De junidagen: Senegals strijd voor rechtvaardigheid (Afrika-serie deel 2)

Senegalees protest in Londen op 20 mei 2023. (Foto: Alisdare Hickson op Flickr/CC BY-SA 2.0 niets veranderd.)

Begin juni waren er in Senegal grote demonstraties, rellen en uitbarstingen van geweld. Aanhangers van oppositieleider en presidentskandidaat Ousmane Sonko waren woedend over de poging van het regime om hem uit te schakelen voor de verkiezingen van volgend jaar, door hem vals te beschuldigen en te laten veroordelen. Wat zijn de achtergronden van de sociale en politieke golf die het land overspoelde, die de politieke klasse ten val dreigde te brengen en op termijn de ondergang zou kunnen betekenen voor de neo-koloniale samenwerking?

Aan het woord is de kritische Senegalese ontwikkelingseconoom, onderzoeker en auteur Ndongo Sylla, in gesprek met Leo Zeilig van Review of African Political Economy (ROAPE).

Februari 2021 werd Ousmane Sonko, de politieke oppositieleider van Senegal, door een jonge werker van een massagesalon beschuldigd van een serie verkrachtingen en doodsbedreigingen. Zijn arrestatie in maart 2021 leidde vijf dagen lang tot gewelddadige demonstraties in een groot deel van het land. Er vielen toen veertien doden. De rust keerde pas terug, toen president Macky Sall besloot hem vrij te laten. Sonko en zijn advocaten ontkennen de beschuldigingen en zeggen dat hij het slachtoffer is van een staatscomplot.

Onze Afrika-serie
1. Wat er gebeurt in Niger is helemaal geen doodgewone staatsgreep
2. De junidagen: Senegals strijd voor rechtvaardigheid
3. Lumumba inspireert nog steeds strijd voor verandering in Congo
4. Het ‘vriendelijke’ Nieuwe Kolonialisme

De advocaten kwamen met een reeks bewijzen dat Sonko onschuldig was. De rechtbank sprak hem vervolgens vrij van de aanklachten verkrachting en doodsbedreiging, maar veroordeelde hem wel tot twee jaar gevangenisstraf voor “bederven van de jeugd”, een aanklacht die nog niet eerder was ingediend en die voor iedereen als een verrassing kwam. Deze veroordeling kwam bovenop een andere recente veroordeling voor “smaad”, waardoor Sonko nu niet meer verkiesbaar is bij de komende verkiezingen. Vrouwenrechtenactivisten bekritiseerden de uitspraak omdat Sonko een lichte straf kreeg, die klaarblijkelijk bedoeld was om hem uit te sluiten van de presidentsverkiezing, zonder een duidelijk standpunt in te nemen over seksueel geweld tegen vrouwen. Politieke retoriek heeft daarna de bezorgdheid over geweld tegen vrouwen overstemd.

Gewelddadige demonstraties

Toen het vonnis op 1 juni bekend werd, braken door het hele land ongekend gewelddadige demonstraties uit. Overal blokkeerden demonstranten wegen, plunderden ze bankfilialen, supermarkten en benzinestations. Ze staken gerechtsgebouwen, bussen van het openbaar vervoer en huizen en auto’s van politici van de regerende coalitie in brand. Ook gebouwen en archieven van de Faculteit der Letteren en Geesteswetenschappen van de Cheikh Anta Diop Universiteit in Dakar gingen in vlammen op. Hoewel er nog geen volledig overzicht is van de materiële schade, zijn de economische verliezen ongetwijfeld kolossaal.

Eenheden van de politie en gendarmerie (FDS) werden het mikpunt van de woede van de demonstranten. Sommige agenten werden gedood door de demonstranten of per ongeluk door hun eigen collega’s. Demonstranten slaagden er soms in om politieauto’s in beslag te nemen en in brand te steken. Overweldigd door de massale en heftige protesten, gebruikte de politie soms jongeren als menselijk schild, zoals blijkt uit een video-opname die Al Jazeera uitzond. UNICEF riep publiekelijk op de zaak te onderzoeken. De FDS schoot met scherp op demonstranten, en doodde een aantal van hen. Ondanks beweringen van het tegendeel door de Senegalese autoriteiten, staat vast dat de FDS samenwerkte met gewapende handlangers. Het leger kwam de FDS versterken, met name om enkele strategische gebouwen te beschermen, maar nam geen deel aan het onderdrukken van de demonstraties. In sommige wijken van Dakar ontvingen demonstranten de soldaten enthousiast, zoals online video’s laten zien.

