Strijd om de vrijheid

Verbreek je ketenen
De laatste jaren blijkt dat Nederland een gunstige voedingsbodem heeft voor rechts-populisme. De dramatische ondergang van Pim Fortuyn heeft helaas geen einde gemaakt aan de opmars van deze extreem-rechtse stroming. Terwijl Verdonks TON snel aan populariteit inboet, mag Wilders’ Partij voor de Vrijheid (PVV) juist rekenen op een groeiend aantal Kamerzetels. Omdat het er naar uitziet dat die stroming niet vanzelf zal verdwijnen, is het noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van de achterban. Wat beweegt mensen om op Wilders of Verdonk te stemmen? Willen ze een totalitair systeem? Of gaat het juist om kiezers die problemen hebben met de parlementaire democratie en die streven naar meer vrijheid en zeggenschap?

Binnen het neo-liberale discours wordt voortdurend nadruk gelegd op individuele vrijheid. Het fundament van de moderne westerse maatschappij berust voornamelijk, zoals we hieronder nader zullen verklaren, op een illusionair vrijheidsbeeld. Voordat we daar verder op ingaan, moet gezegd worden dat vrijheid vandaag de dag geïnterpreteerd wordt als iets dat buiten ons ligt. Deels klopt dat ook. Economische vrijheid en vrijheid van bewegen zijn zeer waardevol voor iedereen die vrijheid koestert. Maar net zo belangrijk is de vrijheid die in onszelf ligt. Daarmee wordt bedoeld dat het niet alleen belangrijk is dat iemand zijn of haar mening mag geven, maar ook dat diegene vanaf het begin vrij is om onafhankelijk en zonder enige belemmering te denken. Om een eigen mening te vormen en zich vrij te voelen om zich daarin te ontwikkelen. Want hoewel men tegenwoordig de mond vol heeft over kritische en mondige burgers en eigen keuzen, wordt elke reële poging daar naar toe onderworpen aan manipulatie, controle en uiteindelijk vernietiging van zelfontplooiing en zelfverwezenlijking. Zonder dat proces doorgemaakt te hebben mist een individu elke basis en zal hij of zij keuzen maken die onderhevig zijn aan manipulatie en lijden aan een gebrek aan originaliteit.

Shock therapie

In haar boek “Shock Doctrine” beschrijft Naomi Klein hoe shocktherapie werd toegepast om het geheugen onder controle te krijgen door het als geheel te wissen en weer te herschrijven via het constant herhalen van een cassetteband. Ze beschrijft de ervaringen van mensen die het slachtoffer werden van deze ‘therapie’, en concludeert dat – hoe gruwelijk deze experimenten ook waren – men er uiteindelijk niet in slaagde om het menselijk geheugen geheel te wissen. De oude herinneringen kwamen later weer terug, zij het in een zeer gefragmenteerde vorm. Het lijkt onmogelijk om “het vrije denken” geheel onder controle te krijgen en te herladen met externe informatie. Klein beschrijft verder zeer uitvoerig hoe de sociale bewegingen in Latijns-Amerika in de jaren 70 en later in Irak zeer doordacht en planmatig onder controle werden gebracht door shock te creëren, om uiteindelijk de samenleving met een nieuwe economische en politieke doctrine te herstructureren.

Los van zulke gruwelijke en grootschalige experimenten, worden we dagelijks geconfronteerd met meer verfijnde methoden die hetzelfde doel dienen, namelijk het vrije denken onderdrukken. Een goed voorbeeld is hoe wordt omgegaan met informatie en kennis. We leven in een tijd waarin we voortdurend gebombardeerd worden met een storm aan informatie. We hoeven maar op een knop te drukken en er verschijnen duizenden sites of honderden kanalen. Maar deze groei aan informatie leidt niet tot een toename van onze kennis. De meeste mensen weten heel erg weinig en laten zaken als economie en politiek over aan professionals. En die zien kans om zelfs de makkelijkste kwesties zo ingewikkeld te maken dat we er moe van worden en er liever niet over willen nadenken. Zo ontstaat er een soort simplisme waarbij alles te ingewikkeld en moeilijk lijkt om ons ermee bezig te houden. En daardoor krijgen mensen ook nooit de mogelijkheid om zich te ontwikkelen tot volwaardige persoonlijkheden die stoelen op innerlijke kracht en vaardigheid, en die in staat zijn om vrij te kunnen denken om van daaruit meningen te kunnen formuleren. Het mag daarom eigenlijk geen verbazing wekken dat programma’s als “Big Brother” door miljoenen tv-kijkers gevolgd werden, ook al deed de populariteit toentertijd zelfs de makers versteld staan. In de neo-liberale ideologie is kennis in principe verbonden aan de economie. Dat betekent dat mensen alleen kennis mogen en kunnen opdoen met als doel geld verdienen. Onze kennis is voornamelijk een koopwaar. Hoe meer geld je hebt, des te meer kennis je kunt kopen. En we verkopen ook onze eigen kennis weer om geld te verdienen. Kennis is er niet in de eerste plaats om onszelf te ontwikkelen of om de wereld om ons heen beter te begrijpen. Nee, kennis hebben we nodig om te kopen en te consumeren, een andere waarde lijkt het niet meer te hebben.

