Kan de beweging van kleine boerinnen een belangrijke rol spelen in een grote verandering van het wereldsysteem? (deel 3)

Boeren met hooivorken in opstand tegen buitenlandse bezetters, Tirol, 1809.

Voedselsoevereiniteit, gelijkheid en zorg voor al wat leeft, met respect voor de grenzen van onze planeet

Van de negentiende eeuw tot het einde van de twintigste eeuw heerste de overtuiging dat de industriearbeiders voorbestemd waren om de wereld te veranderen. Dat kleine boeren, landarbeidsters en inheemse bevolkingen op vergelijkbare wijze de drijvende krachten achter een grote verandering van het wereldsysteem zouden kunnen zijn, leek voor de meeste deskundigen onzin, ketterij. Ondertussen zijn we gestuit op de grenzen van onze planeet en is het industriemodel in een crisis geraakt. Door de wanstaltige rijkdom van een handvol miljardairs, tegenover toenemende armoede voor velen, en door een serie weerzinwekkende oorlogen is de roep om gelijkheid en vrijheid luider dan ooit. Laten we daarom eens kijken naar wat de alternatieven en de strijd van kleine boerinnen samen met andere “natuurbeheerders” in deze niet zo gemakkelijke tijd kunnen betekenen.

Kan de beweging van kleine boerinnen een belangrijke rol spelen in een grote verandering van het wereldsysteem?
1. Boeren en strijd tegen onderdrukking door de eeuwen heen
2. Vrijheid en gelijkheid voor iedereen opnieuw uitvinden
3. Concrete acties voor sociale verandering waarin zorg en zelfbestuur centraal staan

Deel 3. Concrete acties voor sociale verandering waarin zorg en zelfbestuur centraal staan

De combinatie van onafhankelijkheid met goede zorg voor mens en natuur kan een waardig en vrij leven voor iedereen in een veilige toekomst tot resultaat hebben. Dat denkbeeld stelt ons in staat om verder te kijken dan de negentiende-eeuwse ideeën die gebaseerd zijn op industriële ontwikkeling en het uitbuiten van mensen en de natuur. Sociale bewegingen in onze eenentwintigste eeuw kunnen zich aansluiten bij de traditie van strijd van onderop die al duizenden jaren lang en op alle continenten de waardigheid en fundamentele gelijkheid van alle mensen verdedigt en iedere vorm van onderdrukking afwijst. Dat betekent vanzelfsprekend ook dat we al het werk dat de zorg voor alles dat leeft met zich meebrengt eerlijk verdelen. Een belangrijk onderdeel van de zo bitter noodzakelijke vernieuwing van onze samenleving is voedselsoevereiniteit. Hier volgen drie concrete acties die nodig zijn om die te kunnen verwezenlijken.

Ten eerste: het op gang brengen van een internationale golf van landhervormingen

In de negentiende eeuw pleitten Amerikaanse voorstanders van afschaffing van de slavernij voor “veertig acres (zestien hectaren) en een muilezel” voor ieder gezin. Om te voorkomen dat mensen die net bevrijd waren van de slavernij maar geen bezit hadden, gedwongen waren om zich te verhuren aan een witte plantage-eigenaar om aan geld te komen om te overleven, moest elk gezin het recht hebben op een stuk land en de middelen om dat te bewerken. Dat geldt ook nog vandaag, in de eenentwintigste eeuw. Het recht om land te bewerken en de vruchten ervan te oogsten om in je eigen behoeften te voorzien, is een van de belangrijkste voorwaarden voor vrijheid, zodat je niet gedwongen bent om je te laten uitbuiten. De landhervormingen van de twintigste eeuw waren vaak bedoeld om de landbouw te mechaniseren en door middel van het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en irrigatie de opbrengsten te verhogen. De inheemse bevolkingen raakten vaak hun land kwijt en voor herderinnen werd het moeilijk om met hun kuddes rond te trekken. Deze landhervormingen hielden ook geen rekening met milieukwesties.

Hoe ziet een rechtvaardige landhervorming eruit, waardoor kleine boerinnen en landarbeiders de beschikking over voldoende land kunnen krijgen om geen armoede te hoeven lijden? Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden, want er zijn erg veel verschillende vormen van het toewijzen en gebruiken van land. Op zich is dat niet erg, als de lokale gemeenschappen maar weten te voorkomen dat enkelen het meeste land, de beste stukken grond en de grootste hoeveelheid irrigatiewater krijgen.

