Neo-nazi netwerk veel groter dan de Duitse staat beweert

Facebook-banner van Revolution Chemnitz uit 2017.

De moord op CDU-politicus Walter Lübcke maakt wat los. Voelt de Duitse politie zich, na het falen in het opsporen van de NSU-terroristen, nu verplicht adequaat te handelen? Is men het nu echt beu? Voelt men de druk van de media? Of handelen de veiligheidsdiensten nu omdat neo-nazi’s te brutaal worden en zo de verbanden tussen extreem-rechts en de diensten teveel in het daglicht brengen?

Feit is dat men nu optreedt tegen extreem-rechts. Hoewel, optreedt? De meest recente acties lijken een bewijs voor de laatste veronderstelling – nazi’s moeten het niet te gek maken. Het Redaktionsnetzwerk Deutschland (RND) maakte vrijdag 28 juni bekend dat de extreem-rechtse terreurgroep Nordkreuz uit Mecklenburg-Voorpommeren het plan had om ongebluste kalk en 200 lijkenzakken te bestellen. De neo-nazi’s wilden op grootschalige wijze politieke tegenstanders vermoorden. Al sinds 2017 doet het Openbaar Ministerie in Duitsland onderzoek naar de terreurgroep. Bij een inval in dat jaar werd, naast wapens en meer dan 10.000 kogels, een dodenlijst met ruim 25.000 (!) namen van Duitse politici van diverse politieke pluimage gevonden.

De veiligheidsdiensten willen meer onderzoek doen naar de terreurgroep, die bestaat uit zo’n 30 neo-nazi’s die zich uit de samenleving hebben teruggetrokken en zich als survivalists voorbereiden op “Dag X”, een soort “Stunde Null”, waarop afgerekend gaat worden met het politieke systeem in de Bondsrepubliek. Maar tot daadwerkelijk ingrijpen van de veiligheidsdiensten is het nog steeds niet gekomen. Terwijl uit het onderzoek naar voren is gekomen dat de neo-nazi’s nauwe contacten hebben met sympathisanten binnen de politie en het leger. Op basis van die contacten konden de terroristen de namenlijst met alle gegevens samenstellen. Dat zou toch alle alarmbellen binnen de politiek en de opsporingsdiensten moeten laten afgaan, maar tot op heden blijft het bij onderzoek en de plichtmatige uitingen van afkeur.

NSU

De namenlijst brengt de moorden van de Nationalsozialistischen Untergrund (NSU) in herinnering. Dat extreem-rechtse terreurtrio werkte ook met een dodenlijst, waarop onder andere Walter Lübcke stond. Hoewel de terreurcampagne van de NSU in 2011 eindigde en de CDU-politicus pas in 2015 nationale bekendheid kreeg vanwege zijn pro-vluchtelingenstandpunt, was hij dus al jaren eerder in het vizier van neo-nazi’s! Het NSU-trio kon veertien jaar lang ongestoord hun terreur uitoefenen en uit handen van de opsporingsdiensten blijven. Waarom grepen die diensten, die via informanten op de hoogte waren van de plannen van de NSU, niet in, als naast de nu vermoorde Lübcke nog zo’n 10.000 namen op de dodenlijst van neo-nazi’s stonden?

Maar er is nog een actuele link met de neo-nazi’s van de NSU. Begin vorige week werden acht neo-nazi’s van de extreem-rechtse Revolution Chemnitz opgepakt. De acht terroristen uit de deelstaat Saksen waren van plan aanslagen te plegen in onder meer Berlijn, waarbij het moest lijken alsof linkse organisaties ervoor verantwoordelijk zouden zijn. “Je moet het laten lijken alsof de parasieten zijn begonnen”, schreef leider Christian K. over de geplande aanslag in Berlijn. In de chatgroep van de neo-nazi’s werd de NSU als “Kindergartenvorschulgruppe” omschreven. Revolution Chemnitz wilde het werk van de NSU nog bloediger voortzetten.

