Reactie op Grenzeloos: Socialisme en anti-racisme (anti-racisme discussie deel 3)

Sandew Hira.
Sandew Hira.

Op de website van IISR heb ik een kritisch artikel geplaatst over de relatie tussen de socialistische beweging en de anti-racistische beweging naar aanleiding van een demonstratie op 20 september 2014. In het artikel betoog ik het volgende:
1. De gangbare opvattingen over de Joodse Holocaust als de grootste misdaad tegen de menselijkheid klopt niet. Deze misdaad staat vijfde op de lijst van de grootste misdaden tegen de menselijkheid. Het verhaal van de Joodse Holocaust hoort te worden gedekoloniseerd. De manier waarop dit verhaal wordt gebruikt om andere misdaden te verdoezelen, hoort aan de kaak te worden gesteld.
2. We zijn tegen het verbod op de vrijheid van meningsuiting van activisten in de anti-racisme strijd.
3. Er is een strategisch verschil tussen de socialisten en de dekoloniale beweging (waartoe wij behoren) binnen de anti-racisme strijd. De socialisten leggen de nadruk op waar ze tegen zijn: ze zijn tegen racisme. De dekolonialen leggen de nadruk op waar ze voor zijn.
4. De verschillen tussen socialisten en de dekoloniale stroming gaan terug op grote theoretische verschillen.

De andere bijdragen aan dit debat vind je hier.

Daarnaast refereert het artikel “Naar een intersectioneler Zwart activisme” van Hodan Warsame en Ramona Sno ook deels naar dit debat.

Meedoen aan deze discussie over de ideeën en de toekomst van de anti-racismebeweging? Een korte reactie kun je hieronder plaatsen. Een langere bijdrage kun je aan de redactie mailen, zodat we die kunnen plaatsen als zelfstandig artikel.

Reactie Willem Bos (Grenzeloos)

Op de website van Grenzeloos heeft Willem Bos een reactie op dit artikel geplaatst op de eerste twee punten van mijn betoog. Hier is mijn respons.

Ik wil beginnen met Willem Bos te bedanken voor zijn bijdrage. De meningsvorming bij activisten is niet gebaat bij zwijgen over belangrijke discussie, maar door het vrije debat hierover.

Wanneer levert iemand geen bijdrage aan de strijd tegen racisme en discriminatie?

Bos begint met de stelling: “De benadering die Hira in dit artikel hanteert, levert mijns inziens geen bijdrage aan de strijd tegen racisme en discriminatie.” Het is een beetje flauw, dit klopt feitelijk niet. Door onze artikelen leveren we beiden een bijdrage aan de discussie. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar dat betekent niet dat mijn artikel geen bijdrage is aan de discussie en het artikel van Bos wel. Bos bedoelt natuurlijk dat hij het niet met me eens is. OK, dat is legitiem. Ik kan het houden op onnauwkeurig formuleren. Dan is het geen probleem.

Maar ik kan de stelling ook anders lezen. De artikelen die geen bijdrage leveren – dat zijn de artikelen waar Bos het niet mee eens is – moeten buiten de discussie worden gehouden. Zo kun je de stelling ook lezen. Maar laten we Bos het voordeel van de twijfel gunnen en aannemen dat hij gewoon bedoelt te zeggen dat we het oneens zijn met elkaar, maar dan ietwat ongelukkig geformuleerd.

De kwestie van vergelijken

Bos stelt naar aanleiding van mijn lijst van de vijf misdaden tegen de menselijkheid: “We zullen hier niet de discussie gaan voeren over deze lijst en de daarbij gehanteerde criteria. Dit zijn zonder meer zeer ernstige misdaden tegen de menselijkheid. Maar de vraag is wat de zin is van het onderling vergelijken van deze gruwelijke misdaden.”

