Via discussie en solidariteit naar een sterke en diverse anti-racismebeweging (anti-racisme discussie deel 5)

Strijdbare groeten uit een Goudse cel.
Strijdbare groeten uit een Goudse cel.

De organisatoren van de Haagse manifestatie tegen racisme van 20 september hadden onderling flinke meningsverschillen rond antisemitisme. Dat kwam onder meer tot uiting bij het besluit om rapper Insayno niet uit te nodigen voor een optreden, omdat die ooit rapte: “De behandeling van de concentratiekampen is slechts een lachertje vergeleken met onze slavenhandel”. Na de manifestatie ontstond er over de omstreden beslissing een discussie tussen Sandew Hira van het IISR en Willem Bos van Grenzeloos, die beiden de oproep voor de demonstratie hadden ondertekend. Ze schreven allebei twee stukken (zie kader). Hun discussie spitste zich vooral toe op het vergelijken van de slavernij met de Shoah, op vermeende tegenstellingen tussen anti-racisme en socialisme, en tenslotte op de vrijheid van meningsuiting. Doorbraak wil ook graag een steentje bijdragen aan deze belangrijke discussie, die naar verwachting steeds zal terugkomen in de groeiende beweging tegen racisme. Om er samen sterker van te worden, moeten we die discussie secuur en opbouwend voeren.

De andere bijdragen aan dit debat vind je hier.

Daarnaast refereert het artikel “Naar een intersectioneler Zwart activisme” van Hodan Warsame en Ramona Sno ook deels naar dit debat.

Meedoen aan deze discussie over de ideeën en de toekomst van de anti-racismebeweging? Een korte reactie kun je hieronder plaatsen. Een langere bijdrage kun je aan de redactie mailen, zodat we die kunnen plaatsen als zelfstandig artikel.

Hira is een van de voortrekkers in de opbloeiende anti-racistische strijd, zoals onder meer tegen de Nederlandse blackface-traditie van Zwarte Piet. Hira en Insayno zijn kameraden met wie we half november nog samen opgesloten hebben gezeten in een luchtplaats en een cel in Gouda, vanwege de intocht van Sinterklaas. En de dag erna hebben we letterlijk schouder aan schouder geprobeerd om de politie ervan te weerhouden een spreker te arresteren op het podium van de Amsterdamse manifestatie tegen Zwarte Piet. Onze kritieken hieronder zijn dan ook zeker niet bedoeld als aanval. Zoals vrienden elkaar echt de waarheid durven te zeggen, zo hopen we dat een stevige discussie ons onderlinge begrip alleen maar zal vergroten en de beweging sterker zal maken.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Doorbraak is het eens met het besluit van de organisatoren om Insayno niet uit te nodigen. Het geeft geen pas om op een anti-racismemanifestatie iemand het woord te geven die het vermoorden van zes miljoen mensen vanwege hun “ras” als een “lachertje” afdoet. Zo’n uitspraak is niet alleen volkomen harteloos, maar via het bagatelliseren van de ernst van die massamoord geeft men Joden als het ware ook nog eens een trap na. Wetenschapper Hira geeft Insayno echter gelijk. “Hitler was een lachertje vergeleken bij wat de Nederlanders in Suriname hebben gedaan”, schrijft hij. En hij komt ook met een bewijs daarvoor: een lijstje met vijf “misdaden tegen de menselijkheid” waarin de slavernij op de eerste plaats staat en de Shoah pas op de vijfde.

Lijstjes

Bij zulke lijstjes valt wel een aantal wetenschappelijke kanttekeningen te plaatsen. Hira heeft zijn lijstje samengesteld op basis van drie criteria: aantal slachtoffers, duur en aard van de misdaad. Maar wat kies je als begin en einde van massamoorden? Wanneer men kiest voor drie tot vierhonderd jaar slavernij, zou het dan ook niet logisch zijn om de periode van de moorden op Joden te laten beginnen vlak voor de eerste kruistocht (1096) toen in West-Europa de eerste massale pogroms begonnen? En moeten de etnische zuiveringen van Joden in Engeland (1190), Italië (1306) en Spanje (1492) ook niet worden meegeteld? En de vele pogroms in Oost-Europa door de eeuwen heen? Ook is de vraag wat dan precies wordt gedefinieerd als misdaad tegen de menselijkheid en wat niet? Waarom staat Mao’s “Grote sprong voorwaarts” (1958) met z’n 20 tot 40 miljoen doden bijvoorbeeld niet in het lijstje? En daarnaast kun je je afvragen of aantallen doden per jaar niet een minstens even zinvol criterium zou kunnen zijn bij het vergelijken van massamoorden van zeer uiteenlopende tijdsduur. Of percentages van slachtoffers op de totale bevolking? Afijn, het mag duidelijk zijn: er gaan aan het maken van lijstjes zo ontzettend veel keuzen vooraf dat ze uiteindelijk meer zeggen over degenen die ze opstellen dan over de daadwerkelijke massamoorden. Net zoals de inhoudelijke omschrijvingen bij die lijstjes dat doen. Hira beschrijft in zijn lijstje de Shoah in veel minder details en met abstractere begrippen dan de slavernij. Hoezeer men het ook probeert uit te sluiten, de subjectiviteit van wetenschappers zal sowieso altijd zichtbaar blijven, en dat blijkt in deze kwestie dus niet alleen uit het gebruik van een nogal onwetenschappelijk begrip als “lachertje”.

