Militaire steun aan Oekraïne rammelt eveneens – reactie op Peter Storm

“Het rammelt” is Peter Storms oordeel over de Oekraïne-paragraaf in het eisenlijstje van de LSvB, FNV Young & United en de Nieuwe Vredesbeweging bij de demonstratie van 27 september. Daarin heeft hij wat mij betreft gelijk. “Het is nodig om te doordenken wat het betekent als je afziet van ‘nog meer bewapening’ voor Oekraïne”, schrijft Peter. Opnieuw heeft hij gelijk. Maar het is net zo noodzakelijk om te doordenken wat het betekent als je – als anti-militarist – zegt vóór militaire steun aan Oekraïne te zijn, zoals hij doet. Dan is mijn conclusie: het rammelt.
De vijand dichtbij
Anti-militaristen moeten zich hier volgens Peter “met hand en tand verzetten” tegen de “dichtbije vijand”, de kapitalistenklasse die steeds meer militariseert. Maar als die kapitalistenklasse op onze kosten voor 250 miljoen euro aan kruisraketten heeft besteld bij het Hengelose bedrijf Destinus, moeten we daar dan voor of tegen zijn? Maken we een uitzondering als de wapens in de oorlog in Oekraïne afgeschoten zullen worden?
Die fabriek is natuurlijk niet exclusief voor de ‘Oekraïense markt’ bedoeld. Wie weet worden de raketten binnenkort op bijvoorbeeld de Houthi’s afgeschoten. Iets dat mij geen irreëel scenario lijkt, nu Rutte de Rode Zee tot de Europese achtertuin heeft benoemd, en Frankrijk Saoedi-Arabië al militair te hulp schiet.
Peters idee is dat Oekraïne geholpen wordt met al bestaand westers wapentuig. Dat is al in grote mate gebeurd, zo vliegen er 24 Nederlandse F16’s en rijden er Britse Bradleys. Alleen heeft dit geen remmend, maar eerder een versnellend effect op de militarisering hier. Dat wapentuig was al afgedankt, bijvoorbeeld vervangen door die helse F35 waar Nederland er alweer meer van heeft besteld.
Het is ook niet zo dat Oekraïne nog zit te wachten op willekeurig wat het westen in overschot heeft. Inmiddels exporteert Oekraïne zelf ook wapens en is de Oekraïense defensie-industrie een gewild partner voor Europese wapenbedrijven. Vanwege hun ervaring met wapens die zijn toegepast in de oorlog – wat dat betreft zijn ze vergelijkbaar met de Israëlische wapenmakers die het label “battle-tested’ ook maar wat graag in hun marketing gebruikten. Maar óók omdat Oekraïne nóg minder streng is op wapenexport dan de EU. Dit biedt ‘kansen’ voor de export naar landen als de Verenigde Arabische Emiraten, die de burgeroorlog in Soedan aan de gang houden. Ook het Oekraïense leger blijkt na jaren oorlog enorm ‘effectief’.
De militaire steun moet, kortom, passen bij de strategische behoeften van Oekraïne. Dat zijn vooral lange afstandswapens – de kruisraketten van Destinus – en systemen om zich te verdedigen tegen lange afstandswapens van Rusland.
Die laatste heeft het westen niet “op voorraad”, zeker niet in de mate waarin Oekraïne ze nodig zou hebben. Neem bijvoorbeeld de Patriots waar Oekraïne om zit te springen. Mede door de walgelijke aanval van de VS en Israël op Iran zijn deze nu meer dan schaars. Wat je nu bestelt, wordt pas over jaren geleverd. En ook hier geldt: kijk wie je sterker maakt met de militaire steun. Patriots worden in de VS door RTX (voorheen Raytheon) gemaakt. Dat is een van de meest corrupte wapenbedrijven ter wereld, veroordeeld voor omkoping in Qatar en wapenexporten naar onder andere Rusland (!).
Mijn punt mag duidelijk zijn: militaire steun aan Oekraïne betekent onherroepelijk het versterken van het westerse militair-industrieel complex; de “vijand dichtbij”.
