Laat je niet afleiden door het imperialisme: wij staan op voor Rojava, het verzet is eigendom van de bevolking en van ons

Actiebord bij de #riseup4rojava demonstratie van 13 oktober in Den Haag.

Een visie vanuit de subgroep Koerdistan, van de Britse organisatie “Plan C”, op de huidige strijd in Noordoost-Syrië, na de invasie door de Turkse staat vorige maand.

We hebben al eerder gezegd waarom de vrouwenrevolutie daar moet worden gesteund en verdedigd, en anderen hebben datzelfde de afgelopen weken ook met kracht beargumenteerd. Op dit moment van existentiële crisis richten we ons op degenen die bereid zijn tot praktische solidariteit, maar die verward zijn of afgeschrikt worden door afspraken die gemaakt zijn door delen van de beweging in Rojava, en door de imperialistische spelletjes van regionale en wereldmachten. We publiceren dit stuk in aanloop naar de Wereldverzetsdag van zaterdag 2 november, wanneer wij en onze kameraden over de hele wereld op zullen staan voor Rojava.

Introductie

Na de invasie van de Turkse staat in Noordoost-Syrië op 9 oktober zien we een bekend patroon opduiken: commentatoren uit het hele politieke spectrum praten alsof de gebeurtenissen alleen door natiestaten, en met name door wereldwijde imperialistische mogendheden, worden gestuurd. Voor sommigen in de liberale media is de aandacht nog beperkter – niet eens de hele staat is relevant, maar alleen de persoonlijkheid van de leider. Zelfs radicalen die zich richten op de strijd ter plekke, op de mensen die de door vrouwen en jongeren geleide revolutie in Noordoost-Syrië opbouwen, met inbegrip van de meest noordelijke regio’s die bekend staan als Rojava (West-Koerdistan), spreken alsof alleen staten relevante actoren zijn.

Natiestaten bepalen de strijd inderdaad op een fundamentele manier, en de laatste weken is de enorme macht gebleken die het kapitalistische wereldsysteem in de handen van de staatsmachthebbers heeft geconcentreerd. Maar als mensen die geloven in de mogelijkheid van een andere wereld, en die er moeite voor doen om er een op te bouwen, moeten we op onze hoede zijn voor elk wereldbeeld dat impliceert dat staten zelf geschiedenis maken. Dat is niets anders dan de mentaliteit van de staat zelf, die slechts zichzelf als relevant beschouwt, en die doet alsof ie de hele samenleving omvat en dat ook probeert tot realiteit te maken.

De afgelopen weken heeft de Turkse staat bijvoorbeeld geweigerd het woord “staakt-het-vuren” te gebruiken. Niet omdat ze zijn doorgegaan met aanvallen ongeacht deze overeenkomst – wat ze inderdaad gedaan hebben – maar omdat “staakt-het-vuren” verwijst naar een stopzetting van de oorlog tussen strijdende staten. In het wereldbeeld van Turkse officials geeft het benoemen van de overeenkomst als “staakt-het-vuren” hun revolutionaire tegenstanders, die het zonder staat rooien, een te hoge status. In plaats daarvan verwijzen ze naar “het onderbreken van de operatie”. Via deze framing vanuit de staat wordt de handelingsvrijheid van mensen in de praktische strijd uitgewist: de Turkse staat in het bijzonder, en het interstatelijke systeem in het algemeen, begint en stopt een invasie wanneer men dat wil, daar hebben mensen ter plekke niets mee te maken.

Het meedenken in de termen van staten is te verwachten van de liberale media, en lijkt voor de hand liggend in geopolitieke zin. Maar toegepast op de Noordoost-Syrische vrouwenrevolutie worden de reactionaire aannames die eraan ten grondslag liggen snel duidelijk. Wanneer revolutionaire krachten überhaupt worden genoemd, worden ze als één geheel behandeld, in de liberale media “de Koerden”, elders soms gereduceerd tot de YPG/YPJ en de Syrische Democratische Krachten (SDF), soms tot de PYD en de Syrische Democratische Raad (SDC). Uitspraken van de een of andere organisatie worden zo behandeld als het laatste woord over honderdduizenden mensen die actief strijden.