Chemnitz was ook de plaats waar de NSU in 1998 voor het eerst ondergronds ging. Saksen en speciaal Chemnitz, in grootte de derde stad van de deelstaat en de stad waar NSU-terroriste Beate Zschäpe een levenslange gevangenisstraf uitzit, is al enkele decennia een broedplaats van neo-nazi’s. Neo-nazi bands traden er op, extreem-rechtse demonstraties waren aan de orde van de dag, en er verschenen diverse skinheads-magazines waarin racisme en nazi-sympathieën niet onder stoelen en banken werden geschoven. Het NSU-trio beroofde in Chemnitz enkele banken om aan geld voor hun terreurcampagne te komen en kocht er het wapen waarmee ze hun doelgerichte moorden pleegde. Ook gebruikten de drie neo-nazi’s de identiteit van medestanders om uit handen van het opsporingsapparaat te blijven.

Informanten

Binnen de neo-nazi kringen in Chemnitz hadden de veiligheidsdiensten diverse informanten: Tino Brandt, Thomas Starke, Thomas Richter en Kai Dalek. Brandt, die een carrière had binnen de NPD en een aantal zogeheten extreem-rechtse “freie Kameradschaften”, zit na een veroordeling vanwege drugs en kindermisbruik in de gevangenis. Starke was in de DDR-tijd al een voetbalhooligan. Hij noemde zichzelf tijdens het NSU-proces een “toeschouwer”, maar stond in Saksen bekend als een van de meest radicale neo-nazi’s. Een toeschouwer die regelmatig correspondeerde met NSU-terrorist Uwe Mundlos, in de jaren negentig van de vorige eeuw een van de drijvende krachten van de neo-nazigroep 88 (de cijfers verwijzen naar de 8ste letter van het alfabet, “HH: Heil Hitler”), die halverwege de jaren negentig opging in Blood & Honour, het extreem-rechtse netwerk waar Combat 18 deel van uitmaakt en waar Stephan Ernst, de verdachte van de moord op Walter Lübcke, lid van is. Hij was het ook bij wie het NSU-trio Zschäpe, Mundlos und Böhnhardt op hun vlucht voor de politie in 1998 aanklopte. En hij was het die hen het adres van een vriend gaf bij wie ze hun eerste onderduikplek vonden.

Thomas Richter was een van de topinformanten van de veiligheidsdiensten. Onder de codenaam Corelli werkte hij tussen 1994 en 2012 binnen neo-nazi-organisaties voor de diverse diensten. Hij was betrokken bij activiteiten van veel extreem-rechtse bewegingen, van “freie Kameradschaften” tot de Europese Ku Klux Klan en de NSU. Hij stierf in 2014 onder verdachte omstandigheden (niet-ontdekte diabetes of gif?).

Ook Kai Dalek loopt al decennia rond in extreem-rechtse kringen. In de jaren tachtig was hij betrokken bij een aantal organisaties die door neo-nazi Michael Kühnen waren opgericht: Neuen Front, Freiheitlichen Deutschen Arbeiterpartei en Deutschen Alternative. Hij ontwikkelde een gesloten internetnetwerk voor neo-nazi’s, het Thule-Netz. Ondanks alle betrokkenheid bij aanslagen en misdaden hebben de veiligheidsdiensten hem altijd in bescherming genomen. NSU-onderzoeker Wolf Wetzel vraagt zich zelfs af of Dalek wel een echte neo-nazi is geweest, of uitsluitend een infiltrant van de staat.

