van heteroseksualiteit en het toekennen van vaste genderrollen. (18)
Pas als zulke opgelegde ideeën over wat mannelijk en vrouwelijk hoort te zijn wegvallen, ontstaat er ruimte voor jongeren om zelf een samenleving te creëren waarin gender geen vaststaand iets meer is. Dan hoeven mensen niet meer te lijden onder het gevoel dat hun lichaam of rol niet meer klopt met wie ze zijn – een gevoel dat veroorzaakt wordt door het dwingende denken in hetero, homo of trans als norm.
V. Afkomst (‘ras’) en kolonialisme
Westerse verhalen over geschiedenis, cultuur en biologie beginnen altijd met het kind. Je hebt het concept “kind” namelijk nodig om de ontwikkeling van kind naar volwassene te omschrijven. Zonder dat concept kon ook de ontwikkeling van primitief naar beschaafd niet worden beschreven. En zo’n ontwikkelingsverhaal werd in het westen juist gebruikt om de verschillen tussen groepen mensen te verklaren.
Ongehoorzaamheid aan autoriteit als erfzonde
Niet-westerse bevolkingen werden vanaf het begin de “kindrassen” genoemd. Hun uiterlijk werd gezien als het bewijs dat ze in een soort eeuwige kindertijd leefden. Daartegenover stond het ideaalbeeld van wit-zijn: een “witte” huid werd gezien als hét kenmerk van volwassenheid en beschaving. Wit en beschaafd zijn werd daarmee hetzelfde als volwassen-zijn en dus ook volwaardig mens-zijn.
Een kind zijn betekent onvolgroeid zijn, infantiel, onderontwikkeld, onbeschaafd, achterlijk, achtergebleven, ontaard, primitief, barbaars, wild, bandeloos en crimineel. Zo werd er ook met kinderen omgegaan: als bezit, als objecten van verlangen, of als goedkope arbeidskrachten.
Op het moment dat Zwarte (19) en Inheemse gemeenschappen werden ingedeeld bij de kindrassen, gebeurde bij hen hetzelfde: ze werden gezien als mensen die je mag uitbuiten, als objecten om naar te verlangen en gewelddadig te straffen. Als ongehoorzame kinderen die moeten worden gecorrigeerd.
Wie zich daartegen verzette, werd beschouwd als bedreiging voor de natuurlijke orde: ongehoorzaamheid was op zichzelf al een zonde. Ongehoorzaamheid aan autoriteit de erfzonde. (20)
Racistische onderscheid volwassen- en kindrassen valt weg
Na de afschaffing van de slavernij zag je steeds vaker Zwarte kinderen op straat, samen met witte kinderen, als bedelaars en weeskinderen. Dat leidde tot onrust in de maatschappij. Mensen maakten zich zorgen over de toekomst van het wit-zijn.
Witte kinderen werden vanaf dat moment anders gezien: niet meer als echte kinderen, maar als jongvolwassenen of toekomstige burgers. Zij kregen toegang tot rechten en voorrechten die eerder alleen voor volwassenen golden, zoals dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Maar degenen die tot de kindrassen behoorden, kregen die rechten en voorrechten niet.
Achter deze verschuiving ging een diepere angst schuil: als alle kinderen gelijk werden behandeld, dan vormde dat een bedreiging voor de bijzondere positie van witte volwassenen. En dus moesten witte kinderen een hogere status krijgen dan Zwarte of Inheemse mensen. Zwarte en Inheemse mensen werden voorgesteld als mensen die voor altijd kind zouden blijven, ongeacht hun leeftijd.
Door het verkinden van onze ideeën over ‘ras’ gaan we dit soort denkbeelden zien. Als we het verschil tussen kind en volwassene loslaten, valt ook het racistische onderscheid tussen zogenaamd volwassen rassen en kindrassen weg. Het verkinden laat zien dat onze opvattingen over ‘ras’ eigenlijk zijn gebaseerd op het kunstmatige idee dat kinderen minderwaardig, bijna als dieren zijn, en volwassenen volwaardige mensen.
VI. Beperking
In het westerse denken over ontwikkeling is het zo dat als het je niet lukt je kindertijd te “ontgroeien”, je jammerlijk mislukt in het worden van een mens. Als het je wel lukt, bereik je de complete vorm en bekwaamheid die als volwassen wordt gezien. In dit denken vormt het hebben van een beperking of onbekwaamheid een belemmering van het “normale” en “natuurlijke” doel van de menselijke ontwikkeling van baby naar volwassene.
