De Joodse Arbeidersbond verzette zich tegen het zionisme

Molly Crabapples boek, Here Where We Live Is Our Country, vertelt het verhaal van de Joodse Arbeidersbond in Rusland en Polen in de periode 1890 – 1948, een socialistische beweging die zich zowel tegen aanpassing aan de heersende cultuur als tegen het vestigen van een Joodse staat, het zionisme, verzette. Een actueel boek omdat het toont hoe een uitgebreide, levendige, radicaal-linkse arbeidersbeweging eruit zou kunnen zien als tegenwicht voor het levensgevaarlijke nationalisme, waarvan de genocide in Gaza het huidige dieptepunt is.

“Overal in de Verenigde Staten en Europa ontstaan groepen van de Joodse Arbeidersbond.” Tot voor kort was dit een zin die je alleen in een historisch document kon vinden, bijvoorbeeld in een krant uit 1905. De Joodse Arbeidersbond, de Bund, ooit een verzameling van anti-zionistische, democratisch-socialistische organisaties voornamelijk in Oost-Europa, werd vrijwel helemaal vernietigd door de Holocaust en de stalinistische onderdrukking na de Tweede Wereldoorlog. De boodschap, de taal en de hartstocht van de groep leken in de prullenbak van de geschiedenis te zijn beland.

Maar tegenwoordig groeit de Bund juist. Er zijn nieuwe afdelingen opgericht in verschillende steden in de Verenigde Staten en Europa. Het Jiddisch maakt zelfs een bescheiden comeback, nu nieuwe bundisten zich verdiepen in de taal van hun voorouders en hun familiegeschiedenis. Politieke inzichten die lang doorgingen voor verouderd en taboe, staan nu opnieuw op de agenda, nu onze moderne wereld nieuwe vragen oproept over identiteit en klasse. Waar de Bund lange tijd doorging voor iets uit het verleden, vertoont die zich nu als een levende traditie.

Lees ook: “De geschiedenis van de Bund van anti-zionistische Joodse arbeiders“.

Het boek van Molly Crabapple, “Here Where We Live Is Our Country: The Story of the Jewish Bund”, waar zij negen jaar aan werkte, verschijnt precies op het juiste moment. Het boek vindt zijn oorsprong in haar eigen familiegeschiedenis – ze ontdekte de Bund via de schilderijen van haar overgrootvader – maar het reikt veel verder dan het persoonlijke en biedt een breed opgezette, goed leesbare geschiedenis van de Bund en de toenmalige wereld. “Here Where We Live Is Our Country” is een verhaal over voortdurende verandering en aanpassing aan de telkens wisselende, elkaar beïnvloedende krachten van de geschiedenis, over ideologie en Joodse autonomie, en tegelijkertijd een degelijk verslag van het hardnekkige verzet tegen antisemitisme en fascisme en al hun verschrikkingen. Daarnaast gaat het boek ook over onze wereld van nu, die nog steeds verlangt naar datgene waar de bundisten een eeuw geleden voor vochten.

De geboorte van de Bund

Het verhaal over de Bund begint in de jaren 1890 met de Vilna-groep in Litouwen, in het noordwesten van het Russische Keizerrijk. Het was een ondergrondse organisatie van Joodse sociaal-democraten die socialistische en marxistische ideeën in begrijpelijke taal onder Joodse (en enkele niet-Joodse) arbeiders verspreidden. Ze vertaalden teksten in het Jiddisch, smokkelden pamfletten fabrieken binnen, hielden vurige toespraken en organiseerden stakingen. Ze waren gehecht aan hun Joodse cultuur en hun eigen taal, maar zagen niets in het zionisme. Ze voelden zich verbonden met alle arbeiders, ongeacht geloof of afkomst, in het land waar ze woonden, wat in die tijd het Joodse vestigingsgebied was, het westelijke deel van het Russische Keizerrijk, waar Joden mochten wonen. Zij verzetten zich tegen discriminatie, maar over het algemeen was de beweging gericht op het opbouwen van een op klasse gebaseerde politiek. Al snel sloeg deze boodschap van klassenbewustzijn en verzet aan in het hele vestigingsgebied.

