Assertieve baanloze zet gemeente Leiden in haar hemd

Het logo van het Leidse dwangarbeidcentrum.
Het logo van het Leidse dwangarbeidcentrum.

Veel mensen in de bijstand willen graag een betaalde baan, en gemeenten pretenderen daar bij te helpen. Maar wanneer bijstandsgerechtigden op hun strepen gaan staan en concrete hulp eisen bij het vinden van een baan, blijkt pijnlijk snel hoe hol de praatjes van reïntegratieconsulenten zijn. Dat ondervond ook bijstandsgerechtigde Pieter: “Ik ga komende week de gemeente weer bellen: waar is jullie plan van aanpak om mij aan een baan te helpen? Zes weken geleden heb ik de gemeente daar om gevraagd, dus nu is de termijn wel over. Ik wil gewoon graag aan het werk.”

Pieter zit sinds twee jaar in Leiden in de bijstand, na twintig jaar in de bankwereld gewerkt te hebben. Hij heeft het hele reïntegratiecircus ondertussen wel doorlopen. Een aantal maanden geleden was hij de huichelarij van de gemeente zat, en schreef hij een brief met daarin dertien klachten. Hij begint zijn brief met een constatering over het beruchte Participatiecentrum bij de DZB, waar bijstandsgerechtigden dwangarbeid moeten doen: “Vorig jaar januari werd ik ‘te werk gesteld’ in het werkkamp gevestigd aan de Le Pooleweg 11 te Leiden. Die taakstraf was al zwaar genoeg, en bovendien werd mij het leven tijdens de ‘sollicitatietraining’ (waar ik, in tegenstelling tot wat de gemeente Leiden en de bewakers op het werkkamp beweren, niks geleerd heb) door mijn coach behoorlijk moeilijk gemaakt.”

Bemoeizucht

Zijn eerste klacht gaat over de beruchte reïntegratieconsulent Angelique van Delft. Bij het intakegesprek in het DZB-gebouw kreeg Pieter van haar te horen: “Het is je eigen keuze om bijstand aan te vragen”. Van de bewakers van het dwangarbeidcentrum, zoals Emiel Gommans, kreeg hij soortgelijke dingen te horen. Met hun leuke baantje over de rug van mensen met een uitkering denken ze blijkbaar dat je voor je lol bijstand aanvraagt. De DZB stuurde een antwoord op de klachtenbrief van Pieter, en de gortdroge reactie op de eerste klacht was: “Aangezien er niemand is die u verplicht om een uitkering aan te vragen, is de opmerking van de consulent niet vreemd. Betreffende consulent heeft gehandeld naar de zin van de wet.” Het werd zo weer eens glashelder dat er een kilometers diepe kloof gaapt tussen de bureaucratische fabeltjeswereld van de consulenten en de keiharde werkelijkheid van mensen in de bijstand.

Met Van Delft had hij nog een aanvaring. Terwijl hij bij de DZB dwangarbeid deed, kwam ze een keer naar hem toe en vroeg ze hem waarom hij die week nog geen van zijn drie verplichte sollicitaties had gedaan. Ze beschuldigde hem ervan niet te willen werken. Pieter werd boos over haar bemoeizucht en hij stelde er later een aantal vragen over in de klachtenbrief: “1. Kunt u bevestigen dat een week uit zeven dagen bestaat? 2. Bent u het met mij eens dat donderdag de vierde dag is? 3. Heb ik het mis dat ik na donderdag nog drie dagen de tijd heb om te solliciteren? 4. Waarom was mijn coach zo voorbarig door te zeggen dat ik nog niet gesolliciteerd heb?”. De DZB moest schoorvoetend toegeven: “De opmerking van uw coach dat u nog niet had gesolliciteerd, was wellicht wat voorbarig”.

Gebakken lucht

Pieter houdt zich aardig staande, ondanks de aanvallen van consulenten als Van Delft en de manier waarop hij wordt behandeld. Af en toe doet hij een tegenaanval. De adviezen van de diverse consulenten en trainers van sollicitatiecursussen zijn namelijk onderling tegenstrijdig. Hij vertelde daarom aan zijn latere consulent, Johan Teske, dat hij twee cv’s heeft. Eentje om de consulent tevreden te stellen, en eentje om daadwerkelijk naar werkgevers en uitzendbureaus te sturen. De ruzie in het dwangarbeidcentrum had ook een positief gevolg. Blijkbaar had men genoeg van Pieters kritische houding. Hij werd weggestuurd en hoefde dus geen dwangarbeid meer te doen. De smoes: men denkt dat hij Asperger heeft. Daarom moest hij zich laten testen bij de GGD.