Laten we deze vraag beantwoorden. De vergelijking is een van de meest gangbare methoden in de wetenschap om kennis en inzicht te vergaderen in een fenomeen. Een gorilla en een mens zijn wezens die op twee benen lopen, en toch zijn het in de aard verschillende dieren. Dat weten we omdat we de methode van de vergelijking gebruiken om door te dringen tot het wezen der dingen. We bekijken de overeenkomsten en verschillen en proberen inzicht te krijgen in de aard van de twee dieren. Als de vergelijking een van de meest gangbare wetenschappelijke methoden is om kennis te produceren, waarom mogen we deze methode toepassen op alle andere verschijnselen, maar niet op de Joodse Holocaust. De enige reden is niet een wetenschappelijke, maar een ideologische. De vergelijking zou wel eens kunnen leiden tot conclusies die schokkend zijn, namelijk dat de Joodse Holocaust in tegenstelling tot wat men in het Westen denkt niet de ergste misdaad tegen de menselijkheid was en bovendien gebruikt wordt om andere misdaden te bagatelliseren en zelfs te verhullen.

Bos en ik verschillen dus van mening over de betekenis van de vergelijking in wetenschappelijke analyses. Ik stel dat de vergelijking als wetenschappelijke methode altijd gebruikt kan worden. Bos wil dat die methode uitgesloten wordt in de analyse van de Joodse Holocaust, althans door mij. Want in het vervolg van zijn betoog gaat hij rustig door met vergelijken. Sterker nog, waar Bos eerst stellig beweert dat hij geen discussie gaat voeren over de lijst van de misdaden tegen de menselijkheid, breekt hij een paar zinnen later zijn belofte. Bos: “Maakt het feit dat er in de 300-400 jaar van de Zwarte Holocaust vijftig maal meer mensen zijn omgebracht dan in Hitlers gaskamers de verschrikkingen van de Joodse Holocaust minder erg?”

Emoties en wetenschap

Bos vergelijkt de Joodse Holocaust met de Zwarte Holocaust op het punt van de duur (5 jaar versus 300-400 jaar) en concludeert in vragende vorm dat de duur geen indicatie is van de kwaliteit van de misdaad. Maar hij verpakt die conclusie in een emotie. In plaats van een wetenschappelijke formulering “Verschilt de Joodse Holocaust kwalitatief van slavernij?” gebruikt hij een emotionele formulering: “Zijn de Joodse verschrikkingen minder erg?” Het eerste emotionele antwoord is natuurlijk: “NEE, ALLE VERSCHRIKKINGEN ZIJN EVEN ERG.”

Als we op de emotionele toer gaan, dan komen er meer emotionele argumenten. Elke dag wordt er in Nederland een moord gepleegd. Is deze verschrikking voor de familie minder erg dan de Joodse Holocaust? Waarom gebruiken we voor de ene moord een ander woord dan voor de andere? Wat is er op tegen om een individuele moord een Holocaust te noemen? Als alle verschrikkingen even erg zijn, moeten dan in het strafrechtsysteem alle misdaden (die verschrikkingen zijn voor betrokken individuen en gemeenschappen) even zwaar gestraft worden? Moet een moord met een pistoolschot in een huis dezelfde straf krijgen als een onthoofding op straat?

Als we emotioneel blijven, dan krijgen we dit soort conclusies: een moord in Amsterdam mogen we in het vervolg een Holocaust noemen, een verschrikking als een roofoverval met mishandeling moet even zwaar gestraft worden als een moord met een onthoofding. Rechters mogen geen onderscheid maken in deze verschrikkingen. Niemand zal deze stellingen willen onderschrijven, maar ze vloeien we voort uit de emotionele benadering van Bos.

