Dwangarbeid in Amsterdam nog erger dan gedacht

Logo van het Amsterdamse comité.
Logo van het Amsterdamse comité.

Het Amsterdamse actiecomité Dwangarbeid Nee presenteerde tijdens het Amsterdamse vakbondscafé van 25 oktober een rapport met de lange titel “Rapport over arbeidsbemiddeling, vrijwilligerswerk en dwangarbeid in de gemeente Amsterdam. Een verslag van ervaringen met de ‘stille revolutie’ in de tweede helft van 2012 en in 2013” (pdf). Op de spreekuren van belangenorganisaties, bij strijdorganisaties als Doorbraak en bij vakbonden komen schrijnende verhalen binnen over misstanden die heersen in de dwangarbeidsprojecten. Slechte werkomstandigheden, intimidatie, vernederingen, dreiging met stopzetting van de uitkering als men niet constant naar de pijpen van de werkmeesters danst, en vaak zelfs daadwerkelijke kortingen of stopzettingen van de uitkering voor de meest futiele ‘overtredingen’ van de zeer strenge regels. In dergelijke projecten leert men vaak niets en ze dragen dan ook op geen enkele manier bij aan de kansen op de arbeidsmarkt. Wel verdienen anderen aan de arbeid van uitkeringsgerechtigden.

Het rapport bestrijkt alle informele arbeid en dat is meer dan alleen dwangarbeid. Naast vele praktijkvoorbeelden kom je ook filosofische bespiegelingen tegen over de participatiesamenleving. De vaak uitzichtloze situatie wordt beschreven waarin werklozen terechtkomen en ook de mensen die wel betaald werk hebben, maar niet genoeg om van te leven. Uitgebreid aandacht is er voor de verschillende vormen van werken-en-toch-in-de-uitkering-zitten. Steeds meer mensen zitten niet zozeer “zonder werk”, maar werken juist wel en maken daar zelfs kosten voor. Echter, ze krijgen geen salaris betaald. In Amsterdam werkt de gemeentelijke Dienst Werk en Inkomen (DWI) veel met “participatieplaatsen”: werken “met behoud van uitkering” en soms nog vijfentwintig euro per maand erbij.

Het actiecomité bezoekt diverse plekken waar mensen zo zijn tewerkgesteld. In de pamfletten die bij die bezoeken worden verspreid, noemt het comité dat dwangarbeid. Immers, “je moet er gedwongen aan mee doen. Als je dat niet doet, wordt je uitkering gekort, of zelfs stopgezet. Door ‘met behoud van uitkering’ te werken, verdwijnen er banen waar wel loon tegenover staat. Dan wordt het voor bijstandsgerechtigden nog moeilijker om een betaalde baan te vinden. Dit moet stoppen! Bijstandsgerechtigden verdienen geen armoede, maar fatsoenlijke behandeling en gewoon goed werk met loon voor wie dat wil en kan.”

Streng behandelen

De beleidsfilosofie van wethouder Van Es en de beleidsmakers bij de DWI is er in feite op gericht om bijstandsgerechtigden zo streng mogelijk te behandelen. Uitkeringen worden bij het minste of geringste stopgezet, er zijn strenge controles met huisbezoeken en administratieve controles, een grote afdeling handhaving, vier weken wachttijd voordat men een uitkering kan aanvragen en disciplineringsprojecten waar met behoud van uitkering wordt gewerkt op verschillende plaatsen, zoals in de Herstelling Werk en Uitvoering, op participatieplaatsen en in andere trajecten. De bedoeling is dat er “een cultuuromslag” plaatsvindt bij de klanten en het personeel, die de bijstand moeten gaan zien als een tijdelijke opvang. Betaald werk boven alles, is het motto, en de bijstandsgerechtigden moeten hun best doen om de bijstand zo snel mogelijk weer te verlaten. Er wordt in dat opzicht grote druk uitgeoefend en die druk wordt geleidelijk aan door steeds nieuwe maatregelen steeds verder opgevoerd. Deze werkwijze wordt gemotiveerd met het argument dat betaald werk het beste voor bijstandsgerechtigden is. Werkgevers moeten ook iets doen in dit participatiemodel. Die moeten ertoe worden aangezet om niet te discrimineren in het personeelsbeleid, door bijvoorbeeld in “social return”– contracten langdurig werklozen of gedeeltelijk gehandicapten aan te nemen. En werkgevers wordt gevraagd om een sociaal diversiteitsbeleid te voeren.