Terwijl er demonstraties waren in de meeste van de veertien regio’s (provincies) van Senegal, waren de protesten in Dakar (hoofdstad) en Ziguinchor (regio-hoofdstad en bolwerk van Sonko, die gouverneur is van de betreffende regio) het heftigst. De 23 dodelijke slachtoffers die Amnesty International op 1 en 2 juni telde, vielen in deze twee regio’s. Onder hen waren drie kinderen. Het Rode Kruis hielp in deze twee regio’s ongeveer 360 gewonden. Net als in maart 2021 kwamen ook dit keer vooral jongeren in actie.

Sociale media

De vakbonden waren niet betrokken bij de protesten. Ook officiële maatschappelijke organisaties, die veel contact hebben met de regering, en donororganisaties namen niet deel. Sonko’s partij, de PASTEF, en zijn coalitie (Yewwi Askan Wi) riepen de demonstranten op om hun verzet voort te zetten, met als argument dat dit volgens de Senegalese grondwet een recht is. Ook de bewegingen Y’en a Marre (Ik ben het zat!) en FRAPP steunden de demonstranten. De Senegalese diaspora in onder meer Washington, Parijs en Milaan betuigden hun steun aan Sonko. Na enkele aanslagen heeft Senegal tijdelijk een aantal consulaten in het buitenland gesloten.

Sociale media en met name de hashtag #FreeSenegal waren belangrijk bij het mobiliseren van demonstranten en voor het delen van informatie: video’s, nieuwsberichten en uitleg hoe beperkingen van de sociale media te omzeilen. Opmerkelijk is de recente opkomst van cyberactivisten in de diaspora die hun talrijke volgers voorzien van informatie over de situatie in Senegal en hen tegelijkertijd aansporen om de straat op te gaan om president Sall “uit de weg te ruimen” of om eigendommen van zijn naaste medewerkers en aanhangers te vernielen. Bijvoorbeeld door hun huizen in brand te steken. Overigens had de hackersgroep Anonymous al eerder websites van de Senegalese overheid uit de lucht gehaald als “vergelding” voor de beperking van de burgerlijke vrijheden.

Wie is verantwoordelijk voor het geweld?

De ongekende geweldsuitbarstingen aan beide zijden had voorkomen kunnen worden als Sall er in was geslaagd om, zoals hij beloofd had, de oppositie op een eerlijke manier de ruimte te gunnen die haar toekwam. In plaats daarvan maakte zijn regime meedogenloos jacht op Sonko’s partijleden en op journalisten en activisten die Sall’s beleid en bewind durfden te bekritiseren. Vóór de gebeurtenissen van juni waren er al meer dan vierhonderd mensen in de gevangenis beland, een aantal dat sindsdien behoorlijk moet zijn gestegen. De meesten van ons kennen wel jonge mensen die, hoewel ze niet aan demonstraties mee hadden gedaan, nu opgesloten zitten in gevangenissen, omdat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.

De leider van Y’en a Marre, Aliou Sané, is door het Openbaar Ministerie gearresteerd en enkele dagen in de gevangenis gezet, omdat hij zou hebben deelgenomen aan de demonstraties. Hij had het geluk dat hij werd bijgestaan door een advocaat, voor de rechter kon verschijnen en een video kon laten zien waardoor hij werd vrijgesproken van de aanklacht tegen hem. Maar hoeveel jongeren, die niet zoals Sané beroemd zijn, en die vaak vastzitten onder afschuwelijke omstandigheden, hebben zoveel geluk?

