Een kort overzicht van vijftig jaar Bijstandsbond

In 2026 bestaat de Bijstandsbond in Amsterdam maar liefst vijftig jaar! Dit bijzondere jubileum vieren we groots op 22 mei met een feestelijke bijeenkomst en een symposium voor leden, sympathisanten en alle andere geïnteresseerden.
Tijdens deze dag staan we stil bij onze geschiedenis, onze successen en de voortdurende strijd voor sociale rechtvaardigheid. Er zullen inspirerende sprekers zijn, muziek, een hapje en een drankje en natuurlijk ruimte om herinneringen op te halen en nieuwe plannen te maken. Iedereen is van harte welkom om samen met ons deze mooie mijlpaal te vieren. Zet de datum alvast in je agenda en vier mee! Het symposium wordt gehouden in het Dijktheater, Da Costakade 160 in Amsterdam. Laat even weten of je komt, dan kunnen we daar rekening mee houden in verband met de indeling van de workshops en het inslaan van eten voor de lunch.
Acties
Soms komen problemen meerdere malen voor. De Bijstandsbond stelt die dan aan de orde bij de wethouder Sociale Zaken of bij de landelijke politiek in Den Haag. Maar wij kunnen de betrokkenen ook bij elkaar brengen en samen actievoeren. Zoals in het actiecomité Dwangarbeid Nee, waarin we samenwerkten met onder meer de FNV, de SP en Doorbraak. We voerden actie bij het Amsterdamse praktijkcentrum, waar mensen in de bijstand werden verplicht om te werken voor hun uitkering.
We hebben ook twee zwartboeken uitgebracht over de misstanden in het centrum en over de rechteloosheid van de uitkeringsgerechtigden die daar waren tewerkgesteld. Dat bracht de Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart tot een onderzoek dat werd uitgevoerd door het gemeentelijke Bureau Integriteit. Daarbij kwamen nog meer misstanden aan het licht. Het praktijkcentrum, door ons dwangarbeidcentrum genoemd, is uiteindelijk gesloten. Voor het werken met behoud van uitkering zijn er nu alleen nog leer-werkstages van maximaal een half jaar.
In het kantoor van de Bijstandsbond was het secretariaat gevestigd van de Nederlandse afdeling van het Europese netwerk Euromarsen tegen bestaansonzekerheid, armoede en sociale uitsluiting. De Bijstandsbond heeft meegewerkt aan de acties van de Euromarsen. Tussen 14 april en 14 juni 1997 werden er in heel Europa protestmarsen gehouden. Dat resulteerde onder andere in een grote demonstratie op 15 juni op de Dam in Amsterdam. Op 29 mei 1999 werd er een grote demonstratie georganiseerd in Keulen. Daarna zijn er nog veel acties geweest. In de afgelopen jaren heeft de Bijstandsbond ook actie gevoerd tegen de onaangekondigde huisbezoeken van Sociale Dienst-ambtenaren.
Schets van de ontstaansgeschiedenis
Op 26 mei 1976 werd de landelijke Vereniging Bijstandsbond opgericht in Hilversum. Bij de Ombudsman van de VARA kwamen veel klachten binnen over het functioneren van uitvoerende instanties. Zo ontstond het idee om deze klachten te bundelen en een belangenvereniging op te richten om acties te ondernemen tegen die instanties. Vanaf dat moment werden er naast de landelijke ook stedelijke afdelingen opgezet, waaronder Amsterdam.
Per 13 maart 1978 kwam er thuis bij een contactpersoon een secretariaat van de Amsterdamse afdeling. Daarna sloten meer mensen zich aan. Vervolgens werd een voorlopig bestuur gekozen en op 7 december 1979 werden de statuten ondertekend. Vanaf die tijd was de Amsterdamse afdeling een zelfstandige vereniging. Op 10 januari 1980 werd die vereniging ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Na enkele verhuizingen werd het kantoor gevestigd in Tetterode, een woon- en werkpand in Amsterdam. De landelijke Bijstandsbond met meerdere afdelingen stortte na een aantal jaren in door conflicten over de financiën, politieke verdeeldheid en persoonlijke tegenstellingen.
