Extreem-rechtse bisschop Athanasius Schneider begin juni op bezoek in Nederland

Athanasius Schneider.
Athanasius Schneider.

In 2013 rangeerde paus Franciscus de Amerikaanse kardinaal Raymond Burke op een zijspoor door hem te benoemen als hoofd van de Orde van Malta, een filantropische instelling zonder directe politieke en religieuze invloed. Hoewel de held van fundamentalistische katholieken ook vanuit die ongevaarlijke positie zijn ongenuanceerde meningen blijft ventileren – begin 2015 plaatste hij in een interview homo’s, hertrouwde katholieken en moordenaars op een lijn – moesten zij op zoek naar een nieuwe patroonheilige. Die hebben ze gevonden in Athanasius Schneider, “hulpbisschop van Astana in Kazachstan”. Op 6 juni komt Schneider naar Nederland, op uitnodiging van de katholieke stichting Civitas Christiana.

Het dorp Heilig Landstichting, bij Nijmegen, kenden we alleen als de woonplaats van wielerliefhebber en ex-premier Dries van Agt. Maar daar zetelt ook een aantal fundamentalistische katholieke organisaties, waaronder Civitas Christiana. Civitas, met directeur Hugo Bos, die leiding geeft aan vijf medewerkers, is het bruggenhoofd van de Amerikaanse organisatie Tradition, Family and Property (TFP). Die is in 1960 in Brazilië opgericht door Plinio Correa de Oliveira (1908-1995) die er een bizarre persoonlijkheidscultus rond hemzelf en zijn moeder op nahield. De extreem-rechtse club heeft alle kenmerken van een sekte, maar haar invloed reikt verder dan alleen het religieuze leven. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werkte de klassiek reactionaire TFP in Latijns-Amerika nauw samen met militaire dictaturen, de CIA en het Pentagon. Plinio en zijn volgelingen, waaronder veel hooggeplaatste militairen in Brazilië en Chili, wilden de maatschappij zuiveren van marxistische invloeden en inrichten naar het fascistische staatsmodel van Benito Mussolini. De organisatie is voor privébezit, is nationalistisch, xenofoob en anti-revolutionair, streeft herstel van de katholieke aristocratie na en is fel anti-communistisch (tegenwoordig maakt TFP zich meer zorgen over het “sociaal verval”: gelijke rechten, multiculturalisme, gendertheorie, etc.). TFP was betrokken bij de staatsgrepen in Brazilië in 1964 en Chili in 1973. In beide landen werkte de sekte van De Oliveira nota bene samen met extreem-rechtse katholieken om progressieve katholieken – bevrijdingstheologen – te bestrijden. Hij zag de fundamentalistische katholieken als “onze kerk, een klassenkerk, tegenover hun kerk, klasseloos en subversief”.

Imperialisme

Aan de Braziliaanse Escola Superior de Guerra, bedenkers van de Doctrine van Nationale Veiligheid in hun land, werkten veel docenten die lid waren van de TFP. De Doctrine van Nationale Veiligheid was direct na de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten bedacht en legitimeerde het imperialisme, het anti-communisme, de martelingen, de geheime politie, de rol van militairen en het plegen van coups in Latijns-Amerika (en daarbuiten). Saillant detail is dat deze doctrine werd ingevuld op basis van documenten die het Amerikaanse leger uit nazi-Duitsland mee had gebracht. Centraal in de doctrine, die op nationaal niveau door veel Latijns-Amerikaanse dictaturen werd toegepast, staat de “geo-politiek”: het leven van personen, groepen en ‘volkeren’ als een permanente strijd tussen de verschillende machtscentra. Het gaat om een totale oorlog die zich afspeelt over de hele wereld en zowel burgers als militairen mobiliseert. Ze is anti-communistisch en ziet in iedere hervorming van politiek of samenleving een “communistische samenzwering”. De aan de TFP verbonden docenten van de Escola Superior de Guerra ontwikkelden in Brazilië het door de militairen verplicht voorgeschreven “moreel en burgerlijk onderwijs curriculum”. De Braziliaanse pedagoge Maria Nilde Marcellani (1931-1999), die onderzoek heeft gedaan naar deze onderwijsmethode, zei dat het curriculum duidelijk beïnvloed is door de onderwijsfilosofie van het nationaal-socialisme.