Het memorandum van overeenstemming van de SDF met het regime van Assad, wat een zuiver militaire regeling is gericht op de verdediging van Syrië tegen de invasie door de Turkse staat, werd al snel gepresenteerd als het onmiddellijke einde van het democratische autonome systeem, de doodsklok van de vrouwenrevolutie. Tegen de achtergrond van de miljoenen mensen wier dagelijks leven in feite een democratische autonomie vormt, wordt één memo over een militaire regeling die nog steeds niet volledig ten uitvoer is gebracht, en dat spreekt over toekomstige onderhandelingen maar dat fundamentele grenzen trekt bij het bestaan van de SDF en het autonoom bestuur, geacht de strijd van de ene op de andere dag te hebben afgeschaft.

Natuurlijk zijn de YPG/YPJ en SDF, en de PYD en SDC cruciaal voor de revolutie – maar zij zijn niet de revolutie, zoals zijzelf de eersten zouden zijn om aan te geven. Ze worden zo behandeld vanwege datzelfde wereldbeeld waar staten centraal staan. Als de belangrijkste militaire en politiek-diplomatieke organisaties van de revolutie lijken ze het meest staat-achtig, en dat worden ze dus definitief verondersteld te zijn. Maar juist omdat de SDF en de SDC moeten deelnemen aan het interstatelijke systeem, moeten hun verklaringen en overeenkomsten duidelijk worden gezien als diplomatie die zich inzet voor de onderhandelingen – over vrede, federalisering en democratisering – die altijd de enige manier zijn geweest om een einde te maken aan oorlogen. Terwijl ze tegelijkertijd de revolutie laten voortbestaan voorbij het gewapende conflict. Andere delen van de beweging, die bevrijd zijn van deze diplomatieke rol, kunnen vanwege deze taakverdeling zonder pardon strategische revolutionaire verklaringen afleggen.

Want revoluties, echte revoluties, kunnen niet worden gereduceerd tot bepaalde organisaties – zelfs revoluties die zo georganiseerd en duidelijk uitgesproken zijn als de vrouwenrevolutie van Noordoost-Syrië. Echte revoluties zijn een complex van tegenstrijdigheden die moeten worden uitgevochten, en de huidige tegenstrijdige puinhoop van tegengestelde krachten in het noorden en oosten van Syrië toont op zijn minst aan dat de strijd nog steeds tegenstrijdig en dus revolutionair van aard is. Als de beweging al ondergeschikt was gemaakt aan het ene of het andere imperialistische blok, dan zouden we niet in deze existentiële crisis verzeild zijn geraakt. Het feit dat de toekomst zo onzeker lijkt en de situatie zo in beweging is, is op zich al een teken dat de revolutie nog niet is overgenomen door het imperialisme.

Toch moeten we heel duidelijk zijn: dit is een moment van existentieel gevaar en veel van de toekomst van de revolutie zal in de komende weken worden bepaald. De kans op een eindoverwinning door de reactie, te midden van een bloedbad en genocide, moet duidelijk onder ogen worden gezien, maar aan de andere kant moeten we ook begrijpen dat niet alles verloren is. Met deze tegenstrijdige waarheden in het achterhoofd geven wij van de subgroep Koerdistan van Plan C onze kijk op de strijd. Het is nu niet het moment om afgeleid tot worden door het imperialisme. Het is nu het moment om vast te houden aan ons gevoel van handelingsvrijheid. Als radicalen en revolutionairen in het noorden van de wereld hebben wij een specifieke rol in het verzekeren van de toekomst van de revolutie door het opbouwen van een gemeenschappelijke strijd. Om deze rol te kunnen vervullen, moeten we ons sterk richten op het eigen verzet van de mensen in het noordoosten van Syrië en op onze eigen capaciteiten: wij komen in opstand voor Rojava, het verzet behoort alleen de Syrische bevolking en ons toe.

