Seksueel geweld in tijden van oorlog: wanneer lichamen slagvelden worden

Gisteren vond in Eindhoven de bijeenkomst “Systematisch structureel geweld in tijden van oorlog” plaats, in het kader van “Accountability without borders”, een serie gesprekken over imperialisme, fascisme, militarisme en de strijd voor vrouwenrechten. De bijeenkomst had de vorm van een gesprek tussen documentairefotograaf Mona van den Berg, dekoloniaal kunstenaar en activist Chihiro Geuzebroek, Saada Ali van de Sudanese Refugees Organization, en filmmaker Lidija Zelović. Kim Don van Freedom Theatre Eindhoven leidde het gesprek.
De bijeenkomst maakte duidelijk dat seksueel geweld in tijden van oorlog niet los kan worden gezien van de machtsverhoudingen waarin oorlogen ontstaan en worden gevoerd. Het gaat niet alleen om geweld tegen individuele lichamen. Het kan ook worden ingezet om angst te verspreiden, gemeenschappen uiteen te drijven, mensen te vernederen en bevolkingsgroepen te verdrijven.
Achter het woord “overlevende” schuilt een leven
Een belangrijk onderdeel van de bijeenkomst waren de persoonlijke getuigenissen uit Soedan en Nigeria. De verhalen maakten zichtbaar wat er achter algemene termen als “seksueel geweld” schuilgaat: mensen die worden ontvoerd, mishandeld, verkracht en gedwongen om onder extreme omstandigheden te leven. In een van de besproken getuigenissen vertelde Aisha over de ervaringen van vrouwen die door Boko Haram werden ontvoerd en vervolgens ook tijdens hun gevangenschap met geweld en misbruik te maken kregen. Een andere getuigenis, afkomstig uit Soedan, ging over Maryam, die door leden van de Rapid Support Forces (RSF) werd vastgehouden en herhaaldelijk seksueel werd mishandeld. Ook werden marteling en gedwongen arbeid genoemd.
Tijdens het gesprek kwam de vraag aan bod welke woorden we gebruiken voor mensen die dit hebben meegemaakt. Sommige mensen spreken van “slachtoffers”, anderen geven de voorkeur aan “overlevenden”. Een van de sprekers vertelde dat veel vrouwen die zij had ontmoet, zichzelf nadrukkelijk als overlevenden omschrijven. Dat verschil in woordkeuze is niet onbelangrijk. Het gaat erom dat mensen niet uitsluitend worden gedefinieerd door wat hen is aangedaan. Hun ervaringen verdienen erkenning, maar hun waardigheid en hun eigen stem mogen daar niet door worden overschaduwd.

Seksueel geweld is geen toevallig bijverschijnsel van oorlog
De discussie ging verder dan individuele misdaden. Seksueel geweld bestaat ook buiten oorlogssituaties, maar in gewapende conflicten kan het een doelbewuste functie krijgen. Het kan worden gebruikt om een bevolking te intimideren, mensen uit hun huizen te verdrijven, gemeenschappen te vernederen en sociale verbanden te vernietigen. Daarmee raakt het geweld niet alleen de directe overlevenden. Ook families en hele gemeenschappen dragen de gevolgen. Angst, schaamte, trauma, uitsluiting en armoede kunnen nog lang na het geweld doorwerken.
De ervaringen uit Soedan maakten dit bijzonder concreet. De oorlog daar heeft geleid tot grootschalig seksueel geweld, terwijl toegang tot bescherming, medische zorg en rechtspraak voor veel overlevenden ernstig tekortschiet. De Verenigde Naties beschrijven in hun rapport over de periode april 2023 tot april 2026 hoe seksueel geweld tegen burgers is ingezet als middel om angst te zaaien en hoe straffeloosheid de gevolgen verergert.
Een belangrijk punt tijdens de bijeenkomst was dat zulke misdaden niet alleen moeten worden gezien als afzonderlijke uitbarstingen van geweld. Er moet ook worden gekeken naar de politieke, militaire en maatschappelijke omstandigheden die ze mogelijk maken en laten voortduren.
Kolonialisme, patriarchaat en militarisme
Een terugkerend thema was de samenhang tussen seksueel geweld, patriarchale machtsverhoudingen, kolonialisme en militarisme. Daarbij werd onder meer verwezen naar het werk van de Argentijnse antropoloog Rita Laura Segato, die onderzoekt hoe geweld tegen vrouwen verbonden kan zijn met macht, controle en de ordening van de samenleving.
