Trump wint, maar strijd van onderop gaat door en zal verder groeien

Bij de anti-Trump protesten vannacht in San Francisco.
Bij de anti-Trump protesten vannacht in San Francisco.

Eindelijk is het voorbij. Een jaar lang domineerden de Amerikaanse verkiezingen de media. De wereld werd op 9 november wakker in een nachtmerrie. Donald Trump, zeventig jaar oud, werd gekozen tot president van de Verenigde Staten. Wel met minder stemmen dan zijn tegenstander, Hillary Clinton. Maar het systeem werkt nu eenmaal zo. Overal in de media – kranten, websites, sociale media – is men verbijsterd. Hoe kan dit? Een aardverschuiving. Het einde van een tijdperk. Wat staat ons te wachten?

Het is inderdaad het einde van een tijdperk. De babyboomers verliezen in rap tempo hun invloed. Elders is al gesignaleerd dat dit de laatste verkiezingen waren waarin die grote groep direct na de oorlog geboren burgers nog een stevige stem hadden. Met de verkiezing van Trump, de oudste president die ooit voor een eerste termijn is gekozen, laat die generatie haar laatste oprisping horen. Een nieuwe, bevlogen generatie is in opkomst. Via de grond – heel veel lokale ‘grassroots’ activiteiten – en internet – een veelvoud van progressieve initiatieven – werken zij aan een basis die verandering wil en eist.

Bernie

Maar er is meer aan de hand. De Democratische Partij heeft de verkeerde kandidaat aangewezen. Hoewel aangewezen? De partijelite drukte de benoeming van Clinton er met alle mogelijke middelen door. Bernie Sanders, de kandidaat van de nieuwe generatie, werd het onmogelijk gemaakt om als presidentskandidaat op te nemen tegen de Republikeinen.

De Republikeinse Partij zit nu met een president die ze eigenlijk niet wilden. Ze hebben de absolute meerderheid in het Congres en ze hebben hun president. De toekomst zal uitwijzen hoe de gevestigde partijelite met deze bijzondere situatie zal omgaan.

Bobo

Want dat maakt deze verkiezingen ook duidelijk. De uitslag is een enorme middelvinger richting het systeem. Trump was de kandidaat die geen enkele Republikeinse Partij-bobo wilde. Men gaf hem geen schijn van kans. Zelfs nadat hij hun kandidaat was geworden, steunde de partijelite hem niet of nauwelijks. Trump wordt de eerste president die geen enkele ervaring heeft. Bij de Democraten gebeurde hetzelfde, met dat verschil dat de partijelite met alle middelen wist te voorkomen dat de populaire en progressieve outsider hun kandidaat zou worden. In plaats daarvan koos de partij voor een carrière-kandidaat van negenenzestig jaar oud. De toename in het aantal stemmen voor andere kandidaten, de zogeheten ‘third party candidates’ – bevestigt de afkeer van de politieke elite: bij vorige verkiezingen was dat aantal altijd rond de één procent, in 2016 haalden zij vijf procent van de stemmen.

Niet-stemmers

De kiezer is het politieke spel van de elite zat, dat maakt deze verkiezing duidelijk. De helft van de kiezers kwam niet opdagen. De overgrote meerderheid daarvan weet dat er voor hen niets zal veranderen, ongeacht de politieke kleur van de president. Zij leven van meerdere loonstrookjes van dag tot dag. Wonen in wijken die door de overheid zijn afgeschreven. Worden gediscrimineerd bij het zoeken naar werk. Kunnen hun kinderen geen vervolgstudie geven. Zijn niet in staat hun medische verzorging te betalen. Zien de achteruitgang van hun buurt iedere dag schrijnender worden. Het zijn de door de politieke en intellectuele elite afgeschreven burgers. Arme witte Amerikanen hebben geen perspectief op werk, op betere levensomstandigheden, op een betere toekomst voor hun kinderen. Afro-Amerikanen zitten in hetzelfde schuitje, maar worden daarnaast ook nog geconfronteerd met openlijk racisme en politiegeweld. Acht jaar Obama heeft daar geen einde aan gemaakt. Met Trump als president zal het racisme zich alleen nog maar meer en scherper manifesteren. Deze groepen stemmers hebben geen hoop meer op verandering.

De mensen die Trump aan de macht brachten waren, naast witte Amerikanen die meenden dat er eindelijk iemand naar hen luisterde en hun gevoel verwoordde, opvallend veel witte mannelijke protestante evangelicals. Zij verlangen naar een mythische wereld uit hun jeugd. Een ‘imaginary world’, waarin iedereen haar of zijn plaats wist: wit tegenover zwart, man tegenover vrouw, ouders tegenover kinderen, burger tegenover overheid. En alles dat daarbuiten valt bestond niet, in hun ogen. De wereld tot zeg maar 1959. Een paranoia wereld, met verzonnen bedreigingen, met racisme, seksisme, lynchings, seksueel geweld. Waarin witte plantagehouders zich ’s nachts vergrepen aan hun zwarte slavinnen en de volgende dag hun eigen vrouw mishandelden. Waarin hel en verdoemenis werd gepreekt en waarin de staat alle verandering met geweld onderdrukte. Waarin iedere sociale hervormer met argwaan werd bekeken en door overheidsdiensten werd afgeluisterd. Waarin vreemdelingen werden geïnterneerd en gedeporteerd. De wereld kortom van het verkiezingsprogramma van Donald Trump.

Veranderingen

Ja, er breken zware tijden aan. Discriminatie, racisme, seksueel geweld, politieagressie, natuurvernietiging: het zal nog openlijker worden toegepast. Maar voor heel veel Amerikanen – en anderen – kan het al niet veel zwaarder worden.

De veranderingen in de Amerikaanse samenleving (en elders) zijn echter niet te stoppen. De voorstanders van deze veranderingen – burgerrechtenactivisten, milieubeschermers, first people-beweging, doodstraf-tegenstanders, – zijn niet gebaat bij de hysterie die zich nu lijkt meester te maken van alles dat zich links noemt. Deze verkiezingen waren een gevecht van het verleden, een bij voorbaat verloren gevecht. Een laatste oprisping van elites, van witte mannen en vrouwen die koste wat kost hun macht proberen te houden. Be it Donald or be it Hillary. In plaats van hysterie is het noodzakelijk de beweging van jonge activisten die echte verandering wil en die nu op straat, op scholen en op internet actief is, te steunen.

“You can’t be a neutral on a moving train”, is de titel van de memoires van Howard Zinn. Daarin schrijft hij: “I was astonished, bewildered. This was America, a country where, whatever its faults, people could speak, write, assemble, demonstrate without fear. It was in the Constitution, the Bill of Rights. We were a democracy… But I knew it wasn’t a dream; there was a painful lump on the side of my head… The state and its police were not neutral referees in a society of contending interests. They were on the side of the rich and powerful. Free speech? Try it and the police will be there with their horses, their clubs, their guns, to stop you. From that moment on, I was no longer a liberal, a believer in the self-correcting character of American democracy. I was a radical, believing that something fundamental was wrong in this country – not just the existence of poverty amidst great wealth, not just the horrible treatment of black people, but something rotten at the root. The situation required not just a new president or new laws, but an uprooting of the old order, the introduction of a new kind of society – cooperative, peaceful, egalitarian.”

Harry Prins