Twee toespraken van Doorbraak bij de strijdbare demonstratie voor Rojava

Ons spandoek.

Zaterdag was er opnieuw een demonstratie uit solidariteit met Rojava. Hier een aantal beelden daarvan, inclusief de toespraken van de beide Doorbraak-activisten Rezager Kurshy en Bekes. Het tekstuele verslag hebben we deze keer overgenomen van de nieuwe site van Peter Storm.

Heel opmerkelijk was het niet, de demonstratie van Koerden en sympathisanten tegen de Turkse aanval in Rojava, Noord-Syrië, afgelopen zaterdag 19 oktober 2019. Toch zijn er wel wat wat dingen over te melden. De actie was levendig, maar ergens ook wel heel keurig. De actie was iets minder groot dan een soortgelijke demonstratie in Den Haag een week eerder. Acties als deze blijven nodig – en volstrekt ontoereikend als ze de bescheiden huidige omvang en slagkracht niet te boven weten te komen. Daar is dus werk te doen.

De demonstratie trok een aantal honderden mensen, ik zou zeggen iets van zeshonderd, maar het kunnen er best wat meer zijn geweest. De opkomst werd wellicht negatief beïnvloed doordat de verzamelplek zeer kort te voren was veranderd: we kwamen nu bijeen in het Vondelpark, bij de ingang. Ook het feit dat gelijktijdig ADEV plaatsvond, Amsterdam Danst Ergens Voor, een optocht tegen neo-liberale gelijkschakeling van Amsterdam ten koste van vrijplaatsen voor creatieve activiteiten en dergelijke, zal meegespeeld hebben. Maar ja, vorige week was er tegelijk met de Koerden-demonstratie ook actie in de Lutkemeer, actie van Extinction Rebellion en een Mars tegen Stalbranden. De iets kleinere opkomst dan vorige week kan niet aan die gelijktijdige demonstratie hebben gelegen als de iets grotere opkomst vorige week naast maar liefst drie andere acties bereikt werd.

Zoals meestal bij demonstraties rond dit thema – dit jaar bij de aanval in Rojava, vorig jaar bij de Turkse aanval op Afrin, iets westelijker in Noord-Syrië – was het overgrote merendeel van de demonstranten Koerdisch. Kinderen, vrouwen, mannen, ouder en jong. Voorzien van de kleurrijke vlaggen van de Koerdische strijdbeweging YPG en aanverwante symboliek erop en dergelijke. Niet-Koerdische deelname was beperkt.

Niet-Koerdische demonstranten waren veruit in de minderheid, maar ze waren er gelukkig wel. Naast mensen zonder zichtbare politieke binding zag ik daaronder diverse linkse en radicale groepjes en stromingen. Old skool maoïsme was aanwezig in de vorm van het blaadje Rode Morgen dat door een enkeling aan medebetogers werd aangeboden. New generation-maoïsme was er ook, in de vorm van Revolutionaire Eenheid waarvan ik een vlag zag wapperen. Hilarische naam trouwens, Revolutionaire Eenheid, voor de zoveelste uiting van links-radicale verscheidenheid. Maar dit terzijde. Trotskisten zag ik deze keer niet, de Internationale Socialisten waren afwezig, mensen met bijbehorende borden en de krant De Socialist waren althans niet te zien. De groepering Doorbraak was er gelukkig, met spandoek en wat mensen. Anarchisten waren ook als zodanig zichtbaar, met een enkele zwart-rode vlag, en een spandoek: “Vrije Bond solidair met Rojava”. Daar liep ik in de buurt, voorzien van een zwart-roze vlag. Opvallend afwezig of voor mij onzichtbaar in de stoet was de aanhang van de diverse zich links noemende partijen, SP en GroenLinks.

De demonstratie volgde een opvallend korte route en eindigde met toespraken op het Museumplein. Tijdens de route werden allerlei Koerdischtalige leuzen geroepen, en steeds weer riepen we “Erdoğan, terrorist!” Ik had de indruk dat de felheid van het scanderen iets minder was dan een week eerder in Den Haag. Begint de routine wat toe te slaan?

Nadrukkelijk aanwezig was de politie, met veel agenten, sommigen te paard, sommigen met de knuppel zichtbaar, ME- en andere politiebusjes. Opvallend vond ik – deze en vorige week – dat demonstranten die politie compleet normaal lijken te vinden, van enige vijandigheid vanuit de demonstratie was geen enkele sprake. Mij maakt die imponeermacht van de staat altijd behoorlijk kwaad. Maar de meeste mededemonstranten ondergingen het alsof het erbij hoort, hetgeen het helaas ook wel doet.

De foto mag wat onscherp zijn, de analyse is glashelder.

Op het Museumplein was trouwens de opstelling van de politielinie wel opmerkelijk. Agenten stonden in een kring om de demonstranten heen, gelukkig op ruime afstand. De helft van de agenten hield echter niet ons in de gaten, maar keek naar wat er buiten de ring plaatsvond. Belangrijke reden voor zoveel agenten was ongetwijfeld de kans dat er Turkse nationalisten, Erdoğan-fans, Grijze Wolven (Turkse fascisten) naar de demonstratie zouden proberen te komen om te provoceren. De agenten zouden dan eventuele confrontaties proberen te bedwingen, onder andere door zulke provocerende lieden van ons weg te houden.