Idee van beperking komt voort uit negatief kindbeeld
Als we door een verkinding-bril kijken, verwerpen we het idee dat volwassenheid een prestatie is. In plaats daarvan beschouwen we het als één van de manieren van volwaardig mens-zijn. Andere vormen van mens-zijn geassocieerd met zorg en onderlinge afhankelijkheid zijn net zo waardevol. Ze zijn niet minder dan de zogenaamd zelfstandige manier van leven van volwassenen.
Om te begrijpen wat een beperking inhoudt, moeten we inzien dat het idee van beperking voortkomt uit een negatief beeld van het kind-zijn. Daarin staat het kind dichter bij het dier dan bij de mens. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de manier waarop “verstandelijke beperkingen” zijn ingedeeld. Die worden vaak vergeleken met bepaalde fasen in de ontwikkeling van kinderen.
“Verstandelijke beperkingen” vergeleken met fasen ontwikkeling kind
Niet alleen is het iq-systeem gebaseerd op leeftijd, de termen voor mensen met een verstandelijke beperking (gek, debiel, idioot, imbeciel, enzovoorts) verwijzen ook steeds naar een leeftijd waarop kinderen bepaalde dingen zouden moeten kunnen. Een “debiel” heeft de mentale leeftijd van iemand tussen de tien en twaalf jaar oud. Een “imbeciel” heeft het verstand van iemand die vier tot tien jaar is en een “idioot” dat van een kind van drie jaar of jonger.
Deze indelingen werden vroeger ook gekoppeld aan verschillende soorten werk. Namelijk het soort werk dat paste bij kinderen van een bepaalde leeftijd, of bij volwassenen waarvan gezegd werd dat die nog functioneerden als een kind. Die volwassenen kwamen vast te zitten in een wereld van noodzaak en onmiddellijkheid, in plaats van een wereld van vrijheid en “hogere doelen”. Zo werden het iq en “zwakbegaafdheid” ook reden om volwassenen te behandelen alsof het eigenlijk kinderen waren, met werk dat daarbij paste.
Wie een verstandelijk beperking heeft, is dan dus “blijven steken” in een bepaalde kinderlijke fase. Iemand met een lichamelijke beperking heeft hulp nodig om te bewegen, lopen, iets vast te pakken of om te eten, net als een baby of peuter. Met een beperking ben je eigenlijk net zo afhankelijk als een kind en doe je voor verzorging ook een moreel beroep op anderen. Dat wordt gezien als een ongewenste inbreuk op de vrijheid van de volwassene.
Het verkinden van beperking
Het idee van de volwassene als de menselijke maatstaf – het vermogen om te denken en te handelen – staat tegenover het kind dat niet als volwaardig mens kan functioneren. Dus zonder dat idee van die volwassene als maatstaf kun je ideeën als “stilstand in de ontwikkeling” en “beperking” niet meer onderbouwen.
Het verkinden van beperking betekent dan ook dat we stoppen met het denken in vaste ontwikkelingslijnen van kind naar volwassene. In plaats daarvan erkennen we dat je op verschillende manieren volwaardig mens kunt zijn, ongeacht je leeftijd of verstandelijke of fysieke vermogens. Mensen met een beperking zouden dan ook moeten kunnen deelnemen aan het politieke leven.
VII. Rechtvaardigheid tussen de verschillende generaties
Net als wetenschappelijk werk kan activisme alleen succesvol zijn als het kind centraal komt te staan. Dat begint met het besef dat het kind-zijn geen fase is, maar een eigen manier van mens-zijn. Kinderen hebben een eigen manier van handelen, denken en voelen die niet beter of slechter is dan die van volwassenen.
Als we dat erkennen, kunnen we afrekenen met het idee dat er zoiets bestaat als een natuurlijke ontwikkeling. Dat idee brengt namelijk allemaal andere denkbeelden met zich mee: dat beperking een tekort is; dat sommige mensen “achterlopen” of onvolwassen zijn door hun afkomst (‘ras’), (21) cultuur of ontwikkeling; dat gender zich altijd moet bewegen tussen twee bekrompen en willekeurig vastgestelde idealen: mannelijk en vrouwelijk; enzovoorts.
De trage geschiedenis van sociale rechtvaardigheid is eigenlijk een verslag van de geleidelijke veranderingen van hoe we naar kinderen zijn gaan kijken. Het succes van de vrouwenbeweging, de seksuele revolutie en de burgerrechtenbeweging hing samen met een radicaal andere manier van kinderen opvoeden.
De alternatieve cultuur in de jaren zestig bestond uit jeugdbewegingen die mogelijk werden doordat ouders op een heel andere manier met kinderen zijn omgegaan in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Die diepgaande veranderingen ontstonden mede uit het inzicht dat een strenge opvoeding waarin kinderen vernederd worden een belangrijke rol speelt in het ontstaan van het fascisme.
