Drugsproblematiek is eenvoudig op te lossen, maar wil de staat dat wel?

De oplossing voor alles (volgens heel veel politici)

Nederland heeft een drugsprobleem, zo blijkt uit de gewapende bende die door Overasselt slenterde. En niet alleen daar: de gecriminaliseerde drugsmarkt is op meerdere manieren schadelijk voor de volksgezondheid en het milieu. Ook vormt het een excuus voor de staat om steeds meer politiebevoegdheden uit te breiden en een steeds groter en machtiger veiligheidsapparaat op te tuigen. Hoewel deze situatie door sommigen “on-Nederlands” wordt genoemd, is het juist zo Nederlands als maar kan. De oplossingen zijn duidelijk en liggen voor de hand, maar de staat lijkt alleen maar geïnteresseerd om de wapenwedloop voort te zetten. Hoe laat zich dat verklaren?

In feite is drugshandel een logisch bestanddeel van een kapitalistische economie, zoals die in Nederland overheerst. In het kapitalisme wordt geld verdienen beloond, en dat geld verdien je door winst op te strijken terwijl je de negatieve effecten over mensheid en planeet verdeelt. Shell, Philip & Morris en McDonald’s weten maar al te goed: de beste kapitalisten pakken de winsten en collectiviseren de schade die ze daarbij veroorzaken, of dat nu gaat om de gezondheid van mens of het ecologische systeem.

Er is daarnaast geen betere markt voor een ambitieuze ondernemer dan de drugsmarkt. Dat wisten de Britse opiumhandelaren al in de negentiende eeuw, maar ook de Nederlandse, koloniale roof van specerijen, suiker en tabak is hier een voorloper van. Een verslaafde klant is een trouwe klant, en zo creëren drugsbaronnen (gelijk de VOC) meteen een vraag voor hun aanbod. Het is ook niet toevallig dat drugshandelaren drugs verkopen die zo verslavend mogelijk zijn, in plaats van alternatieven die niet of minder fysiek verslavend zijn. Als je vervolgens rijk wordt met die handel, is Nederland gelijk ook een mooi belastingparadijs om je winsten te stallen.

Het Nederlandse economische beleid is er bovendien op gericht dat bedrijven makkelijk aan bereidwillige arbeiders kunnen komen. Dit doet de overheid door huren hoog te houden en sociale zekerheid steeds verder in te perken. Het is geen wonder dat er zo veel potentiële drugshandelaren en loopjongens zijn in Nederland, of dat boeren in Colombia zo veel coca verbouwen. Dit is niet anders voor de papaverboeren in Afghanistan, die evenals de Colombiaanse cocaboeren behoren tot de uitgeknepen klasse van het mondiale zuiden.

Ook aan de kant van de consument heeft het kapitalisme een effect. Het kapitalisme maakt mensen tot elkaars concurrent. Het maakt het leven tot een groot casino, waarbij één tegenslag ons hele leven kan verwoesten. Veel mensen moeten dat casino eenzaam tegemoet treden, terwijl ze door hogere machten steeds verder worden uitgeknepen en voor hun eigen misère verantwoordelijk worden gehouden. Wie kan slachtoffers van zo’n systeem hun drugsgebruik benijden?

De belangrijkste scheidslijn tussen verboden drugs en de rest van de kapitalistische economie is dat drugs verboden zijn. Ook dit is geen natuurfeit. De grondlegger van het vijandige drugsgebruik was Amerikaanse president Richard Nixon, die de criminalisering van drugs wilde gebruiken om Zwarte Amerikanen en de anti-oorlogsbeweging aan te pakken. Het is ook geen wonder dat crack in de VS harder werd vervolgd dan poedercocaïne: crack werd vooral onder Zwarte mensen gebruikt, terwijl poedercocaïne populairder was onder witte mensen. Bovendien was de drugsoorlog een manier voor de VS om invloed te krijgen in politiemachten over de hele wereld, zowel in Zuid-Amerika als Europa. Ook in Nederland heeft de FBI een grote vinger in de pap als het gaat om bestrijding van drugscriminaliteit.