Kwalitatieve verschillen tussen misdaden tegen de menselijkheid

Bos hanteert emotie in plaats van wetenschap. Met emotie krijg je bovenstaande verklaringen. Als we wetenschappelijk te werk gaan, dan stellen we de vraag: Is er een kwalitatief verschil tussen de Zwarte en Joodse Holocaust? En dan is mijn antwoord: ja. Ik gebruik de criteria als duur, aard van de misdaad, aantal slachtoffers, etc. Volgens mij is er een kwalitatief verschil tussen het brandmerken op de huid van een mens en het aanbrengen van een Jodenster op de kleding. Voor Bos is de Jodenster op de kleding kwalitatief niet minder dan het brandmerken met een ijzeren staaf op de huid van een man, vrouw of kind. Voor mij is er een kwalitatief verschil tussen sterven binnen enkele minuten door vergassing of sterven door met je volle bewustzijn te lijden door tal van wreedheden en moeten toezien dat je kinderen en familieleden hetzelfde lot ondergaan. Voor Bos is er geen kwalitatief verschil tussen de misdaden tegen de menselijkheid: “Kan het onderkennen van de ene gruwelijkheid ooit een reden zijn om andere gruwelijkheden te bagatelliseren?”

Het antwoord is: het zou niet moeten, maar het gebeurt constant, en met name in de Joodse Holocaust. Die wordt gebruikt om andere gruwelijkheden te bagatelliseren. Sterker nog, dat doet Bos zelf.

Niet alle misdaden zijn gelijk, de Joodse Holocaust is uniek

Waar Bos aanvankelijk begon met een pleidooi om alle verschrikkingen gelijk te stellen, verandert hij als snel met een pleidooi waarin hij een “uniek karakter” bepleit voor de Joodse Holocaust. Hij schrijft: “Bij de andere vier door Hira genoemde holocausten was het uiteindelijke doel steeds het geldelijk gewin…. bij het antisemitisme was het racisme als het ware een doel op zich geworden. Joden werden niet alleen als zondebokken bestempeld en van hun bezittingen beroofd, maar de Joden in Europa moesten als het aan de nazi’s lag tot de laatste levende ziel vernietigd worden. Dat gaf de Joodse Holocaust een uniek karakter.”

Wat betekent “uniek”? Het betekent “anders” dan normaal. Bos concludeert uit zijn vergelijking dat de Zwarte en Joodse Holocaust verschillen: het ene is uniek en het andere niet, het ene is bijzonder, het andere niet. Uniek betekent niet “minder”, maar “erger”. En zo maakt Bos een draai van “niet vergelijken” en “alle verschrikkingen zijn even erg” naar “wel vergelijken” en concluderen dat de Joodse Holocaust uniek was.

In mijn nieuwe boek “20 Questions and Answers on Reparations for Colonialism” besteed ik aandacht aan een andere Duitse misdaad volgens hetzelfde model van de Joodse Holocaust. Dat is de vernietiging van het Herero-volk in Namibië tussen 1904 en 1908. Op 2 oktober 1904 publiceerden de Duitsers een Vernichtigungsbefehl in de taal van de Herero waarin aangekondigd werd dat ze uitgeroeid zouden worden. Dat was niet om economische redenen, maar uit haat vanwege het verzet dat de Herero’s boden tegen de bezetting van hun land. Er werden tussen de 60.000 en 100.000 mensen geëxecuteerd op allerlei manieren. Ze werden niet tot slaaf gemaakt voor economisch gewin, maar gewoon uitgemoord. De Joodse Holocaust was helemaal niet uniek, maar gemodelleerd naar de vernietiging van het Herero-volk. Maar de Joden zijn wit en de Herero’s zijn zwart. En bovendien moet je de feiten uit de geschiedenis kennen om te weten dat de Joodse Holocaust in dit opzicht ook niet uniek was. Uniek is de wijze waarop de Joodse Holocaust wordt herinnerd en herstelbetalingen die gepleegd zijn. Niet uniek is de wijze waarop de genocide van de Herero is verzwegen en het gebrek tot de dag van vandaag om historisch onrecht te compenseren.

