Dekoloniale activisten tijdens Hoornse slavernijbijeenkomst: “Weg met Coen-standbeeld”

Shirt dat leden van We Promise droegen, gemaakt door de Hoornse kunstenaar @sthom.artist die zo wil bijdragen aan de strijd tegen JP Coen.

Afgelopen woensdag vond er in het stadhuis van Hoorn een “dialoogavond” plaats naar aanleiding van een in juni gepubliceerd onderzoeksrapport over het slavernijverleden van die stad. Het onderzoek had duidelijk gemaakt wat we al lang wisten: Hoorn zat indertijd tot zijn nek in de slavernij. Het gemeentebestuur had daarop een bijeenkomst opgezet en aangestuurd die het onfrisse middenklassekarakter bleek te hebben van een dialoog om de dialoog. Maar activisten uit de dekoloniale beweging, zoals mensen van We Promise, Zwart Manifest, stichting KUKB, Doorbraak en anderen, wisten daar woensdagavond doorheen te breken. Hun eis: het standbeeld van de genocidepleger Jan Pieterszoon Coen op het plein De Roode Steen moet per direct uit de openbare ruimte verdwijnen en de gemeente moet stoppen met koloniale verheerlijking.

Bij binnenkomst in het stadhuis werd meteen al duidelijk hoezeer koloniale propaganda de gemeentelijke ruimten nog steeds doordringt en in zijn greep houdt. Een van de zalen die grenst aan de foyer van het stadhuis heet namelijk “Bontekoezaal”, genoemd naar Willem IJsbrantszoon Bontekoe, een in 1587 in Hoorn geboren schipper, koopman en loopjongen van de massamoordenaar Coen. Om Bontekoe heen hangt de stoere jongensboekenromantiek van “De scheepjongens van Bontekoe”, een in 2007 verfilmd verhaal van Johan Fabricius op basis van het oorspronkelijke scheepsjournaal van Bontekoe zelf. In opdracht van Coen maakte Bontekoe honderden mensen in China tot slaaf. Zoals ook uit het onderzoek blijkt, was Coen de grondlegger van de Nederlandse slavernij in Azië, met zijn genocide op de Banda-eilanden en het vervolgens herbevolken van die eilanden met tot slaaf gemaakten die dwangarbeid moesten verrichten.

Misdaad tegen de menselijkheid

Nog in 2011, het jaar waarin de jarenlange strijd rond het standbeeld van Coen opnieuw in volle hevigheid losbarstte, plaatste de gemeente Hoorn zonder blikken of blozen een nieuw koloniaal beeld: een buste van Bontekoe op het Houten Hoofd, waarmee de medeplichtige aan de gruwelijke wandaden van Coen een prominente plek kreeg in de haven van Hoorn, in de buurt van de beelden van “de scheepjongens van Bontekoe” die daar al sinds 1968 staan. Geen wonder dat de ergernis, de woede en het ongeduld van dekoloniale activisten diep zit. Want de “dialoog” die de aanwezigen met elkaar mochten hebben, werd begeleid door de blabla-toonzetting van witte middenklassers die vooral benadrukten dat we met elkaar in gesprek moesten blijven en dat het zo prachtig was dat er verschillen van mening waren. Maar kolonialisme en koloniale verheerlijking is geen mening, maar een misdaad. Een misdaad tegen de menselijkheid, om precies te zijn.

De “dialoogavond” deed denken aan “stadsdialogen” rond de racistische karikatuur Zwarte Piet, die bijvoorbeeld een aantal jaar geleden in Utrecht werden gehouden. Bij dergelijke bijeenkomsten was de insteek vooral dat de gevoelens van pietofielen gespaard moesten blijven. De tere witte zieltjes zouden immers een te grote schok te verwerken krijgen als hun favoriete racistische feestje ontmanteld zou worden. Maar zodra rekening gehouden moet gaan worden met de pijn, het verdriet en de boosheid van mensen van kleur, nazaten van tot slaaf gemaakten en van andere slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme, worden dekoloniale activisten tot de orde geroepen en moeten ze respect tonen, mogen ze niet boos worden, en moeten ze vooral luisteren naar de toch al zo dominante witte middenklassers.