Eerst is er het verzet: wij zijn de donkere materie van de geschiedenis

Op dit moment, nu de geopolitiek zo veel meer op de voorgrond treedt dan de dagelijkse strijd van de mensen ter plaatse, moeten we leren inzien hoe staten zich niet alleen maar aanpassen aan het verzet: het verzet komt eerst. Dat is geen retoriek, het verzet komt voort uit mensen die hun leven leiden zoals ze dat willen, volgens hun eigen behoeften en verlangens, in plaats van hun gewoonten te veranderen om te voldoen aan de belangen van overheersing en uitbuiting. Ook al lijkt een staat als eerste in beweging te komen, zoals de Turkse staat op 9 oktober: die “eerste handeling” moet nog steeds reageren op de manier waarop mensen zich ter plaatse organiseren, en niet andersom. Het leven van de mensen, het alledaagse werk van het revolutionaire verzet, gaat vooraf aan het optreden van welke staat dan ook.

Deze algemene waarheid is vooral belangrijk als we nadenken over onze handelingsvrijheid en de effecten van ons optreden in deze existentiële crisis. De verleiding is om terug te vallen op het liberale ‘gezonde verstand’, en natiestaten te smeken om “de Koerden te redden”, alsof ze alle kaarten in handen hebben. Maar dat hebben ze niet. Geen enkele staat heeft de kaarten in Noordoost-Syrië, geen enkele staat heeft wat zijn machthebbers of kapitalisten zouden willen, en geen enkele staat heeft de mogelijkheid (laat staan de neiging) om “de Koerden te redden”. Aan de andere kant, en misschien nog wel belangrijker, heeft geen enkele staat de mogelijkheid (ondanks de neiging) om de revolutionaire krachten te disciplineren ten behoeve van zijn eigen belangen.

Het feit dat het Amerikaanse imperialisme zich zo snel kon terugtrekken na een vijf jaar durende nauwe tactische alliantie, toont aan dat het de revolutie niet aan zijn belangen of kapitaal heeft onderworpen, anders zou men niet vertrekken en zou het vertrekken niet zo makkelijk zijn. Zo mag ook de Turkse staat dan terrein hebben gewonnen in en tussen Tell Abyad en Sere Kaniye, en mag men de vrouwenrevolutie zeker in existentieel gevaar hebben gebracht, de door Erdoğan in de Turkse media en bij de Verenigde Naties beloofde bezetting en etnische zuivering zijn nog lang niet gerealiseerd. En tenslotte heeft het Syrische regime, of liever gezegd het deel van de instellingen van die uitgeholde schelp die niet gekoloniseerd zijn door de Russische staat en de Iraanse staat, ook nog lang niet wat hij wil. Die heeft in principe moeten instemmen met het niet-onderhandelbare bestaan van het SDF en de autonome regering, en heeft (hoe beperkt ook) personeel moeten leveren om die te verdedigen zonder dat hun structuur van tevoren is veranderd. Zelfs Rusland, dat vertrouwt op de schelp van het Assad-regime, kan de vrouwenrevolutie niet naar eigen goeddunken coöpteren.

Maar waarom hebben regionale of mondiale machten niet wat ze willen? Het systeem van staten onderling vertelt ons dat dat te wijten is aan de inter-imperialistische concurrentie, Rusland versus de VS, enzovoorts, en dat is zeker een factor. Maar dit schijnbaar voor de hand liggende antwoord is opnieuw vanuit het wereldbeeld dat staten centraal zet: “zonder mij is er niets”. Dat denken vereist dat we de miljoenen mensen, vrouwen, jongeren en arbeiders negeren, die in hun communes en lokale militaire raden in het noorden en oosten van Syrië georganiseerd zijn, en die een veel diepgaander geheel van civiele en militaire krachten vormen dan het regime zou kunnen hopen te beheersen. We mogen de revolutionairen niet vergeten die twaalf dagen lang hebben geweigerd om plaats te maken voor de huurlingen en de gemechaniseerde macht van het op een na grootste leger van de NAVO, en die toegang voor humanitaire hulp en een geregelde terugtrekking hebben afgedwongen. Kortom, we mogen niet vergeten dat onze handelingsvrijheid vooraf gaat aan die van de staat: wij zijn de donkere materie van de geschiedenis. Wij schrijven het verhaal van de mensheid in talloze anonieme verzetsdaden en wij dicteren hoe staten moeten reageren.