De oorlog dichtbij
Er bestaat een gevaar van escalatie, ook al ontkent de door Peter aangehaalde Hidde Bouwmeester dat botweg. We hebben inderdaad (nog) geen kernoorlog, maar Rusland lijkt bijvoorbeeld al wel de aanvoerlijnen van Oekraïne als legitieme doelwitten te beschouwen. Net zoals Oekraïne dat van de Russische vindt, zelfs als het gaat om met Amazon vergelijkbare webwinkels. Dat die aanvoerlijnen van Oekraïne in andere landen liggen, maakt Rusland wellicht voorzichtiger, maar verandert verder weinig. De afgelopen jaren is me door verschillende mensen uit het globale zuiden uitgelegd dat zij de sofisterij doorzien van nu weer de NAVO, dan de “coalition of the willing”, en dan weer een verband van enkele individuele landen. Het is “het westen” dat het doet. Zou Rusland de wapenfabrieken van Oekraïne die in “het buitenland” liggen, niet net zo zien? Het zou zomaar kunnen. Overigens kunnen we ons als anarchisten natuurlijk niet zo makkelijk bedienen van dat excuus, immers: no borders, no nations? Misschien maak ik me – met die enorme vliegbasis om de hoek – wat meer zorgen over dit soort escalatie dan anderen. Maar er is ook een andere escalatie die speelt.
Denk aan wie sterft
Behalve aan wapens, hebben de strijdende partijen een schreeuwende behoefte aan mensen. Zoals Peter terecht opmerkt dat er niet één Nederland is waar we allemaal bij horen, zo geldt dit ook voor Oekraïne en Rusland. Ook dat zijn beide staten waar de kapitalistenklasse heerst.
“Het is niet de natie die naar het front trekt, het zijn de losers”, zei Serhiy Gnezdilov dan ook, nadat hij deserteerde, na vijf jaar dienst in het Oekraïense leger. Hij is niet de enige die het niet ziet zitten om te sneuvelen voor “het vaderland”. In Oekraïne is breed passief verzet tegen de oorlog, hetgeen blijkt uit de schatting dat maar liefst twee miljoen Oekraïense mannen in de dienstplichtige leeftijd (25-60 jaar) “onvindbaar” zijn en er 200.000 zijn gedeserteerd.
Er werd al tijden voor gelobbyd door Oekraïne, en inmiddels krijgen mannen in de dienstplichtige leeftijd geen recht op verblijf meer in Nederland. Gedwongen uitzettingen zullen niet op zich laten wachten, zo blijkt uit de afwijzing van de asielaanvraag van een 49-jarige Oekraïner die dienst zal weigeren. De vijf jaar gevangenisstraf die hij moet vrezen, was volgens de rechtbank “niet disproportioneel”. De machthebbers in Nederland en andere Europese landen zijn duidelijk: het terugsturen past bij de militaire steun aan Oekraïne in hun oorlog met Rusland.
Wat voor Oekraïne geldt, geldt in nog veel sterkere mate voor Rusland. Van de naar schatting twee miljoen slachtoffers die deze oorlog al geëist heeft, is immers zo’n 75 procent gevallen aan Russische zijde. Maar “voor de rijke inwoners van grote steden zoals Moskou, Sint-Petersburg en Jekaterinburg is de oorlog altijd een beetje op een afstand gebleven. Ze konden de oorlog een beetje naast zich neerleggen. Het was iets voor de lagere economische klasse, niet voor de middenklasse.” Het antwoord van Oekraïne is ook doelen in Russische steden te gaan bombarderen, zoals Rusland dat in Oekraïne doet. Hiervoor heeft het wel lange afstandswapens nodig, de militaire steun waarom gevraagd wordt.
Overigens zijn het niet alleen de ‘losers’ met de Russische of Oekraïense nationaliteit die aan het front sneuvelen. Inmiddels zijn er zo’n zesduizend Noord-Koreanen omgekomen en het is te verwachten dat dat aantal op zal lopen. Aan de andere zijde van het front sneuvelen door Oekraïne in het globale zuiden geworven huurlingen. Natuurlijk verschillen hun omstandigheden: de eerste groep wordt gedwongen door een dictatoriaal regime, de tweede door het globale kapitalisme, maar in mijn ogen geldt voor beide groepen dat ze niet uit vrije wil naar het front trokken. Nog een voorbeeld van hoe de oorlog zich steeds verder uitbreidt, hoe hard de escalatie ook genegeerd wordt.
Net als elke oorlog is die in Oekraïne er een van de heersende klassen tegen de uitgebuite klasse.
Niets doen, dan maar?
Hierboven heb ik proberen uit te leggen wat er “rammelt” als je als anti-militarist gaat pleiten voor militaire steun aan Oekraïne. Maar Peter heeft, in mijn ogen, eveneens gelijk dat wat er in de eisen van de demonstratie staat óók geen alternatief is. Dat komt neer op het naar boven delegeren van een politieke en diplomatieke oplossing aan twee staten die daar beide geen trek in hebben. Verder leidt het tot belonen van de agressor, wat moreel onaantrekkelijk en ronduit gevaarlijk is.