Amorf

We worden allemaal geraakt door de effecten van het kapitalisme en de neo-liberale ideologie. En ondanks alle externe invloeden, het gebrek aan kennis en een gezonde basis voor een eigen mening komen velen tot het besef dat er toch iets niet helemaal klopt, dat er een probleem is. Maar een duidelijk antwoord hebben de meesten niet. Dat besef vindt niet altijd een maatschappelijke uitlaatklep, maar van tijd tot tijd borrelt het wel op. Ook in een negatieve vorm, zoals die van het rechts-populisme. Maar soms ook wel positief, zoals een aantal jaren terug bij de onverwacht grote opkomst bij demonstraties tegen de regering en tegen de oorlog tegen Irak. De afstand tussen kiezer en politiek is de laatste tijd steeds verder gegroeid. Mensen beschouwen de huidige politiek niet als iets van henzelf. En daar spelen rechts-populisten heel goed op in door zich in de media nadrukkelijk buiten de bestaande politiek op te stellen.

Een wezenlijk kenmerk van het rechts-populisme is natuurlijk dat de stroming heel erg amorf is. De leiders veranderen snel en makkelijk van standpunt om in te spelen op de vermeende behoeften van hun aanhang. Bij de PVV is zo recent een verandering ingezet richting een meer sociaal programma. Maar de aanhang van de partij is net zo amorf als de PVV zelf. De aanhang denkt ook niet vanuit een duidelijke ideologie en is daarom erg beweeglijk en vooral ook onrustig. Tot nu toe maakt de PVV daar heel slim gebruik van. Maar racistische retoriek van rechts-populisten slaat niet altijd bij iedereen aan. En om niet in hetzelfde vaarwater te komen als meer traditioneel extreem-rechts trekken rechts-populisten als Wilders een duidelijke grens tussen henzelf en ouderwetse nazi’s. Wel proberen ze om racisme legaal en salonfähig te maken, en om de onrust die de economische crisis teweeg brengt uit te buiten. Ze leggen een rechtstreekse link tussen economie en migranten, via onder meer voorstellen om belasting te heffen op hoofddoeken en om de kosten van “allochtonen” te berekenen. Zo draagt de PVV simplistische oplossingen aan die makkelijk te verhapstukken zijn en leiden ze tegelijk de aandacht af van de werkelijke problemen, waar de partij zelf natuurlijk onderdeel van uitmaakt.

Mentale ketenen

Elke samenleving berust op samenwerking. Solidair zijn en samenleven als maatschappelijk vrije individuen geeft mensen de rust en de veiligheid waar ze voortdurend naar op zoek zijn. De mens kan niet ieder voor zich leven, ook al beweert de ideologie van het liberalisme van wel. Liberalisme staat voor een samenleving waarin iedereen continu onderling strijdt om naar boven te kunnen klimmen op de maatschappelijke ladder. Zulke maatschappijen creëren kleine groepen winnaars en grote massa’s verliezers. Dat leidt tot eenzaamheid, angst en zelfs paranoia. Mensen verliezen hun gevoel van controle over hun toekomst en hun leven, en zijn bang om alles wat ze hebben te verliezen. De huidige maatschappelijke ordening en het politieke systeem zijn er niet op gericht om mensen de volledige vrijheid te geven die ze zo nodig hebben. Maximale vrijheid om zichzelf te ontplooien en te realiseren. Was dat wel het geval, dan zou dat al snel het einde inluiden van het kapitalisme. Om dat te voorkomen wordt ons denken voortdurend ingeperkt, gecontroleerd en gestuurd. Onze strijd moet daarom niet alleen gericht zijn op wat buiten ons ligt, maar ook op ons innerlijk. Eenmaal verlost van de mentale ketenen zullen we ons beter kunnen richten op volledige en allesomvattende vrijheidsstrijd.

Bülent Yilmaz