En deze daden beperken zich niet tot het noordoosten van Syrië, maar zijn ook terug te vinden bij degenen die in het Verenigd Koninkrijk en over de hele wereld op staan. “Een staakt-het-vuren”, hoe vals en beperkt ook, zou niet afgesproken zijn zonder de gezamenlijke inspanningen van de revolutionairen ter plaatse, de kracht van de georganiseerde samenleving in het noordoosten van Syrië en de opstand van honderdduizenden mensen over de hele wereld in een uitdrukking van diepe, praktische solidariteit. Die uiting van solidariteit staat in schril contrast met andere perioden van diepe crisis, zoals de invasie van Afrin vorig jaar of de bloedige aanval op Zuidoost-Turkije/Noord-Koerdistan in 2015-2016. Op 13 oktober hielden de Koerdische communities en hun sympathisanten in Londen de op een na grootste solidariteitsbetoging van hun geschiedenis, met 22 duizend mensen, die alleen kleiner was dan de protesten na de illegale ontvoering van Abdullah Öcalan door het imperialisme in 1998. Zowel voor als na 13 oktober zijn er demonstraties en bijeenkomsten gehouden in het Verenigd Koninkrijk, met een breder bereik dan ooit, in Birmingham, Brighton, Bristol, Cardiff, Dundee, Edinburgh, Glasgow, Liverpool, Leeds, Manchester, Plymouth, Portsmouth, Reading en meer.

Hoe moeilijk het ook is om te onthouden, terwijl we angstig wachten op nieuws en vervelende berichtgeving zien over ogenschijnlijk pijnlijke compromissen, waarbij we twijfelen aan de relevantie van onze acties: deze enorme mobilisatie is ook de donkere materie van de geschiedenis. Als dat moeilijk voorstelbaar is, denk dan alleen maar aan de recente dreiging door Erdoğan: “Tegen onze operatie zijn er bijna 700 demonstraties gehouden in hun landen. Jullie zullen jullie vergissing begrijpen wanneer de bommen in jullie straten beginnen te ontploffen.” Aan de andere kant verwelkomde SDF-commandant Mazlum Abdi de gezamenlijke strijd van Koerdistan en in Europa, en hij zei dat door dit verzet de strijd kan zegevieren.

Op dit moment, nu het imperialistische internationalisme samenkomt om de vrouwenrevolutie en de Koerdische vrijheidsbeweging te verpletteren – net als twintig jaar geleden, toen de imperialistische samenzwering om Öcalan te ontvoeren eveneens op 9 oktober van start ging – hebben we laten zien, en moeten we blijven laten zien, hoe betekenisvol en praktisch revolutionair internationalisme eruit ziet in het hedendaagse wereldsysteem. Als een beweging tegen het imperialisme als geheel, en niet op zoek naar redders die onderdeel uitmaken van het interstatelijke systeem, maar alleen opstaan voor de vrouwenrevolutie – niet om “hen daar” te redden, maar om ons als hen, en hen als ons, te herkennen, en om een gemeenschappelijke strijd op te bouwen, binnen, tegen en buiten de kapitalistische natiestaten waar we allemaal in bestaan.

Het is dit potentieel dat het imperialisme in het noordoosten van Syrië ten val heeft gebracht, en het is ons opstaan voor de felle civiele en militaire verdediging ter plaatse die het interstatelijk systeem heeft gedwongen tot een “staakt-het-vuren”. We hebben het imperialisme ervan weerhouden om de tegenstrijdigheden van de revolutie in haar voordeel op te lossen. Nu moeten we vasthouden aan onze handelingsvrijheid en blijven opstaan.

De strijd is langdurig, maar wij zijn ook de bergen…

Het is nu het moment om vast te houden aan ons bewustzijn van onze handelingsvrijheid en onszelf te herinneren aan de duur en diepgang van de strijd die we voeren als we opstaan voor Rojava. Het begon niet deze maand, het begon niet in Kobani, het begon niet eens in 2011-2012. Deze strijd begon meer dan vier decennia terug, en is in die periode – ondanks dat fascisten en imperialisten aanvielen met hetzelfde geweld als afgelopen week, en meer – alleen maar sterker geworden.