Hierbij moeten we wel erkennen dat we als (anti-autoritaire) anti-militaristen in mijn ogen momenteel helemaal niet in de positie zijn om deze oorlog snel te doen stoppen. Maar dat betekent niet dat we ons vast hoeven te laten prikken op het valse dilemma van “passieve pacifist” of “NAVO-lakei”.
Ik ben geen deskundige, maar volgens mij waren de wapenleveranties van de Sovjet-Unie niet de enige factor die leidde tot terugtrekking van de VS uit Vietnam. Een sterke anti-oorlogsbeweging, tot in het leger aan toe, speelde volgens mij ook een rol. Voor mij betekent dit dat we zouden moeten werken aan verzet dat onze beweging sterker maakt, in plaats van diegenen tegen wie we strijden. Niet alleen door kritiek te hebben op slecht geformuleerde eisen, maar ook door zelf aan de slag te gaan.
Steun de kameraden die niet willen vechten
Hoe zouden we dat kunnen doen? Help Russen en Oekraïners de oorlog ontvluchten. Eis dat het verblijfsrecht voor Oekraïners blijft gelden, ook als ze dienstplichtig zijn of gedeserteerd. Eis dat het voor Russen makkelijker wordt gemaakt om hun land te ontvluchten en zich zo aan de oorlog te onttrekken. Weg met die grenzen! Demonstreer met Russischtalige spandoeken met oproepen om te deserteren. Dit is makkelijk en consistent te koppelen aan het interne verzet tegen de dienstplicht in Nederland en andere EU-landen.
Behalve demonstreren voor dit soort eisen, kunnen we hier ook met directe actie aan de gang gaan. Steun anti-militaristen en vredesactivisten in Rusland. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan. We moeten voorkomen dat onze steun voor hen gevaar oplevert. Maar nu schieten we tekort in het ondersteunen van onze kameraden in de moeilijkste situatie.
Laten we eisen dat Ariadna Litvinova en andere vredesactivisten vrij worden gelaten. Eis dat hen bescherming wordt geboden, bijvoorbeeld door verblijfsrecht aan te bieden. Een bijkomend voordeel van dit soort eisen – liefst ook op spandoeken in de demonstratie – is dat we ons duidelijk onderscheiden van clubs als Volkeren voor Vrede, die vreemde verzameling pro-Rusland mensen die zich bij vredesacties aan ons opdringen en precies de boodschap propageren waar Peter zich bezorgd over maakt. Overigens, laten we onze ogen niet sluiten voor de onderdrukking van vredesactivisten en anti-militaristen in Oekraïne, en ons ook voor hén inzetten.
Steun de slachtoffers
We kunnen ons aansluiten bij solidariteitsacties voor Oekraïne. Mijn beeld is dat we als radicaal-linksen dit nu vooral aan de middenklasse overlaten, maar waarom eigenlijk? Wij kunnen degenen die niet weg willen of kunnen uit de oorlog, op allerlei manieren helpen. Er gaan konvooien met hulpgoederen naar Oekraïne, brandweerhulp wordt georganiseerd, frietboeren gingen snacks uitdelen. Natuurlijk valt er van alles over te vinden, maar misschien is het effectiever om ons te verbinden. Gelijk een mooie kans om mensen te radicaliseren tegen oorlogsgeweld.
Steun de kameraden die wel willen vechten
Voor wie dit allemaal te ‘soft’ vindt, zie ik nog steeds opties die wél onze kameraden steunen, maar niet onze “vijanden dichtbij”. Er zijn initiatieven om specifiek materiaal in te zamelen voor anarchisten die in Oekraïne tegen het imperialisme strijden. Zo is er geld bijeengebracht voor een nieuwe 4×4, wordt er ingezameld voor persoonlijke beschermingsmiddelen en wellicht ook andere zaken. Je zou zelfs kunnen overwegen om drones te gaan bouwen in Oekraïne, een keuze die ik nog steeds kan respecteren.
Dit lijken misschien allemaal kleine acties met weinig invloed, maar dat komt ook doordat we nog met zo weinig zijn. We moeten een beweging bouwen en zwemmen tegen de stroom in. Daarom vind ik het extra jammer dat we ons als anti-autoritaire anti-militaristen na vier jaar nog steeds laten verdelen door het valse dilemma dat de heersers aan de wereld hebben opgedrongen.
Wouter Pieterse
(Meer reacties op het stuk van Peter Storm vind je onder diens artikel.)
