Ook de strijd tegen je baas en huisbaas is anti-fascisme

Ruim honderd mensen deden zaterdag mee aan de strijdbare anti-fascistische manifestatie bij de ingang van de Nieuwe Kerk op de Markt in Delft. Die was georganiseerd door Delft Solidair om duidelijk te maken dat de meerderheid van de Delftenaren voorstander is van een azc in de stad. Er werden anti-racistische leuzen geroepen en een reeks speeches gehouden. Verderop het plein verzamelden zich enkele tientallen van de gewelddadige fascisten van Defend Delft en Zwart Blok. Die werden echter aan het zicht onttrokken door een aantal politiebusjes. “Wij verdedigen Delft tegen Defend Delft”, zo vatte de organisatie de anti-fascistische actie kernachtig samen. Doorbraak publiceert deze week een aantal van de speeches, hier die van Bo, getiteld: “Waarom zijn wij anti-fascisten?”
Zijn wij anti-fascisten omdat we de kleur bruin lelijk vinden? Omdat we Eerdmans, Wilders en Vos persoonlijk klootzakken vinden? Het is allemaal maar, maar dat is niet waarom ik anti-fascist ben.
Ik ben anti-fascist omdat het fascisme een obstakel is in onze politieke strijd. Ik wil strijden voor een vrije wereld, waarin geen enkel mens kan bepalen hoe een ander mens hun leven moet leven. Onze strijd is een voortzetting van een eeuwenlange, zo niet millennialange strijd tussen mensen die voor vrijheid strijden, en de kleine groep machtige, rijke figuren die ons wil beheersen.
Andere speeches bij de manifestatie
– “Wanneer onze gezamenlijke waarden onder druk staan, moeten we naast elkaar staan”
– De manosphere heeft een grote invloed op de groei van het fascisme
– “Wij komen om moed te verspreiden. Wij komen om haat haar vanzelfsprekendheid te ontnemen.”
– Ook de strijd tegen je baas en huisbaas is anti-fascisme
– Samen werken aan klimaatrechtvaardigheid en ons niet uit elkaar laten drijven
En in die strijd voor een vrije wereld vind ik fascisten altijd tegenover me. Want waar wij strijden voor een vrije wereld, een wereld zonder hiërarchie, waar niet zomaar één iemand de baas kan spelen over anderen, daarin willen zij een hyper-hiërarchische wereld, waarin iedereen in één vaste hiërarchische piramide zit. Dat vind ik naar.
Dat is het tegenovergestelde van waar ik voor wil staan. En het sneue is dat de figuren die daar aan de andere kant staan, dat zij niet aan de bovenkant van die piramide zullen zitten. Zij vechten nu voor een systeem waarin zij ook onderdrukt gaan worden, maar in de wetenschap dat ze zelf een paar andere mensen nog wat meer kunnen onderdrukken.

Zoals bijvoorbeeld: wij zijn christenen of ongelovigen en wij hebben tenminste nog de moslims onder ons. Of: wij zijn witte mannen, en wij hebben altijd nog vrouwen en mensen van kleur onder ons. Dat systeem, waar zij voor vechten, is een systeem waarin mensen ook elkaar onderdrukken.
Een van de manieren waarop ze dat doen is door haat op te stoken tegen vluchtelingen, waarmee ze afleiden van de daadwerkelijke problemen op het werk, in de huur. En die bazen en huisbazen, die vinden het allemaal prachtig dat alle problemen die zij veroorzaakt hebben op de schoot worden gelegd van vluchtelingen. En ondertussen bouwt de staat nu aan de concentratiekampen waar allereerst vluchtelingen terechtkomen, en daarna wij.
En dat moeten wij tegenhouden. Dat is de strijd die wij voeren. De strijd die wij voeren is de strijd tegen elke vorm van hiërarchie. En elke strijd tegen die hiërarchie, tegen die macht, kan een strijd zijn tegen het fascisme. Dus: als je lid bent van een vakbond en je organiseert jezelf met je collega’s democratisch tegen de baas, dan ben je anti-fascistisch bezig. Als je je aansluit bij de Bond Precaire Woonvormen (BPW) en je strijdt tegen de macht van huisbazen, dan ben je ook anti-fascistisch bezig. Als je strijdt voor de rechten van vluchtelingen, zodat zij niet in concentratiekampen terechtkomen, dan ben je anti-fascistisch bezig. Strijd je, net als Anita, voor queerrechten, dan ben je anti-fascistisch bezig. En zo organiseren wij ons anti-fascistisch.
Wij verzamelen ons in al die verschillende groepen, die op verschillende gebieden maar eensgezind zeggen: niemand mag bepalen of ik een waardig mens ben. Dat bepaal ik zelf, en daar hebben zij niks over te zeggen.
En anti-fascisme betekent ook – en nu spreek ik namens mezelf en niet namens de organisatie – dat als de politie zegt: je moet in dat witte vak gaan staan en je mag daar niet buiten komen, dat je dan soms zegt: nou eigenlijk vind ik het hier prima, laat ik hier blijven staan. Of als de politie zegt: we willen graag jullie gezichten registreren, kun je even dat mondkapje afdoen? Dat je dan zegt: nee dankjewel, ik hou het op. Wij voeren uiteindelijk een eeuwenoude strijd, en dat is de strijd tussen machthebbers aan de ene kant en onderdrukten aan de andere kant. En wij kiezen de kant van de onderdrukten.

En daarom wil ik afsluiten met het volgende. Het lijkt misschien lastig, als je hier staat, terwijl fascisme welig tiert, op de straten en in het parlement, om te zien hoe wij gaan winnen. Maar bedenk dan hoe het er zes jaar geleden aan toe ging, en hoe we al in dit decennium zoveel verandering teweeg hebben kunnen brengen.
En als we dan nu kijken over de hele wereld, hoe jonge en oude mensen samen strijden tegen neo-liberalisme, tegen kapitalisme, tegen de macht van de staat, dan put ik daar zelf heel erg veel hoop uit. Dus ik hoop met jullie samen te kunnen zeggen: er is niemand vrij totdat iedereen vrij is. En als je nu naar huis gaat, verenig je op de werkvloer, verenig je tegen je huisbaas en voer op je eigen manier anti-fascisme.
Bo