Laatste nieuws: Ernst trekt zijn bekentenis in

De neo-nazi Stephan Ernst, verdacht van de moord op Walter Lübcke, heeft vandaag zijn eerdere bekentenis ingetrokken. De neo-nazi werd voorgeleid voor het Bundesgerichthof in Karlsruhe, het hoogste Duitse rechtsorgaan voor gewone rechtspraak. Hij was daar met zijn nieuwe advocaat, Frank Hannig. Die spioneerde in de DDR-tijd voor de Stasi, was betrokken bij de oprichting van Pegida en houdt kantoor in Dresden, Saksen. De eerste advocaat van Ernst was NPD-Politicus Dirk Waldschmidt. De extreem-rechtse terrorist lijkt met het intrekken van zijn eerdere bekentenis een spel met Justitie en de publieke opinie te spelen. Het wisselen van advocaat versterkt deze strategie van verwarring. Het doet ook denken aan het gedoe rond de advocaten van Beate Zschäpe tijdens het proces tegen de NSU. Zschäpe kreeg al snel onmin met haar eerste drie advocaten, die haar daarop niet langer wilden verdedigen. De rechter ging hier niet mee akkoord, maar er kwam wel een vierde advocaat, met wie Zschäpe het zichtbaar heel goed kon vinden. Het proces liep hierdoor vertraging op.

Neo-heidenen

Het staat vast dat het NSU-trio tijdens hun onderduik in Chemnitz verder is geradicaliseerd. Vraag is welke rol de staatsinformanten hierbij hebben gespeeld. Men luisterde telefoongesprekken van de neo-nazi’s af en er waren aanwijzingen dat de ondergedoken terroristen in Chemnitz verbleven. Toch deed de overheid niets. Een groeiend aantal Duitse onderzoekers van extreem-rechts is ervan overtuigd dat het netwerk waar Ernst deel van uitmaakt een voortzetting van de NSU is. De doelstellingen van Revolution Chemnitz wijzen daar al op.

Ook komen steeds meer details over de activiteiten van Ernst zelf naar buiten. Helemaal niet “onder de radar sinds 2009”, zoals de veiligheidsdiensten keer op keer herhalen, maar tot vlak voor de moord op Lübcke openlijk actief in neo-nazi kringen. De aanwezigheid van Ernst bij een samenkomst van Combat 18 dit voorjaar is al bekend, maar de krant Die Welt berichtte onlangs dat de verdachte tot in 2011 actief was in de extreem-rechtse “Artgemeinschaft – Germanische Glaubensgemeinschaft”. Deze neo-heidense vereniging met circa 150 leden, opgericht in 1951 door een oud-SS-er, werd jarenlang geleid door Jürgen Rieger (1946-2009), waarover we al eerder schreven. Rieger was actief binnen de NPD, maar ook in de Freiheitlichen Deutschen Arbeiterpartei (FAP, enkele honderden leden), waar NSU-sympathisant Kai Dalek ook lid van was. In 1999 bezocht Beate Zschäpe een bijeenkomst van de Artgemeinschaft, en er is een connectie tussen de neo-heidenen en de wapenleverancier van de NSU, Ralf Wohlleben.

In 2009 had Ernst contact met neo-nazi Markus H., die in 2016 het wapen voor de moord op Lübcke heeft geleverd. Ook H. heeft een FAP-verleden en is in 2006 zelfs door de politie ondervraagd omdat hij, naar eigen zeggen, het NSU-slachtoffer Halit Yozgat kende. Ook de rol van de schoonvader van Ernst wordt onderzocht. Hij schijnt actief te zijn geweest in de verboden extreem-rechtse organisatie “Hilfsgemeinschaft für nationale politische Gefangene” (600 leden).

Omvangrijker

Iedere nieuwe onthulling in het onderzoek naar de moord op Lübcke maakt duidelijk dat het extreem-rechtse netwerk in Duitsland omvangrijker is dan de veiligheidsdiensten ons willen doen geloven. Ook de vertakkingen binnen politie en leger zijn groot. Neo-nazi’s opereren steeds brutaler, daarbij gesteund door de politieke successen van de AfD en een deel van de media. Hun brutaliteit lijkt er echter ook op te wijzen dat de veiligheidsdiensten hun controle op extreem-rechts kwijt zijn.

Harry Prins