De Wet urgente persoonsvermissing en de Hamer van Maslow

“In Nederland raken elk jaar ongeveer 3.000 tot 4.500 personen urgent vermist. In dat geval zijn er aanwijzingen dat de gezondheid of veiligheid van de vermiste persoon ernstig in gevaar is. Het wetsvoorstel regelt bevoegdheden waarmee de politie onder gezag van de officier van justitie de feitelijke verblijfplaats van de urgent vermiste persoon kan vaststellen, zodat de betrokkene kan worden teruggevonden”, aldus een nieuw wetsvoorstel dat voorligt ter consultatie. “De duivel heeft de macht om een aangename gedaante aan te nemen.” Daar moet ik aan denken als ik dit wetsvoorstel zie. Het terugvinden van vermiste personen is mooi, maar wat is de prijs?

De Wet urgente persoonsvermissing is een concept-wetsvoorstel dat op 12 mei in internetconsultatie is gegaan. De wet geeft de politie een aantal nieuwe bevoegdheden die ze voorheen nog niet hadden om mensen te vinden die vermist zijn.

Die bevoegdheden hadden ze nog niet, omdat politiebevoegdheden (uit het Wetboek van strafvordering) alleen kunnen worden gebruikt als er een verdenking is van een misdrijf. Als iemand zonder misdrijf vermist is, kan de politie wel zoeken, maar hebben ze geen bijzondere politiebevoegdheden.

Wat voor bevoegdheden zijn dat? Allereerst mag de politie bij een urgente vermissing (met toestemming van een rechter) gegevens opvragen over het communicatieverkeer. Dat gaat uitdrukkelijk niet om de inhoud van gegevens, maar over hoe vaak en waar berichten worden verzonden of wordt gebeld.

Ook mag de politie met toestemming van de officier van justitie (maar zonder rechterlijke toestemming) iemands locatie bepalen. Dat kan bijvoorbeeld door een zogenaamde “stille sms’ naar een mobiele telefoon te sturen. Zo kan, op basis van communicatiegegevens, een locatie worden bepaald.

Op zich ben ik er niet op tegen dat locatiegegevens worden gebruikt om vermiste personen op te sporen, als zij inderdaad plotseling zoek zijn. Locatiegegevens kunnen zo mogelijk helpen om levens te redden. Het is echter ook denkbaar dat deze bevoegdheden misbruikt worden.

Om te beginnen: vermist door wie? Wanneer is een persoon vermist? Als je familie niet weet waar je bent? Of als de politie niet weet waar je bent? De term “vermist” is niet zo eenduidig en helder als men wellicht denkt. Hebben mensen ook niet het recht om onvindbaar te zijn?

Daarbij is relevant dat het hier nooit zal gaan om de situatie dat er mogelijk een misdrijf is gepleegd. Als er een misdrijf is gepleegd, is deze wet namelijk niet van toepassing. Het gaat alleen om vermissingen waarbij geen spoor is van “foul play”.

Wanneer is er dan sprake van een “urgente” vermissing? Dat kan al heel snel zijn, omdat er alleen maar “aanwijzingen” hoeven te zijn. Aan die eis is al heel snel voldaan, zeker als je kijkt naar de voorbeelden. Een aantal hiervan zijn logisch, maar een paar gaan ook wel erg ver.

Wanneer er al een “aanwijzing” is als iemand niet voldoet aan hun normale gedrag of routines, dan kan heel snel aan deze wettelijke eis zijn voldaan, terwijl er misschien helemaal geen gevaarlijke situatie is. Het risico is dus dat deze bevoegdheid te snel wordt gebruikt.

Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand is weggelopen bij een (fysiek of mentaal) gewelddadige partner of ouders, die vervolgens gaat liegen om iemand door de politie terug te laten slepen. Sommige problemen hebben geen politie-inzet nodig.

Dat zou minder een probleem zijn als deze bevoegdheid werd gebruikt door een organisatie speciaal voor de opsporing van vermiste personen, met ook sociale expertise en ervaring. Maar deze bevoegdheden worden toebedeeld aan de politie, en dat brengt een groot risico van machtsmisbruik met zich mee.

De politie is immers soms op zoek naar mensen die ze niet kunnen vinden op basis van hun gebruikelijke wettelijke bevoegdheden. Daarmee kan de verleiding groot zijn om te kijken of ze misschien als “urgent vermist” kunnen worden aangeduid.

Dit wordt ook wel “instrumentalisme’ genoemd, of de “Hamer van Maslow”. Als men een middel of instrument eenmaal heeft, is het aantrekkelijk om het overal toe te passen. Als je alleen een hamer hebt, zijn alle problemen plots een spijker.

Dat gebeurt ook op het niveau van de staat: de politie wordt steeds vaker als ‘joker’ ingezet om allerlei problemen op te lossen, met gevaarlijke gevolgen. De politie is een apparaat van staatsgeweld, en de inzet van de politie heeft dus ernstige risico’s.

Daarnaast bestaat hier ook een risico van een hellend vlak. Nu is het argument: “als de politie dit mag doen om ‘criminelen’ te vinden, waarom dan niet om vermiste mensen te vinden?” En later is het argument: “als de politie dit mag om vermisten te vinden, waarom niet voor X, Y, Z?”

Zoals gezegd: er is weinig op tegen als er een aparte organisatie zou bestaan die zich puur richt op het vinden van vermiste mensen, met alle expertise en geen enkele geweldsbevoegdheid. Maar dat is niet wat hier gebeurt. Wéér komt er meer informatie in handen van de politie.

Zoals gezegd: de duivel komt in een aangename gedaante. Het is aantrekkelijk om te zeggen dat het vinden van vermiste personen wenselijk is, en dat de politie dus deze bevoegdheden maar moet krijgen. Maar zo worden politiebevoegdheden altijd verkocht. Daar moeten we dus kritisch op zijn.

Hier kan je op het wetsvoorstel reageren.

Bo Salomons

(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)