In de praktijk zijn de werkgevers echter volkomen autonoom in hun bedrijfsvoering en personeelsbeleid, en zoeken ze goedkope arbeidskrachten die hun winstgevendheid kunnen versterken. De overheid in het algemeen, en de lokale overheid in het bijzonder, beschikt niet of nauwelijks over een beleidsinstrumentarium om de werkgevers in hun gedrag te beïnvloeden. Alles moet komen van subsidies, lobbywerk en paaien met een beroep op hun sociale gevoel. En in de praktijk leidt die situatie dus tot schrijnende misstanden. De disciplinering van werklozen, met het doel zoveel mogelijk mensen uit de uitkering te krijgen, betekent dat zij zich op de arbeidsmarkt aanbieden zonder veel voorwaarden aan hun baan te stellen of te kunnen stellen. De werkgevers, van wie sommigen in de praktijk in feite geen cent willen uitgeven aan de integratie van migranten, langdurig werklozen en gehandicapten, maken van de relatief machteloze dwangpositie van de aanbieders van arbeidskrachten maar al te graag gebruik om goedkoop aan personeel te komen. Door haar oogkleppenpolitiek is de Amsterdamse overheid zich nauwelijks bewust van de sociale gevolgen van haar beleid in de huidige situatie.

Vrije jongens

In het rapport worden voorbeelden gegeven van misstanden in disciplineringsprojecten en bij de uitvoering van participatieplaatsen. De gemeente zet via haar nieuwe RBA-reïntegratiebedrijf Amsterdam, via Pantar en via de stichting Herstelling veel projecten op. De disciplinering houdt onder andere in dat men zonder te protesteren opdrachten vervuld waarbij verder geen uitleg wordt gegeven. Zo werd tegen een werkzoekende gezegd: “Om te laten zien dat je gemotiveerd bent, moet je eerst zes weken papier prikken”. De man weigerde overigens, en kreeg geen boete want dat is juridisch niet waar te maken.

Het comité heeft de indruk dat het hogere management en enige tientallen klantmanagers en reïntegratieconsulenten van de Herstelling en het Praktijkcentrum een beetje de vrije jongens en meisjes zijn binnen de bureaucratische organisatie van de DWI. Zij mogen dingen doen en maatregelen jegens de klanten nemen die juridisch eigenlijk niet door de beugel kunnen en die andere ambtenaren niet mogen nemen. Zij worden daarbij gedekt door de afdeling beleid van de DWI en de directie.

De betrokken dwangarbeiders ervaren de projecten aan de Laarderhoogtweg als een aaneenschakeling van vernederingen, perspectiefloosheid, niet nakomen van beloften, en sommigen moeten maandenlang, ja soms meer dan een jaar in de projecten werken, waarbij ze aan het lijntje worden gehouden met: “Ja, als je drie maanden je best doet, dan krijg je een opleiding.” Het werk in de projecten is vaak zinloos en geestdodend. Zo moeten sommigen maandenlang acht uur per dag vier of vijf dagen in de week papieren in dossiers tellen. Alleen tellen. Dat getal moeten ze dan in de computer invoeren. Hup volgende dossier. Een, twee, drie…. “Ik ben in een gevangenis,” verklaarde een dwangarbeider: “Als je ziek wordt, zeggen ze: je komt morgen maar, anders gaan we je dertig procent korten.”

