Drie jaar in Nederland: mijn leven in het azc

Openhartig beschrijft Abu Naji zijn bestaan als vluchteling in een azc. Hij neemt ons mee naar zijn leven van alledag, zijn onzekerheid, zijn frustraties en zijn dromen.
Ik woon sinds 5 mei 2023 in Nederland. Meer dan drie jaar later wacht ik nog steeds. Mijn asielprocedure loopt nog steeds. Mijn zaak ligt inmiddels ongeveer twintig maanden bij de rechtbank, maar ik weet nog altijd niet wanneer mijn zitting zal plaatsvinden. Ik weet niet wanneer deze periode van onzekerheid eindigt. Ondertussen gaat de tijd gewoon door.
Als iemand mij vraagt hoe mijn leven er nu uitziet, vind ik het moeilijk om daar één antwoord op te geven. Ik woon, ik eet, ik slaap, ik leer, ik doe vrijwilligerswerk en ik zoek werk. Aan de buitenkant gaat mijn leven dus door. Maar van binnen voelt het soms alsof mijn echte leven nog niet is begonnen.
Voordat ik naar Nederland kwam
Voordat ik naar Nederland kwam, had ik mijn eigen leven opgebouwd. Ik had aan de universiteit wiskunde gestudeerd en mijn studie afgerond. Daarna werkte ik ongeveer zeven jaar voor mezelf in de internetsector. Ik installeerde en onderhield internetnetwerken. Ik kende het werk goed, het paste bij mij en ik kon er goed van leven. Met mijn inkomen kon ik voor mezelf en mijn gezin zorgen. Ik was tevreden met mijn leven. Ik had werk dat bij mij paste, zorgde voor mijn gezin en had plannen voor de toekomst. Ik zag geen reden om mijn leven ergens anders opnieuw te beginnen.
Totdat mijn veiligheid in gevaar kwam. Een van mijn internetinstallaties werd door gewapende personen beschoten en zwaar beschadigd. Ik probeerde bescherming te krijgen, maar die kreeg ik niet. Daarna werd ik persoonlijk bedreigd vanwege mijn werk met internet. Zij vonden dat het installeren en verhandelen van internet verkeerd was en dat ik daarmee moest stoppen.
Vanaf dat moment veranderde mijn leven. Niet omdat mijn werk niet meer bij mij paste, maar omdat ik mij niet meer veilig voelde. Zelfs als ik mijn werk kon blijven doen, zag ik niet meer de veiligheid die ik nodig had om daar te kunnen blijven leven. Ik probeerde nog na te denken over andere mogelijkheden, misschien ergens anders wonen en werken. Maar de bedreiging was inmiddels persoonlijk geworden. Ik voelde mij niet meer veilig om in mijn land te blijven.
Uiteindelijk moest ik vertrekken. Ik liet mijn werk, mijn dagelijkse leven, mijn omgeving en mijn familie achter, en ging op zoek naar een plek waar ik weer veilig kon zijn. Ik ben nog steeds bang om terug te keren naar mijn land. Ik ben niet vergeten voor welk gevaar ik ben gevlucht.
Mijn leven in het azc
Ik woon in een azc met verschillende gebouwen. In sommige gebouwen zijn appartementen met meerdere kleine kamers. In een appartement kunnen bijvoorbeeld ongeveer zeven individuele kamers zijn, met een gezamenlijke ruimte en een gezamenlijke keuken. In andere situaties wonen twee of soms vier mensen samen in één kamer.
Ik heb zelf een periode van enkele maanden met meerdere mensen in één kamer gewoond. Soms waren we met vier mensen in dezelfde kamer. Uiteindelijk heb ik na een lange periode een individuele kamer gekregen. Dat was voor mij belangrijk, omdat samenleven in één kamer veel problemen met zich mee kan brengen.
Iedereen heeft zijn eigen ritme. De ene persoon wil slapen, de andere wil studeren, iemand anders wil praten of ’s nachts met zijn familie bellen. Sommigen blijven tot laat wakker, luisteren naar muziek of zijn gewoon luidruchtig. Ook kunnen er verschillen zijn in hoe mensen omgaan met schoonmaak en hygiëne. Soms wil je gewoon alleen zijn. Soms wil je slapen omdat je de volgende ochtend vroeg op moet. Soms wil je studeren of je voorbereiden op vrijwilligerswerk of een andere activiteit. Maar wanneer je een kamer met meerdere mensen deelt, kun je dat niet altijd zelf bepalen.