Vergelijken heeft inderdaad zijn plaats in de wetenschap, maar wij denken dat een inhoudelijke analyse van de massamoorden in hun politieke en economische context, rekening houdend met hun onderlinge historische samenhang en de ideologische motieven van de daders, ook voor ons als activisten veel zinvoller is dan dit type kwantitatieve ranglijstjes. Ranglijstjes dwingen ons denken in de richting van onderlinge concurrentie van nabestaanden van slachtoffers. “Oppression Olympics”, zo wordt dat tegen elkaar opbieden van bewegingen van ‘minderheden’ in de VS ook wel genoemd. Natuurlijk is de strijdsituatie daar anders dan hier, en zijn discussies er veel verder gevorderd, maar ook voor ons is het belangrijk om juist te denken aan solidariteit, aan het opbouwen van een gezamenlijke strijd tegen racisme en andere vormen van onderdrukking. Juist aan onderzoek dat daarvan in dienst staat hebben we behoefte, aan analyses die de samenhang én verschillen van uiteenlopende machtsverhoudingen tussen groepen verhelderen. Het bevorderen van zo’n onderlinge concurrentie dient immers vooral het belang van de huidige machthebbers, in veel gevallen de directe opvolgers van de daders van al die massamoorden. Belangrijker dan zo’n lijstje zijn voor ons vragen als: hoe kunnen groepen mensen (de laatste 500 jaar vooral, maar niet uitsluitend, witte Europese en Noord-Amerikaanse mannen) voortdurend zulke posities verwerven dat ze massamoorden kunnen (laten) uitvoeren? Wie deden er precies aan mee, en wie profiteerden er nog meer van dan alleen de leiders? Wat waren de specifieke posities van vrouwen en arbeiders bij de moorden? En het belangrijkste: hoe kunnen we massamoorden, ontmenselijking, onderdrukking en uitbuiting in de toekomst samen voorkomen?

Koloniale misdaden

Het maken van lijstjes en het gebruik van het woord “lachertje” dragen volgens ons niet bij aan meer begrip van de geschiedenis of de opbouw van onze strijd, maar dat neemt niet weg dat we het wel heel erg eens zijn met de redenen waarom Hira en Insayno dat doen. Er is inderdaad veel en veel te weinig aandacht voor de koloniale misdaden tegen de menselijkheid die Europeanen gepleegd hebben, en nog steeds plegen of verantwoordelijk voor zijn (naar schatting bijvoorbeeld een miljoen doden in Irak). Het klopt dat alle aandacht uitgaat naar de Shoah en dat andere massamoorden gebagatelliseerd, verzwegen of simpelweg ontkend worden. Dat heeft alles te maken met racisme én nationalisme, met het creëren van een ‘positief’ beeld van Nederland als slachtoffer van de nazi’s. Dat de Nederlandse staat lang voor de bezetting nazi-Duitsland al steunde, onder meer door vluchtende Joden aan de grens terug te sturen, wordt zelden benoemd. Evenals de grootschalige collaboratie van overheid en bevolking aan de Shoah. En tot tientallen jaren na de oorlog werd het Joden zelfs nog verboden om, naast de nationale monumenten voor het “Nederlandse volk”, in de publieke ruimte eigen Shoah-monumenten op te richten. Tegenwoordig proberen de Nederlandse staat en de meeste Nederlanders zich via de bezetting en de Shoah krampachtig als slachtoffer te profileren. Rekenschap wordt niet gegeven van het negatieve van de Nederlandse geschiedenis, zoals met name de slavernij en vele andere massamoorden, ook in Indonesië. Of die geschiedenis wordt zelfs ‘positief’ verpakt als “Gouden Eeuw”. Vanuit ons anti-racisme en anti-nationalisme hebben we ons bij Doorbraak dan ook steeds ingezet om een bijdrage te leveren aan de feitelijk nog steeds voortdurende en noodzakelijke anti-koloniale strijd.

