Indrukwekkende expositie “Zwartheid onder ogen komen” in Haagse bibliotheek

TW: IN DIT ARTIKEL ZIJN AFBEELDINGEN VAN ANTI-ZWART RACISME TE ZIEN.

Op de tweede verdieping van de openbare bibliotheek aan het Spui in Den Haag is nog tot en met 15 april de bijzondere expositie “Zwartheid onder ogen komen” (“Facing blackness”) te zien. De tentoonstelling is samengesteld door mensen van The Black Archives, een uniek historisch archief dat is opgezet vanuit de dekoloniseringsbeweging die in Nederland sinds zo’n twintig jaar steeds meer aan maatschappelijke invloed heeft gewonnen. Het is enorm verheugend dat op een publiek toegankelijke en druk bezochte plek als een openbare bibliotheek de stem, het verhaal en de strijd van zwarte mensen vanuit hun eigen perspectief volop tot uiting komt.

De expositie was eerder te zien in de eigen ruimte van The Black Archives in Amsterdam. Dankzij een opdracht van de gemeente Den Haag heeft de tentoonstelling nu ook zijn weg gevonden naar Den Haag. Wie op de tweede verdieping van de bibliotheek aankomt, wordt meteen getroffen door de blikvanger van de expositie. In het midden van de tentoonstelling hangt in een houten frame de door racisten vernielde achterruit van de auto van Mitchell Esajas, een van de grondleggers van The Black Archives. Dat gebeurde tijdens een extreem-rechtse aanslag met vuurwerk en wapens op een congres van Kick Out Zwarte Piet (KOZP) in 2019 in Den Haag.

De vernielde autoruit.

Strijd tegen Zwarte Piet

De strijd tegen Zwarte Piet die de laatste vijftien jaar zo intensief is gevoerd, is altijd gepaard gegaan met racistisch geweld tegen mensen van kleur. Geweld door pietofielen, geweld ook door de politie, steeds opnieuw, sinds 2011. Doodsbedreigingen, scheldpartijen, bekogelingen met eieren, tomaten, vis, oliebollen, flessen, blikjes, stenen, dranghekken, vuurwerk, noem maar op. Repressie, intimidatie en criminalisering. Thuis lastig worden gevallen door racisten, je baan verliezen omdat je je uitspreekt tegen Zwarte Piet, vernederd en beledigd worden, klappen krijgen, tot zondebok worden gemaakt, maatschappelijk worden uitgekotst. Dat allemaal hebben zwarte activisten aan den lijve moeten ondervinden in hun loodzware gevecht tegen de racistische karikatuur bij het Sinterklaasfeest.

Al dat geweld “tegen mensen die de Sinterklaastraditie durfden te bevragen, was exemplarisch voor een langere geschiedenis van koloniaal en raciaal geweld tegen Zwarte mensen”, zo valt bij de expositie te lezen. “Tevens symboliseert het de manier waarop de stemmen van Zwarte activisten en andere moedige mensen die zich uitspraken over racisme en ongelijkheid decennialang zijn verzwegen. Door de nieuwe golf van anti-racisme is het taboe rondom racisme in Nederland en het zelfbeeld van ‘witte onschuld’ net als deze autoruit aan diggelen geslagen. Het is tijd dat we Zwartheid onder ogen komen.”

Actieleus

Ik loop naar de kapotgeslagen autoruit toe en zie dat ernaast een t-shirt hangt met de zo succesvolle actieslogan “Zwarte Piet is racisme” als opdruk. Hier sta ik, hier hangt in alle vrijheid en in een respectvolle entourage de leus die voor de politie in Dordrecht in 2011 de aanleiding vormde om Jerry Afriyie en Quinsy Gario dehumaniserend over de grond te slepen en als gevaarlijke misdadigers op te pakken. Omdat deze twee zwarte mannen een mening verkondigden. Omdat ze lieten weten dat de Zwarte Piet-figuur zwarte mensen vernedert, beledigt, ontmenselijkt. Ik roep het gevoel van verrassing en ontzag in me op dat ik had toen ik voor het eerst waarnam dat mensen als Jerry en Quinsy het gewoon durfden te uiten, in het openbaar: “Zwarte Piet is racisme”. Ze durfden zich uit te spreken in een tijd waarin kritiek op Zwarte Piet nog zo’n ongelooflijk taboe was. Ik voelde indertijd alsof deze twee zwarte mannen bijna het onzegbare zeiden, iets waarover iedereen moest zwijgen, zeker publiekelijk.

Ik kijk naar het t-shirt en herken het kenmerkende lettertype van de tekst, uit de begintijd van die vijftien jaar strijd. En ik denk aan de eerste keer dat ik Jerry en Quinsy ontmoette, tijdens de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 2011 in het Oosterpark in Amsterdam. Ik liep in het park en bij wat informatiekraampjes zag ik hen, twee mannen met een spuitbus en een sjabloon. Als je wilde, dan konden zij de tekst “Zwarte Piet is racisme” op je eigen t-shirt spuiten. Twee zwarte mannen met een spuitbus, meer was het toen niet. Maar zoveel jaar later, hoeveel meer is het geworden, hoe enorm, hoe massaal. Hoezeer heeft de strijd tegen Zwarte Piet en voor dekolonisering in het algemeen zich verbreed en verdiept.

