Parels van protest

Tahrirplein op 29 juli 2011.

Aan alle kanten van het politieke spectrum komen protestgroepen op. Na een tijdje verdwijnen veel demonstranten weer en blijft alles bij het oude. Of toch niet? Filosoof Mathijs van de Sande onderzoekt de blijvende doorwerking van protestbewegingen. “Anarchisme heeft een grote invloed.”

Op talloze plaatsen in de wereld kwamen mensen de afgelopen tijd in opstand – van Hongkong tot Irak, van Chili tot Soedan. Er waren, en zijn, protesten tegen autoritaire regimes, maar ook klimaatprotesten in de gehele westerse wereld, geïnspireerd door Greta Thunberg, die door Time Magazine werd uitgeroepen tot Persoon van het Jaar. In Nederland kwamen beroepsgroepen in actie die normaal gesproken niet snel de straat op gaan – van onderwijzers en bouwvakkers tot boeren.

Toch is zoveel protest als in 2019 al snel weer verdampt. Want wat merken we er nu nog van? De opstand wordt – afhankelijk van het heersende politieke model – gewelddadig neergeslagen of behendig ontzenuwd door wat beleidsaanpassingen, en daarna gaan de demonstranten en de betreffende regeringen over tot de orde van de dag. Of toch niet? De politiek filosoof Mathijs van de Sande (1984) doet aan de Radboud Universiteit onderzoek naar de aard en dynamiek van protestbewegingen. Vanuit zijn sobere betonnen werkkamer op de zestiende verdieping, met indrukwekkend uitzicht over de glooiende heuvels rond Nijmegen, vertelt hij over de invloed van misschien wel de meest onderschatte politieke stroming in de geschiedenis: het anarchisme.

“Als je nu twijfelt over de vraag of de protesten van de afgelopen tijd nog doorwerken, roept dat bij mij herinneringen op aan de vorige, vele malen grotere protestgolf die door de wereld ging”, zegt Van de Sande. “In 2011 werd niet één persoon, maar ‘de demonstrant’ door Time Magazine tot Persoon van het Jaar uitgeroepen. Het jaar begon met de Arabische Lente, die van het ene op het andere land aan de Noord-Afrikaanse kust en in het Midden-Oosten oversprong en waarvan het Tahrir-plein in Egypte het belangrijkste symbool werd. Nog diezelfde lente ontstond in Spanje de Indignados-beweging, ook wel 15-M-beweging. Ook in Israël ontstond een protestbeweging, waar in Europa weinig over werd bericht. En in Griekenland, waar stakingen het complete land platlegden. Dit alles droeg bij aan de inspiratie voor Occupy Wall Street, dat in september 2011 begon in New York en dat uiteindelijk in zeker 1.000 steden opkwam en wekenlang – soms maandenlang – aanhield.”

Politiek experts en filosofen deden destijds grote uitspraken, zoals: “De tijd van de representatieve democratie zoals wij die kennen, is nu voorbij.”

“Daar is in elk geval niets van uitgekomen: de parlementaire stelsels en de politieke partijen zijn in veel westerse democratieën nog springlevend. Maar dat betekent niet dat de protesten geen gevolgen hadden. Integendeel, veel van de protesten werkten juist door via de traditionele politiek.”

In de Arabische wereld niet. Daar kregen de demonstranten er uiteindelijk alleen maar chaos, repressie en nog strengere regimes voor terug.

“Klopt, behalve in Tunesië. In het Westen ontstonden nieuwe politieke bewegingen die het geluid van de protesten verder droegen in de traditionele instituties. In Griekenland ontstond Syriza, in Spanje Podemos, een nieuwe populistische partij die deels uit de pleinbezettingen voortkwam. In de Verenigde Staten stonden politici op die tot op de dag van vandaag het nieuwe kritische potentieel belichamen, zoals Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez.”