De sprekers plaatsten seksueel geweld in een bredere historische context. Koloniale systemen hebben bepaalde bevolkingsgroepen ontmenselijkt en hen rechten en bescherming ontzegd. Patriarchale structuren hebben ondertussen bijgedragen aan de normalisering van controle over vrouwenlichamen. Militarisme kan zulke verhoudingen versterken, doordat gehoorzaamheid, dominantie en het uitsluiten van de ander centraal komen te staan.
Daarbij werd benadrukt dat vrouwen niet de enige slachtoffers zijn van seksueel geweld in oorlogen. Ook mannen, jongens en kinderen kunnen slachtoffer worden. De vormen en omstandigheden verschillen, maar de kern blijft dat macht over het lichaam van een ander wordt uitgeoefend. De discussie liet ook zien dat geen enkele oorlog of samenleving op zichzelf kan worden begrepen. Historische ongelijkheid, racisme, nationalisme, en politieke belangen kunnen bepalen wie als mens wordt gezien, wiens leed serieus wordt genomen en wie buiten beeld blijft.

Kinderen die met de gevolgen van verkrachting moeten leven
Een van de meest aangrijpende onderwerpen was het lot van kinderen die worden geboren na verkrachting. Hun leven begint onder omstandigheden waar zij zelf geen enkele verantwoordelijkheid voor dragen. Er werd gesproken over de sociale uitsluiting waarmee deze kinderen te maken kunnen krijgen, en over praktische problemen zoals het ontbreken van geboorteakten en andere officiële documenten. Ook hun moeders worden geconfronteerd met stigma, gebrek aan ondersteuning en de zware verantwoordelijkheid om hun kinderen te beschermen.
Het werd duidelijk dat het geweld niet ophoudt bij de gebeurtenis zelf. De gevolgen kunnen doorwerken in de volgende generatie. Tegelijkertijd werd gewezen op de liefde en de zorg van moeders voor hun kinderen, ondanks de omstandigheden waaronder die kinderen zijn geboren. Een rechtvaardige reactie moet daarom niet alleen aandacht hebben voor de directe misdaad, maar ook voor de rechten, veiligheid en toekomst van de kinderen en hun moeders.
Wie is verantwoordelijk wanneer een systeem geweld mogelijk maakt?
Een moeilijk en belangrijk deel van de discussie ging over de verhouding tussen individuele verantwoordelijkheid en de systemen waarin mensen handelen. Kunnen mensen die misdaden plegen zelf ook slachtoffer zijn van oorlog, propaganda, militaire discipline of politieke onderdrukking? Een deelnemer met een familiegeschiedenis in Argentinië vertelde over moord en marteling tijdens de militaire dictatuur. Vanuit die ervaring werd er gesproken over de manier waarop mensen door angst, ideologie en machtsstructuren worden beïnvloed.
Tegelijkertijd werd er gewaarschuwd dat het verklaren van omstandigheden niet hetzelfde is als het rechtvaardigen van misdaden. Ook binnen een gewelddadig systeem blijft de vraag bestaan welke keuzes mensen maken en in hoeverre zij weigeren om bevelen uit te voeren die tot misdaden leiden. Dat onderscheid is essentieel. Wie uitsluitend naar individuele daders kijkt, mist mogelijk de structuren die geweld organiseren en beschermen. Maar wie alleen naar systemen kijkt, loopt het risico om de verantwoordelijkheid van concrete daders uit het oog te verliezen.
Rechtvaardigheid is meer dan straf alleen
Ook de vraag wat gerechtigheid na oorlog en geweld kan betekenen, kwam uitgebreid aan bod. Daarbij werd er gesproken over vormen van herstelgerichte rechtspraak, waaronder benaderingen uit Inheemse gemeenschappen. In zulke benaderingen gaat het niet uitsluitend om de bestraffing van de dader. Ook het slachtoffer, de gemeenschap en de schade die is ontstaan, spelen een rol. Herstel betekent echter niet dat de ernst van het misdrijf wordt afgezwakt of dat slachtoffers onder druk worden gezet om te vergeven. Een noodzakelijke voorwaarde voor een serieus herstelproces is dat de feiten worden erkend. Zonder erkenning van wat er is gebeurd, kan er geen geloofwaardig proces van verantwoordelijkheid en herstel ontstaan.
