“Online commentaren gedrenkt in vitriool” – mijn jaren in de echokamer van alt-right

Politiek anker voor boze witte mannen?

Stuart Stevens ontdekte in 2016 dat hij werkte voor een partij die helemaal niet bestond. Die, zo geeft hij eerlijk toe, alleen in zijn fantasie had bestaan. Stevens was politiek strateeg en campagneleider voor diverse kandidaten van de Republikeinse Partij op lokaal en nationaal niveau in de Verenigde Staten. Tot het moment dat Donald Trump zich verkiesbaar stelde en de presidentsnominatie in de wacht sleepte. “Once there is no challenge to the craziest of ideas that have no basis in fact, it is easy for Trump to take one small bit of truth and spin it into an elaborate fantasy”, schrijft Stevens in “It was all a lie: how the Republican Party became Donald Trump” (2020).

Stevens begon met zijn politieke werk in 1978. Bijna veertig jaar later komt hij erachter dat het allemaal leugens waren: “It is a strange, melancholy feeling to turn sixty-five and realize that what you have spent a good portion of your life working for and toward was not only meritless but also destructive.” Het kostte mij bijna de helft van dat aantal jaren – 2000 tot 2018 – en dan nog. Op deze site verscheen eind 2018 een artikel van mijn hand waarin ik terugblik op twintig jaar conservatisme. De slotregel luidt: “Genoeg is genoeg”. Maar het was niet genoeg. De sirenenzang van het conservatisme bleef lokken.

Dittoheads

En voor ik het wist zat ik weer “volksnationalisten”, “patriotten”, “trots blank adepten” en “PVV-ers” op Twitter te volgen en te liken. De algoritmen van de socials werken ondoorgrondelijk. Lekker dom bezig in de alt-right bubbel. De echokamer van fascistisch gedachtegoed, waar de scheidslijnen tussen ‘degelijk’ conservatief, nieuw-rechts en neo-fascisme zeer dun en flexibel zijn. Waar het blijkbaar normaal is dat leden van gevestigde partijen tweets liken van het type roeptoeters waar je op straat niet mee gezien wil worden. Het hele netwerk van alt-right volgen: PVV-ers, boze boeren, extreem-rechtse uitgevers in binnen- en buitenland, obscure Duitse tijdschriften, identitaire straatvechters, pseudo-journalisten die een “slegts vir blankes” omroep oprichten, schedelmeten propageren of verontwaardigd iedere associatie met racisme en nazisme van de hand wijzen, maar ondertussen die mensen wel ruim baan geven, etc. Onderzoeker Ico Maly schrijft in zijn boek “Nieuw Rechts” (2018) over deze “angry white men”: “Die groep van angstige mannen is de laatste decennia vakkundig gekneed tot boze mannen… ze luisteren en lezen alleen achter hun scherm. Ze schrijven online commentaren gedrenkt in vitriool. Ze vallen liberals, feministen en journalisten aan.”

Liken, retweeten, en vooral heel verontwaardigd en boos zijn. Stevens citeert Max Boot (ook al een conservatieve bekeerling), die over de beruchte talk-radio presentator en zijn publiek schrijft: “Limbaugh called his fans ‘dittoheads’ because they mindlessly echoed his prejudices – or he theirs; the pandering went both ways.” Dag en nacht destructief bezig zijn. De extreem-rechtse twitteraars leveren geen argumenten, maar schelden en maken anderen belachelijk of bedreigen ze. Ze geven zwarte activisten zogenaamde humoristische bijnamen en zijn vervolgens verontwaardigd over de ophef die ontstond nadat mannen verkleed als Zwarte Piet aanbelden bij het vermeende woonhuis van Akwasi. Let wel, ik heb het over de mensen die nog redelijk te volgen zinnen in het Nederlands kunnen produceren! Niet de haters die alleen maar scheldwoorden en lichaamstaal de wereld in slingeren. “Something very different was happening in right-wing media than in centrist, center-left, and left-wing media”, schrijven Amerikaanse onderzoekers in het boek “Network Propaganda: Manipulation, Disinformation, and Radicalization in American Politics” (2018). “First, to speak of ‘polarization’ is to assume symmetry. No fact emerges more clearly from our analysis of how four million political stories were linked, tweeted, and shared over a three-year period than that there is no symmetry in the architecture and dynamics of communications within the right-wing media ecosystem and outside of it.”