Nu heb ik gelukkig een eigen kamer en meer privacy. Maar in de gebouwen om mij heen wonen nog steeds mensen samen met anderen, soms met twee of vier personen in één kamer. Dat laat mij zien hoe verschillend het dagelijks leven binnen een azc kan zijn.
Leven met weinig geld
In mijn situatie krijg ik ongeveer 73 euro per week. Daar moet ik zelf mijn eten van kopen en koken in een gezamenlijke keuken. Dat betekent dat je goed moet nadenken over waar je je geld aan uitgeeft. Je hebt niet alleen eten nodig, maar ook kleding, vervoer, telefoon en andere dagelijkse dingen. Wanneer je niet werkt, is het financieel erg beperkt. En als je daarnaast je familie in het buitenland wil helpen, blijft er nog minder over.
In een ander deel van de locatie is de situatie weer anders. Daar wonen mensen bijvoorbeeld met z’n tweeën op één kamer en ontvangen ze ongeveer 14 euro per week, maar ze krijgen ook dagelijks maaltijden. Daardoor zijn de omstandigheden niet voor iedereen hetzelfde.
Wanneer je wel werkt en inkomen hebt, moet je volgens de regels ook een bijdrage voor de opvang betalen. Daardoor verandert je financiële situatie opnieuw. Voor mij gaat het daarom niet alleen om hoeveel geld je krijgt. Het gaat ook om hoeveel vrijheid je hebt om je eigen leven te organiseren.
Mijn gewone dag
Ondanks deze omstandigheden probeer ik mijn dagen zo goed mogelijk te gebruiken. Soms sta ik ’s ochtends op en ga ik naar activiteiten of lessen waarbij ik zelf leer en tegelijkertijd andere vluchtelingen help. Later op de dag kom ik terug naar het azc. Daarna doe ik soms vrijwilligerswerk op de locatie. Dat kan bijvoorbeeld schoonmaken zijn, helpen met het openen van een recreatieruimte of de omgeving schoonhouden.
Voor ongeveer 4 tot 6 uur vrijwilligerswerk per week krijg ik ongeveer 18 euro per week. Het is geen normaal inkomen, maar het geeft mij iets te doen en het gevoel dat ik iets bijdraag. Daarna ga ik soms 1 of 2 uur naar de sportschool. Vervolgens kom ik terug, maak ik eten en probeer ik te slapen.
Maar ook slapen is niet altijd vanzelfsprekend. Soms bellen mensen ’s nachts hardop met hun familie. Soms zijn er mensen buiten die tot laat praten, muziek luisteren of bezig zijn. Als je de volgende ochtend vroeg moet opstaan, kan dat zwaar zijn. En de volgende dag begint het opnieuw. Ondertussen blijf ik zoeken naar werk.
Ik wil werken
Ik wil niet alleen afhankelijk zijn van ondersteuning. Ik wil werken, zelfstandig zijn en mijn eigen leven opbouwen. Ik heb een universitaire opleiding. Daarnaast heb ik ongeveer zeven jaar ervaring met internetnetwerken en netwerkbeheer. Ik heb ook een basisopleiding elektriciteit gevolgd en een heftruckcertificaat behaald. In mijn eigen land heb ik daarnaast vrijwilligerswerk gedaan rond mensenrechten, vrijheid, vrede en ontwikkeling. Ik hield me bezig met administratieve werkzaamheden en ondersteunde de organisatie bij haar dagelijkse werk. Dit vrijwilligerswerk was voor mij belangrijk. Ik wilde niet alleen werken voor mijn eigen inkomen, maar ook iets bijdragen aan de samenleving waarin ik leefde.
Ik heb dus niet alleen de wens om te werken. Ik heb ook een opleiding, ervaring en vaardigheden. Toch heb ik in Nederland bij meer dan 25 bedrijven en uitzendbureaus geprobeerd om een baan te vinden. Met meer dan 10 daarvan heb ik daadwerkelijk contact gehad of een gesprek gevoerd.
In het begin zocht ik vooral werk dat bij mijn opleiding en ervaring paste. Maar na verloop van tijd veranderde dat. Nu wil ik vooral gewoon werken. Het maakt mij steeds minder uit wat voor soort baan het is. Als ik niet meteen in mijn eigen vakgebied kan werken, ben ik bereid om ergens anders te beginnen. Ik wil ervaring opdoen, leren en zelfstandig worden.
