Wat Zwarte Piet kan leren van Mickey Mouse

In de jonge dagen van de animatiefilm zochten tekenaars en schrijvers hun materiaal bij wat ze al kenden, en een van hun belangrijkste inspiratiebronnen was de traditie van de minstrel shows, waarover de Amerikaanse filmwetenschapper en auteur Nicholas Sammond het vuistdikke boek “Birth of an Industry: Blackface Minstrelsy and the Rise of American Animation” schreef. Voor de figuur van Mickey Mouse gold niets anders: hij was van origine een blackfacepersonage bij uitstek – zowel in uiterlijk als gedrag. Wie daar een voorbeeld van wil zien, kijke de korte film “Trader Mickey” (1932), waarin Mickey spelend op een banjo een Afrikaanse rivier op vaart en een stam hongerige kannibalen tegenkomt. Hij weet zichzelf en zijn hond Pluto uiteindelijk te redden door een wilde jamsessie in te zetten. De film is een aaneenschakeling van karikaturen die kenmerkend waren voor de minstreltraditie: jolige dans, geweld en buitensporige racistische stereotypen. Wie eenmaal van het racistische verleden van Mickey Mouse (en zijn collega’s) weet, ziet er vandaag de dag de uiterlijke trekken nog van: het overdreven belijnde zwart-witte gezicht, de handschoenen (ja, handschoenen), de oorbrede grijns… Echter, het karakteristieke minstrelgedrag (geweld, dans, dommigheid) is, met het veranderen van de publieke opinie ten opzichte van blackfacing, uit zijn personage gesleten.

Mathijs Hoogenboom in Wat Zwarte Piet kan leren van Mickey Mouse (Hardhoofd.com)