De Shoah wordt inderdaad óók gebruikt als “cover up” voor andere massamoorden, zoals Hira en Insayno terecht aangeven, hoewel wij liever van het “instrumentaliseren” van de Shoah zouden willen spreken. De Israëlische regering en wereldwijd alle supporters van dat moordlustige regime proberen steeds Israëlische misdaden, en dat zijn er nogal wat, te verkopen met het slachtofferschap van de Shoah. En het zijn de Palestijnen die daar het slachtoffer van zijn. Maar wanneer Insayno rapt: “De Shoah is slechts een cover up voor domme schapen”, dan zit hij er toch echt faliekant naast. De Shoah mag dan misbruikt worden door Israëlische, Europese en Amerikaanse machthebbers, het is ook een daadwerkelijk gebeurde misdaad tegen de menselijkheid, en dus niet “slechts een cover up”. Dat de Shoah door onze tegenstanders op verschillende manieren wordt geïnstrumentaliseerd, doet daar niets, maar dan ook helemaal niets, aan af. Door de Shoah tot een “cover up” te reduceren laat je de slachtoffers verdwijnen en doe je feitelijk hetzelfde als onze tegenstander doet met de koloniale slachtoffers.

Vrijheid van meningsuiting

Van Hira had Insayno gewoon een podium geboden moeten worden. Hij lijkt een absolute vrijheid van meningsuiting toegedaan te zijn. “Het beginsel van de vrijheid van meningsuiting houdt in onze optiek in dat iedereen het recht heeft om zijn of haar mening te uiting, ongeacht de inhoud van die mening. Anderen vinden dat de vrijheid van meningsuiting afhankelijk is van de inhoud van de mening”, aldus Hira. Het is moeilijk voorstelbaar dat hij dat echt meent. Want dat zou bijvoorbeeld betekenen dat Wilders en zijn vrienden van Identitair Verzet, tegen wier racisme de manifestatie van 20 september was gericht, ook een podium geboden had kunnen worden. Maar dat zou natuurlijk volkomen ingaan tegen de doelstelling van het protest waar Hira zelf voor had getekend: proberen te voorkomen dat Wilders zijn racisme kon komen spuien in de Schilderswijk. Want Wilders’ woorden zijn vanzelfsprekend bedoeld als bedreiging en intimidatie richting hele bevolkingsgroepen, en niet als louter ‘een mening’.

We waren overigens wel enigszins verbaasd toen we kennis namen van Hira’s kennelijk absolute opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Een week voor die interne discussie rond Insayno werd ónze spreker voor de manifestatie namelijk eveneens afgewezen, en toen schoot Hira óns niet te hulp. Dat zat zo. Doorbraak was samen met AFA en de Internationale Socialisten een van de belangrijkste initiatiefnemers van de manifestatie. Tijdens de voorbereiding namen de organisatoren samen globaal de speeches door die de sprekers zouden houden. Onze spreker zou het gaan hebben over racisme, en daarbij onder meer iets vertellen over antisemitisme en waar het allemaal nog voorkomt, zoals bij nazi’s en andere extreem-rechtsen, in conspiracy-kringen en bij christelijke en islamitische fundamentalisten. Maar dat laatste mocht van sommige andere organisatoren niet worden benoemd. Een deelnemer beweerde dat antisemitisme in Nederland geen racisme is omdat het niet geïnstitutionaliseerd zou zijn, en volgens anderen zou het Wilders maar in de kaart spelen wanneer moslims en antisemitisme in één adem genoemd worden. Doorbraak vindt dat antisemitisme juist wel benoemd moet worden, ook bij fundamentalistische bewegingen, en met name onze leden met een achtergrond in landen als Turkije, Irak en Iran maken zich daar sterk voor. Na een fikse discussie hebben we besloten om ons terug te trekken uit de organisatie. Anders dan Insayno hebben we daarna niet opgeroepen om de manifestatie te boycotten, maar zijn we er juist actief voor blijven oproepen in het belang van de Schilderswijk en de bredere anti-racisme beweging. Het bevreemdt ons nog steeds: wel opkomen voor de vrijheid van meningsuiting van wie de Shoah een “lachertje” noemt, maar niet voor wie antisemitisme wil benoemen?