Ten tweede: het scheppen van een nieuw internationaal handelssysteem

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Wereldbank hebben vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw een sleutelrol gespeeld bij de Amerikaanse economische overheersing en bij het versterken van de macht van de multinationals ten koste van de lokale economieën wereldwijd. Door middel van schulden hebben zij veel staten in het mondiale zuiden, maar ook in het noorden (zoals Griekenland), gedwongen om voorrang te geven aan export in plaats van aan de economische, sociale en culturele behoeften van hun eigen bevolking. De afgelopen jaren is La Via Campesina begonnen met het uitwerken van een alternatief voor de WTO, waarbij de plaatselijke voedselproductie in het centrum van de aandacht staat. Weliswaar is internationale handel belangrijk, maar alleen als die gebaseerd is op voedselsoevereiniteit, mensenrechten en internationale solidariteit en onder controle staat van de Verenigde Naties. Internationale handel mag niet langer een instrument zijn van kapitalistische overheersing van andere landen. La Via Campesina zal ook voorstellen ontwikkelen voor een goed economisch beleid voor afzonderlijke landen, zodat aan de ene kant kleine boeren en landarbeidsters een behoorlijk inkomen hebben, en aan de andere kant het voedsel voor de bevolking betaalbaar is.

Ten derde: het volledig overschakelen op agro-ecologie

Overal ter wereld hebben boerinnenbewegingen agro-ecologische landbouwscholen opgericht om jongeren te leren hoe voedsel te produceren zonder de natuur te beschadigen. Ook vissersgemeenschappen zijn bezig om cursussen te ontwikkelen over respectvol omgaan met rivieren, meren, zeeën en oceanen. De nadruk ligt niet langer op het zoveel mogelijk produceren, maar op een nieuwe relatie met de natuur en alle levende wezens, op kringlopen en vruchtbaarheid. Traditionele kennis, met name die van inheemse bevolkingen, vormt hierbij de kern. Het is duidelijk dat deze strategie haaks staat op de belangen van multinationals die het wereldvoedselsysteem willen beheersen door landbouwgrond in te pikken, patenten op zaden aan te vragen en traditionele vakkennis uit te bannen, om zo landbouwtechnieken op basis van chemicaliën, robots en biotechnologie door te drukken. Om agro-ecologie op grote schaal in te kunnen voeren, moeten we deze grote agroconcerns en chemische kartels dus zien te ontmantelen.

Mensenrechten en internationale solidariteit

Daarnaast blijft het belangrijk om de mensenrechten zo krachtig mogelijk te verdedigen. De erkenning van rechten die voor alle mensen gelden, is een belangrijke verworvenheid van de twintigste eeuw. Maar we hebben nog een lange weg te gaan om machthebbers daadwerkelijk te dwingen om zich aan de afgesproken regels te houden. Het gaat om het recht op voedsel, gezondheid en onderwijs, om de rechten van vrouwen, inheemse bevolkingen en kleine boeren. Omdat het meestal mensen betreft met weinig macht, moet de overheid hun rechten beschermen. Het is daarom superbelangrijk om overheidsbeleid op alle niveaus te verbeteren: van onderwijs tot gezondheidszorg, van openbaar vervoer tot drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, van gezond voedsel tot cultuur. We moeten nauw samenwerken met gemeentearbeidsters en hun verzet tegen privatisering en prijsverhogingen ondersteunen. Samen met andere sociale bewegingen moeten we strijden voor belastingrechtvaardigheid, want om een werkelijk goed beleid uit te voeren heeft de overheid veel geld nodig, wat zij bij de allerrijksten en de multinationals moet halen en door het zwaar belasten van bijvoorbeeld reizen met privéjets en cruises, die erg vervuilend zijn. Gezamenlijk moeten we ook belastingontduiking tegengaan, name via belastingparadijzen.

Als het gaat om overheidsbeleid, moeten we wel een onderscheid maken tussen het globale zuiden en noorden. In het zuiden is industriële ontwikkeling absoluut nodig om armoede uit te bannen. Het noorden zou daarbij technische hulp moeten bieden en geld, bij wijze van herstelbetalingen. Het noorden zou moeten stoppen het zuiden nog langer te plunderen en zelf aan “ontgroei” moeten gaan doen door een onderscheid te maken tussen ge-bruik en mis-bruik. Daarbij krijgt iedereen gratis of voor heel weinig geld een bepaalde hoeveelheid water, elektriciteit en wat je ook maar nodig hebt voor een behoorlijk leven, maar als je meer gaat gebruiken, stijgt de prijs snel.

Ten slotte blijven internationale solidariteit en bestrijding van militarisering en onderdrukking van het grootste belang. Het is duidelijk dat de rijken en machtigen alles op alles zetten om hun macht te behouden of zelfs uit te breiden. Zij nemen daarbij hun toevlucht tot oorlog en genocide, en gebruiken racisme, seksisme, nationalisme, en verschillen tussen godsdiensten om gewone mensen tegen elkaar op te zetten.