Hij is blij dat hij geen dwangarbeid meer hoeft te doen, maar hij wil wel graag hulp bij het vinden van een baan. Hij wachtte dan ook met smart op actie van de kant van de gemeente of de DZB. Omdat die actie uitbleef, “ben ik maar aan de bel gaan trekken”, schrijft hij in zijn brief. “Hier kwam uit dat mijn coach mijn dossier drie maanden heeft laten liggen (de gemeente Leiden vervolgens ook drie maanden). Dit terwijl er in de brief van de gemeente Leiden staat dat het Participatiecentrum er op gericht is om kandidaten zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Persoonlijk vind ik drie maanden erg lang.” Uit de test bij de GGD bleek dat hij geen Asperger heeft. Vervolgens hoorde hij weer een tijd niets van de gemeente. Uiteindelijk werd hij opnieuw opgeroepen bij de DZB: “Begin dit jaar had ik weer een intakegesprek (ik blijf intaken)”. Zijn nieuwe consulent Teske deed een mooie belofte: “Ik krijg je wel voor het eind van het jaar aan het werk”.

Maar Teske blijkt gebakken lucht te verkopen. Tijdens afspraken ging “regelmatig zijn telefoon, terwijl ik hem altijd netjes uitzet”, aldus Pieter. “Tijdens ons laatste gesprek wel drie, vier keer. Bovendien kwam hij te laat op zijn afspraak, terwijl een kandidaat altijd geacht wordt om op tijd te komen.” Pieter praatte en praatte en praatte met Teske. Maar praatjes vullen geen gaatjes. Een baan voor Pieter blijkt nog even ver weg te zijn als altijd. Dat deelde hij ook mee aan zijn consulent: “Ik geloof niet dat ik ooit nog aan het werk ga komen”. Je zou zeggen dat dat voor de gemiddelde consulent een stimulans zou moeten zijn om eens wat moois te gaan zoeken voor de beste man. Maar niet voor Teske, die blijkbaar inzag dat hij ook niets voor Pieter kon betekenen. De ambtenaar sloot het “traject” af en Pieter mocht het zelf gaan uitzoeken.

Assertiviteit

Als conclusie meldt Pieter in zijn klachtenbrief: “De werkwijze van de coaches is dus blijkbaar dat ze óf een kutopmerking maken (‘volgens mij wil je niet werken’), of ze spelden zichzelf een brevet van onvermogen op door totaal tegenstrijdige dingen te vertellen dan in een ‘sollicitatietraining’ wordt verteld, waar ik dan blijkbaar niks van mag zeggen.” Sinds die tijd heeft hij bijna niets meer gehoord van de gemeente. Regelmatig belt hij naar de gemeente om te vragen hoe het staat met het plan om hem naar betaald werk te begeleiden, wat toch de centrale taak van het gemeentelijke reïntegratiebeleid is, zou je zeggen. Vooralsnog levert dat geen resultaat op. Hij is daarover erg teleurgesteld. Hij wil erg graag werken, want hij voelt zich minder goed, nu hij geen betaalde baan meer heeft. En doordat hij weinig geld heeft, is het moeilijk voor hem om zijn hobby’s, zoals hardlopen en aan wedstrijden meedoen, nog uit te oefenen.

Het verhaal van Pieter laat zien dat een kritische houding richting de gemeente en de DZB helpt. In zijn brief geeft hij aan dat hij “door de medewerkers van Re-integratie Leiden niet gehoord, niet geholpen wordt”. Als reactie daarop maakt de DZB duidelijk dat men bepaald niet zit te wachten op kritiek en assertiviteit van de kant van baanlozen. Men schrijft namelijk dat “uit dossieronderzoek en gesprekken” zou zijn gebleken “dat iedereen alle moeite heeft gedaan om u te ondersteunen, maar alle adviezen die u krijgt, leiden in de regel tot discussie. Dat staat het succesvol afronden van een traject in de weg.” Oftewel: het is allemaal je eigen schuld. Bijstandsgerechtigden met een kritische houding, zoals Pieter, prikken pijlsnel door de loze praatjes en zoethoudertjes van de reïntegratieconsulenten heen. Ze leggen daarmee de onmacht van de reïntegratie-industrie pijnlijk bloot en laten zien dat die industrie niet kan waarmaken waarvoor die in het leven zou zijn geroepen: mensen aan een betaalde baan helpen, in plaats van aan de dwangarbeid. Zulke assertieve baanlozen kan de gemeente missen als kiespijn!

Pieter laat de gemeente niet met rust. Hij wijst er zelfs op dat de gemeente nalatig is in het controleren van zijn sollicitaties. In zijn klachtenbrief meldt hij dat hij een tijd lang geen sollicitaties aan de gemeente heeft doorgegeven, “en daarover heb ik ook niemand vanuit uw organisatie gehoord, dit omdat ik om een andere coach gevraagd had en dus niet wist aan wie ik dit door moest geven.” De controle van sollicitatie-activiteiten ligt in handen van gemeente-ambtenaren, legt hij uit. “Deelt u mijn mening dat deze controle tekort schiet? Zo nee, hoe verklaart u het dat ik niks gehoord heb, zo ja, bent u bereid om hierover verbeterpunten binnen uw organisatie in te voeren? Indien u dit met nee beantwoordt, zou ik graag willen weten waarom niet.” Binnenkort gaat hij de telefoon weer oppakken om de gemeente en Teske nog eens achter de broek te zitten en hen te houden aan hun belofte: hem te helpen om betaald werk te vinden.

Pieter is een schuilnaam.

Joris Hanse