De vele vleugels van het Nederlands liberalisme

Wat Joh Fonte schreef op Bluesky (zie plaatje) is waar, en het is een heel nuttige manier om naar de Nederlandse politiek te kijken. En het heeft een filosofische onderbouwing. Die ga ik proberen uit te leggen.
Om de basis te snappen, moet je kijken naar de verdeling van ideologieën in Nederland, en niet alleen naar partijverdeling. D66 en VVD zijn liberale partijen. Het liberalisme is een ideologie die draait om het beschermen van eigendomsrecht.
Alle andere zaken, zoals persoonlijke vrijheid en de democratische rechtsstaat, dienen om dat eigendomsrecht te beschermen tegen zowel de overheid als de arbeidersklasse. Voor arbeiders is het namelijk slecht dat hun werkplek, en daarmee hun arbeid, eigendom is van een ander.
Liberalisme onderscheidt zich dus door de liefde voor het eigendomsrecht, en dat zie je terug in de geschiedenis. Liberalen zijn tijdens de Franse revolutie afgescheiden van de andere revolutionairen op het punt van eigendomsrecht.
Heel kort door de bocht: tijdens de Franse revolutie was er een bondgenootschap tussen de rijke burgerij (de vroege kapitalisten) en de radicalen. De burgerij wilde alleen de macht van de adel afschaffen, de radicalen wilden verdergaande economische gelijkheid.
In de negentiende eeuw konden alleen de rijken stemmen in Nederland, en zo werd de Nederlandse politiek een strijd tussen de liberalen (kapitalisten en industriëlen) en conservatieven (de kerken en grootgrondbezitters).
Maar gaandeweg die eeuw ontwikkelde zich een subcategorie van het liberalisme, namelijk het sociaal-liberalisme. Sociaal-liberalen willen het eigendomsrecht behouden, maar willen wel dat arbeiders kiesrecht hebben en toegang tot basisvoorzieningen.
Dit niet zozeer uit de goedheid van hun hart, maar om revolutie te voorkomen. De sociaal-liberalen wisten van de Franse revolutie dat een hongerige bevolking zonder uitlaatkleppen in opstand kan komen. Door grieven een politieke uitweg te geven binnen het kapitalisme, hoopten ze dat te voorkomen.
Hierin onderscheiden ze zich van de conservatief-liberalen, die vooral hun eigen macht wilden uitbreiden en elke vorm van dissidentie met de harde hand aan de lange arm van de staat wilden neerslaan. Zoals bij de oliestaking op Curaçao in 1969.
Dit is uiteindelijk de politieke scheiding tussen D66 en VVD: D66 zijn sociaal-liberalen, die revolutie willen voorkomen door pappen en nathouden. De VVD wil revolutie tegengaan met de harde hand van de staat. En zo hebben we gelijk het hele Nederlandse politieke spectrum uitgelegd.
Want alle politieke partijen zijn in feite liberaal. Alle politieke partijen (ja, ook PRO, ook de SP) willen de kapitalistische economie behouden. Het liberalisme heeft in de jaren tachtig en negentig gewonnen. De enige discussie gaat nog over hoeveel kruimels de arbeidersklasse moet krijgen.
PRO, PvdD en SP zijn het meest ‘sociaal’ van de sociaal-liberalen, en willen (vergeleken met andere liberalen) relatief veel kruimels afstaan. D66 en Volt zijn gematigd sociaal-liberaal, en VVD, CDA en de fascistische hoek zijn conservatief-liberaal. Maar het brood blijft altijd van hen.
Dus ja, omdat het allemaal liberalen zijn, is er een zekere overlap tussen al deze partijen. Alle partijen zijn de VVD, zoals alle partijen ook een beetje PRO en een beetje PVV zijn. Het is in de basis dezelfde kapitalistische ideologie.