Op het Museumplein, zoals gezegd, toespraken. Een flink aantal, en ik hou daar niet zo van. Demonstranten zijn actievoerders, en om in de rol van toeschouwer en luisteraar geduwd te worden, vind ik minder. Maar de aard van de toespraken doorbrak en voorkwam dit soort passiviteit deels. Dit was overwegend geen partijpolitieke peptalk uit profileringsdrang. Dit waren scherpe inhoudelijke bijdragen. Sprekers wezen op het belang van wat er in Rojava wordt geprobeerd: de opbouw van een radicaal-democratische samenleving waar gendergelijkheid, zelfbestuur en het gelijkwaardig samenleven van mensen van verschillende bevolkingsgroepen actief wordt nagestreefd. Sprekers wezen op de Turkse repressie, nu en in het bloedige, soms rechtstreeks genocidale verleden. Dat verleden is niet dood.

Heel mooi was het moment waarop een spreker uit Darfur aan het woord was, vanuit Doorbraak maar tegelijk ook vanuit de Soedanese gemeenschap waar hij deel van uitmaakt. Hier werd grensdoorbrekende solidariteit voelbaar: iemand vanuit de in opstand gekomen bevolking van Soedan die steun betuigt aan de zich verzettende bevolking van Rojava. Luid gejuich, een indrukwekkend gebeuren. Dit is de onderlinge steun van onderdrukte bevolkingen die we zo hard nodig hebben.

Kleine Turkse nationalistische provocatie in de kiem gesmoord.

Ook werd vanaf het podium gesproken over “de wereld” die stelling nam tegen de Turkse aanval. Daar werd het een beetje dubieus, want wat is die wereld? Toch niet per ongeluk “de internationale gemeenschap”, dat wereldwijde, over regeringen van grote en kleinere mogendheden verdeelde geboefte dat deze wereld terroriseert? Doen we daar een beroep op tegen de Turkse staat? Ik snap de schrijnende situatie, waarin de YPG zich de luxe van kieskeurigheid in bondgenootschappen zich niet meent te kunnen permitteren, ik waardeer de eerlijkheid waarmee werd uitgelegd dat de YPG nu een alliantie met de Syrische staat is aangegaan, om uitroeiing door de Turkse staat en haar bondgenoten te voorkomen. Vrolijk word ik er niet van.

En als ik iemand op het podium hoor roepen om een “no fly-zone”, dan krijg ik zo ongeveer koude rillingen. De NAVO-oorlog tegen Libië in 2011 werd voorbereid met een oproep tot het instellen van een no fly-zone, een vliegverbod voor de troepen van Khadaffi (want de rebellen hadden geen luchtmacht, dus hen raakte dat vliegverbod niet…). Libië is via die NAVO-oorlog omgetoverd van een gecentraliseerde politiestaat met zekere voorzieningen, in een kluwen van ruziënde kleinere politiestaten, met die voorzieningen goeddeels in puin. Dat is wat je krijgt als de grote mogendheden – de VS, maar net zo goed Rusland – de rol van ‘ beschermer’ of ‘ bevrijder’ wordt toegekend. Het is illusiepolitiek, al snap ik dat Koerdische organisaties op korte termijn geen alternatief zien. Maar wil er op langere termijn een alternatief ontstaan, dan moet de noodzaak daartoe worden bepleit, en vertaald in stappen. Nu, niet ‘ooit’ .

Op het Museumplein moesten de actievoerders weer eens in een hok.

En daarmee komen we op de rol van de solidariteit op straat. Om de afhankelijkheid van imperialistische bondgenoten te ondermijnen, is juist die solidariteit nodig. Om de Turkse staat onder druk te zetten, dienen we de Turkse staat een politieke prijs te laten betalen. Boze demonstranten oefenen wat druk uit, maar zolang het er steeds slechts tussen de 500 en 1.000 zijn, zal Erdoğan zijn schouders ophalen. Zolang die demonstraties beperkt blijven tot een wandeling met leuzen, vlaggen en toespraken, zolang steviger acties goeddeels ontbreken, zal de Turkse staat ook niet erg bang worden. Het is dus zaak die demonstraties uit te bouwen naar iets substantieel groters, en harders, en aan te vullen met vinniger actievormen. Vormen waar de Turkse staat daadwerkelijk schade en last van ondervindt.

Vertegenwoordiger van DemNed.

En de taak om demonstraties in die zin uit te bouwen, dient niet louter aan Koerden zelf te worden overgelaten. Koerden demonstreren wel, onvermoeibaar en keer op keer. Niet-Koerdische Nederlanders in beweging helpen komen, daar ligt vooral een taak voor de kleine handjesvol niet-Koerdische linkse en radicale actievoerders die ook nu al keer op keer aan de demonstraties meedoen. Die kleine handjesvol mogen om te beginnen best wat groter.

Peter Storm

(Dit verslag verscheen eerder onder de titel “Demonstratie tegen Turkse aanval op Rojava: verslagje” op zijn website Ravotr.)