Uit de Vilna-groep kwam de Bund voort, die betrokken raakte bij de grote omwentelingen van de twintigste eeuw. Leiders van de Bund, zoals Vladimir Medem en Pati Kremer, verbleven als revolutionaire ballingen in het buitenland en leerden er communistische stromingen kennen, die langzaam maar zeker een marxistisch-leninistische inslag kregen. Figuren als Giuseppe Mazzini (Italiaanse revolutionair), Theodor Herzl (zionistisch leider), Vladimir Lenin, Leon Trotski en andere historische reuzen hadden contact met de Bund.

De meeste leden van de Bund wilden niets te maken hebben met de opkomende zionistische beweging. Zionisten mochten zelfs geen lid worden. Vertegenwoordigers van de Bund waren lid van de Russische Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, maar hadden het aan de stok met de groep rondom Lenin, die strijdlustig was, compromisloos en snel geneigd organisaties die een iets andere politieke mening hadden uit te maken voor vijanden van het socialisme. Medem en andere leiders van de Bund waren bang dat Lenin zich zou ontwikkelen tot dictator. Toen het tenslotte tot een scheuring kwam, noemde Lenin zijn groep “de bolsjewieken” (de meerderheid) en de bundisten “de mensjewieken” (de minderheid).

In Rusland maakte de rampzalige aanpak van de Eerste Wereldoorlog door de tsaar de weg vrij voor een revolutie. Miljoenen Russen waren omgekomen en hopeloos slecht uitgeruste dienstplichtige frontsoldaten waren moedeloos geworden. De algemene ontevredenheid dwong de tsaar om begin maart 1917 een nieuwe voorlopige regering te vormen en zelf af te treden. Bundisten maakten, samen met andere linkse organisaties, van deze gelegenheid gebruik om in opstand te komen en al snel namen ze deel aan arbeidersraden en aan de voorlopige regering.

Demonstratie van de Bund in Moskou, 1917

Nu ze eindelijk legaal en in het openbaar konden optreden, hadden de bundisten de kans om hun inzichten in praktijk te brengen. Vooral hun ideeën over “doikayt”, wat letterlijk vertaald “hier-heid” betekent. Dat houdt in dat ze weigerden zichzelf als een aparte bevolkingsgroep te zien, maar dat ze het land waar ze woonden, Rusland in dit geval, beschouwden als hun “thuis”, waar ze samen met hun buren aan een nieuwe, menselijke, rechtvaardige samenleving gingen werken. Ze hadden het gevoel dat ze nu eindelijk de Russische staat van hun dromen konden opbouwen. Zelfbestuur, socialisme en democratie leken binnen handbereik te liggen.

Ondertussen pleitten de bundisten niet voor radicale veranderingen of herverdeling, maar sloten ze zich aan bij de opvatting van Karl Marx dat Rusland nog niet klaar was voor het socialisme. Ze namen gematigde politieke standpunten in en wilden dat Rusland het beter deed in de oorlog die gaande was. Maar toen die steeds meer slachtoffers eiste, er honderdduizenden soldaten sneuvelden en ernstige tekorten het land teisterden, zagen de bundisten zich al snel links ingehaald door Lenin. Een groot gedeelte van de Russische bevolking eiste een einde aan de oorlog, voldoende te eten en verdeling van het grootgrondbezit onder landarbeiders. Dat was precies wat Lenin en zijn bolsjewieken in hun toespraken beloofden.

In oktober 1917 pleegden de bolsjewieken een staatsgreep en schakelden ze de voorlopige regering uit. Binnen enkele maanden kregen de bundisten opnieuw de geheime politie op hun dak. Het antisemitisme ging door en de revolutie bracht weinig democratie. Sommige bundisten kozen ervoor om zich aan te sluiten bij Lenins Communistische Partij om tijdelijk rust te krijgen. Degenen die het openlijk oneens waren met de communisten, riskeerden gevangenisstraf. Velen van hen vluchtten.

“Daar waar wij wonen is ons land – Volledige nationale en politieke rechten voor Joden!” – anti-zionistisch affiche uit 1917 in het Jiddisch.

Broeders en zusters in werk en nood

De bundisten die naar Amerika waren gevlucht, kwamen aan in de periode van de eerste “Red Scare” (“Rode Angst”, 1918-1920), toen de regering hard optrad tegen linkse bewegingen. Antisemitisme, afkeer van mensen uit Oost-Europa en een groeiend onbehagen over de toestand in Europa leidden tot nieuwe anti-migratiewetten, en een tijdlang waren de Amerikaanse bundisten gedwongen om zich gedeisd te houden.