Natuurlijk is het voor een beweging belangrijk dat men openstaat voor uiteenlopende meningen. Die moeten botsen, want daar worden we allemaal sterker van, en daar moet dus ook ruimte voor geboden worden: in onze media, op podia, in discussies en op demonstraties. Maar tegelijk moeten er ook grenzen worden gesteld. We moeten geen ruimte gaan bieden aan mensen die een positie verkondigen die rechtstreeks ingaat tegen onze doeleinden. Zo biedt Doorbraak bijvoorbeeld op de website geen ruimte aan pleidooien voor (blackface-) racisme, ook niet als ze afkomstig zijn van linkse activisten. Net zoals we zoveel mogelijk proberen om overal seksisme en homofobie tegen te gaan. Want een beweging die dat niet doet, schept een onveilige sfeer voor vrouwen, LGBTQ*’s en mensen die zich verzetten tegen patriarchale en hetenormatieve verhoudingen. Die zullen daardoor minder geneigd zijn om mee te doen, en zo beperk je je eigen kracht als beweging al bij voorbaat. En zo zal een opmerking dat de Shoah “een lachertje” is, toch wel flink wat potentiële joodse en andere kameraden afstoten en uitsluiten.

Socialisme

Hira is voor ons een gewaardeerde kameraad, met wie we zoals gezegd bij diverse gelegenheden samengewerkt en samen gedemonstreerd hebben. Hij is in Nederland een voortrekker in het belangrijke slavernijdebat, een scherp denker en vast en zeker een gevreesde criticus van allerlei eurocentrische slavernijprofessoren. In zijn beide discussiestukken uit hij scherpe kritiek op het socialisme met haar vaak schrijnende eurocentrisme. En terecht! Hij schrijft onder meer: “De witte mensen, inclusief de socialisten, springen pas op de bandwagon als de beweging op gang komt. Om die reden is het belangrijk om altijd de deur open te houden naar witte mensen en organisaties die de strijd gaan steunen, maar we moeten niet verwachten dat daar de grote ideeën en initiatieven vandaan zullen komen.” Het initiatief tot dekolonisering en anti-racisme is steeds van zwarte mensen uitgegaan, en het is dan ook volstrekt logisch dat zij de toon zetten en de richting aangeven in de anti-racismebeweging. Gelukkig zijn er wel socialistische bewegingen en organisaties die dat inzien, en die anti-racisme inmiddels een centrale plek geven in hun ideeëngoed en praktijk. Het is nog lang niet voldoende natuurlijk, en flink wat linkse organisaties blijven helaas de klassenstrijd eenzijdig centraal stellen. Zelfkritiek blijft altijd belangrijk, en als het de goede kant opgaat, dan heeft dat alles te maken met een gegeven dat opvallend afwezig is in de stukken van Sandew Hira: dat er ook altijd invloedrijke zwarte socialisten zijn geweest en nog steeds zijn. Te denken valt aan historische figuren als Julius Nyerere, Kwame Nkrumah en Sékou Touré, maar ook aan de activisten van het Britse Race & Class, de Amerikaanse Black Panthers en Angela Davis, en zelfs Anton de Kom was actief in communistische kringen. En ook vandaag de dag zijn er bruine en zwarte mensen actief bij linkse organisaties als Doorbraak. De door Hira aangebrachte scheidslijn tussen enerzijds een wit socialisme en anderzijds een zwarte anti-racismebeweging is daarmee in onze ogen dan ook wat kort door de bocht.

Hira schetst de opkomst van een nieuwe zwarte en migrantenbeweging. “Er is een nieuwe generatie van dekoloniale intellectuelen die een ander theoretisch raamwerk voor bevrijding formuleert die ik schaar onder de verzamelnaam van Decolonizing The Mind (DTM). DTM ontwikkelt andere concepten op het terrein van de economische theorie, filosofie en andere takken van de sociale wetenschappen.” En “zwarte empowerment zal leiden tot breuken in het witte bastion. Daarom staat centraal in onze strategie het empoweren van onze gemeenschap, de bevordering van eenheid binnen de zwarte en migrantenbeweging.” Over de ideologie en strategie van deze interessante nieuwe beweging is Hira echter nog wat vaag gebleven. Wat hij helaas vooral doet, is een karikatuur maken van het socialisme, en die nieuwe DTM-beweging daar dan recht tegenover zetten.