Bos maakt een andere fout door te denken dat tijdens slavernij rassenhaat geen rol speelde. Het systeem van onderdrukking en uitbuiting was gebaseerd op rassenhaat. De rassenhaat was in de wet vastgelegd. Zwarten mochten geen schoenen dragen. Zwarten moesten op straat buigen voor de witten. De haat was vastgelegd in wet- en regelgeving. Het is een totaal gebrek aan feitenkennis om te stellen dat slavernij uitsluitend om economisch gewin ging en rassenhaat een ondergeschikte rol speelde. Het systeem was erop gebaseerd.

Hitler

Bos neemt ook aanstoot aan mijn conclusie dat de misdaden van het kolonialisme vele malen erger waren dan de misdaden van Hitler. Ik trek die conclusie op basis van de feitelijke praktijk van de misdaden van het kolonialisme. Bos stelt dat ik hiermee volledig de plank mis sla: “De misdaden van Hitler verbleken niet in relatie met die van de Europese kolonisatoren, de slavenhandelaren en slavendrijvers, ze krijgen er juist reliëf door.”

Laten we naar de feiten kijken. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden geen Nederlanders verkocht op openbare veilingen op de Dam in Amsterdam, maar konden ze gewoon naar hun werk gaan. Ze werden niet bijgeschreven in de boekhouding van de Duitse ondernemers. In Paramaribo verkochten de Nederlanders mannen, vrouwen en kinderen op de hoeken van de straten. Wat voor reliëf moeten we ons hierbij voorstellen? De Nederlandse mens mag van de Duitser naar zijn werk fietsen. De Afrikaanse mens staat in de boekhouding van de Nederlander bijgeschreven naast de koeien en de varkens. Hoezo is dit een reliëf? Hitler is een lachertje vergeleken bij wat de Nederlanders in Suriname hebben gedaan. Maar je moet de feiten van slavernij dan wel kennen.

Complot tegen slavernijherinnering?

Bos: “Hira heeft gelijk als hij schrijft dat de Joodse Holocaust voorgesteld wordt als dé grote misdaad tegen de menselijkheid, terwijl over al die andere grote misdaden nauwelijks wordt gerept. Maar in plaats van daar een soortcomplot tegen de slavernijherinnering in te zien, kunnen we beter kijken naar wat daar de oorzaken van zijn. Ik denk dat dat er drie zijn.

In de eerste plaats is de Joodse Holocaust natuurlijk korter geleden en in tegenstelling tot de andere door Hira genoemde wandaden zijn er nog steeds directe overlevenden van.

In de tweede plaats waren bij de Joodse Holocaust niet alleen de daders, maar ook de slachtoffers Europeanen en vond de slachting plaats op Europese bodem. Dat botste met het racistische Europese zelfbeeld, waarin de witte beschaafde Europeanen stonden (en staan) tegenover de onbeschaafde primitieve gekleurde volkeren van Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Om dat zelfbeeld niet aan te tasten is er dus alle reden om de Joodse Holocaust als een geïsoleerd fenomeen te zien, voortkomend uit de zieke geest van de volksmenner Adolf Hitler en om de banden met de Europese antisemitische, racistische en imperialistische cultuur zoveel mogelijk te negeren.

En ten derde is er wat de historicus Norman Finkelstein genoemd heeft de Holocaust-industrie: het gebruik van het Joodse lijden voor specifieke politieke doeleinden, met name voor de rechtvaardiging van de Joodse staat Israël en haar systematische agressie tegen de Palestijnen.”

Laat ik eerst zelf de stelling formuleren met betrekking tot de kolonisatie van de geest. In mijn analyse is kolonisatie van de geest geen complot van een paar individuen die een systeem manipuleren. Mijn analyse gebruikt niet de categorie “complot”, maar de categorie “institutioneel racisme”, en meer specifiek de productie en distributie van kennis vanuit een systeem van instituties (onderwijs, media, culturele instituties) die superioriteit en inferioriteit koppelt aan ras en cultuur. Dat terzijde. Laten we zijn drie argumenten nalopen.