Een sollicitatie die mij is bijgebleven
Een van mijn ervaringen was bij een sollicitatie voor een baan in de logistiek. Ik had mijn cv online gestuurd en werd daarna uitgenodigd voor een gesprek. De sollicitatie verliep goed. De ‘werkgever’ was tevreden en vertelde mij dat hij wilde dat ik kort daarna zou beginnen. Ik was blij. Ik dacht dat ik eindelijk een kans kreeg.
Maar toen ik mijn documenten liet zien en mijn situatie uitlegde, bleek dat ik niet zonder werkvergunning kon beginnen. De ‘werkgever’ vertelde mij dat het bedrijf iemand nodig had die direct kon starten en dat zij niet konden wachten op de procedure voor een werkvergunning. De baan ging uiteindelijk niet door. Dat was moeilijk voor mij. Niet omdat ik het werk niet kon doen, maar omdat ik niet direct kon beginnen.
Ik heb een fiscaal nummer, een bankrekening en de documenten die nodig zijn om een werkvergunning aan te vragen. Maar veel ‘werkgevers’ willen de procedure niet aangaan. Zij zoeken iemand die al over de benodigde toestemming beschikt en direct kan beginnen.
Soms is ervaring het probleem. Een ‘werkgever’ zoekt bijvoorbeeld iemand met meerdere jaren ervaring. Een andere keer is mijn ervaring niet het probleem, maar mijn verblijfs- en werksituatie. Na verloop van tijd ben ik daarom steeds minder kieskeurig geworden. Ik vraag eigenlijk alleen nog om een kans om betaald te werken.
De taal en de motivatie
Toen ik in Nederland kwam, had ik veel motivatie om Nederlands te leren. Ik wilde de taal leren, werken, integreren en mijn toekomst opbouwen. Maar na jaren van onzekerheid is mijn motivatie veranderd. Soms vraag ik mezelf af: waarom zou ik zo hard Nederlands leren als ik niet weet of ik hier uiteindelijk mijn leven kan opbouwen? Ik weet dat de taal belangrijk is. Ik wil haar nog steeds leren en beter spreken. Maar het is moeilijk om dezelfde motivatie vast te houden wanneer je al jaren niet weet waar je toekomst ligt.
De onzekerheid beïnvloedt niet alleen mijn juridische situatie. Ze beïnvloedt ook mijn motivatie om te studeren en plannen te maken. Toch voel ik mij soms onderdeel van Nederland. Ik heb Nederlandse vrienden en vrienden uit andere landen. Via de sportschool, studie, vrijwilligerswerk en het dagelijks leven ontmoet ik soms Nederlandse mensen en mensen met verschillende achtergronden. Op zulke momenten voel ik mij soms echt onderdeel van de Nederlandse samenleving.
Maar tegelijkertijd blijft er een andere werkelijkheid. Ik kan mensen ontmoeten, Nederlands leren en vrijwilligerswerk doen, maar ik weet nog steeds niet wanneer ik mijn eigen toekomst kan plannen. Dat dubbele gevoel is moeilijk uit te leggen. Je bent hier, maar je leven voelt soms alsof het nog ergens anders op je wacht.
Mijn familie
Toch is werk of geld niet het grootste verlies dat ik voel. Het grootste verlies is mijn familie. Vooral mijn kinderen. Ik ben al jaren niet bij hen. Ik heb belangrijke jaren van hun kindertijd gemist. Ik wilde naast hen staan, hen zien opgroeien, hen opvoeden en helpen. Dat kan ik nu niet. We kunnen soms bellen of videobellen. Maar een telefoongesprek is niet hetzelfde als naast je kinderen zitten.
Soms is de internetverbinding slecht. Soms valt het gesprek weg. Soms zie je elkaar alleen via een paar foto’s of een kort videogesprek. Je kunt niet bij hen zijn wanneer ze je nodig hebben. Je kunt ze niet dagelijks zien opgroeien. Je kunt ze niet op dezelfde manier helpen of opvoeden. Er zijn feestdagen en andere belangrijke momenten in hun leven geweest die ik niet samen met hen heb kunnen meemaken. Wanneer ik zie dat mijn kinderen groter worden terwijl ik hier ben, doet dat mij pijn. Want ik weet dat deze jaren niet terugkomen.