Taak van volwassenen is het heden te verkinden
De taak van activisten is dan ook om kinderen te bevrijden van de culturele ideeën en verwachtingen die zich in de loop van duizenden jaren hebben opgehoopt. Alleen dan kunnen kinderen de wereld opnieuw vormgeven. Het is niet de taak van volwassenen om te dromen over een verre toekomst, maar om de wereld gereed te maken door het heden te verkinden.
Een toekomstgerichte houding – waarin volwassenen zich vooral bezighouden met wat ooit mogelijk wordt – is eigenlijk een vorm van vluchten uit het heden. Het betekent ook dat volwassenen zich alvast een voorstelling maken van hoe die toekomst eruit moet zien, terwijl die toekomst alleen door de volgende generaties kan worden opgebouwd. Zo’n houding is dus ook oneerlijk tegenover kinderen: het is een soort verbeeldingskolonialisme; het koloniseren van de toekomstige wereld.
Volwassenen zouden zich in plaats daarvan moeten richten op de voorwaarden waaronder kinderen veilig en vrij genoeg zijn om zélf de wereld opnieuw uit te vinden. Als we vergeten dat sociale verandering iets is dat zich afspeelt tussen de verschillende generaties, blijft collectieve besluitvorming voorbehouden aan volwassenen. Zij bepalen dan alles volgens hun eigen manier van denken en doen – en sluiten zo kinderen, en iedereen die als “kinderlijk’ wordt gezien volledig buiten.
Toby Rollo
Dit artikel verscheen eerder onder de titel “Childing the World” in het boek “Trust Kids! Stories on Youth Autonomy and Confronting Adult Supremacy” van Carla Bergman uit 2022. Het is vertaald door Omar Antifah en ook te lezen in The Anarchist Library.
Noten
- 16. Een binair persoon voelt zich man of vrouw en/of voelt zich prettig bij de indeling van mensen in mannen en vrouwen.
- 17. Gender is het geheel van sociale en culturele kenmerken van een sekse/geslacht.
- 18. De auteur heeft het hier over gendering: het proces waarbij mensen automatisch in vaste rollen van “man” en “vrouw” worden geplaatst, met bijpassende verwachtingen over hoe ze zich horen te gedragen, kleden, voelen of hoe ze behoren lief te hebben. Dus gendering verwijst naar het culturele proces waarbij mensen voortdurend in gendercategorieën worden geplaatst of zichzelf daarin leren bewegen, op een manier die als normaal of gepast wordt gezien binnen een bepaalde samenleving. In het westen zijn dat meestal de twee polen man/vrouw en hetero/homo (noot vertaler).
- 19. De auteur gebruikt met opzet een hoofdletter voor “Zwart” en “Inheems”. Waarom? “Kwame Anthony Appiah, hoogleraar filosofie en rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van New York, stelt in een artikel in The Atlantic: ‘Zwart met een hoofdletter geeft aan dat het geen algemene term is voor een of ander kenmerk van de mensheid, maar een naam voor een bepaalde door mensen gemaakte entiteit. Om Simone de Beauvoir te parafraseren: een mens wordt niet zwart geboren, maar zwart gemaakt. Hetzelfde geldt voor al onze sociale identiteiten.’ Zwart met een hoofdletter duidt dus volgens hem op een geconstrueerde en opgelegde identiteit, en niet op een biologisch kenmerk.” (Olave Nduwanje, ‘Waarom veel mensen Zwart met een hoofdletter schrijven (en wit niet)’ in One World, 7 december2021.) Hetzelfde geldt voor Inheems met een hoofdletter (noot vertaler).
- 20. Erfzonde is schuld die de mens door zijn geboorte heeft als gevolg van de zondeval. Zondeval is de daad waardoor de mens uit een staat van onschuld tot schuld vervalt, met name gaat dat over het overtreden van Gods gebod door Adam en Eva (noot vertaler).
- 21. “Roots” in de dagelijkse taal is een populaire term geworden om de eigen identiteit te definiëren. De term wordt gebruikt om te verwijzen naar de plaats waar iemand oorspronkelijk vandaan komt, letterlijk of figuurlijk. “Roots” is vaak gekoppeld aan gevoelens van verlies die verbonden zijn aan (vrijwillige of onvrijwillige) migratie, en wordt vooral geassocieerd met diasporagemeenschappen. In de afgelopen jaren is de term bekritiseerd vanwege de manier waarop het – vaak op een nostalgische manier – verwijst naar een stabiele en vaste identiteit waarnaar mensen zouden kunnen terugkeren.