Ondertussen boekte de Europese Bund vooruitgang, vooral in Polen. De partij deed het goed bij lokale verkiezingen, ondanks aanhoudende pogroms en rechtse campagnes. Langzaam maar zeker groeide er echter het “bloed-en-bodem”-nationalisme, pleegden milities steeds meer geweld en vielen extreem-rechtse studentenorganisaties Joodse en linkse studenten aan. Politieke partijen schoven steeds verder op naar rechts in een poging om de groei van het fascisme af te remmen. Maar al die tijd bleef de Bund vasthouden aan zijn opvattingen. Vanuit zijn diepgewortelde traditie van zelfverdediging en onderlinge hulp verdedigden gewapende bundisten hun gemeenschap tegen intimidatie op het werk of in de buurten en tegen pogroms. Zij slaagden erin stembureaus, vergaderingen en belangrijke organisatoren te beschermen tegen het nationalistische geweld.

Daarnaast runde de Bund voedselbanken, scholen, bejaardentehuizen, kredietverenigingen en coöperatieve winkels voor gewone mensen. Te midden van het opkomende fascisme en zionistische oproepen tot emigratie naar Palestina verklaarde de Bund luid en duidelijk dat het beter was om in je eigen land te blijven en daar te vechten voor een menswaardig bestaan zonder discriminatie, en ondertussen vast te houden aan je eigen cultuur. In zijn samenwerking met de Poolse Socialistische Partij en andere linkse groepen pleitte de Bund herhaaldelijk voor solidariteit en het opbouwen van een tegenkracht tegen extreem-rechts. Voor de bundisten was Polen hun thuis omdat ze daar woonden, en niets kon hen daarvan afbrengen

Bundisme en zionisme

In heel Polen weigerden de bundisten samen te werken met zionisten of hen tot hun organisaties toe te laten. Ze zagen in Palestina steeds meer hetzelfde “bloed-en-bodem”-nationalisme dat in Polen hun leven in gevaar bracht. Arabische Palestijnen mochten in sommige wijken niet wonen, en geen lid worden van bepaalde vakbonden en coöperaties. Veel bundisten begrepen dat dit racisme tot wrok zou leiden en onvermijdelijk uit zou lopen op conflicten. Zij beschouwden de samenwerking van zionisten in Polen met extreem-rechts – vooral met betrekking tot de Joodse emigratie naar Palestina – als een eraan toegeven dat Joden eigenlijk niet thuishoorden in Europa.

Op hun beurt maakten zionistische organisaties bundisten uit voor zwakkelingen en vijanden van Israël. Volgens hen waren het Joden die zichzelf haatten en hun eigen ondergang wensten. Ruzies tussen bundisten en zionisten waren schering en inslag, evenals tirades in tijdschriften. Naarmate de situatie in Polen verslechterde, werden de spanningen alsmaar groter. Crabapple schrijft daarover:

1 mei demonstratie van de Bund in Bialystok, Polen, 1934.

“Terwijl de Bund streed voor een plek voor de Joden in Polen, kozen de zionisten de kant van een regering die probeerde de Joden uit hun huizen te verdrijven. Terwijl de Bund proteststakingen organiseerde tegen de pogroms, hielden zij toespraken waarin ze de eis van de pogromplegers steunden dat de Joden moesten vertrekken. Nadat de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Józef Beck had gezegd dat drie miljoen Joden gedeporteerd moesten worden, glimlachte de zionistische leider Chaim Weizmann en schudde hij hem de hand.”

Crabapple begrijpt overigens best waarom het zionisme zo’n aantrekkingskracht had op de Europese Joden, vooral die in Polen. Ze schrijft:

“Hoe somberder de situatie voor Joden in Polen werd, hoe aantrekkelijker Palestina leek. Terwijl sommige emigranten werden aangetrokken door visioenen van nationale wedergeboorte in hun bijbelse thuisland, was het voor vele anderen slechts een manier om te ontsnappen. ‘Het zionisme putte zijn levenskracht uit nederlagen en rampen’, schreef Bund-leider Emanuel Nowogrodski. Nu migratie naar Amerika was afgesloten en er in Polen wekelijks gewelddadigheden waren, kwamen zelfs apolitieke Joden naar de kantoren van het Joods Agentschap in Warschau, de zionistische organisatie die bepaalde wie naar Palestina mocht vertrekken en wie niet, om de felbegeerde inreisvergunning aan te vragen.”