Strafkortingen worden in strijd met de gemeentelijke verordening onaangekondigd doorgevoerd. Mensen ontdekken plots dat er minder of in het geheel geen geld op hun rekening wordt gestort. Hen wordt vaak niet verteld dat ze daartegen nog iets kunnen ondernemen door binnen zes weken bezwaar aan te tekenen.

Bestaansonzekerheid creëren

Het rapport beschrijft manieren waarop de DWI met trajecten bestaansonzekerheid creëert. Namelijk door mensen op te roepen voor allerlei vaak zinloze trajecten. Mensen die niet komen,  krijgen forse kortingen. Gelukkig zoeken sommige werklozen dan hulp van de Bijstandsbond. Een voorbeeld van 26 maart: “Een man komt op het spreekuur. Hem is door dezelfde beruchte klantmanager, die strooit met de maatregel van ‘drie maanden geen uitkering’, een korting opgelegd en hij is niet opgeroepen om zich te verdedigen. De officiële procedure is dat bij het niet verschijnen op een oproep voor onderzoek naar arbeidsinschakeling de eerste keer een waarschuwing, de tweede keer dertig procent en de derde keer honderd procent wordt gegeven. Hier gebeurt echter de eerste keer dertig procent, de tweede keer honderd en de derde keer driehonderd. Terwijl hij heeft afgebeld.”

Deze intimiderende gedragswijze schiep een sfeer van angst bij de bijstandsgerechtigden bij wie de vierdaagse training van de Herstelling berucht is. Vooral sommige klantmanagers aan de Laarderhoogtweg zijn zeer streng. Er valt niet met hen te praten, ze strooien met kortingen. Overigens is het beleid na protesten van advocaten bijgesteld. Maar hoeveel bijstandsgerechtigden zijn al het slachtoffer zijn geworden van deze praktijken?

Dat advocaten voor de rechter gelijk krijgen, was voor de wethouder geen belemmering: Van Es ging gewoon lobbyen in Den Haag om de illegale praktijken gelegaliseerd te krijgen. Per 1 juli 2013 is het strenge beleid van de gemeente Amsterdam landelijk ingevoerd bij werklozen in de bijstand die niet komen opdagen na een oproep om over betaald werk of de toeleiding naar betaald werk te komen praten. Of die naar het oordeel van de sociale dienst niet voldoende meewerken aan een onderzoek naar een aangeboden voorziening. Na 1 juli hebben gemeenten de beleidsruimte om meteen automatisch over te gaan tot volledige opschorting van de uitkering en daarna stopzetting, zonder aanzien des persoons. Het gaat om een wijziging van artikel 17 lid 2 WWB.

Overigens bestaat er onder juristen en ambtenaren grote verwarring over de interpretatie en motivatie van de nieuwe maatregel. Juristen begrijpen de teksten die op de maatregel betrekking hebben nauwelijks. In de praktijk is het nu een dode letter geworden dat de individuele beoordeling van de maatregel afgestemd dient te worden op de omstandigheden van de persoon of het gezin. De uitkering wordt opgeschort of stopgezet, en men zoekt het maar uit.

Betaald werk?

Veel voorbeelden in het rapport geven aan dat de trajecten meestal niet helpen bij het vinden van voldoende betaald werk. Wel worden er mooie praatjes gehouden over de trajecten. Die mooie praatjes staan in schril contrast met wat bijstandsgerechtigden vertellen: “Ga maar ramen lappen, zeggen ze dan. En de wc’s schoonmaken. En als je iets schoongemaakt hebt, komt er iemand anders die het nog een keer gaat schoonmaken. Sterker nog, na kantoortijd komt een professioneel schoonmaakbedrijf de ruimten schoonmaken. Iemand vroeg een keer: ‘maar waarom moet ik dan ook hetzelfde schoonmaken?’ Het antwoord luidde: ‘jullie moeten oefenen in schoonmaken’. En dat dus maanden lang.”