En als je denkt: “Ook PRO?” Ja, zeker PRO. De Partij van de Arbeid is sinds de Tweede Wereldoorlog geen revolutionaire partij. Het anti-kapitalisme hebben ze expliciet laten varen. PRO is in feite een bestuurderspartij als D66, alleen nét iets socialer.
De tragiek van D66 is dat hun “sociaal-liberalisme” helemaal niet ideologisch is, maar pragmatisch. Ze doen het om revolutie te voorkomen. Maar als de volksopstand voorkomen kan worden met de harde hand, dan hebben ze daar geen fundamentele bezwaren tegen.
Naarmate de repressieve arm van de staat toeneemt, is er steeds minder reden voor sociaal-liberalen om kruimels uit te delen. Daarom droogt de kruimelkraan nu al jaren uit. Sociaal beleid wordt vervangen door de ME-knuppel. En de ME-knuppel is altijd goedkoper dan een buurthuis of een uitkering.
En de opkomst van de PVV, JA21, FvD en BBB hangt daarmee samen. De fascistische partijen kijken naar dat repressieve apparaat, en zeggen: als we al deze wapens hebben, waarom zouden we dan nog een democratische rechtsstaat hebben? Dan kunnen we burgerrechten toch helemaal afschaffen?
Dat is de tragiek van de VVD: jarenlang hebben ze de macht van de staat en het kapitaal uitgebreid, maar daarmee maken ze zichzelf steeds meer overbodig. Ze maken Nederland klaar voor een fascistische machtsovername, waarin zij niet de macht zullen hebben.
Daarom denk ik niet dat er hoop is in het Nederlandse parlementaire stelsel. Onze strijd is tegen het kapitalisme, maar de hele Tweede Kamer is liberaal. En in de strijd tegen kapitalisten zijn liberalen eenvoudigweg een tegenstander. En dat maakt alle politieke partijen onze tegenstander.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)
Op Bluesky vond aansluitend nog een kort gesprekje plaats tussen Salomons en Paul Metz:
Metz: “Je vergeet dat er ook gebreideld kapitalisme heeft bestaan, van na de Tweede Wereldoorlog tot na Den Uyl. Dat was sociaal en met de VVD. Toen het ook een beetje ecologisch werd, haalde de VVD het Angelsaksische kapitalisme van voor de oorlog terug en noemde dàt neo-liberalisme. Kok deed daar aan mee, later Samsom ook.”
Salomons: “Dat vergeet ik niet, dat volgt toch uit het betoog?”
Metz: “Nee, we moeten niet al het kapitalisme bestrijden, zoals hier staat, maar de Angelsaksische en neo-liberale versies. Herinner aan Rijnlands eco-sociale kapitalisme, dat beter bestuur leverde dan nu. Dus de hoofdrol van kapitaal = grote lobbies kortwieken en rechtsstaat herstellen. Politiek primaat.”
Salomons: “Daarin zijn we het fundamenteel oneens. Dat onderscheid vind ik niet van belang.”
Metz: “Merkwaardig, maar ja. De naïviteit over de sluipende en slopende strategie van “De Stille Overname” (Noreena Hertz, 2001) in PvdA, economen en politicologen en andere kringen snap ik niet.”
Salomons: “Wat is merkwaardig? Dat ik niet geloof dat er een goed kapitalisme bestaat?”
Metz: “Heeft bestaan, dus mogelijk is, maar nu niet langer. Dat geloof je wel of niet?”
Salomons: “Het Rijnlandmodel was geen goed kapitalisme. Het was op punten minder hardvochtig dan het huidige kapitalisme, maar het is nooit goed geweest. Los van alles: het Rijnlandmodel is geëvolueerd tot wat we nu hebben. Dat dat kon is al een probleem.”
Metz: “Die ‘evolutie’ was gevolg van een strategisch ‘complot’ van het internationale netwerk van rijkaards, gestart door Reagan en Thatcher met econoom Milton Friedman en auteur Ayn Rand met denktanks. Evolutie was sloop van sociaal en ecologisch beleid, alleen groot geld telt nog. Rutte ontkende een visie te hebben, maar had wel deze geheime agenda. Onopgemerkt door Kamer en media.”