Het argument van de tijdsduur

In de argumentatie van Bos is de kwestie van “herinnering” gekoppeld aan de kwestie van “overlevenden”. Omdat er overlevenden zijn, is er meer aandacht voor de Holocaust. Omdat er geen overlevenden zijn van slavernij, is er minder aandacht voor slavernij. Mijn analyse over de herinnering is fundamenteel verschillend. De aandacht voor de Holocaust is geïnstitutionaliseerd in musea, films, documentaires, boeken, cultuur, herdenkingen, etc. Die is dus niet gebaseerd op het feit dat er overlevenden zijn. Mensen gaan naar het Anne Frankhuis niet om overlevenden te ontmoeten, maar om het verhaal te ‘leren kennen’. Er is een verschil in aandacht voor slavernij bij nazaten van totslaafgemaakten en de nazaten van de slavenmakers. Bij de nazaten van de toslaafgemaakten is slavernij onderdeel van het wordingsverhaal van de zwarte gemeenschap en daardoor onderdeel van hun identiteit. Dus hoewel de mensen dood zijn, is het verhaal nog springlevend in muziek, cultuur en identiteit. Bij de nazaten van de slavenmakers is er geïnstitutionaliseerd geheugenverlies. Hoewel er in Amerika geen totslaafgemaakten meer in leven zijn, is de herinnering aan slavernij geïnstitutionaliseerd in het onderwijs, media en cultuur dankzij de strijd van de civil rights movement, en niet omdat totslaafgemaakten 200 jaar zijn geworden. In Nederland wordt de herinnering verzwegen, niet omdat er geen mensen meer leven, maar omdat de beweging voor dekolonisatie van de geest nog in de kinderschoenen staat. Het gaat niet om tijdsduur (leven de mensen nog?), maar om sociale strijd waarbij aan de ene kant de nazaten van de slavenmakers geheugenverlies hebben geïnstitutionaliseerd en nazaten van de totslaafgemaakten de nog levende erfenis van slavernij bestrijden.

Holocaust als instrument om racistisch zelfbeeld in stand te houden: de cover up

Hier heeft Willem Bos gelijk. En hij formuleert het treffend: “Bij de Joodse Holocaust [waren] niet alleen de daders, maar ook de slachtoffers Europeanen en vond de slachting plaats op Europese bodem. Dat botste met het racistische Europese zelfbeeld, waarin de witte beschaafde Europeanen stonden (en staan) tegenover de onbeschaafde primitieve gekleurde volkeren van Afrika, Azië en Latijns Amerika. Om dat zelfbeeld niet aan te tasten is er dus alle reden om de Joodse Holocaust als een geïsoleerd fenomeen te zien, voortkomend uit de zieke geest van de volksmenner Adolf Hitler en om de banden met de Europese antisemitische, racistische en imperialistische cultuur zo veel mogelijk te negeren.” De Engelse term voor dit verschijnsel is “cover up”, de term die Darryl Danchelo gebruikt in zijn liedje en waar Bos in het eerste deel van zijn artikel tegen fulmineert.

Politieke manipulatie van de Holocaust

Bos noemt als derde argument die bepaalt waarom de Holocaust in vergelijking met slavernij zo in de herinnering is gegrift de Holocaust-industrie. Ook hier heeft hij gelijk. Hij schrijft het ook mooi op: “het gebruik van het Joodse lijden voor specifieke politieke doeleinden, met name voor de rechtvaardiging van de Joodse staat Israël en haar systematische agressie tegen de Palestijnen”.

In het Engels hebben ze ook hier een term voor: “continuous cover up”, een voortdurende manipulatie van de Holocaust. Bos bevestigt wat ik beweer, maar doet alsof hij mij tegenspreekt.

