Noisejob: Slijmerige padden en een opgeblazen kikker

Pad

Lang geleden, toen de koningen nog aan de macht waren, gaven ze onderdanen die een belangrijke dienst voor hen hadden verricht, een beloning in de vorm van geld of een stuk land. De ene onderdaan had bijvoorbeeld met succes de grenzen van het koninkrijk verdedigd tegenover woeste horden die het land dreigden binnen te vallen. Een andere onderdaan had lammen en kreupelen geholpen, en misschien ook nog wel boze boeren of arbeiders met loze praatjes tevreden weten te krijgen die anders in opstand zouden zijn gekomen. Die onderdanen kwamen bij de koning in hoog aanzien te staan en ze konden voortaan genieten van voorrechten en een hogere maatschappelijke status. Om de goegemeente te overtuigen van hun macht, voortreffelijkheid en onoverwinnelijkheid omringden koningen zich graag met een schare bewonderaars, vaak lieden van adel. Hun paleizen werden bevolkt met jaknikkers, hielenlikkers en slijmballen die voortdurend de grootsheid van hun koning aan het verkondigen waren tegenover een ieder die het horen wilde of daartoe werd gedwongen. Door dat geslijm en gehuichel werd de koning er onophoudelijk aan herinnerd hoe glorieus en magistraal hij was. Daarvoor beloonde hij zijn adellijke hofhouding rijkelijk.

In het Iraanse parlement hangt een grote foto van de ayatollah Ali Khamenei en van de beroemde president Mahmood Ahmadinejad. De ongeëvenaarde uitmuntendheid van de president blijkt alleen al uit het feit dat een van zijn aanhangers een toespraak voor hem mag schrijven die hij zonder na te denken vlekkeloos voorleest in een zaal met vooral ernstig en somber kijkende oudere mannen die een baard hebben of overwegen om een baard te laten staan. Wanneer die parlementsleden meer geld nodig hebben voor hun nieuwe fabriek, hun nieuwe auto, hun nieuwe vrouw en hun toch al vette bankrekeningen in het buitenland, dan geven ze vliegensvlug het beruchte geldsignaal door wijsvinger en duim over elkaar te wrijven en beginnen ze daarna de president op te hemelen en stroop om de mond te smeren. De aanhangers van de president kennen het rekeningnummer van hun baas uit hun hoofd en weten nauwgezet te vertellen welk prijskaartje aan welk soort geslijm en aan welke categorie gefantaseer hangt. Daarom zitten de parlementsleden de hele tijd het fraaiste gehuichel en de prachtigste dromerijen te verzinnen om de president in hogere sferen te brengen en zijn ego te doen opzwellen. Ze maken geen beleid, maar scheppen luchtkastelen voor de opgeblazen presidentskikker. Hoe meer geslijm, hoe dikker de portemonnee van de parlementaire padden.

Te midden van alle fantasieplannen die nooit konden worden uitgevoerd omdat het geld daarvoor terecht kwam bij omhooggevallen nietsnutten met een hoop blabla, vond er in het Iraanse parlement ook wel eens iets belangrijks plaats en dat was… niets behalve vechten met een fantasievijand. Vroeger meenden de Iraanse machtshebbers hun vijanden uitsluitend in het enge en verderfelijke buitenland waar te nemen. Maar omdat ze dachten dat de vijanden van Iran die altijd ook de vijanden de islam zijn, uit alle hoeken en gaten het land waren binnengedrongen en de samenleving van onder tot boven hadden verziekt met hun goddeloosheid, werden zelfs die onderdanen tot vijanden verklaard die het land zo trouw hadden gediend. De vijanden waren daar, de vijanden waren hier, de vijanden waren overal. En ze moesten dood.

Een nieuwe lichting slijmerige parlementspadden heeft inmiddels zijn kans geroken. Ze hebben de hervormingsgezinde Mir-Hossein Mousavi en Mehdi Karroubi bestempeld tot binnenlandse vijand nr. 1. Die heren zouden zelfs geëxecuteerd moeten worden, zo kwaken de padden, omdat ze achter de opstand zouden zitten die onlangs is uitgebroken uit protest tegen het dictatoriale Iraanse bewind, in navolging van het succesvolle volksverzet in Egypte en Tunesië. Met die zondebokpolitiek hopen de hielenlikkers van de president die zo prachtig zijn door anderen geschreven toespraken kan voorlezen, bij hem in het gevlei te komen en zo een graantje te kunnen meepikken. Mousavi en Karroubi zijn nu uit de gratie en dolen rond in de overvolle wereld van bij elkaar gefantaseerde vijanden van Iran en dus ook van de islam.

Lili Irani