Het denken in termen van ‘onze’ kerk, die het traditioneel-orthodoxe hiërarchische geloven verdedigt tegenover ‘hun’ kerk – progressief, open naar de wereld, pluriform – is terug te vinden in het wereldbeeld van Civitas Christiana en het netwerk van verwante fundamentalistische katholieke organisaties. Het is de strijd die de katholieke kerk sinds de vorige eeuw – en in verhevigde mate na de verkiezing van paus Franciscus – in haar eigen gelederen voert: traditioneel en conservatief versus hervormingsgezind en progressief. Civitas introduceert bisschop Schneider als “één van de stemmen in de Kerk van vandaag die luid en duidelijk de katholieke leer en orthodoxie verdedigen”. Hij zal praten over het “katholieke geloof en martelaarschap: over de heilige Traditie en zonden tegen het geloof; over de strijd tussen de wereld en het geloof en de verwarring tussen waarheid en onwaarheid”.

Zwarte Piet

In de vorige eeuw riepen Plinio Correa de Oliveira en zijn Tradition, Family and Property de katholieke gelovigen op ongehoorzaam te zijn aan hun bisschoppen. Het was een beproefde tactiek in Latijns-Amerika, en de TFP – en haar Nederlandse kantoor onder de rook van Nijmegen – gebruikt die nog steeds. Dat blijkt uit het uitnodigen van bisschop Schneider. Het zijn verwarrende tijden in kerk en wereld, maar “gelukkig zijn er nog wel prelaten die onbeschaamd de katholieke leer van alle eeuwen blijven verkondigen. Z.H.E. Monseigneur Athanasius Schneider o.r.c., is daar één van”, schrijft Civitas Christiana. “Terwijl veel hoge prelaten zich openlijk inlaten met progressieven en modernistische uitspraken doen, steekt Mgr. Schneider zijn nek uit en durft pal voor onze Heilige Moederkerk te gaan staan.” Schneider zegt bijvoorbeeld dat de katholieke kerk nu een vierde crisis in haar bestaan doormaakt. De kerk is volgens Schneider nu al vijftig jaar in een crisis gedompeld, niet toevallig de periode van na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), waar volgens de traditionele katholieken de kerk haar leer verloochende en volgens De Oliveira “het communisme de kerk infiltreerde”.

Waar Civitas zich richt op de kerk, bemoeit de stichting zich onder de noemer “Cultuur onder Vuur” met het politieke en maatschappelijke debat. Zo spreekt men zich uit tegen “de islamisering van Nederland”, vraagt men zich af of kleindochters later een boerka zullen dragen, en zwelgt men nostalgisch in de mythe van “het land met Zwarte Piet in de decembermaand, kerkklokken die ’s zondags luidden en waar je ’s avonds gewoon over straat kon gaan, zonder dat je voor je veiligheid moest vrezen”. Tot nu toe blijft het bij het organiseren van bijeenkomsten en ontvangen donateurs de “unieke ‘ik schaam mij niet voor Zwarte Piet’-vlag”. Maar ondertussen timmert de stichting stevig aan de uitbouw van een Europees en Amerikaans netwerk en lopen er lijnen met populistische en rechts-extremistische organisaties en partijen. De contouren van een alliantie van fundamentalistische katholieken en rechts-populistische partijen tekenen zich steeds duidelijker af.

Harry Prins

Bronnen:

  • “Cry of the People. The Struggle For Human Rights In Latin America – The Catholic Church In Conflict With U. S. Policy”, Penny Lernoux, 1982.
  • “The Church and the National Security State”, José Comblin, 1984.