Hausse aan organisaties
De Bijstandsbond werd in 1976 opgericht, in een tijd waarin meerdere categorale belangenorganisaties opkwamen die zich bezig hielden met een specifiek onderwerp. Er kwam een sprong in de oprichting van verenigingen, stichtingen en actiegroepen.
Bij veel migrantenorganisaties, de lhbtq-beweging, milieuorganisaties, anti-racisme comités, patiëntenverenigingen, huurdersverenigingen en andere organisaties die zich op een specifiek onderwerp richtten, begint de geschiedenis in de tweede helft van de jaren zeventig. Velen herkenden zich niet meer in de algemene politieke partijen, vakbonden en kerkgenootschappen die te weinig aandacht besteedden aan hun specifieke belangen. Het wemelde werkelijk van de actiecomités, verenigingen en andere groepen. Momenteel is deze uitgebreide, grotendeels linkse infrastructuur verdwenen.
Overheidsbeleid
Het overheidsbeleid heeft een grote invloed uitgeoefend op deze ontwikkelingen. Terwijl in de jaren tachtig de rechtse regeringen-Lubbers (CDA) een keihard bezuinigingsbeleid voerden, koos de overheid ten opzichte van al die actiegroepen voor een tweeledige strategie. Enerzijds werden groepen benaderd voor structureel overleg, om niet via acties maar via argumenten aan de onderhandelingstafel zaken voor elkaar te krijgen. Anderzijds werden de meer radicale groepen (bijvoorbeeld de kraakbeweging) steeds meer gemarginaliseerd. In het licht van het keiharde beleid van Lubbers en consorten volgde er een uitzichtloosheid van demonstraties en andere acties. Veel activisten gingen de overlegstructuren in.
Meer radicale groepen slaagden er niet in om een brede achterban op te bouwen. Dat kwam ook tot uiting in het subsidiebeleid. Aanvankelijk werden veel actiecomités gesubsidieerd door de overheid, maar in de loop van de jaren tachtig zijn een hoop subsidies ingetrokken en werden er subsidiemogelijkheden ontwikkeld voor bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden in de cliëntenraden. Met als gevolg: inkapseling van de onvrede bij de burgers in een bureaucratisch liberaal regime.
Bij de verdwijning van de migrantenorganisaties, bijvoorbeeld in Amsterdam, heeft het integratiebeleid van de overheid een belangrijke rol gespeeld. Ten opzichte van de organisaties van uitkeringsgerechtigden kwam de overheid met een dogmatisch najagen van “iedereen aan het betaalde werk”, waarbij belangenorganisaties weg moesten die daar kritisch tegenover stonden. Die ontwikkeling vormt ook een belangrijke verklaring voor de ineenstorting van de Euromarsen. In Duitsland en Frankrijk werden de subsidies aan de werklozencentra stopgezet en verdwenen de betrokken organisaties. Zij slaagden er niet in om door ledenbestanden of alternatieve inkomsten het hoofd boven water te houden.
Mogelijke coalities
De teloorgang van de globaliseringsbeweging vanaf eind jaren negentig past in deze ontwikkeling. Toch werden ook de jaren tachtig gekenmerkt door een anti-armoede beweging, opgezet door de kerken. Daarbij werden opnieuw veel demonstraties en conferenties georganiseerd, analyses uitgewerkt en was de stem van ervaringsdeskundigen te horen.
In het algemeen kan worden gezegd dat er grote mogelijkheden zijn voor een sterke sociale beweging, wanneer grote (linkse of gematigd linkse) massaorganisaties zich solidair tonen met de mensen die op het minimum leven. Voorbeelden daarvan zijn de werklozencomités in de tijd van de CPN, de beweging van bijstandsvrouwen tijdens de tweede feministische golf, de baanlozenbeweging tijdens de glorietijd van de kraakbeweging en de anti-armoede beweging in de kerken.
Helaas is de community organising-methode in de FNV niet van de grond gekomen. Maar ook de radicale groepen in de jaren zeventig en tachtig slaagden er niet in om zelfstandig, los van massaorganisaties en de overheid, bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden te organiseren. Daarvoor bestaan tal van mobilisatietheorieën, maar het zou te ver voeren om daar in dit artikel op in te gaan.
Piet van der Lende
(Dit artikel verscheen eerder op de website van Solidariteit.)
