“Wie mensen vermoordt voor handel en winst, verdient geen sokkel”

Afgelopen zaterdag vond er voor de achtste keer in 2026 een demonstratie plaats in Hoorn om ervoor te zorgen dat het standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon Coen wordt verwijderd uit de openbare ruimte en verplaatst naar het Westfries Museum. Zo’n veertig mensen deden mee aan de actie, die evenals de zeven voorgaande demonstraties was georganiseerd door We Promise en de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn.

Evenals de demonstratie op 19 september ging het ook deze keer om een stilteprotest, waarbij de deelnemers een serie gelijkvormige borden met een variatie aan teksten toonden. Die serie was afgelopen zaterdag nog aangevuld met een aantal andere actieborden die een spiegeleffect hadden. De boodschap daarvan was: kijk eens in de spiegel, inwoners van Hoorn, en denk na over wat wij opmerken en eisen.

Tijdens de tocht vanaf station Hoorn naar het plein Roode Steen, waar het standbeeld van Coen staat, bleven de demonstranten volgens afspraak stil. Dat vormde een scherp contrast met de eerste zes protesten en zorgde voor een waardige en bijna plechtige sfeer die ook nu weer opvallend effectief bleek. Want in tegenstelling tot de eerste zes demonstraties vond er gedurende de tocht veel minder provocatie, intimidatie en agressie plaats van de kant van omstanders, voorbijgangers en tegendemonstranten, en vanuit huizen die langs de demonstratieroute liggen. Het bleef zelfs opvallend rustig.

Dat er zo langzamerhand toch wel wat aan het verschuiven is in het voordeel van de voorstanders van verwijdering van het Coen-beeld uit de openbare ruimte, bleek ook uit de deelname aan de demonstratie van de voormalige Groen Links-wethouder Alex Boomgaars, die in het vorige Hoornse college van burgemeester en wethouders zat. Ook Cynthia Bot, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Hoornse gemeenteraad, deed mee aan de actie. Het was verheugend om nieuwe gezichten te zien van mensen die zich voor het eerst aansloten bij het protest tegen koloniale verheerlijking.

Toen de demonstranten stilstonden in de winkelstraat Grote Noord, op de plek waar in de bestrating het VOC-logo en plaquettes van acht specerijen zijn aangebracht, hield Enseline, lid van de Werkgroep Slavernijverleden Hoorn, een strijdbare speech (zie hieronder). Veel voorbijgangers lazen de teksten op de borden en luisterden naar de aanklacht van Enseline tegen de verering van een van de vele koloniale misdadiger die Nederland in de loop der eeuwen heeft gekend. In 2024 werd Enseline nog monddood gemaakt, toen ze wilde gaan inspreken bij een vergadering van de Hoornse gemeenteraad. Maar afgelopen zaterdag kon ze voluit in de openbare ruimte uiting geven aan haar visie en perspectief. Stap voor stap wint de strijd voor verplaatsing van het Coen-beeld naar het Westfries Museum terrein.

Harry Westerink

Enseline aan het woord

De speech van Enseline

Beste mensen,

Voor de achtste keer staan we hier in Hoorn. Omdat onze vraag nog steeds onbeantwoord is: waarom krijgt iemand die verantwoordelijk was voor massamoord op Banda nog altijd een ereplaats? Er wordt gezegd: je moet Coen in zijn tijd zien. Maar zijn tijd begrijpen is iets anders dan hem vandaag blijven eren. Die keuze maken wij nu. Wie mensen vermoordt voor handel en winst, verdient geen sokkel. Hoeveel rijkdom of welvaart dat ook heeft opgeleverd. Mensenlevens zijn geen prijs die je voor rijkdom mag betalen.

Op het VOC-logo van Hoorn.

Hier op het Grote Noord zien we het VOC-logo en specerijen. Maar die specerijen kwamen niet uit Hoorn. Nootmuskaat en foelie kwamen van de Banda-eilanden, uit Maluku. Achter die rijkdom schuilt een geschiedenis van roof, geweld en gedwongen handel. Mensen verloren hun land, hun vrijheid en hun leven. Wie met die rijkdom pronkt, moet ook het hele verhaal vertellen. Niet alleen het deel dat hen goed uitkomt.

Ik sta hier als Molukse vrouw, als nazaat. Onze geschiedenis begint niet bij de VOC. Wij hadden ons land Maluku al, onze handel, ons land. En wij hebben ons verzet. Wij zijn er nog. Daarom vragen wij: haal Coen van zijn sokkel. Verplaats hem naar het museum, op ooghoogte. Vertel daar het volledige verhaal. Over zijn daden, over de slachtoffers, over het verzet en de mensen die overleefden. Geef Bandanezen (Wandan-gemeenschap) en andere Molukse nazaten zeggenschap over dat hele verhaal. Over de woorden, de inrichting en de boodschap. Niet over ons zonder ons.

Tegen de gemeente Hoorn zeg ik: u bepaalt wie hier een ereplaats krijgt. U bent eigenaar van het standbeeld. Neem verantwoordelijkheid voor die keuze. Met een verplaatsing is racisme zeker niet verdwenen. Maar Hoorn kan wél laten zien dat mensen meer waard zijn dan de winst die over hun rug is gemaakt.

Wij staan hier voor een samenleving waarin we elkaar als gelijkwaardig behandelen. Waar onze kinderen samen verder kunnen, met een eerlijk verhaal over het verleden. Menselijke waardigheid is niet onderhandelbaar.

Enseline

“Perkeniers” waren de Nederlandse eigenaars van de plantages op de Banda eilanden na de genocide. Slavenhouders en cipiers dus.
Groepsfoto. Er waren meer dan 40 deelnemers aan het dekoloniale protest.
Nieuw was deze keer dat het handjevol aanwezige Coen-fans een Nederlandse vlag omgekeerd had opgehangen.
En natuurlijk was de “schatkamer van de VOC”-vlag er ook weer. Trots op de buit van de massale roofmoord van Coen.