Salomons: “Allemaal vast en zeker waar, maar het is niet alleen een duister, buitenlands complot. Het boek “Neoliberalisme” van Mellink en Oudenampsen is daar duidelijk over: het waren evengoed Nederlandse politici, denkers en kapitalisten die die kant op wilden bewegen. Dat konden ze doen omdat het bestaande kapitaal (in de hand van die zogenaamde Rijnlandse kapitalisten) werd gebruikt om de macht van de kapitalisten uit te breiden. Kapitalisme betekent per definitie ongelijkheid, en wie ongelijke macht heeft, gebruikt die macht om de eigen macht te vergroten.”
Op Bluesky was er ook een gesprek met Peter Storm en Mathijs van de Sande:
Peter Storm: “Het is veel te veel eer voor de VVD. Alsof de VVD het ijkpunt, de basis, de norm van liberalisme is, en al die anderen enkel varianten daarvan. Alsof de VVD het liberalisme definieert, in plaats van dat het er slechts een versie van is. Leuke meme, maar geen juiste weergave.”
Bo Salomons: “Ja, dat is ook het punt van het draadje, inderdaad.”
Peter Storm: “Ja, maar in het draadje bevestig je het frame dus eerst . Dat is wat mij betreft dus te veel eer voor de VVD. De VVD is een late versie van het liberalisme (geen ’tak’ maar een versie). Het is niet de oerboom waarvan al die anderen slechts takken zijn. De beeldspraak is gewoon slecht. Takken zijn afsplitsingen, hebben dezelfde wortel. Het CDA heeft geen wortels in de VVD, is er niet van afgesplitst. Je zou kunnen zeggen dat CDA en VVD van dezelfde boom zijn afgesplitst. Maar dat klopt niet: VVD wortelt in het liberalisme, CDA in christelijke oppositie tegen dat liberalisme. Verder proef ik ook wel een beetje de neiging om alles dat niet honderd procent anti-kapitalistisch is, liberaal te noemen. Zo verliest het woordje ‘liberaal’ iedere specifieke betekenis. Een beetje zoals we met ‘fascisme’ ook wel eens doen: het begrip te breed, en daarmee slordig, hanteren.
En:
Peter Storm: “Als alle politieke partijen ‘in feite liberaal’ zijn, heeft het woordje ‘liberaal’ vrijwel elke onderscheidende betekenis verloren. Ik geloof niet dat die benadering heel zinvol en verhelderend is.”
Mathijs van de Sande: “Eens, er valt van alles te zeggen over de manier waarop liberale partijen hebben bijgedragen aan de opkomst en normalisering van extreem-rechts. Er zijn ook partijen (zoals met name VVD) die in dat spectrum zijn opgeschoven. Maar die analyse kan je helemaal niet maken als je ze allemaal ‘liberaal’ noemt. Wel is er dus die verschuiving: op dit moment kan je mijns inziens alleen D66 nog een liberale partij noemen (al is die inconsistent in bereidheid om concessies te doen aan veel meer rechts-conservatieve en autoritaire partijen). VVD heeft nog een grote liberale vleugel, maar die doet er steeds minder toe. De analyse dat er inhoudelijk geen significante verschillen tussen deze partijen bestaan, gaat mijns inziens niet op. Ze dragen misschien bij aan de instandhouding van dezelfde onrechtvaardigheden en/of creëren al dan niet onbedoeld een voedingsbodem waarin andere stromingen (zoals fascisme) goed gedijen.”
Peter Storm: “Ja. En dat enkele aspect – kapitalistisch eigendomsrecht – als enige criterium voor liberalisme hanteren, zou bijvoorbeeld betekenen dat het parlement in pakweg 1946 ook louter uit liberalen bestond (ook de CPN verdedigde het kapitalistisch eigendomsrecht, met de staat als eigenaar/kapitalist).”