Pogingen van uitkeringsgerechtigden om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten worden tegengewerkt. Iemand wilde behalve de summiere schoonmaakcursus van de Laarderhoogtweg zelf – op eigen kosten – een andere cursus volgen. De reactie was: “Dat doe je dan maar in je vrije weekend. Door de week moet je hier aanwezig zijn”. Het is onmogelijk om in de tijd van het DWI pogingen te ondernemen om aan betaald werk te komen, vertelt menigeen. “Ze hebben niets, geen faciliteiten, laat staan dat je er gebruik van kunt maken. Internet is er niet, wordt je niet aangeboden. Je moet aanwezig zijn, en dat is het. Ze hebben dingen beloofd, maar er komt niets van terecht. Ze zeggen steeds: ‘We gaan voor je kijken naar een baan, we gaan ons daar voor inspannen’, maar ze doen in dat opzicht helemaal niets. Als je vraagt: ‘Hoelang moet ik hier blijven’, dan krijg je een ontwijkend antwoord. Ze zeggen: ‘Je blijft hier korte tijd’, maar in de praktijk blijven mensen er heel lang.”

In de schulden

Alleenstaande moeders met kinderen moeten de kosten van de kinderopvang zelf betalen als ze gaan dwangarbeiden. Ze krijgen twintig of dertig euro per kind per maand, terwijl de kosten van de opvang per kind minstens negentig euro zijn. Vooral vrouwen met meerdere kinderen komen daardoor in de schulden. De autoriteiten op de Laarderhoogtweg zijn zeer inflexibel als het gaat om afspraken over werktijden in verband met de kinderen. Die moeten ’s morgens naar school, maar hun moeders moeten vroeg aanwezig zijn op het centrum. Praten over wat later komen omdat de kinderen naar school moeten worden gebracht, is onmogelijk. De leiding dreigt dan onmiddellijk met kortingen van dertig procent en meer. Dwangarbeiders krijgen om naar de Laarderhoogtweg te reizen een onkostenvergoeding van twintig euro per maand, maar dat is lang niet voldoende om de kosten te dekken.

Een vrouw doet haar verhaal als ze twee maanden bij het Praktijkcentrum zit, waar ze vier dagen per week werkt. Ze heeft twee kinderen op de naschoolse opvang, honderdtachtig euro per maand, die ze zelf moet betalen. Maar ze heeft dat geld gewoon niet en heeft nu twee maanden achterstand. “We zijn allemaal volwassen vrouwen, maar zo worden we niet behandeld, je leert er niks.” Ze moet strijken, maar dat kan ze al lang. “Volgens hen is het een traject schoonmaken van kantines en toiletten, en kleding strijken voor horecabedrijven. Overdag mag je niet naar buiten.” Ze werkt er nu twee maanden. “Soms is er niks te doen en zit je naar de klok te kijken tot je weg mag. Ze weten niet hoelang ik hier moet blijven. Je moet de mensen werkmeesters noemen, ‘chef Henk’. Je hebt niks te willen, je moet het gewoon doen. De werkmeesters zijn het ergste, ook de vrouwen. De schoonmaakploeg bestaat uit vijftien man. Ik stort helemaal in. Het gaat de verkeerde kant met mij op. Ik word er depressief van, het is gewoon te veel om dat de hele dag mee te maken. Het is echt niet te doen. Als je niet doet wat ze zeggen, dan wordt je uitkering gekort of stopgezet. Het is echt dwangarbeid. En veel andere vrouwen spreken niet zo goed Nederlands en durven helemaal niks te zeggen.” Ze mogen niet eten of drinken voor twaalf uur. “Geen koffie, niks. Alleen water.” Tussen de middag moeten ze om twaalf uur verplicht aan tafel zitten. “Ik wil gewoon naar buiten, even een frisse neus halen en weg van daar.”