Velen, zo niet de meesten, die nu gereed zijn om op te staan voor Rojava, hebben de strijd nooit gekend, behalve in de meest recente periode van dramatische groei. De unieke anti-fascistische strijd tegen Daesh/Islamitische Staat kende overwinning op overwinning. Ja, met pijnlijke verliezen en zonder garanties, maar na de heroïsche verdediging van Kobani is de strijd in zijn algemeenheid vooruit gegaan. De belangrijkste, veelzeggende uitzondering was de invasie van Afrin vorig jaar, toen het imperialisme de invasie, bezetting en etnische zuivering door de Turkse staat toestond in het meest ontwikkelde democratische autonome kanton van Noord-Syrië. Dat was een waarschuwing om de revolutionaire strijd, die formeel los staat van de bredere Koerdische vrijheidsbeweging, te staken, en zich te onderwerpen aan het imperialisme en het kapitaal, en een einde te maken aan de vrouwenrevolutie. Om dezelfde redenen is de Syrische Democratische Raad op geen enkel moment betrokken bij de onderhandelingen over vrede en constitutionele hervormingen, noch in Genève onder de VS, noch in Astana onder Rusland.

Wat hun schijnbare tegenstellingen ook zijn, uiteindelijk zal het interstatelijke systeem zich als imperialisme verenigen om de vrouwenrevolutie in het bijzonder en de Koerdische vrijheidsbeweging in het algemeen te verpletteren, zolang ze vertegenwoordigen wat ze doen: de kans op een democratische moderniteit van bevrijde seksen, ecologisch evenwicht en een coöperatieve economie, het potentieel om een vrij leven op te bouwen voor iedereen, overal. Maar iedere keer dat het imperialisme dat de afgelopen vier decennia heeft geprobeerd, is de strijd steeds verder verdiept en verspreid – onze uitdaging is om op dit moment hetzelfde te bereiken.

Toch moeten we duidelijk zijn: dit is zonder twijfel het gevaarlijkste moment voor de vrouwenrevolutie, in ieder geval sinds Kobani, en de komende weken zal veel bepaald worden. Daarom is het des te belangrijker om niet afgeleid of verdeeld te worden door imperialistische spelletjes, en om onze eigen handelingsvrijheid niet te vergeten. Bovenal is het belangrijk om te blijven focussen op wat de revolutie eigenlijk is: het is niet de SDF of SDC, het zijn niet de gebouwen waar de communes elkaar ontmoeten, het zijn niet de kalashnikovs van de revolutionairen die Sere Kaniye verdedigden. De vrouwenrevolutie bestaat uit de diepe en mooie sociale relaties en ervaringen van de miljoenen mensen, vrouwen, jongeren en arbeiders uit alle communities in het noorden en oosten van Syrië. Dit zijn de mensen die de afgelopen acht jaar de dramatische transformatie hebben gedreven en beleefd, en dat kan verder leven door hun voortdurende strijd, ongeacht de geopolitieke situatie. De belichaming van de slogan “verzet is leven” is en blijft de ultieme verzekering van de revolutie – en dat is ook de vrouwenrevolutie.

