Decennia van verzet door ongedocumenteerde mensen in Nederland

Al zolang er mensen illegaal worden gemaakt en wettelijk en maatschappelijk worden uitgesloten van de rest van de samenleving, komen zij in actie voor bed, bad, brood, verblijfsrecht, veiligheid en waardigheid. Al een halve eeuw geleden, op 7 november 1975, gingen 182 Marokkanen in de Mozes en Aäronkerk en elders in Amsterdam in hongerstaking om een verblijfsvergunning te krijgen. Ze werden daarbij ondersteund door het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) en er ontstond een brede solidariteitsbeweging. Het boek “Ongedocumenteerd verzet. Acties van mensen zonder papieren”, mede tot stand gebracht door Here to Support, geeft een veelzijdig en meerstemmig beeld van de manieren waarop leven en strijd van mensen zonder verblijfsrecht met elkaar zijn verweven. Ook laat het boek de solidariteit van hun bondgenoten zien.

Here to Support is een Amsterdamse steungroep met een internationaal netwerk, die opkomt voor de belangen van ongedocumenteerde mensen. De steungroep kwam voort uit de solidariteit met de mensen zonder papieren van het Wij Zijn Hier-collectief, dat in 2012 werd opgericht. Het jaar daarvoor was overal in het land een strijd van dakloze en rechteloze vluchtelingen losgebarsten. Amsterdammers met en zonder verblijfsrecht kraakten indertijd een leegstaande kerk in de wijk Bos en Lommer en bezetten deze “Vluchtkerk” meer dan een half jaar als protest tegen de keiharde politiek van migratiebeheersing. Daarna verhuisde Wij Zijn Hier nog minstens 45 keer van kraakpand naar kraakpand. Meestal trokken ze in een bonte stoet door de stad. De strategie was: zo zichtbaar mogelijk zijn als collectief, en bewustwording creëren bij een breder publiek over mensen zonder verblijfsrecht. De grote media-aandacht leidde uiteindelijk tot veel politieke druk.

Het zware en moedige gevecht van Wij Zijn Hier is maar één van de voorbeelden van de vele individuele en collectieve vormen van strijd van mensen zonder papieren die in “Ongedocumenteerd verzet” aan de orde komen. Het boek “bundelt de kracht van alle mensen die hun angst opzij zetten. Het is een ode aan iedereen die vanuit een positie zonder papieren is gaan vechten voor gelijke rechten”, aldus de inleiding van het boek. “Dit boek is een oproep om solidair te zijn met mensen zonder papieren: door te protesteren, een luisterend oor of onderdak te bieden, te doneren, kraken en schrijven.”

Trans en zonder papieren

Er staan zoveel indrukwekkende, strijdbare en ontroerende ervaringsverhalen van mensen zonder verblijfsrecht in het boek dat het moeite kost om een keuze te maken en er een paar uit te lichten. Neem bijvoorbeeld de strijd van de trans vrouw Alejandra Ortiz, die in 2015 vanuit Mexico naar Nederland vluchtte en pas in 2025 verblijfsrecht kreeg. Terugkijkend op deze tijd schrijft ze in haar bijdrage “Bruin, trans en ongedocumenteerd. Mijn decennium van verzet tegen het systeem”: “Hoewel ik niet langer ongedocumenteerd ben, draag ik de onzichtbare littekens van tien jaar zonder papieren in een land dat mij systematisch heeft afgewezen. Die jaren – gevangen in het vagevuur van asielzoekerscentra, behandeld als een bureaucratisch probleem in plaats van als mens – zijn tot in mijn botten doorgedrongen. Daarom is zwijgen geen optie. Daarom kan ik niet wegkijken. Ik weiger mijzelf en mijn medezusters – mijn gekozen familie – te verraden, of anderen die zich momenteel in dezelfde situatie bevinden als ikzelf niet zo lang geleden. Want ik weet maar al te goed: de documenten die ik nu in handen heb, staan niet garant voor – volledige, permanente – veiligheid. Niet wanneer ik het mikpunt van elke fascistische aanval ben – een bruine trans vrouw, een migrant, een voormalige vluchteling en sekswerker. Niet wanneer Nederlandse politici debatteren over wie van ons recht heeft op gezondheidszorg, huisvesting of waardigheid. Niet nu dezelfde krachten die vandaag de rechten van trans gemeenschappen afpakken, morgen hetzelfde doen bij mensen met een beperking, bij sekswerkers of bij iedereen die afwijkt van hun fascistische fantasie.”