De vrijheid van meningsuiting

Bos gaat in op mijn kritiek op de organisatie van de demonstratie van 20 september die Darryl Danchelo verbood op te spreken. Hij komt met drie punten. Ten eerste: “Er was helemaal geen sprake van een verbod. Een optreden van de rapper was als een van de mogelijkheden genoemd, en toen het de organisatoren van de demonstratie duidelijk was dat zijn boodschap (de Joodse Holocaust tegenover de slavernij) haaks bleek te staan op de boodschap die de organisatoren over wilden brengen (tegen elke vorm van racisme en uitsluiting), hebben ze daar van af gezien. Met beperken van de vrijheid van meningsuiting heeft dat niets van doen.”

Dit klopt niet met de feiten. IISR en SlavernijOnline waren mede-organisatoren van de demonstratie. Darryl Danchelo meldde ons dat hij was gevraagd om te spreken en dat daarover al afspraken waren gemaakt. Toen is die afspraak ingetrokken. Daarom trok hij aan de bel. Vervolgens heb ik contact gehad met Ewout van den Berg en aangegeven dat wij als mede-organisatoren vonden dat Darryl moest spreken. Dat was het moment dat bepaald werd of wij ons wel of niet zouden terugtrekken. Ewout gaf duidelijk aan liever te verkiezen dat wij ons terugtrokken dan dat Darryl sprak, en dus hebben we ons teruggetrokken. Bos doet voorkomen alsof er geen beslismoment was, maar slecht een overweging. Dat klopt niet met de feiten. En feit is dat we ons teruggetrokken hebben na het besluit van Ewout namens de rest van de organisatie.

Ten tweede: ik gaf aan dat de vrijheid van meningsuiting niet alleen door de socialisten wordt beperkt, maar ook door de politie tijdens de demonstratie tegen de oorlog in Gaza op De Dam. Bos: “Ik geloof niet dat we de politie tot ‘de socialisten (en andere progressieve mensen in de anti-racisme beweging)’ moeten rekenen.”

Dat klopt. Ik reken de politie niet tot de socialistische beweging, maar wel tot de groep die de vrijheid van meningsuiting wilde beperken, net als de socialisten.

Ten derde: ik gaf aan dat ik tegen het verbod was van de SP om Abou Jahjah en Appa te laten spreken op De Dam. Bos: “Hier wordt de werkelijkheid gewoon op zijn kop gezet. Abou Jahjah en Appa hebben op de demonstratie van 23 augustus op de Dam in Amsterdam gesproken. De SP heeft omdat zij zouden spreken besloten zich als mede organisatoren van de demonstratie terug te trekken en er niet meer voor op te roepen. Net zoals Hira en Danchelo dat bij de demonstratie op 20 september in Den Haag hebben gedaan.”

Bos geeft aan wat er gebeurd is, maar zijn interpretatie klopt niet. De SP stelde de organisatie voor de keuze: we trekken ons terug als Abou Jahjah en Appa wel spreken. Ik stelde de keuze: we trekken ons terug als Darryl niet spreekt. In het eerste geval gaat het om het beperken van de vrijheid van meningsuiting (met de terugtrekking als drukmiddel). In het tweede geval gaat het om de uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting (met de terugtrekking als drukmiddel).

Bos doet voorkomen alsof het slechts een kwestie is van meningen, maar het is een kwestie van daden. De drukmiddelen zijn daden, geen meningen.

Beleidsimplicaties

Wat zijn de implicaties van de verschillende analyses voor de strategie in de strijd tegen racisme en islamofobie in Nederland?

In heb in mijn artikel reeds twee implicaties genoemd: de verschillen in strategie en de verschillen in de theoretische basis van socialisten en de dekoloniale theoretici.