Strategieën

Allereerst vereist de ernst van de huidige wereldcrisis: radicalisme. Radicaal zijn betekent dat we de problemen bij de wortel aanpakken. Oppervlakkige veranderingen zullen niet volstaan om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen of genocide te beteugelen. Radicalisme mag echter niet ontaarden in sektarisme. Integendeel, het is nu niet de tijd voor ruzies over het eigen gelijk, maar voor brede, open, ruimhartige samenwerking. Met name tussen organisaties die zich verzetten tegen ongelijkheid en onderdrukking en de milieubeweging.

In de afgelopen twintig jaar is de beweging voor voedselsoevereiniteit erin geslaagd om een brede samenwerking tot stand te brengen tussen organisaties van kleine boerinnen, inheemse bevolkingen, feministen en milieuactivisten. Tijdens het derde Nyéléni-forum in 2025 hebben ook bewegingen voor solidaire economie en voor gezondheid meegewerkt aan het ontwikkelen van een visie op wereldwijde verandering. Toch kunnen we er niet vanuit gaan dat deze zeer omvangrijke, brede beweging erin zal slagen om de mondiale crises te bezweren zonder serieus toenadering te zoeken tot de andere belangrijke pijler van het sociale verzet, namelijk de vakbonden, die zich ondertussen ook bezighouden met “rechtvaardige transitie”.

Verder moeten we beseffen dat we in een bijzondere tijd leven, en dat sociale bewegingen hun strategieën daarop moeten aanpassen. Dagelijks bericht het nieuws over oorlogen, droogtes, bosbranden, overstromingen en noem maar op. Deze rampen zullen de komende tijd groter worden en vaker plaatsvinden. De geschiedenis leert ons dat de heersende klassen rampen misbruiken om asociale hervormingen door te voeren, zoals Naomi Klein uitlegt in haar boek “De shockdoctrine, de opkomst van rampenkapitalisme”. Maar soms weten massabewegingen in tijden van grote rampen ingrijpende veranderingen af te dwingen. Denk aan de Russische Revolutie in 1917 aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, aan de grote sociale hervormingen in Europa en aan de onafhankelijkheid van een hele serie kolonies vlak na de Tweede Wereldoorlog. En als we iets verder teruggaan in de geschiedenis: de onafhankelijke gemeenschappen van kleine boerinnen na de val van het Romeinse Rijk in de vierde eeuw. Of elites rampen weten te benutten om hun macht te vergroten, of dat de gewone mensen hun lot in eigen handen weten te nemen, hangt grotendeels af van de mate waarin sociale bewegingen zich voorbereiden, niet op de rampen zelf, maar op de directe gevolgen ervan. Dit werk is nog niet eens begonnen, maar het zal doorslaggevend zijn om een periode van meer gelijkheid te bereiken.

Rol van wetenschappers

Om de mogelijkheden van de huidige multi-crisis zo goed mogelijk te benutten is het belangrijk dat sociale bewegingen veel tijd en energie steken in politieke vorming, en met name in het bestuderen van de geschiedenis van de sociale strijd van onderop. Zodoende is er een grote rol weggelegd voor onderzoekers. Maar in de praktijk blijken wetenschappers weinig belangstelling te hebben voor de ervaringen en de kennis van kleine boeren, handarbeiders, inheemse bevolkingen en vrouwen in het algemeen. De “deskundigen” helpen vaak de elites om hun macht te vergroten, ten koste van de gewone mensen. Daardoor wantrouwen boerinnen, inheemse bevolkingen en arbeidsters hen vaak. Om daar verandering in te brengen is het noodzakelijk dat geleerden op voet van gelijkheid samen met hen onderzoek doen, met alle respect voor hun kennis. Wetenschappers dienen alle fasen van het onderzoek met hen te bespreken, om te voorkomen dat machthebbers misbruik gaan maken van de kennis van gewone mensen. Omdat sommige onderzoeksters, met name in het noorden van de wereld, weinig directe ervaring hebben met sociale bewegingen waarover zij publiceren, en omdat de wetenschappelijke gemeenschap erg versnipperd is, zijn netwerken van wetenschappers-activisten belangrijk.

Morgan Ody

Het oorspronkelijke artikel “Can the food sovereignty movement really play a role in systemic transformation? Freedom, egalitarian societies, and planetary boundaries” stond in september 2025 in The Journal of Peasant Studies. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit. Ga voor de voetnoten en de vele interessante literatuurverwijzingen naar de Engelse tekst.

Verder lezen