“Ongedocumenteerd verzet” bevat ook bijdragen die zich niet alleen richten op de strijd van mensen zonder papieren zelf, maar ook op protestacties van hun bondgenoten. Zoals het stuk “Deportatievluchten en hoe ze te stoppen” van Riccardo Biggi van Here to Support en Elena D’Onofrio van MiGreat, waarin wordt uitgelegd wat je kunt doen als je in een vliegtuig zit en in de gaten krijgt dat een van je medepassagiers wordt gedeporteerd door de marechaussee. “Wacht tot de cabinedeuren dicht zijn, en sta dan op! Volgens internationaal overeengekomen regels mag een vliegtuig niet vertrekken als er een passagier blijft staan. Zodra de deuren gesloten zijn, heeft de politie geen directe jurisdictie meer in het vliegtuig. Dit is jouw moment om andere passagiers over te halen om ook op te staan en de piloot te vragen de uitzetting te stoppen.” Het is bijzonder dat dit soort actietips open en bloot zijn te vinden in een boek dat wordt uitgegeven door een reguliere uitgeverij.

Witte illegalen”

Wie actief is in de actie- en steunbeweging van en voor mensen zonder verblijfsrecht, ziet in het boek een hoop bekende gezichten voorbijkomen. Zoals Marion Grace, een Filipijnse vrouw die strijdt voor arbeidsrechten voor ongedocumenteerde huishoudelijk werkers en in diverse belangengroepen actief is, zoals FNV Migrant Domestic Workers. En Hidaya Nampiima, “trots lid van de lhbti gemeenschap”, actief bij Amsterdam City Rights en een energieke spreker tijdens demonstraties, zoals de protestactie vlak na de verschrikkelijke verkiezingsoverwinning van de PVV in 2023.

Opvallend is ook de bijdrage van Tuba Kilinc, die meemaakte dat haar moeder als “witte illegaal” in 1999 in verzet kwam tegen de in 1998 aangenomen Koppelingswet. Kilinc was toen nog maar twee jaar. Die wet koppelde het recht op zorg, onderwijs en huisvesting aan de verblijfsstatus. Wie geen geldige papieren had, verloor toegang tot basisvoorzieningen. Samen met veertien andere vrouwen bezette haar moeder een pand van ATKB, een vereniging die zich inzet voor de positieverbetering van vrouwen en meisjes uit Turkije. “Uit wanhoop en vastberadenheid begonnen zij een hongerstaking van negenendertig dagen”, legt Kilinc uit. “Ze hadden allemaal dierbaren: ouders, partners, kinderen. En toch besloten ze hun lichaam in te zetten als protestmiddel, uit noodzaak en uit angst om uitgezet te worden. De vrouwen namen dat besluit zelfstandig, onderling, voor documenten. Voor hun gezinnen, voor hun kinderen – ook voor mij.” In die tijd voerden “witte illegalen” ook in Den Haag een legaliseringscampagne door middel van een hongerstaking en andere acties, onder meer ondersteund door De Fabel van de illegaal, een van de groepen die later Doorbraak oprichtten.

In het boek wordt ook aandacht besteed aan de strijd van mensen zonder papieren buiten Nederland, zoals in Libië. Daar streden vluchtelingen tegen uitbuiting, opsluiting en marteling door een protestkamp op te richten. Dat leidde uiteindelijk tot de belangengroep Refugees in Libya, die vanuit een perspectief van onderop opkomt voor vluchtelingen die gevangen worden gehouden en worden geconfronteerd met geweld en anti-zwart racisme. In het boek is verder nog een verhaal te vinden over de succesvolle strijd van huishoudelijk werkers in Spanje.

“Ongedocumenteerd verzet” biedt een zeldzaam breed en gevarieerd overzicht van het leven en de strijd van een groot aantal mensen zonder verblijfsrecht in binnen- en buitenland en door de jaren heen. Voor wie betrokken is of meer betrokken wil worden bij ongedocumenteerde mensen, vormt dit boek absoluut een aanrader.

Ongedocumenteerd verzet. Acties van mensen zonder papieren”, Tonya Sudiono, Here to Support (red.). Uitgeverij: Mazirel Pers, € 24,99. ISBN: 9789464566680.

Harry Westerink