Crabapple is het niet met alle standpunten van de Bund eens. Door zijn streng marxistische opvattingen en weigering om samen te werken met niet-socialistische Joodse groepen – van bijvoorbeeld zionisten en gelovigen – kwam de organisatie soms apart te staan, juist op momenten dat eenheid beter gewerkt zou hebben. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft dit sektarisme waarschijnlijk het gewapende verzet in de getto’s beperkt. Maar Crabapple beschrijft ook hoe de Bund heldhaftig alsmaar bleef proberen om niet-Joodse socialisten voor zich te winnen. Ondanks pogroms, verraad, discriminatie en extreem-rechts geweld, bleef de Bund vasthouden aan zijn visie van democratisch socialisme voor alle soorten mensen en van internationale solidariteit. De bundisten hadden een rotsvast vertrouwen in hun gewone mede-Polen en in hun eigen vermogen om rassenhaat te doorbreken en verschillen te overbruggen. Dit was niet eenvoudig, want bij heel wat Polen waren racisme en antisemitisme diep geworteld. Maar geregeld zegevierde de menselijkheid over de verleidingen van het fascisme.

Toen de Tweede Wereldoorlog en de nazi-vervolging hun dieptepunt bereikten, zetten de bundisten zich over hun meningsverschillen heen en werkten zij nauw samen met zionisten, communisten en andere verzetsgroepen om aanvallen op de bezetters uit te voeren. In Warschau kwamen mensen in het Joodse getto in opstand en doodden honderden nazi’s. Maar ondanks deze goed georganiseerde acties waren zij niet tegen de fascisten opgewassen. Aan het eind van de opstand lag het grootste deel van het getto in puin door de helse combinatie van kanonnen, gevechtsvliegtuigen en vlammenwerpers. Meer dan vijftigduizend Joden kwamen daarbij om het leven, en de nazi’s stuurde de meeste overlevenden naar concentratiekampen.

Aan het einde van de oorlog bleek negentig procent van de Poolse Joden te zijn omgekomen. Overlevenden die naar hun woningen terugkeerden, troffen daar Polen aan, die weigerden die terug te geven. De spanningen liepen op, en opnieuw waren er aanvallen en pogroms. De Bund deed wat die kon, maar was ernstig verzwakt door de oorlog en bleek uiteindelijk niet opgewassen tegen al het geweld.

De erfenis van de Bund is nu actueel

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en de oprichting van Israël hebben velen met minachting teruggekeken op de Bund en de beweging bestempeld als naïef, compromisloos en zwak. Maar hoewel de Bund zijn strijd tegen het zionisme en voor een beter leven voor Joden in de diaspora verloor, was het geen mislukking. Zoals Crabapple schrijft: “Mislukken is wat er gebeurt met degenen die ten onder gaan aan hun eigen tekortkomingen en fouten. Verliezen is bezwijken onder een sterkere macht.”

De Bund had fouten en interne problemen, net als elke andere organisatie. Maar in wezen stortte hij niet in vanwege interne kwesties. Hij verloor omdat hij simpelweg niet opgewassen was tegen de gigantische kracht van het fascisme, dat zich razendsnel en heftig door Europa verspreidde, als een vuur in een gebied met droog struikgewas. Het was gebaseerd op racistisch nationalisme. Het richtte zich op verovering van gebieden en vernietigde alles op zijn pad. Zes miljoen Joden kwamen om in deze vuurzee, evenals tientallen miljoenen niet-Joodse Oost-Europeanen. De Bund faalde niet door een gebrek aan kracht, toewijding of zelfs strategie; hij verloor van een historische, alles vernietigende macht die een heel continent overspoelde.