Ik sta hier, bij de kapotte ruit en het t-shirt. En ik voel woede en verdriet vanwege al dat geweld, al dat racisme. Maar bovenal ervaar ik een brok ontroering in mijn lichaam, een grote brok kracht en moed en geloof en vertrouwen en inspiratie, als ik merk dat de autoruit van een activist tegen Zwarte Piet deze keer niet wordt vernield, maar hier in alle rust het trieste bewijs mag zijn voor wat witte mensen zwarte mensen aandoen, als zwarte mensen voor hun eigen belangen en behoeften opkomen. Nu worden zwarte mensen niet geslagen en over de grond gesleept omdat ze Zwarte Piet bekritiseren. Nu krijgen ze hier, in deze bibliotheek, de ruimte om hun plek op te eisen, hun verhaal te vertellen, hun verzet te tonen. Nu is er geen politie, nu zijn er geen pietofielen. Nu kan iedereen in alle vrijheid rondlopen en kennisnemen van alles dat de expositie heeft te bieden.

Afzetlinten

En die expositie heeft veel te bieden, heel veel. De bezoekers worden, in de woorden van The Black Archives zelf, “meegenomen in de onderbelichte geschiedenis van de Nederlandse beeldvorming over Zwarte mensen vanaf de koloniale periode tot aan de hedendaagse samenleving. Aan de hand van uniek archiefmateriaal wordt getoond hoe koloniale beeldvorming over Zwarte mensen onderdeel werd van onze alledaagse denkbeelden en tradities. Deze beeldvorming resoneert nog steeds in de hedendaagse percepties en behandeling van Zwarte mensen, en blijft van invloed op hun dagelijks leven. We geven informatie over het ontstaan van racisme en stereotiepe beelden over Zwarte mensen vanaf de koloniale periode tot op heden. Je krijgt inzicht over de reden dat ‘menselijke rassen’ eigenlijk niet bestaan, maar waarom racisme wel een serieus probleem is. Ook ontdek je aan de hand van uniek archiefmateriaal dat er in Nederland ook een lange geschiedenis van verzet vanuit Zwarte gemeenschappen tegen racisme en ongelijkheid is en hoe Zwarte mensen zelf betekenis hebben gegeven en blijven geven aan hun cultuur en identiteit.”

De expositie gaat dus zeker niet alleen over Zwarte Piet en de strijd tegen blackface. Ook racisme in de wetenschap komt aan de orde. Bijvoorbeeld de craniometrie (het meten van schedels) van Petrus Camper, en de theorie van de indeling van “menselijke rassen” van Carl Linnaeus. Een groot bord met de tekst “Ras is het kind van racisme” veegt de vloer aan met de categorisering van mensen op basis van de sociale en pseudowetenschappelijke constructie “ras”. Verder gaat de expositie in op de Black Lives Matter-protesten, op zwarte vrijheidsstrijders en denkers, op consumptieproducten met koloniale beeldvorming, en op kinderboeken en andere boeken met racistische stereotyperingen van mensen van kleur. Deze boeken worden weliswaar tentoongesteld, maar bevinden zich achter afzetlinten met de tekst “Stop blackface” of “Stop racisme”. Een uitstekende manier om weer te geven dat dergelijke boeken niet langer meer uitgegeven, verkocht en gelezen dienen te worden.

Doorwerking van koloniaal verleden

Opvallend is ook nog dat de samenstellers van de expositie de bezoekers waarschuwen voor de “schokkende inhoud” ervan. “De tentoonstelling kan teksten, audio en beelden bevatten die voor sommigen als emotioneel zwaar worden ervaren. De tentoonstelling bevat raciale karikaturen, denigrerende beelden van Zwarte mensen, raciaal geweld en gesprekken over trauma en kolonialisme. Wees bewust van je eigen mentale welzijn en dat van je medebezoekers. Het is helaas niet in alle gevallen mogelijk om het over deze onderwerpen te hebben met medewerkers van de bibliotheek. Je bent van harte uitgenodigd je reacties te delen via onze feedback mogelijkheden.”

De expositie “Zwartheid onder ogen komen” maakt in kort bestek voor een breed publiek inzichtelijk hoe het koloniale verleden doorwerkt in het heden en hoe vandaag de dag de strijd voor dekolonisering volop aan de gang is. De expositie in de openbare bibliotheek aan het Spui duurt nog maar een paar dagen, tot en met 15 april. Ga er daarom snel heen en neem vrienden en familie mee, want het is absoluut een aanrader.

Harry Westerink