De discussie maakte duidelijk dat vrede niet simpelweg betekent dat de wapens zwijgen. Zonder erkenning, bescherming, gerechtigheid en verantwoordelijkheid kunnen de omstandigheden die geweld mogelijk maakten, blijven bestaan.

Wie krijgt aandacht, en wiens leed blijft buiten beeld?
Een ander belangrijk onderwerp was de ongelijke aandacht die verschillende oorlogen en slachtoffers in de internationale media en politiek krijgen. De deelnemers stelden vragen over de manier waarop het leed in Soedan en andere conflicten worden behandeld in vergelijking met oorlogen die veel meer internationale aandacht krijgen. Daarbij werd gewezen op de rol van racisme, geopolitieke belangen en de vraag welke levens in internationale berichtgeving als belangrijk worden beschouwd. Ook kwamen buitenlandse betrokkenheid, economische belangen en de strijd om grondstoffen in Soedan ter sprake.
Dit zijn onderwerpen waarover zorgvuldig onderzoek en controleerbare informatie nodig zijn. Maar de onderliggende vraag die tijdens de bijeenkomst werd gesteld, blijft belangrijk: waarom krijgt het lijden van sommige bevolkingsgroepen zoveel meer aandacht dan dat van anderen? Wanneer internationale aandacht selectief is, dreigen ook de mogelijkheden voor bescherming, hulp en gerechtigheid ongelijk verdeeld te raken.
Hoe vertel je over geweld zonder het te normaliseren?
De bijeenkomst eindigde niet bij de vraag wat er gebeurt, maar richtte zich ook op de verantwoordelijkheid van mensen die over oorlog en seksueel geweld berichten. Mona van den Bergs fotografische werk “The silent wounds of war” vormde een belangrijk aanknopingspunt voor het gesprek over beeldvorming. Hoe fotografeer je mensen die seksueel geweld hebben overleefd zonder hen opnieuw hun waardigheid of controle over hun eigen verhaal af te nemen? Hoe toon je de ernst van geweld zonder het leed te veranderen in een schokkend beeld waar mensen even naar kijken en er daarna weer aan voorbijgaan?
Die vragen gelden niet alleen voor fotografen, maar ook voor journalisten, activisten en iedereen die getuigenissen deelt. Beelden en verhalen kunnen aandacht creëren, maar moeten met respect, toestemming en zorgvuldigheid worden gebruikt. De persoon die het geweld heeft overleefd, mag nooit worden gereduceerd tot een beeld van haar of zijn trauma. Ook de taal waarmee oorlog wordt beschreven, kwam ter sprake. Militair taalgebruik, propaganda en het voortdurend voorstellen van bepaalde groepen als minderwaardig of gevaarlijk kunnen bijdragen aan ontmenselijking. Wanneer mensen niet langer als volwaardige mensen worden gezien, wordt geweld tegen hen gemakkelijker te rechtvaardigen.
De strijd om menselijke waardigheid
Wat uit de verschillende bijdragen naar voren kwam, is dat seksueel geweld in oorlogen niet losstaat van bredere machtsstructuren. Patriarchaat, kolonialisme, racisme, militarisme en straffeloosheid kunnen elkaar versterken. Wie het geweld werkelijk wil begrijpen en bestrijden, niet daarom verder kijken dan de afzonderlijke misdaad.
De bijeenkomst in Eindhoven bracht persoonlijke getuigenissen, historische perspectieven en politieke vragen samen. De verhalen uit Soedan en Nigeria herinnerden eraan dat achter iedere statistiek een menselijk leven schuilgaat. De discussies over verantwoordelijkheid en gerechtigheid maakten duidelijk dat erkenning alleen niet genoeg is. Overlevenden hebben recht op veiligheid, medische en psychosociale ondersteuning, juridische bescherming en toegang tot gerechtigheid. Kinderen en families die met de gevolgen van seksueel geweld leven, mogen niet aan hun lot worden overgelaten. En degenen die verantwoordelijk zijn voor misdaden, mogen niet beschermd worden door politieke macht of straffeloosheid.
Uiteindelijk draait de vraag niet alleen om hoe we seksueel geweld tijdens oorlogen kunnen stoppen. Het gaat ook om de samenleving die we willen zijn: een samenleving waarin geen enkel mens als minder waardig wordt behandeld, waarin geweld niet wordt vergoelijkt en waarin menselijke waardigheid niet afhankelijk is van afkomst, geslacht, nationaliteit of politieke positie.
Nader Al-Mesri
