De motoragent koos de kant van een witte man die achter een zwarte vrouw aan rende

Ik had gisteren al mijn moed verzameld om naar de supermarkt te gaan om te pinnen bij een Albert Heijn in Amsterdam-Oost. Corona en mijn heftige vorm van smetvrees gaan slecht samen. Ik ben als de dood om iets aan te raken en het virus mee naar huis te nemen. Voor de winkel stond een lange rij. Toen ik aan de beurt was, bedankte ik de man bij de ingang vriendelijk voor het mandje; ik kwam niet om boodschappen te doen. De man bleef maar aandringen en probeerde het mandje in mijn handen te drukken. Ik verloor mijn geduld, maar ben keurig opgevoed, dus gebruikte geen krachttermen. Ik herhaalde keer op keer dat ik geen mandje hoefde en dat ik in mijn recht stond. Hij zei het niet, maar ik voelde – en niet voor het eerst – dat ik mijn zwarte Surinaamse mond moest houden. Dat gevoel zit diep in mij geworteld, te vaak in mijn leven werd ik ermee geconfronteerd dat ik op voorhand al met 1-0 achtersta. Inmiddels was ook de supermarktmanager erbij gekomen. “Je mag niet verder zonder winkelmandje.” Ik gaf flink tegengas, want met corona in gedachten wilde ik echt geen mandje vasthouden, voor geen goud. Discussiërend liep ik door naar de pinautomaat, maar hij versperde mij de weg. Het idee dat ik dat mandje vol bacteriën zou moeten aanraken óf dat de manager míj zou aanraken… Ik besloot weg te gaan (…) Ik maakte aan de overkant van de straat mijn fiets los toen ik de winkelmanager op me af zag stormen. Zijn lichaamstaal verraadde dat hij mij wilde grijpen. Nee, ik wilde géén lichamelijk contact! Rennen, was mijn eerste reflex. Na een wilde achtervolging dook hij als een Amerikaanse rugbyspeler op mijn rug en belandde ik met een harde smak in een bloembak op de stoep. Opeens voelde ik een knie in mijn rug, gevolgd door een stomp. Ik draaide me om en zag een tweede man: een motoragent. Samen bleven ze kracht uitoefenen en klapten me dubbel; mijn hoofd drukte tegen mijn borst. Ze sloegen me hard met hun vuisten. Ik hapte naar adem, maar kreeg geen lucht. Mijn hele lichaam shockte, ik had het gevoel dat ik ter plekke zou sterven.

Saskia in De motoragent koos de kant van een witte man die achter een zwarte vrouw aan rende (Controlealtdelete.nl)