Die criminalisering heeft, ironisch genoeg, een drugsmarkt gecreëerd die je bijna libertarisch zou kunnen noemen. Afspraken tussen drugshandelaren kunnen niet in een rechtbank worden uitgevochten, dus gebruiken drugsbaronnen hun geld om privélegertjes in te zetten om zo hun ‘wet’ te doen gelden. Verstookt van gevangenissen (in de meeste gevallen komt dit ‘rechtssysteem’ neer op liquidaties en bomaanslagen.

Geconfronteerd met al deze moeilijkheden lijkt de oplossing voor drugsproblematiek voor de hand liggend en eenvoudig: zorg dat niet- of minder-verslavende, legale alternatieven worden ontwikkeld voor populaire drugs, laat deze produceren door organisaties zonder winstoogmerk, zorg voor gratis afkickmogelijkheden, stop met het criminaliseren en kleineren van drugsgebruikers, verdeel de rijkdom van de wereld eerlijk over het mondiale zuiden, en vervang het kapitalisme door een confederatie aan vrije producenten die werken naar vermogen en nemen naar behoefte. Zo ben je in zes eenvoudige stappen van enig drugsprobleem af.

Maar dat wil de overheid niet. Nog los van het afschaffen van het kapitalisme en herverdeling van welvaart: de oorlog tegen drugs heeft de overheid een hoop opgeleverd. De staat zal nooit afstand doen van de gemilitariseerde politiemacht en de bevoegdheden die de oorlog tegen georganiseerde misdaad ze heeft gegeven. De angst voor georganiseerde misdaad is een koevoet waarmee het gezonde wantrouwen tegen steeds meer politiemacht wordt opengebroken.

De “gereedschappenwet” is een psychologisch fenomeen waarbij iemand die bekend is met één gereedschap, dat gereedschap voor alles wil gebruiken, óók als er betere (maar onbekende) gereedschappen voorhanden zijn. Het is dan ook niet vreemd dat de staat steeds maar één oplossing heeft voor drugsgeweld: nóg meer gemilitariseerde politie, nóg meer wapens, nóg meer bevoegdheden. In de komende weken kunnen we verwachten dat justitieminister David van Weel het tumult rond Overasselt zal gebruiken om een verdere uitbreiding van het politieapparaat te rechtvaardigen, terwijl dit natuurlijk alleen maar leidt tot een verdere escalatie van het kat-en-muis-spel.

Dit hoeft niet eens een actieve keuze te zijn. Ik denk niet dat er ergens een ambtenaar verheugd met haar handen zit te wrijven bij het idee van drugsgeweld. In de praktijk ziet dit eruit als rechtse politici die enige discussie over legalisatie afschilderen als capitulatie aan drugskartels, en die puur en alleen een “keiharde aanpak” willen. Het gevolg is echter hetzelfde: een spiraal waarbij de wereld niet veiliger of eerlijk wordt, maar de staat wel een steeds grotere knuppel krijgt om mee te slaan.

Het drugsbeleid is Nederland in het klein, want deze gereedschapspolitiek zie je overal terug. De Nederlandse staat reageert op elk ‘gevaar’ (echt of hallucinant) met dezelfde reactie. Gaat de olieprijs omhoog vanwege de Amerikaanse aanval op Iran? Dan steunt Nederland de VS om de Straat van Hormuz schoon te vegen. Is de Nederlandse digitale infrastructuur té gecentraliseerd en té kwetsbaar? Dan mag de AIVD straks ongecontroleerd “opponenten” surveilleren. Komen vluchtelingen ons stinkend rijke land binnen? Concentratiekampen. Demonstranten? Meer wapens voor de Mobiele Eenheid. Het onderliggende lijden blijft bestaan, alleen het uiten wordt verboden.

Het voorval in Overasselt laat zien waar het wapenwedloop van de overheid en drugscriminaliteit toe leidt, en dat risico bestaat over de hele linie. Deëscalatie is de duidelijke oplossing (in alle genoemde gevallen), maar dat zou betekenen dat de politie en de AIVD hun speeltjes moeten inleveren. Dat gaat niet vrijwillig gebeuren, ook niet in het onwaarschijnlijke geval dat er ooit een centrum-linkse regering aan de macht zou komen. Zo blijven staat en drugscriminaliteit verwikkeld in een gewelddadige spiraal waar geen van beiden uit wil stappen. En daar zijn wij weer de dupe van.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder op de website Joop.)