Onderdeel van de ongekende overheidsrepressie is een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Reporters Without Borders bracht begin mei een rapport uit waaruit bleek dat Senegal tussen 2022 en 2023 eenendertig plaatsen zakte op de lijst van de Persvrijheid Index. Een trend die zich heeft voortgezet door het afsluiten van mobiel internet gedurende enkele dagen, het intrekken van de zendmachtiging voor een maand van de televisiezender Walf TV, die bekend staat als “de stem van de stemlozen”, en zelfs het blokkeren van een van zijn bankrekeningen waarop gewone Senegalezen solidariteitsdonaties konden storten.

In Franstalig Afrika hebben regimes de neiging om de macht van de staat te misbruiken om bij verkiezingen hun eigen tegenstanders te kiezen. Bij de presidentsverkiezingen van 2019 wist de zittende president Sall zijn twee belangrijkste rivalen – Khalifa Sall, de voormalige burgemeester van Dakar, en Karim Wade, de zoon van voormalig president Wade – uit de race te halen via gevangenisstraffen. Op deze manier wist Sall de verkiezingen in de eerste ronde te winnen. Overigens heeft hij de afgelopen jaren herhaaldelijk verklaard dat hij geen recht heeft op een derde ambtstermijn. En heeft zijn huidige minister van Justitie, een professor in constitutioneel recht, dat in niet mis te verstane bewoordingen bevestigd. Maar in een interview met een Frans tijdschrift beweert Sall nu dat hij daar wél recht op heeft en dat hij zelf zal beslissen of hij zich al dan niet kandidaat stelt voor een derde termijn.

In 2020 dwong zittend president Alassane Ouattara uit Ivoorkust toestemming voor een derde termijn af, en wist hij een internationaal arrestatiebevel voor zijn belangrijkste politieke tegenstander in ballingschap los te krijgen. Bovendien was zijn rivaal Laurent Gbagbo onverkiesbaar, omdat hij door een goed getimede gerechtelijke veroordeling van de kieslijst was geschrapt.

Als machthebbers de wet misbruiken, tegenstanders en dissidenten zonder nadenken vervolgen en burgerlijke vrijheden beperken, moeten we niet verbaasd staan als er een tegenmacht ontstaat in de vorm van volksprotest en geweld. Dit is geen excuus voor geweld, maar een eenvoudige observatie, iets wat de geschiedenis ons leert. Zoals Mandela schreef in zijn autobiografie “The Long Walk to Freedom”: “Het is de onderdrukker die de aard van de strijd bepaalt, en de onderdrukte heeft vaak geen andere keuze dan methoden te gebruiken die die van de onderdrukker weerspiegelen. Op een gegeven moment kun je alleen nog maar vuur met vuur bestrijden.”

Koloniale economie liquideren?

Als je kijkt naar het enorme aantal mensen dat de straat op ging, naar de wijde verspreiding van het protest over het hele land en naar de omvang van het geweld, dan zijn de gebeurtenissen van begin juni 2023 volgens mij een herhaling op grotere schaal van de “vijf dagen van woede” van maart 2021. Wat de politieke betekenis betreft, lijken de gebeurtenissen van begin juni op de crisis van december 1962, toen Léopold Sédar Senghor, gesteund door Frankrijk, zich ontdeed van Mamadou Dia, de toenmalig minister-president. In die tijd wilde Dia de koloniale economie liquideren en zette hij in op de oprichting van democratische plattelandscoöperaties. Zijn maatschappelijke project botste met de belangen van de dominante politieke klasse, de marabouts (moslim geestelijken) die de aardnooteconomie beheersten, en de Franse kapitalisten en hun regering. Toen Dia uitgeschakeld was, had Senghor vrij spel om een autoritaire grondwet door te drukken, ten koste van veertig doden en meer dan 250 gewonden. Senghor misbruikte het rechtssysteem om Dia meer dan elf jaar onder onmenselijke omstandigheden gevangen te houden.