Het feit dat de Bund deze nederlaag heeft geleden, betekent niet dat hij ons nu niets meer te bieden heeft. Integendeel, zoals Crabapple aantoont, komen zijn oude ideeën opnieuw tot leven in een wereld die daar wanhopig veel behoefte aan heeft. De voorspellingen van de Bund over de rampzalige gevolgen van het zionisme en het nationalisme van eigen-volk-eerst zijn grotendeels uitgekomen. In de praktijk is het zionisme binnen Israël verder naar rechts opgeschoven als reactie op spanningen met de lokale bevolking en Arabische landen in de omgeving. Zoals Crabapple opmerkt:

“In 1938 schreef Henryk Erlich (een bundist): ‘Als er een Joodse staat zou ontstaan in Palestina, zou het geestelijke klimaat daar eeuwige angst zijn voor de externe vijand (Arabieren); en eeuwige strijd om elk stukje grond met de interne vijand (Arabieren) … Is dit een klimaat waarin vrijheid, democratie en vooruitgang zich kunnen ontwikkelen? Of een dat reactionair gedrag en blinde vaderlandsliefde in de hand werkt?’”

Molly Crabapple, Istanboel 2016. (Foto: Molly Crabapple/CC: BY-SA 4.0)

Dit klimaat van voortdurende conflicten heeft ertoe geleid dat miljoenen Palestijnen achter de muren van de apartheidsregelingen zitten opgesloten. Israël heeft het grootste gedeelte van Gaza laten verwoesten door soldaten en met kanonnen en luchtaanvallen. Meer dan zeventigduizend Palestijnen zijn omgekomen, ziekenhuizen en scholen zijn vernietigd, en de meeste overlevenden zijn naar vluchtelingenkampen gestuurd. Op de Westelijke Jordaanoever heeft Israël de bewegingsvrijheid en vrijheid van meningsuiting van Palestijnen enorm beperkt en hen opgesloten in kleine gebieden. Rondtrekkende gewapende bendes van extreem-rechtse kolonisten kunnen straffeloos Palestijnen bang maken en aanvallen. Israël onderneemt niets tegen illegale Joodse nederzettingen, en erkent die zelfs met terugwerkende kracht. Steen voor steen en boerderij voor boerderij breekt Israël de Palestijnse samenleving af.

Daarom zijn de ervaringen van de bundisten voor ons nu zo belangrijk. Zij zagen in Rusland, Polen en vrijwel heel Europa waar de mislukkingen van het kapitalisme en het nationalisme toe leidden en welke rampen ze ontketenden. Liberale democratieën slaagden er niet in om de verschillen tussen arm en rijk aan te pakken en stortten in de afgrond van het fascisme, dat miljoenen levens verwoestte en elke mogelijkheid tot klassensolidariteit teniet deed.

De bundisten voorzagen dat hetzelfde zou gaan gebeuren in Israël. De giftige combinatie van racistische haat en nationalisme was niet iets dat alleen in Europa kon plaatsvinden, begrepen ze. Die kon in elke cultuur, in iedere samenleving de kop opsteken. De onderdrukten konden onderdrukkers worden, die bepaalde bevolkingsgroepen zouden gaan onderwerpen. Dezelfde gruwelen uit het verleden konden zich gaan herhalen. Het verzet van de bundisten tegen het zionisme was een poging om toekomstige bevolkingsgroepen hetzelfde soort bloedvergieten te besparen dat zij hun hele leven hadden meegemaakt.

De wereld waarin het bundisme ontstond, zal nooit meer terugkeren. Maar een wereld die de principes ervan in ere houdt en ze als kompas voor linkse politiek gebruikt, is wel degelijk mogelijk. De op klasse gebaseerde oproepen tot solidariteit, aandacht voor minderheidsgroepen, en inzet voor daadwerkelijke democratie hebben niets aan kracht ingeboet. Gehechtheid aan de eigen cultuur, zonder te vervallen in racisme of nationalisme, is nu nog even noodzakelijk als toen.

Onze wereld is weliswaar niet precies dezelfde als in de periode tussen de twee wereldoorlogen, maar we hebben wel opnieuw te maken met een ernstige crisis die gekenmerkt wordt door ongelijkheid, economische paniek en agressief optreden van wereldmachten. Ook nu weer wakkeren machthebbers verdeeldheid op basis van klasse, ‘ras’ en religie aan voor politiek en militair gewin. De principes van de Bund en de idealen waar die voor streed, zijn opnieuw van het grootste belang.

Grant Morgan

Het oorspronkelijke artikel “The Jewish Labor Bund Stood Against Zionismverscheen eind april bij Jacobin. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.

Verder lezen