Met de duur en de diepte van de strijd in het achterhoofd, en het begrip van de revolutie in haar werkelijke, geleefde kwaliteit, wordt het mogelijk om de vele vormen te zien die de strijd kan, heeft en zal aannemen. Sommige overeenkomsten kunnen pijnlijke compromissen betekenen, en niet alle compromissen zijn aanvaardbaar, en we moeten niet doen alsof elke draai en verandering een positieve is. Maar we mogen niet vergeten dat democratische autonomie en confederalisme als revolutionaire strategie nooit over een nieuw staatssysteem of een geïsoleerde autonome regio in een deel van Syrië ging. Het gaat om federalisering en democratisering in heel Syrië en alle natiestaten die Koerdistan bezetten, zodat alle mensen in de regio zich kunnen verdedigen en een vrij leven kunnen opbouwen waarin iedereen zich in eenheid en verscheidenheid kan ontwikkelen. Gewapende verdediging van de bevolking moet slechts één fase zijn, een noodzaak die moet worden overwonnen, zodat de civiele en democratische strijd voor de opbouw van de communities zich kan verdiepen en verspreiden. We moeten ons richten op dat punt, en deze gemeenschappelijke strijd kan nu vele vormen aannemen, maar niet minder krachtig dan een gewapende strijd, waarbij miljoenen zelfgeorganiseerde vrouwen, jongeren en arbeiders radicale democratie opbouwen binnen, tegen en voorbij de reactie van zowel de afzonderlijke natiestaten als het imperialisme geheel – zolang de mensen die de vrouwenrevolutie vormen, overleven.

We moeten ons dus richten op onszelf, zoals we zijn, en op hen, zoals zij zijn, georganiseerd en bezig mensen te organiseren die strijden voor een andere wereld. Het systeem dat zij daar bevechten en dat wij hier bevechten is hetzelfde. Wij zijn geen redders die liefdadigheid geven, en zij zijn geen engelen uit de hemel die een nieuwe wereld voor ons zullen bouwen. Wij zijn vrienden en kameraden in dezelfde strijd, tegen dezelfde kapitalistische moderniteit, voor hetzelfde vrije leven. Die erkenning is het uitgangspunt voor het opbouwen van een zinvolle gemeenschappelijke strijd, en de focus van #riseUp4rojava op de staten en profiteurs van het globale noorden die het Turkse staatsfascisme steunen, biedt de volgende stap: het erkennen van onze positie en fundamentele rol.

Als de taak te veel lijkt, dan moeten we de inherente onzekerheid van het imperialisme en het kapitaal in gedachten houden: zij mogen dan wel krachtige beslissingen nemen die van invloed zijn op miljoenen levens, maar hun macht ligt in het vermogen om ons dagelijks leven in hun voordeel te sturen, en, hoe latent ook en hoeveel toegewijde organisatie er ook voor nodig is: ons vermogen om ons te verzetten staat voorop. Uiteindelijk heeft het verzet altijd het laatste woord, van de cyclus van strijd van 2010 tot 2013, waaruit de vrouwenrevolutie is voortgekomen, tot de huidige volksopstanden in Algerije, Catalonië, Chili, Ecuador, Egypte, Frankrijk, Haïti, Hong Kong, Indonesië, Irak, Libanon, Soedan, West-Papoea en nog veel meer. Het kapitalistische wereldsysteem wordt diep geraakt door de woede van de tegenmacht van onderop, en de aanval op het noordoosten van Syrië is een aanval op al onze collectieve hoop, op de hele mensheid, op een baken dat verklaart dat een wereld buiten het kapitalisme en het imperialisme mogelijk blijft.

En als er één ding is waar we zeker van kunnen zijn, dan is het wel dat het oude cliché, dat door een Franse imperialist voor de Koerden werd verzonnen, en dat luidt dat “Koerden geen andere vrienden hebben dan de bergen”, volledig onjuist is gebleken. Of, misschien in plaats daarvan, als de enige vrienden van de Koerden de bergen zijn, dan zijn wij ook hun bergen. Pieken van de Zagros omringen de wereld, een rijkdom aan hooglanden, valleien en weidegronden voor de vrouwenrevolutie en de Koerdische vrijheidsbeweging om in te zwerven. En, net als de bergen van Koerdistan en de revolutionairen die er rondlopen, hebben we geen betekenis zonder elkaar, terwijl we samen kunnen bepalen hoe zelfs de machtigste staten zich moeten aanpassen en reageren.

Het is nu dus niet het moment om afgeleid te worden door het imperialisme, het is nu het moment om op te staan voor Rojava. Samen zullen we winnen, samen zullen we overal een vrij leven opbouwen, verder naar de overwinning of de overwinning.

Plan C – Kurdistan Cluster

(Dit is een vertaling van een artikel dat eerder verscheen op de website van Plan C.)