Ik wil hier dieper ingaan op het vraagstuk van de relatie tussen socialisten en de migrantenbeweging. Achter de verschillen in opvattingen over de Holocaust zijn er verschillen in theoretische analyses. Vroeger was het marxisme een theoretisch raamwerk voor de bevrijding van de onderdrukte mens. Met de opkomst van de dekoloniale stroming wordt het marxisme steeds meer gezien als onderdeel van de eurocentrische wetenschappen. De oplossingen die het marxisme biedt (een klasseloze samenleving en een planeconomie) worden gezien als eurocentrische oplossing van maatschappelijke problemen.

Er is een nieuwe generatie van dekoloniale intellectuelen die een ander theoretisch raamwerk voor bevrijding formuleert die ik schaar onder de verzamelnaam van Decolonizing The Mind (DTM). DTM ontwikkelt andere concepten op het terrein van de economische theorie, filosofie en andere takken van de sociale wetenschappen.

In de discussie over de Joodse Holocaust komt dat ook tot uiting. Bos gebruikt het concept van het unicum van de Joodse Holocaust. Ik gebruik het concept van de ranglijst van de misdaden tegen de menselijkheid. Bos heeft een concept van de vrijheid van meningsuiting die uitsluiting van andere meningen rechtvaardigt als die niet passen in de lijn van de mensen die de macht hebben om die vrijheid te beperken (c.q. bij een demonstratie). Mijn concept van vrijheid van meningsuiting stelt dat iedereen het recht heeft om een “verkeerde” mening te hebben en die te uiten.

Zo zijn er op tal van andere terreinen verschillen in theoretische concepten en praktische uitwerkingen.

Samenwerken

Maar de verschillen hoeven geen belemmering te zijn om samen te werken op de punten waar we juist wel overeenstemming hebben. Mijn standpunt is dat socialisten en alle andere stromingen steeds uitgenodigd moeten worden om samen te werken in de strijd tegen racisme en islamofobie. Ook ben ik er een voorstander van om socialisten en andere stromingen een onbeperkt podium te geven voor hun opvattingen en voorstellen in de zwarte en migrantengemeenschap. Het is aan hen om te bepalen of ze gehoor willen geven aan die uitnodiging.

De zwarte en migrantenorganisaties weten nu dat dat omgekeerd niet het geval is. Soms zullen sommige activisten niet welkom zijn of geen podium kunnen delen. Dat moet er niet toe leiden dat wij hetzelfde gaan doen. Voor ons moet het een principe van dekoloniale strategie zijn dat we voor een onbeperkte vrijheid van meningsuiting zijn.

Deze ervaring bevestigt een les die dekoloniale denkers in de afgelopen eeuwen keer op keer hebben gedeeld. Emancipatie van zwarte mensen zal niet door witte mensen gebeuren. Zwarte empowerment zal leiden tot breuken in het witte bastion. Daarom staat centraal in onze strategie het empoweren van onze gemeenschap, de bevordering van eenheid binnen de zwarte en migrantenbeweging. Die eenheid en kracht zal ervoor zorgen dat in de witte gemeenschap progressieve krachten de moed zullen hebben om veranderingen door te voeren in hun eigen achterban. De geschiedenis leert ons dat keer op keer. De strijd tegen Zwarte Piet is niet door witte mensen geïnitieerd. De strijd voor positieve actie wordt niet door witte mensen geïnitieerd. De strijd voor Decolonizing The Mind is niet door witte mensen geïnitieerd. De strijd voor herschrijving van de geschiedenis (inclusief de herschrijving van de geschiedenis van de Holocaust) en hervorming van het educatief systeem is niet door witte mensen geïnitieerd. De witte mensen, inclusief de socialisten, springen pas op de bandwagon als de beweging op gang komt. Om die reden is het belangrijk om altijd de deur open te houden naar witte mensen en organisaties die de strijd gaan steunen, maar we moeten niet verwachten dat daar de grote ideeën en initiatieven vandaan zullen komen.

Sandew Hira
(International Institute for Scientific Research)

Deze tekst verscheen eerder op de site van het IISR.