Stalking

Er heerst onder de klantmanagers een cultuur die aanwezigen op een bijeenkomst van het comité omschrijven als stalking tot in het privéleven. Ze proberen mensen regelmatig onder druk te zetten om in hun telefoon te mogen kijken en hun privé-email te mogen bekijken. Mensen mogen hun telefoon niet aan hebben staan tijdens de gesprekken met de klantmanager en op het werk. Een van hen had dat toch gedaan. Tijdens het gesprek ging de telefoon. “Zet uit, dat ding, zet uit!”, schreeuwde de klantmanager. “Maar het is de school van mijn zoon”, antwoordde de vrouw, waarop de klantmanager reageerde met: “Dat geloof ik niet! Laat onmiddellijk zien! Laat zien!” De vrouw: “Ze behandelen je als een kind en ze geloven je nooit.” Er heerst continu wantrouwen jegens de motieven van de uitkeringsgerechtigden.

Anderen verdienen

Wanneer het personeel van schoonmaakbedrijven met vakantie gaat, zoals in de zomervakantie, stuurt de DWI dwangarbeiders ter vervanging. Deze dwangarbeiders werken er zonder salaris in het kader van een zogenaamde “proefperiode”. Wanneer de schoonmakers van vakantie terug zijn gekomen, moeten de dwangarbeiders weer naar de Laarderhoogtweg. De vraag is hoe deze constructie financieel is geregeld. De opdrachtgevers, zoals de ING, betalen schoonmaakbedrijven voor het werk, maar de schoonmaakbedrijven betalen de dwangarbeiders niet.

Veel mensen hadden recente werkervaring toen ze op de Laarderhoogtweg kwamen. Ze geven aan dat ze nauwelijks tijd overhouden om een echte baan te vinden. Of dat wel echt de bedoeling is van de trajecten vraag je je ook sterk af vanwege het volgende verhaal. “Ik heb een vraag, iets wat ik graag beter wil begrijpen. Ik ben ‘tewerkgesteld’ door de DWI, iets wat ik niet erg vind, op zich. Ik wil heel graag een baan vinden, en uit die uitkering raken. Het frustrerende is dat ik nu in een ‘project’ ben geplaatst, voor een bedrijf (bedrijf X) dat het stadsarchief inscant. Ze krijgen daar een flink bedrag voor, neem ik aan, van de gemeente Amsterdam. Maar ze werken alleen met ons, tewerkgestelden dus zogezegd. Ik had een gesprek waaruit ik begreep dat ze elk half jaar de medewerkers willen verversen, dat betekent dat ze iedereen die er op dat moment werkt weer terugsturen naar de Bijlmer, naar de Herstelling, en daar weer nieuwe mensen uitvissen. Ze zijn helemaal niet van plan om mensen aan te nemen. Ik snap niet dat dat mag en kan. Het is een commercieel bedrijf, op deze manier hebben ze toch gewoon gratis werknemers, zonder dat die enige rechten hebben ook nog. We moeten flink aanpoten daar, maar voor wat? Ik heb hun site net bekeken en daar hebben ze het over ‘sociaal verantwoord ondernemen’. Alsof ze de maatschappij een dienst verlenen. Ik snap er werkelijk niets van: eigenlijk betaalt de maatschappij voor uitkeringsgerechtigden die zij in stand houden. Ik druk me misschien onhandig uit, maar het zit me zo ontzettend dwars.”