Anarchisme

Tijdens dat roerige opstandsjaar 2011 woonde Mathijs van de Sande in het Zuid-Engelse Brighton, niet ver van Londen. Hij bezocht de stad in die periode een paar keer, speciaal om Occupy bij de Londen Stock Exchange zelf mee te maken. “Ik zag een straatnaambordje dat door de Britse demonstranten was gemaakt: ‘Tahrir Square’. Het was duidelijk dat de revolutionaire protesten ook voor de demonstranten zelf niet los van elkaar stonden. Daar ter plekke begon ik me af te vragen of er een gemene deler was in de wereldwijde demonstraties.”

De voornaamste kritiek op Occupy was dat die gemene deler te vaag was: er klonk van alles door elkaar. “Typisch anarchisme”, werd er gezegd.

“Zo onbestemd was het niet. Alleen al uit de keuze om beurspleinen te bezetten spreekt een duidelijke agenda. Occupy was in eerste instantie verzet tegen de macht van de financiële wereld en het gebrek aan democratische controle door het volk.”

Lukte het om een gemene deler te bespeuren in de bredere protestgolf?

“Ik begon iets te zien waar ik in de jaren daarna mijn onderzoek op ben gaan richten – destijds was ik nog student. Allereerst was ik gefascineerd door de aanhoudende kracht van de protesten. Want ook in de jaren daarna gingen de straatprotesten in allerlei vormen door. In 2013 was er de langdurige opstand op het Taksim-plein in Istanboel, Turkije. Daarna kwam de paraplurevolutie in Hongkong – protesten die nu nog steeds doorgaan. In 2015 ontstond de Nuit Debout-beweging in Parijs. Daarna kregen we de gele hesjes. Er loopt een rechte lijn van dat ‘opstandsjaar’ 2011 naar het heden. En ook al zijn er enorme verschillen per land en zelfs per stad – inhoudelijk, demografisch, cultureel, economisch – toch zie ik wel iets wat eigenlijk al deze protesten tot op de dag van vandaag gemeen hebben: ze opereren zonder een duidelijk, vastomlijnd alternatief te presenteren voor de orde waartegen ze zich verzetten.”

De demonstranten hebben geen heldere boodschap, precies zoals de commentatoren hen verwijten.

“Maar dat is nog niet het hele verhaal. Want juist omdat de protesterende groepen geen vastomlijnd alternatief kunnen bieden voor de bestaande orde, terwijl ze daar wél om vragen, zijn ze genoodzaakt om er zelf naar te gaan zoeken. In veel van de genoemde protestsituaties begonnen de demonstranten niet alleen theoretisch te zoeken naar het alternatief, maar probeerden ze dat ook in de praktijk op kleine schaal vorm te geven. Dus als ze bijvoorbeeld kritiek hadden op de manier waarop ze vertegenwoordigd worden in de politiek, begonnen ze zelf te experimenteren met andere vormen van representatie en besluitvorming. En daarmee begeven de demonstranten zich – vaak zonder het zelf te weten – in het hart van het anarchisme.”

Leg uit.

“In de anarchistische theorie heet dit fenomeen ‘prefiguratie’. Een alternatief samenlevingsmodel moet niet alleen gerealiseerd worden in de toekomst, maar ook in het hier en nu, in de eigen praktijk. Dus anarchisten proberen een soort voorafschaduwing te bieden van het alternatief, door het in het klein te realiseren voordat het daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit stamt uit de begintijd van de anarchistische beweging: de jaren 1860-1870, toen communistische arbeiders streefden naar een revolutie. Het gemeenschappelijke doel van de eerste anarchisten, zoals de Rus Mikhail Bakoenin, was de vestiging van een stateloze en klasseloze maatschappij. In die zin stonden zij op één lijn met hun grote tegenstrever Karl Marx – die wilde óók af van staat en kapitalisme.”

Waarin zat het verschil van mening?