Shirt dat KUKB meebracht (“Nederlanders rovers”)

Doorpakken

Maar het toont de kracht, de ervaring en het doorzettingsvermogen van dekoloniale activisten dat ze niet tot zwijgen zijn te brengen. De dekoloniale beweging in Nederland heeft in twintig jaar tijd grote stappen gezet, dankzij de onvermoeibare inzet van zoveel mensen van kleur. Denk bijvoorbeeld maar aan de komst van steeds meer slavernijmonumenten en aan de slavernijherdenkingen, aan de succesvolle strijd tegen Zwarte Piet en aan de ook in Nederland merkbare invloed van de wereldwijde Black Lives Matter-protesten. Een van de grote verworvenheden van al die strijd was ook op de Hoornse “dialoogavond” voelbaar: dekoloniale activisten laten hun stem horen, nemen deel, zijn partij, eisen hun plek op, tonen hun actie T-shirts, juist ook in gemeentelijke zalen en andere fysieke en digitale ruimten die voorheen nog onnoemelijk koloniaal wit waren. Het was verheugend om dat afgelopen woensdagavond mee te maken. Het was ook bijzonder om een dekoloniale activist te ontmoeten die al in 1987 actie voerde tegen het standbeeld van Coen. Nu is de tijd gekomen om door te pakken met de strijd tegen dat schandalige standbeeld. Het moment is daar om de Hoornse koloniale propaganda voorgoed af te breken.

Harry Westerink

Voorzijde van de flyer. De tekst van de achterkant lees je hieronder.

Tijdens de bijeenkomst deelden leden van We Promise de flyer “Waarom J.P. Coen om moet” uit. Hieronder de tekst van die flyer.

Toen Coen tussen 1615 en 1621 de opdracht gaf om 14.000 van de ongeveer 15.000 inwoners van de Banda-eilanden af te slachten, leverde hem dat niet gelijk een standbeeld op in Hoorn. Dat ging namelijk ook in Coens tijd veel mensen wat te ver. Zelfs zijn eigen bazen, verschillende VOC-bewindhebbers van de Heren Zeventien, en andere koloniale coryfeeën, zoals ex-gouverneur-generaal Laurens Reael, vonden dat Coen met zijn bloedige optreden Nederland de naam bezorgd had van “allerwreedste natie van de gehele wereld” (in Hagen 2018: 865). Dus niet echt standbeeldwaardig.

Het was dan ook pas 300 jaar na de geboortedag van Coen dat er iemand op het idee kwam om voor dit moorddadige type een monument op te richten. Dat kwam namelijk mooi uit om het nationalisme in de relatief nieuwe eenheidsstaat een flinke impuls te geven. En paste ook goed binnen de toenmalige imperialistische expansiedrang van westerse grootmachten die elkaar wilden laten zien wie de grootste had. En zelfs toen, in de negentiende eeuw, was niet iedereen blij met dit idee.

Jerry Afriyie overhandigde aan het einde van de meeting het “Zwart Manifest” en een “Lespakket Nederlands slavernijverleden en racisme” aan de burgemeester van Hoorn.

In 1893 schreef de sociaal-democratische krant “Recht voor Allen” dat het standbeeld in feite “de banier van roof, moord en bloeddorst” was. Ook in de twintigste en eenentwintigste eeuw zijn er velen uit Hoorn en omstreken die erop gewezen hebben dat iemand, verantwoordelijk voor zoveel moord en doodslag via koloniale onderdrukking en uitbuiting, geen prominente plek in het straatbeeld verdient.

Het is een klap in het gezicht van diegenen die directe afstammelingen zijn van de inwoners van de Archipel en die dit koloniale geweld hebben ondergaan: de Molukse gemeenschap, zowel hier als daar.

Andere steden in de VS, het Verenigd Koninkrijk, Nieuw-Zeeland en in België hebben het voorbeeld gegeven. Aan Hoorn de taak deze uitdaging op te pakken. En te laten zien dat ze een standbeeld dat vanaf het begin al als problematisch werd beschouwd, eindelijk erkennen voor wat het is: een verwerpelijk symbool van koloniale moord en plundering op mensen van kleur, een symbool van racisme.

#WegMetJPCoen