Naar mijn mening is wat zich nu afspeelt tussen Sall en Sonko een zelfde soort strijd. Maar er zijn enkele verschillen. In tegenstelling tot Dia geniet Sonko een enorme populariteit onder de miljoenen jongeren die Senegal rijk is, waarvan de meesten “inactief” zijn (geen betaald werk hebben en geen onderwijs volgen of een opleiding doen) en die zeer aanwezig zijn op de sociale media die, afgezien van de vaak slechte kwaliteit van de berichtgeving, een betere verspreiding van informatie mogelijk maken en helpen om de kwalijke daden van de machthebbers zichtbaar te maken.

Democratie?

Er wordt wel beweerd dat Senegal niet meer de levendige democratie is die het ooit was. Maar laten we wel wezen: de zogenaamde “vertegenwoordigende democratie” was nooit bedoeld om het “algemeen belang” te vertegenwoordigen. Het doel ervan was juist om werkelijke democratie te blokkeren, opgevat als een staatsvorm waarin de meerderheid, de arbeidersklasse dus, wetgeving en bestuur controleert. In de negentiende eeuw heette het regeringsstelsel dat we nu representatieve of liberale “democratie” noemen “republiek”, “verkiezingsaristocratie” of “burgerlijke regering”. Pas in de twintigste eeuw werd dit oligarchische regime gelijkgesteld aan democratie. Dat kapitalisme en democratisch bestuur onverenigbaar zijn was vanzelfsprekend voor de Amerikaanse Founding Fathers, van wie sommigen democratie beschouwden als “het ergste van alle politieke kwaad”. Daarom zijn de woorden “democratie” en “democratisch” nergens te vinden in de huidige Amerikaanse grondwet.

De zogenaamde westerse democratische landen hebben in feite oligarchische regeringen waarbij de rijken de belangrijkste beslissingen van de staat nemen. Het is een vergissing om het verkiezen van vertegenwoordigers te beschouwen als het “delegeren van macht”. Maar toch zijn deze vertegenwoordigers erin geslaagd om een aantal belangrijke vrijheden te veroveren, en ook betere levensomstandigheden voor de meerderheid. Dat was mogelijk dankzij bepaalde historische omstandigheden die ontbreken in landen onder imperialistische overheersing. Het idee dat Senegal een “democratie” is, is gewoon onzin. Als de westerse landen, die geacht worden “model” te staan, dat al niet zijn, hoe kan Senegal, dat hun bestuursvorm als een “student” imiteert, dat dan wel zijn? Net als in de meeste Franstalige landen heeft Senegal de Franse grondwet van generaal de Gaulle uit 1958 overgenomen, inclusief de buitensporige bevoegdheden voor de president.

Niettemin moeten we erkennen dat Senegal erin geslaagd is om een natie te vormen. De etnische en religieuze verscheidenheid is geen bron van conflict geweest, zoals in sommige landen op het continent. Er heerst in Senegal een cultuur van tolerantie, vrede en gastvrijheid onder de bevolking. Maar deze prijzenswaardige aspecten hebben niets te maken met de aard van het politieke regime, dat werkelijk tiranniek is.

Economisch beleid

Voor zijn aanhangers is Sall de president met de beste economische staat van dienst in de geschiedenis van Senegal. Ze wijzen op groeicijfers van gemiddeld zo’n zes procent per jaar vooraf aan de pandemie. Dit blijkt ook uit moderne infrastructuur, zoals tolwegen, sneltreinen en een nieuwe luchthaven. En uit de sociale uitkeringen, een maatregel die de Wereldbank aanbeveelt om arme huishoudens te ondersteunen, vermoedelijk om een sociale explosie te voorkomen die voortkomt uit volkswoede. Maar er is nog een andere manier om naar het economische beleid van Sall te kijken. De economische groei van Senegal steunt vooral op buitenlandse schulden, die sinds 2012 meer dan verdubbeld zijn. Deze schulden hebben echter geen fatsoenlijke banen opgeleverd, terwijl dat toch een van de belangrijkste eisen van de Senegalezen is.