“Marx wilde de staat als instrument gebruiken om dat te realiseren. Om de staat uiteindelijk overbodig te maken, moest die volgens Marx eerst gebruikt worden om de bestaande orde op zijn kop te zetten – de elite moest worden onderdrukt door het proletariaat. Maar Bakoenin en andere anarchisten waren tegen elke vorm van onderdrukking, en wilden dat de staat op de eerste dag van de revolutie zou worden afgeschaft. Volgens Bakoenin zou elke poging om de staat te gebruiken voor een ander doel leiden tot nieuwe klassenvorming en onderdrukking. Dat is ook precies wat er gebeurd is in veel socialistische staten: er ontstond een nieuwe heersende klasse die het volk onderdrukte, namelijk de leden van het partijapparaat.”

Hoe verbindt u dit met de diverse protestgolven en -groeperingen die sinds 2011 verschenen?

“Bakoenin formuleerde als eerste het idee van prefiguratie. Hij zei: we moeten als arbeidersbeweging in het hier en nu proberen te realiseren wat we voor ogen hebben. Zijn volgers zeiden dat hun beweging ‘een embryo’ van een toekomstige samenleving moest zijn. Op deze manier zie je het politieke protest niet alleen als instrument om een bepaald doel te realiseren, maar ook als een doel op zichzelf, waarin het ideaal al verwezenlijkt wordt. Tal van protestgroepen die de laatste jaren ontstonden zeggen dat ook. Bij Occupy was dit zeker het geval; daar experimenteerden mensen met organisatiemodellen, zoals de general assembly – een soort vergadering waarbij iedereen spreekrecht kon krijgen.”

Terwijl anarchisme in de media vaak juist geassocieerd wordt met chaos en gebrek aan organisatie.

“Het is moeilijk om van ‘anarchisme’ te spreken alsof het één vastomlijnde stroming is. Maar vanuit het perspectief van Bakoenin, en later ook Kropotkin, is anarchisme helemaal niet tegen organisatie. Het uitgangspunt is alleen dat mensen zich zélf moeten organiseren, in plaats van dat het van bovenaf wordt opgelegd. Dat neemt niet weg dat je sommige dingen op hogere niveaus moet regelen in instituties, maar dat gebeurt dan door delegatie van onderaf. Dit ideaal van ‘democratisch confederalisme’ is de laatste jaren weer in opmars. In het kielzog van de Indignados-beweging in Spanje namen tal van bewegingen en partijen geïnspireerd door dit idee deel aan lokale verkiezingen. Maar ook in de Noord-Koerdische regio Rojava is de laatste jaren op prefiguratieve wijze geëxperimenteerd met dit soort confederalisme.”

Effectief

Het ene protest is het andere niet. Een opmerkelijk verschijnsel is dat protest, of de proteststem, aan alle kanten van het politieke spectrum lijkt op te duiken. Want niet alleen de eerdergenoemde linkse groeperingen maken gebruik van de protesthouding, maar ook bijvoorbeeld vastgoedmiljonair Donald Trump. Hij won immers de Amerikaanse presidentsverkiezingen met een verhaal waarin hij zichzelf presenteerde als een uitdager van de macht.

Van de Sande: “Hij kwam daarmee weg, doordat zijn tegenstander bij uitstek de belichaming was van de gevestigde orde. Hillary Clintons antwoord op Trumps beroemde slogan was: ‘America is already great’. Dat getuigde van een enorm elitarisme, want voor veel Amerikanen is dat niet waar. Trump is als persoon op geen enkele manier te vereenzelvigen met gemarginaliseerde minderheden, maar hij wist een deel van hen wel meer aan te spreken. Je ziet de laatste jaren in bijna alle westerse landen rechtse bewegingen opkomen die gebruikmaken van een soort protestdiscours. Daarbij moet je wel scherp opletten of het om werkelijk protest gaat of enkel om de uiterlijke vorm ervan.”

Wat is het verschil?

“Niet iedereen die zich voordoet als een onderdrukte minderheid ís daarmee daadwerkelijk een onderdrukte minderheid. Boeren zijn geneigd zich als zodanig te presenteren. Extreem-rechts ook. Forum voor Democratie in zekere zin ook – de witte Nederlander met zijn tradities zou worden bedreigd en verdrukt. Ze gebruiken dus taal die oorspronkelijk verbonden wordt met protestbewegingen – de taal van mensen die ervoeren dat ze ‘onzichtbaar’ waren in deze samenleving. Alleen wordt die nu ingezet om – bijvoorbeeld in het geval van de boeren – gevestigde belangen te behartigen en te beschermen.”