Een ander geeft ook aan dat er geen perspectief is. “Als je niet verschijnt, stoppen ze je uitkering. Ik werk daar nu vier maanden, tweeëndertig uur in de week. Ze hebben me nog nooit werk en/of een opleiding aangeboden. Ze hebben niks voor mij. Ik ben tweeënvijftig jaar. Ze hebben niet gezegd hoelang het gaat duren. Het is gewoon slavernij, eerlijk gezegd. We moeten onze reiskosten grotendeels zelf betalen. Je kunt wel naar buiten lopen en een sigaret roken, maar het hangt er erg vanaf van of de werkmeester streng is of niet. Sommigen werken hier al twee jaar. Het kan jaren duren. Er is geen einddatum. Het is gewoon dwangarbeid. Ik heb ook bij het inscanbedrijf in West gewerkt. Ze werken samen met het Gemeentearchief van Amsterdam. Dossiers scannen en invoeren in de computer. Daar in West is het commerciële bedrijf gevestigd. Ze hebben een contract met de DWI en er is alleen een vrouw aanwezig. De rest werkt met behoud van uitkering. Ze schijnen in de toekomst nog te willen uitbreiden. Meer scanapparaten neerzetten. Die vrouw is heel streng. We hebben helemaal geen perspectief. Helemaal niks. Je moet in eigen tijd maar zien dat je solliciteert. Ze doen niks voor je. Je moet het gewoon zelf maar uitzoeken. Je moet zelf netwerken, zij hebben geen contacten. Er staan in het rapport nog ettelijke voorbeelden. Ook over het Amsterdamse Bos waar de problemen met een directeur waren besproken. Alles zou goed komen. Niet dus.

Aan de zogenaamde participatieplaatsen zijn officieel voorwaarden verbonden, zoals additionaliteit, de duur van de participatieplaats en dat het geen betaalde arbeid mag verdringen. Maar in de praktijk werkt een vrouw in haar eentje in een kledingwinkel en is de andere kracht, die betaald werd, niet meer nodig. En wat is er additioneel aan de functie van nachtportier als de werkloze daar in z’n eentje zit?

Het rapport neemt ook interessante berichten van wetenschappers in ogenschouw. Alex Corra, wetenschappelijk onderzoeker aan de Vrije Universiteit, promoveert over de uitvoering van het werken ‘met behoud van uitkering’. Hij zegt dat de bestuurders werken vanuit een soort ideaalbeeld van de ideale burger, die oppassend is, actief, iets doet voor de samenleving, voor zichzelf zorgt, dat wil zeggen betaald werk zoekt, enzovoorts. In het kader van de bezuinigingen in de kapitalistische economie – waarbij allerlei voorzieningen wegvallen en de toegang tot de sociale zekerheid wordt beperkt – komt dat beeld ook wel goed uit: men laat de mensen die minder hoge arbeidsproductiviteit hebben aan hun lot over, men onderzoekt niet wat er met die mensen gebeurt, verdedigt dat met het ideaalbeeld (waar de beleidsmakers dikwijls zelf van overtuigd zijn). Dan heb je een motivatie om goedkoper uit te zijn, waarbij goedkope arbeidskrachten beschikbaar komen die gedwongen zijn – door het ontbreken van voorzieningen en sociale zekerheid – zichzelf tegen elke prijs te verkopen. Dat is dan de participatiesamenleving, althans die van de overheid. Als we het dan toch zelf moeten doen, in hoeverre willen we dan dat de staat zich daarmee gaat bemoeien en ons gedrag probeert te controleren en te reguleren?

Het rapport werd na het verschijnen door GroenLinksers weggehoond op Joop.nl. Die voelen zich mogelijk aangevallen omdat hun boegbeeld Van Es verantwoordelijk wethouder is van onder meer de DWI. De klachten in het rapport zouden subjectieve interpretaties zijn van mensen met een dubbele agenda. GroenLinks-gemeenteraadslid Jan Hoek was zelf in het Amsterdamse Bos geweest, en had gezien dat daar niets aan de hand was. Dat gezeur van mensen over werken met behoud van uitkering moest kennelijk maar eens afgelopen zijn. Hans Groen, bestuurder van GroenLinks Midden Drenthe, maakte het rapport ook verdacht. Het voldeed niet aan de methodische vereisten voor een wetenschappelijk onderzoek en zou dus niet waar zijn. De ontstellende arrogantie van de macht.

Jeroen Breekveldt