Recensie van het boek “Hrant” door Tayfun Balçık

Geboren in het oost-Anatolische Malatya (1954), met wortels in het noordelijker gelegen Sivas, verhuizen ze op jonge leeftijd met de familie naar Istanbul. Zijn vader is een onverbeterlijke gokker en maakt veel ruzie met zijn moeder. Ze scheiden. Hrant en zijn broertjes Yervant en Hosrof belanden tussen wal en schip. Pijnlijkste moment daarbij is dat hun vader zegt dat ze naar hun moeder moeten gaan – hun moeder zegt precies het tegenovergestelde. Dan begint Hrant weg te rennen. Zijn broertjes achter hem aan. Bij een vissershut, in een mand, worden ze na twee dagen slapend gevonden. Met veel pijn en moeite worden ze ondergebracht in een Armeens weeshuis van de protestantse kerk. Daar krijgen ze onder harde omstandigheden, met de strenge directeur Hrant Kücükgüzelyan, enige stabiliteit en voor het eerst onderwijs in het Armeens. Het was hun redding van een ongewis leven op straat, maar leuk is anders. Wie tof deed, kreeg klappen. Hrant was als oudste altijd een beschermer geweest voor zijn broers. “Mijn broer heeft me vaak gewassen. Ik hem maar één keer – bij zijn dood”, vertelt zijn jongste broer vol verdriet. Het Armeense weeshuis is niet zomaar een plek. Het zit vol met jonge Armeniërs uit Anatolië. Deze groep mensen worden ook “de overblijfselen van 1915” of “overblijfselen van het zwaard” genoemd. Ze zijn door hun ouders meegegeven. Uit armoede, of zodat ze iets van hun leven konden maken in de grote stad. Maar dit Armeense weeshuis is zeker ook een plek om de eigen taal en cultuur te behouden. Velen die daar kwamen, spraken geen woord Turks of Armeens, maar Koerdisch. Ook Rakel, de latere vrouw van Hrant en afkomstig uit de Armeense Varto-stam, leert daar Armeens en Turks. Het Koerdisch was voor Rakel en haar familie een overlevingsmechanisme toen ze nog in het zuidoosten woonden. Het ‘verzamelen’ van Armeniërs uit Anatolië was een belangrijke missie voor Hrant, die hij deelde met zijn schooldirecteur Kücükgüzelyan. “Elke Armeen is bewijs”, zou hij vaak zeggen. Ze richten een kamp op in het Istanbulse district Tuzla, waar ze in de zomers hard werkten. Tevergeefs uiteindelijk: allebei de instellingen worden door de Turkse staat gesloten. De staat beriep zich op een wet uit 1936, waarbij was vastgesteld dat minderheden geen eigendom konden vergaren.

Tayfun Balcik in Hrant bezielde duizenden het vredespad te volgen dat hemzelf fataal werd (Dekanttekening.nl)