Interview met Rotterdamse medewerkers aan de Gids Slavernijverleden Nederland

Een andere locatie uit de gids – het slavernijmonument aan de Lloydkade – staat op het toenmalig grondgebied van Delft. Waarom staat het monument daar en niet aan de Boompjes, de locatie die de gids beschrijft als “economisch hart van de koloniale handel in Rotterdam”? Rowan van der Stelt: “Vanaf de Lloydkade vertrokken schepen, maar inderdaad: de Boompjes en Blaak waren het centrum van de Rotterdamse koloniale handel. Ik ben eigenlijk wel benieuwd op welke bronnen die keuze toentertijd is gebaseerd.” Serana Angelista: “Ik vind het overigens geen geschikte plek om te herdenken: in een gekke hoek, ver uit de stad. De Lloydkade staat bovendien ver van de mensen die de nadelige effecten van het slavernijverleden hebben meegemaakt. Bij de herdenking vorig jaar voelde het er heel onveilig. De politie stond in een cirkel om de mensen heen, doorzocht hun tassen.” (…) Welke namen willen jullie eren in Rotterdam met straatnamen en standbeelden? Van der Stelt: “Boy Ecury, een verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog van Arubaanse afkomst.” Tessa Hofland: “Tula, een belangrijke leider in de slavenopstand op Curaçao in 1795.” Angelista: “Sowieso Tula, maar dat is ook persoonlijk. Mijn voorouders hebben in het plantagewerkkamp gezeten waar Tula zijn verzet startte. Mijn achternaam staat in een straflijst van de plantage: een meisje van 21 dat vier weken onder de grond werd opgesloten omdat ze brutaal was. Ik ben dit verder aan het uitzoeken. Daarnaast zou meer aandacht moeten worden besteed aan de zwarte vrouwen in de geschiedenis. Zij zijn onderbelicht gebleven. Ook in de huidige zwarte verzetsbewegingen ligt de focus op mannelijke historische figuren. We moeten actief op zoek naar namen.”

Marianne Klerk in “Achter het Rotterdamse slavernijverleden staat geen punt maar een komma” (Versbeton.nl)