Cihan Ugural blikt terug: “De wijken in met de #Voor14-campagne”

Onlangs verscheen een “eenmalig discussieblad voor bedrijfsdemocratisering”, getiteld “Zeggenschap 2026”, met daarin een reeks veelal inspirerende artikelen over de strijd van mainstream vakbonden. Het artikel van Cihan Ugural over de #Voor14-campagne nemen we hier integraal over. Wil je de hele krant lezen, vul dan dit formulier in op de website van het wetenschappelijk bureau De Burcht.
“Om als vakbond aansluiting te blijven vinden bij een veranderende economie is het belangrijk nieuwe dingen te proberen. FNV-campagneleider Cihan Ugural blikt terug op de #Voor14-campagne, waarmee het debat over het minimumloon werd opengebroken en een precaire en multiculturele arbeidersklasse buiten de werkplek werd georganiseerd”, aldus het intro van de redactie van Zeggenschap. Hieronder de tekst van Ugural.
Vooraf aan de #Voor14-campagne was ik campagneleider op Schiphol. Hier werken veel verschillende beroepsgroepen, zoals beveiligers, schoonmakers en bagage-afhandelaars. Maar iedereen zat op eilandjes. Terwijl op al deze werkplekken een race to the bottom gaande was door de almaar voortdurende concurrentiestrijd tussen bedrijven om de arbeidskosten omlaag te drijven.
Het doel van de #Voor14-campagne was juist om dit soort plekken te verenigen. Door samen strijd te voeren voor een hoger minimumloon zouden we zorgen voor een bodem voor werkende mensen in sectoren zoals die op Schiphol. Door de koppeling van het minimumloon aan bijvoorbeeld uitkeringen en de AOW zouden deze ook automatisch meestijgen.
De #Voor14-campagne was geen traditionele vakbondscampagne gericht op sectoren en werkplekken, maar richtte zich juist op gemeenschappen en buurten. Het idee hierachter was dat veel mensen die voor een minimumloon werken of uitkeringsgerechtigd zijn, vaak van werkplek veranderen, maar niet van woonplaats. Als we zo mensen kunnen verenigen, kan dit een voorbeeld zijn voor andere plekken in het land.
Actief anti-racistisch
In eerste instantie hebben we veel onderzoek gedaan. We zijn de huizen langs gegaan in wijken waar veel mensen wonen die werken in banen op of net boven het minimumloon. Hier hebben we veel van geleerd. De vraag of mensen nog rond konden komen, werkte bijvoorbeeld niet. Mensen zijn trots dat ze ondanks alles in staat zijn om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar de vraag wat ze zouden doen als ze iedere maand honderd euro extra over zouden houden, opende wel deuren.
Tijdens het organiseren merkten we dat met name vrouwen van kleur snel afhaakten. Discriminatie speelde hierin een rol. Sommige deelnemers aan de campagne deelden extreem-rechtse berichten op social media. Hier hebben we geen ruimte voor geboden. We benadrukten dat als we ons laten verdelen, we nooit verschillende mensen kunnen verenigen. Dit was succesvol: slechts twee mensen haakten af vanwege dit expliciete standpunt tegen racisme, seksisme en homofobie.
We spraken ons ook actief uit in solidariteit met andere onderdrukte groepen. Toen een bijeenkomst van Kick Out Zwarte Piet in Den Haag werd aangevallen, spraken we als #Voor14 onze steun uit. Vanuit de vakbondsleiding werden we gedwongen deze steun weer in te trekken. Toch hebben we op deze manier een alternatief laten zien voor een vakbond die hier zelf te weinig visie over heeft.
Steun creëren
Bij aanvang van de campagne merkten we ook binnen de werkorganisatie van de FNV terughoudendheid om de campagne #Voor14 te steunen. Het idee dat een verhoging van het minimumloon ervoor zou zorgen dat bedrijven zouden vertrekken en minder mensen zouden aannemen, werd nog breed gedeeld. Maar doordat onze campagne dit neo-liberale frame in de maatschappij steeds meer onder druk wist te zetten, veranderde dit sentiment ook binnen de werkorganisatie.
Om het minimumloon te kunnen verhogen, hadden we een politieke meerderheid nodig. Linkse partijen kregen we snel mee, maar we zagen dat steun vanuit CDA, D66 of de PVV cruciaal was om een beslissende meerderheid te krijgen. Binnen onze achterban was er wel enige steun voor de PVV, maar we hebben ons in de campagne niet op deze partij gericht.
We gebruikten niet voor de hand liggende tactieken. Zo hebben FNV-economen bijvoorbeeld geprobeerd met hun onderzoeken invloed uit te oefenen op het CPB. Die zag verhoging van het minimumloon eerder nog als een ondermijning van de werkgelegenheid, maar draaide onder druk van ons onderzoek bij. Voor middenpartijen zijn de CPB-rapporten erg belangrijk.
Succes
Ons doel was om met de campagne vijfhonderd mensen die afhankelijk zijn van het minimumloon door het land te activeren. Dit aantal hebben we uiteindelijk niet gehaald, maar we hebben wel veel voor elkaar gekregen.
Lokale groepen kregen binnen de campagne veel ruimte om acties op te zetten, zolang ze binnen onze kernwaarden bleven: gelijkwaardigheid, inclusiviteit en geen geweld. Dit zorgde voor veel vrijheid en initiatief. In korte tijd namen 32 steden moties aan waarin ze hun steun uitspraken voor 14 euro. Op een gegeven moment stelde zelfs de landelijke VVD voor om het minimumloon met tien procent te verhogen!
Door de pandemie werden we ook gedwongen te improviseren. We moesten meer online doen. Een explainer-filmpje werd meer dan een miljoen keer bekeken en 60.000 mensen tekenden de petitie die daarop volgde. Ook zetten we andere actievormen in, zoals krijtacties. Wel merkten we dat het lastiger was om mensen online te activeren dan bij fysieke bijeenkomsten.
Binnen de huidige structuur van de FNV is het bijna onmogelijk geworden om organising-campagnes te voeren op thema’s zoals het minimumloon. Alles is nu gericht op de sectoren. Maar #Voor14 zorgde ervoor dat de vakbeweging uit een isolement kwam en we opnieuw aansluiting vonden bij maatschappelijke organisaties en bij meer gemarginaliseerde groepen in de samenleving.
Naschrift van de Doorbraak-redactie: wij publiceerden in 2022 ook een terugblik op de campagne, onder de titel: “Doorbraak en #voor14. Over het spanningsveld tussen beweging en bond”.