Antisemitisme

De uitkomsten van het Amerikaanse onderzoek bevestigen de waarneming dat binnen extreem-rechts en hun mediakanalen complottheorieën wijd verbreid zijn. En alleen in hun wereld. Buiten de alt-right echokamer vinden we niet iets vergelijkbaars. Binnen hun bubbel versterken de fascisten en racisten elkaar alleen maar. Rode draad in al hun tweets en retweets is dat er een linkse samenzwering bestaat die de wereld wil overnemen en beheersen. En links, dat is de elite. En de elite, dat zijn: de NPO, de “main stream media” (in alt-right terminologie de “lame stream media”), kosmopolieten, de EU, de VN, moslims, vluchtelingen, en vooral George Soros. En George Soros financiert allerlei linkse organisaties. En George Soros is een Hongaarse jood; ergo, Joden willen de wereld overnemen. En daarmee zijn we bij de oudste en meest klassieke samenzweringstheorie die bestaat: het antisemitisme. Hoe bizar mensen binnen de alt-right wereld hun meningen samenstellen, laat Forum voor Democratie zien. De partij zegt achter Israël te staan en antisemitisme te veroordelen, maar tegelijkertijd verspreiden Forumleden en aanhangers op sociale media en in app-groepen nazi-memes en SS-teksten. Binnen de PVV gebeurt precies hetzelfde en vindt de partijleider het geen enkel probleem om met de Hongaarse premier op de foto te gaan, terwijl diezelfde premier leiding geeft aan een partij die gebruikt maakt van antisemitische vooroordelen.

Binnen de conservatieve wereld heeft zich een bijzondere ontwikkeling voltrokken. Grofweg gezien was er van oudsher het Angelsaksische conservatisme, dat zich sterk maakt voor traditie, geleidelijke verandering en de natie (althans, zo presenteert het zich altijd; Corey Robin heeft een goed boek over dit frame geschreven). Daarnaast staat het continentale conservatisme, dat terug verlangt naar het verleden en dit wil realiseren door revolutie, en zich beroept op “de stam” of “het volk” (“de zuivere etniciteit”). Eind vorige eeuw begon een fusie tussen deze twee vormen van conservatisme, en met de komst van Trump werd het samengaan bezegeld. De vestiging van de Verenigde Staten is deels geïnspireerd door de idealen van de Verlichting. Maar het conservatisme van Trump en zijn aanhangers kenmerkt zich juist door het reactionaire anti-verlichtingsdenken (twitteraars die dit aanhangen haal je er zo uit: ze schrijven Traditie met een hoofdletter): Blut und Boden, etnische homogeniteit, volksnationalisme, gesloten gemeenschap, autoritair. Maly noemt als gemeenschappelijke noemer het “etnoculturele nationalisme”, dat meer de nadruk legt op culturele verschillen, gemeenschap en het verdedigen van een morele orde. Het bijzondere van deze rechtse coalitie is, zo schrijft Maly, dat het cultureel nationalisten en biologische nationalisten verenigt. De beweging wil een anti-democratie realiseren: “Ze dromen luidop van een wereld van soevereine en homogene etnoculturele naties en regio’s. Plaatsen waar het belang van de natie, de groep, belangrijker wordt geacht dan de rechten van het individu”, aldus Maly.

Genoeg

Is het ooit genoeg? Het stemt best wel somber dat zich binnen rechts en extreem-rechts een unieke ontwikkeling voltrekt. Eén die, zo constateren Maly en zijn collega-onderzoekers in de Verenigde Staten, niet plaatsvindt in andere politieke en maatschappelijke kringen. Een hermetisch gesloten bubbel, die in leven wordt gehouden door algoritmes, psychografische profielen, click farms en bots, en die zich voedt met samenzweringstheorieën, racisme, haat en bedreigingen. Een alt-right echokamer vol anti-democraten, fascisten, neo-nazi’s, racisten en complotdenkers. Hoe groot is hun invloed? Wordt die nog groter? Hoe valt hier aan te ontsnappen? Kunnen we mensen uit die bubbel bevrijden? En hoe?

Voor mijzelf werd de woede, de paranoia, het voortdurende virtueel jagen op politieke tegenstanders en afvalligen teveel. Zoveel haat, zoveel destructie, zoveel paranoia. Mezelf vastbinden aan een boekenkast vol werken van humanisten, de Frankfurter Schule, Lutz Taufer, Frantz Fanon, Ibram Kendi en Gloria Wekker, en niet te vergeten (voor de insiders) alle uitgaven van het Institut für Sozialforschung uit Hamburg. Dat lijkt mij de beste remedie om de sirenenzang van extreem-rechts te weerstaan.

Harry Prins