Een muur waar ik niet overheen kan
Soms voelt mijn situatie als een grote muur. Aan de andere kant van die muur zie ik het leven dat ik wil hebben: werken, leren, mijn familie bezoeken, zelfstandig zijn en plannen maken voor de toekomst. Ik wil naar die andere kant. Maar soms voelt het alsof ik geen ladder heb.
Die muur bestaat voor mij uit verschillende dingen: de lange asielprocedure, het wachten op de rechtbank, de onzekerheid over mijn toekomst, de moeilijkheid om werk te vinden en de afstand tot mijn familie.
Alles hangt met elkaar samen. Als je geen zekerheid hebt over je toekomst, is het moeilijk om lange termijn-plannen te maken. Als je moeilijk werk kunt vinden, heb je weinig inkomen. Als je weinig inkomen hebt, kun je je familie moeilijk helpen. En als je ver van je familie bent, mis je belangrijke momenten in hun leven. Wanneer al deze dingen zich jarenlang opstapelen, kan dat leiden tot grote frustratie en wanhoop.
Wat als mijn onzekerheid morgen voorbij is?
Als ik een verblijfsvergunning of bescherming krijg, is mijn eerste prioriteit mijn gezin. Ik wil proberen om mijn familie naar een ander veilig land te laten komen, zodat ik mijn kinderen daar kan ontmoeten. Ik wil mijn gezin op een veilige plek kunnen zien, zonder terug te moeten gaan naar de situatie waaruit ik ben gevlucht.
Ik wil mijn kinderen weer zien en proberen om een deel van de jaren terug te krijgen die ik met hen heb gemist.. Daarna wil ik werken. Ik zou eerst zoeken naar werk dat bij mijn ervaring past. Maar als ik dat niet meteen kan vinden, zou ik ook ander werk doen. Ik wil werken, ervaring opdoen en mezelf blijven ontwikkelen.
Ik zou mijn Nederlands verder verbeteren, mijn vaardigheden uitbreiden en mijn toekomst voorbereiden. Ik zou mijn rijbewijs en andere noodzakelijke certificaten afronden. Op langere termijn zou ik graag iets voor mezelf opbouwen, misschien een eigen project of onderneming. Dit zijn geen bijzondere dromen. Het zijn eigenlijk normale dingen: werken, leren, zelfstandig zijn, je familie zien en een toekomst opbouwen. Maar voor mij zijn deze normale dingen na meer dan drie jaar wachten nog steeds niet vanzelfsprekend.
Ik leef, maar ik kan mijn leven nog niet beginnen
Ik wil niet zeggen dat alle vluchtelingen hetzelfde voelen. Ik kan alleen spreken vanuit mijn eigen ervaring. Maar mijn ervaring heeft mij geleerd dat langdurige onzekerheid veel meer beïnvloedt dan alleen je juridische situatie. Het beïnvloedt je motivatie, je werk, je studie, je financiële situatie, je sociale leven, je relatie met je familie en uiteindelijk ook je beeld van de toekomst.
Ik wil niet alleen gezien worden als iemand die hulp nodig heeft. Ik ben iemand met een opleiding, ervaring, vaardigheden en ambities. Ik wil werken. Ik wil leren. Ik wil mijn familie helpen. Ik wil mijn kinderen zien. Ik wil iets bijdragen. Ik wil mijn eigen leven opbouwen.
Soms bereik ik een punt van grote frustratie en wanhoop. Niet omdat ik geen dromen meer heb, maar omdat ik het gevoel heb dat de tijd doorgaat terwijl mijn eigen leven stilstaat. Als ik mijn huidige leven in één zin zou moeten beschrijven, zou ik zeggen: ik leef, maar ik kan mijn leven nog niet echt beginnen.
En soms vraag ik mezelf af: waarom moet mijn leven zo zijn? Verdien ik het om jarenlang op deze manier te moeten wachten? Ik weet het antwoord niet. Ik weet alleen dat ik na meer dan drie jaar wachten niet nog meer jaren achter deze muur wil doorbrengen. Ik wil vooruit kunnen gaan. Ik wil mijn kinderen weer zien. Ik wil werken, leren en mijn eigen leven opbouwen. Ik wil eindelijk het gevoel hebben dat mijn leven niet alleen doorgaat, maar dat ik het ook daadwerkelijk kan leven.
Abu Naji