Dat brengt ons terug bij de beginvraag van ons gesprek: heeft protest wel blijvend effect? Als zoveel politieke partijen, maatschappelijke groeperingen en beroepsgroepen de vorm van “het protest” gebruiken, dan moet dat op de een of andere manier lonend zijn, suggereert Van de Sande. “Protestbewegingen hebben de laatste tien jaar een belangrijke rol gespeeld in ons denken over politiek, over democratie. Ze hebben ook geleid tot meer polarisatie – over thema’s als klimaat, racisme en bezuinigingen. In dat opzicht zijn deze bewegingen ook productief geweest. Dat verklaart misschien ten dele waarom de meest uiteenlopende stemmen nu proberen de taal van protestbewegingen te spreken.”

Parelduiker

Misschien hebben de protestbewegingen vanuit hun eigen perspectief beschouwd niet altijd evenveel succes gehad, maar maatschappelijk is hun invloed volgens Van de Sande veel groter dan gedacht. En die invloed kan ook in de toekomst nog vreemde wegen afleggen. Hij verklaart dit met behulp van twee begrippen uit de geologie: kristallisatie en sedimentatie.

“Hannah Arendt schrijft dat bepaalde ervaringen uit het verleden kunnen ‘kristalliseren’. Dat wil zeggen, politieke acties kunnen in vergetelheid raken, maar ook daarna kunnen ze een leven op zichzelf blijven leiden. Arendt gebruikt het beeld van de parelduiker, dat ze ontleent aan Walter Benjamin. Een parel ontstaat door een afzetting rond een restje organisch materiaal dat naar de bodem gezonken is. Op een dag ontdekt een duiker de parel en brengt hem terug naar de oppervlakte. Zo kan het ook gaan met vergeten revolutionaire contexten. De radicale anarchistische theorie is ook zo’n parel die nog regelmatig wordt opgedoken, zoals bij Occupy.”

De andere metafoor – sedimentatie – komt van Ernesto Laclau, een Argentijns politiek denker die veel heeft samengewerkt met de iets breder bekende politicologe Chantal Mouffe. Van de Sande: “Ons hele politieke discours is volgens Laclau een opeenhoping van sedimenten, een soort afzettingen die zijn ingesleten in het geheel. Elke groepering, elke vluchtige beweging kan iets achterlaten dat langzaam inslijt en in toenemende mate een rol gaat spelen in het dominante discours. Denk eens aan de Occupy-slogan ‘We are the 99%’. Het was tot 2011 helemaal niet meer evident om te spreken in termen van klassenonderscheid – arm en rijk. Dat was een beetje verdwenen uit het discours.”

En Occupy bracht dat terug?

“Zeker. Dat is in het Amerikaanse politieke landschap nu weer veel vanzelfsprekender. Politici die daar expliciet aan appelleren, hebben succes. Je ziet het met name aan het succes van protestbewegingen die na Occupy zijn gekomen. Er is dus iets gesedimenteerd; er is iets blijven steken in het maatschappelijke discours. Dit zou een complete verandering van het politieke landschap teweeg kunnen brengen. Daar heeft Occupy een betekenis in gehad. Net als de Indignados-beweging. Spanje heeft nu de meest linkse regering sinds de Spaanse Burgeroorlog. Waar onder andere Podemos een actieve rol in speelt, een partij die in de nasleep van die protestbewegingen is ontstaan. Bewegingen waarvan in eerste instantie schamper werd gezegd: ‘Ze hebben geen duidelijke agenda.’ En daarna: ‘Ze zijn verdwenen, ze hebben geen effect gehad.’ Zo simpel is het dus niet. Parels worden weer opgedoken, en nieuwe afzettingen kunnen grote gevolgen hebben.”

Marc van Dijk.

(Dit artikel verscheen eerder op de website van Filosofie Magazine.)