Mathijs van de Sande: “Net zoals het historisch niet accuraat is om liberalisme tot het beschermen van eigendomsrecht te reduceren. Het is een meer complexe traditie met veel problematische kanten en uitvloeisels, maar oorspronkelijk ook emancipatoire elementen (geldt zeker niet voor iedereen die zich ‘liberaal’ noemt).”
Peter Storm: “Klopt. Lees vroeg negentiende-eeuwse liberalen, en je denkt dat je op het ene moment op een bijeenkomst van de TeldersStichting zit en het andere moment dat je de Buiten de Orde aan het lezen bent.”
Mathijs van de Sande: “Overigens, wat al deze tradities met elkaar gemeen hebben, is niet zozeer een gedeelde houding ten aanzien van kapitalisme of eigendom, maar dat ze de oorsprong van maatschappelijke ongelijkheid niet bevragen: hiërarchie, dat zich onder andere manifesteert in economische verhoudingen, maar dat in de kern politiek is.”
Peter Storm: “Het interessante is dat sommige heel embryonale liberalen dat dus impliciet wèl doen. Iemand als Condorcet wordt wel eens als vroege liberaal gekenschetst, maar ook als proto-anarchist. George Woodcock doet dat laatste zo ongeveer, in zijn geschiedenis van het anarchisme. Plus: sommige vroege liberalen bepleitten het particuliere eigendom, niet als bron voor zelfverrijking, maar als bolwerk van vrijheid tegen staatsdespotisme. Dat méénden ze. Dat dit punt snel een apologie voor kapitalistische uitbuiting werd: ja. Maar het was niet de oorsprong van het argument.”
Mathijs van de Sande: “Ik zou wel zeggen dat wanneer je niet ziet hoe eigendom (=/= bezit) een mechanisme van maatschappelijke hiërarchie is, je eigenlijk niet in staat bent om een fundamentele kritiek op hiërarchie te vormen. Dit is echt een fundamenteel onderscheid tussen deze klassieke liberalen en vroege anarchisten.”
Peter Storm: “Klopt – maar in de negentiende eeuw was dat onderscheid zeer poreus. Er zijn negentiende eeuwse individualistische anarchisten, Lysander Spooner, Josiah Warren, bij wie je het door elkaar ziet lopen. De scheiding tussen anarchisme en liberalisme is pas strakker geworden. And we have common roots.”
Mathijs van de Sande: “Toch niet helemaal eens, denk ik. Maar dat is voor de volgende uitzending 😉”
Peter Storm: “Zou je zeggen dat zo’n Lysander Spooner en Josiah Warren ‘eigenlijk’ toch eerder een soort liberalen zijn? Of juist eerder dat hun hantering van het bezits-begrip zo anders was (geen eigendom!) dat ze echt inderdaad anarchisten zijn?”
Mathijs van de Sande: “Ik wil niet pretenderen hier veel expertise in te hebben, maar ik neig vooral naar het eerste. Anarchisme is wat mij betreft toch een traditie met een sterkt mutualistische/collectivistische/communistische/communalistische inslag die zich moeilijk verhoudt tot een dergelijk sterk individualisme. (Zonder te ontkennen dat dit soort radicaal liberalen/individualisten belangrijk waren, met name in Noord-Amerika, bijvoorbeeld in de abolitionistische beweging.)
Peter Storm: “Ik ben hier ook niet snoeihard zeker van mijn zaak hoor. Mijn anarchisme is het sowieso niet. Maar een soort van autoriteitskritiek/afwijzing van hiërarchie vind ik er toch wel terug. Het is een beetje die nurkse oom in de familie. Helemaal buitensluiten is ook weer zo wat 😉. Ah, je ondervangt een opmerking die ik bijna ook gemaakt had 😉. We liggen hier niet ver uiteen, merk ik toch weer. En verschil is leuk en leerzaam.”
(Bijgewerkt tot en met 17:00 uur op 27 juli 2026)