Als je het economisch beleid van Sall beoordeelt vanuit het oogpunt van economische en monetaire soevereiniteit, dan merk je dat hij vooral buitenlandse belangen behartigt. Zo ondertekende hij economische partnerschapsovereenkomsten met de Europese Unie terwijl de meeste studies van onafhankelijke Senegalese experts en van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) lieten zien dat dat aanzienlijke negatieve effect zou hebben. Terwijl de officiële status van Senegal als “minst ontwikkeld land” betekende dat Sall dat helemaal niet verplicht was. Maar hij sloot deze verdragen toch. Sterker nog, hij moedigde andere West-Afrikaanse landen aan om ook dergelijke overeenkomsten te tekenen.

Een ander voorbeeld zijn de handels- en financiële sancties tegen Mali. In januari 2022 besloten de ECOWAS-lidstaten in opdracht van Frankrijk om Mali officieel sancties op te leggen om de militaire regering onder druk te zetten om vervroegde verkiezingen te houden. Het verborgen motief was dat de Franse regering het nieuwe Malinese regime wilde straffen, omdat het had besloten om de Franse troepen weg te sturen. Als gevolg van de sancties had de Malinese regering geen toegang meer tot haar rekeningen bij de gemeenschappelijke centrale bank en tot haar binnenlandse financiële systeem, omdat Mali lid is van de CFA-frank zone (munteenheid in acht West- en zes Centraal-Afrikaanse landen, onder de hoede van Frankrijk). Ondertussen moest Mali wel gewoon haar schulden zien af te lossen. Deze commerciële en financiële sancties waren echter illegaal, zowel volgens de regels van CFA als van de ECOWAS.

Erger nog: in het geval van Senegal kwam het opleggen van sancties tegen Mali neer op het straffen van zichzelf. Als exportbestemming van Senegalese producten is Mali belangrijker dan alle EU-landen samen. Geen enkele regering die zich serieus bekommert om rechtmatigheid en om haar eigen economische belangen, zou hebben ingestemd met het opleggen van sancties aan een buurland om Frankrijk en de EU een plezier te doen.

Een laatste voorbeeld: de regering van Senegal kende de Franse oliemaatschappij Total olie- en gasexploratievergunningen toe, terwijl dit bedrijf niet in aanmerking kwam omdat haar bod onvoordelig was voor Senegal. Geschokt nam de toenmalige minister van koolwaterstoffen, Thierno Alassane Sall, ontslag en beschuldigde president Macky Sall in een boek van “hoogverraad”.

Met de op handen zijnde exploitatie van olie en gas is Senegal een populaire bestemming geworden voor wereldleiders. De Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de voorzitter van de Europese Commissie Ursula Von der Leyen, IMF-directeur Kristalina Georgieva, de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen en anderen hebben allemaal de reis naar Dakar gemaakt. Elk van hen ziet Sall als een waardevolle beschermer van de westerse belangen. De persverklaringen van de westerse landen over de recente opstand waren dan ook even timide als die van ECOWAS en de Afrikaanse Unie. Ze riepen op tot kalmte, maar onthielden zich van een veroordeling van de manier waarop de regering met de crisis omging, in tegenstelling tot organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch.

Presidentsverkiezing

“De straat” kan nooit zelfstandig een politiek gevecht winnen, omdat de mensen – de arbeidersklasse en andere onderdrukte klassen – geen deel uitmaken van de “institutionele macht”, de macht van de staat. Anderen beslissen voor en over hen. In het beste geval kan “de straat” een rem zetten op despotische excessen en, indien nodig, de kaarten binnen het politieke spel herverdelen. Tot nu toe heeft deze kracht Sonko twee keer uit de gevangenis gered, zowel in maart 2021 als begin juni 2023. Tot nu toe geniet Sonko “volksonschendbaarheid”.

Om een voorbeeld te geven. De secretaris-generaal van zijn partij, Bassirou Diomaye Faye, werd zonder arrestatiebevel opgepakt en in de gevangenis gezet omdat hij een tekst op Facebook had gezet waarin hij sprak over “de armoedzaaierij van rechters”. Sonko nam dezelfde tekst over en plaatste die op zijn Facebook-pagina. Er gebeurde niets. Omdat de regering weet wat er plaats zal vinden als ze hem oppakken. Ook op dit moment is hij nog steeds niet gearresteerd, ook al is hij veroordeeld door een Senegalese rechtbank. De FDS heeft hem volgens zijn advocaten overigens wel sinds eind mei huisarrest opgelegd, zonder de mogelijkheid om zijn advocaten, partijleden of wie dan ook te ontvangen.

Het uiteindelijke doel van de demonstranten is dat Sonko in februari 2024 de presidentsverkiezing gaat winnen. Als de regering hem uitsluit van de verkiezingen, zou dit een nieuwe uitbarsting van geweld tot gevolg kunnen hebben. Voorlopig kiest Sall er voor om vrede te ‘kopen’ door Sonko niet te vervolgen. Maar voor hoe lang?

Sonko vertegenwoordigt momenteel de hoop op verandering voor de Senegalese jeugd en voor een aanzienlijk deel van de diaspora. Stel dat hij zijn juridische problemen te boven komt en de vijfde president van Senegal wordt, dan komt hij klem te zitten tussen de hamer van machtige vijanden – bevoorrechte leden van de neo-koloniale orde en sociale groepen en landen die hun economische belangen bedreigd zien – en het aambeeld van de arbeidersklasse, die een verbetering van haar levensomstandigheden verwacht, en ook van zijn eigen militanten, die beloond willen worden voor hun offers.

Jeugd van Senegal wil andere economie

In tegenstelling tot rooskleurige analyses die de onwankelbare kracht van Senegals “sociaal contract” ophemelen, vrees ik dat het land afstevent op een periode van politieke instabiliteit. Ten eerste omdat op dit moment politieke strijd het neo-koloniale pact ter discussie stelt, net als in de tijd van Dia. Ten tweede omdat Senegal nu over olie beschikt, wat vaak autoritaire regimes met zich meebrengt die veel verzet oproepen. Alle olie-exporterende landen die de CFA-frank gebruiken hebben staatshoofden die “president voor het leven” zijn. Denk aan Gabon, Kameroen en Congo-Brazzaville. Er is dus een democratische schok nodig om een ongewenst scenario te voorkomen. Ik zie die echter niet komen van de “politieke klasse” of de intelligentsia.

Het politieke systeem van oude mannen sluit jongeren uit van besluitvorming over hun toekomst. Ze hebben alleen nog “de straat” en hun sociale netwerken. Eigenlijk zouden wij Senegalezen allemaal goed moeten luisteren naar deze woorden van een jonge demonstrant: “President Macky Sall, we hebben niet eens genoeg geld om onze arme zieke moeders te laten behandelen. Wij zijn sociaal gemarginaliseerde mensen! Onze kleine broertjes en zusjes gaan niet meer naar school. Het leven is duur: een brood kost 175 CFA frank, een kilo suiker 700. Wat is de prijs van een zak rijst? Wat kost gas? Macky, heb medelijden met ons! We hebben grondstoffen zoals olie, gas, zirkoon en goud. We hebben alles wat er nodig is om ons land te ontwikkelen! Zodra het goud van Sabadola (gelegen in het zuid-oosten van Senegal) is gewonnen, verdwijnt het naar Frankrijk. Dat is een van de landen met de grootste goudreserves. Toch hebben ze daar geen natuurlijke rijkdommen. Hoeveel jaar wordt onze olie al geëxploiteerd? Ons zirkoon? Ons fosfaat? We houden van ons land! We geloven erin!”

Toegegeven, de officiële bestemming van het in Senegal gedolven goud is vaak Zwitserland in plaats van Frankrijk. Maar de boodschap is ondubbelzinnig en duidelijk: de Senegalese jeugd wil een economie die tegemoetkomt aan de behoeften van de massa.

Ndongo Sylla en Leo Zeilig

Voor de oorspronkelijke tekst zie: “The June Days – Senegal’s struggle for justice” van juni 2023. Vertaling en bewerking: Jan Paul Smit.