Wat beweert Hira dan over het socialisme? “De socialisten zien klassenverhoudingen en niet institutioneel racisme als het probleem.” Ze zouden ook moeite hebben met kritiek op “eurocentrische visies” en “de nadruk” leggen “op waar ze tegen zijn: ze zijn tegen racisme. De dekolonialen leggen de nadruk op waar ze voor zijn.” Ook zouden ze tegen positieve discriminatie zijn: “De socialisten hebben hier problemen mee omdat witte arbeiders geen voorstander hiervan zijn.” Maar Doorbraak ziet kapitalisme, patriarchaat én racisme (institutioneel en alle andere vormen) als even grote en onderling verweven problemen, juicht bevrijdende kritiek op (neo-)kolonialisme en eurocentrisme toe, en is voorstander van positieve discriminatie en meer algemeen van een algehele bevrijding van uitbuiting en onderdrukking. Hira pleit ook voor meer subsidie aan “eigen culturele instituties” van migranten. “We betalen belasting, maar zien een onevenredig groot deel naar witte instituties gaan. De socialisten hebben problemen hiermee omdat de witte arbeidersklasse dit soort regelingen niet ziet zitten.” Wij hebben echter geen enkele moeite met subsidies voor zelforganisaties. Wel is het belangrijk om onder ogen te zien dat veel van de gesubsidieerde culturele zelforganisaties in Nederland vaak conservatief en patriarchaal van aard zijn, en dat de overheid hen juist daarom sponsorde. Het multiculturalisme van de afgelopen decennia was bepaald geen progressief project. We zien niet voor niets momenteel een ontwikkeling dat veel jongeren, wier ouders migranten of vluchtelingen waren, er zelf niet veel behoefte meer aan hebben om zich apart op basis van hun afkomst te organiseren. Ze zijn meer op zoek naar algemeen linkse organisaties om samen solidair voor ieders belangen op te komen. En vanuit dat idee is ook Doorbraak opgericht, mede door een groep Turkse Nederlanders. Waarbij aangetekend dat het zich apart organiseren van onderdrukte groepen altijd zinvol zal kunnen zijn, binnen en buiten de linkse beweging, en dat dat vanzelfsprekend helemaal vanuit die groepen zelf bepaald moet worden.

Binnen het socialisme bestaan zeer uiteenlopende stromingen: van ouderwetse witte mannen-bolwerken tot principieel anti-racistische, anti-patriarchale en anti-kapitalistische organisaties, zoals Doorbraak probeert te zijn. Wij plaatsen onszelf in de wereldwijde autonoom marxistische, anarchistische en revolutionaire tradities, de anti-autoritaire van onderop actiebeweging die de staat wil bestrijden maar niet wil overnemen, en waarin zeker vanaf de jaren zeventig veel felle discussies zijn gevoerd over niet alleen racisme, patriarchaat, homofobie en ecologie, maar ook over (bevrijdings)nationalisme, anti-imperialisme en antisemitisme en anti-zionisme. Die discussies werden en worden vaak ingezet en aangedreven door linkse feministes, bruine en zwarte activisten, migranten en vluchtelingen, Joden, homo’s en lesbo’s, enzovoorts, kortom de mensen die zelf onderdrukt worden. Doorbraak en andere linkse organisaties proberen praktisch en ideologisch voort te bouwen op de ideeën die in die discussies zijn ontwikkeld. Waarmee we vanzelfsprekend geenszins willen beweren dat wij geen racisme meer kennen (we zijn immers allemaal opgevoed in racistische maatschappijen) of dat onze witte leden geen “white privilege” zouden hebben. Integendeel: we moeten ons er voortdurend van bewust zijn dat dat structurele gegevens zijn. Voor ons staat voorop dat kapitalisme, patriarchaat en racisme elk evenzeer bepalend zijn, dat ze met elkaar verweven zijn, maar ook elk een eigen dynamiek en geschiedenis kennen die niet tot de andere twee te herleiden is. Juist omdat te veel andere linkse organisaties anti-kapitalisme nog eenzijdig centraal stellen, heeft Doorbraak vanaf het begin racisme en migratiebeheersing gekozen als primaire strijdterreinen en juist daardoor kwamen de paden van Hira en van ons zo regelmatig samen te lopen. Hira impliceert echter dat de DTM- en de socialistische bewegingen diametraal tegenover elkaar zouden staan. Maar wat ons betreft kunnen beide bewegingen elkaar prima versterken door onderling solidair te zijn en samen te strijden. Linkse groepen kunnen daarnaast nog altijd veel leren van de kritieken van de DTM-beweging, en Doorbraak probeert daar in ieder geval voor open te staan.

Discussie

Voor de strijd tegen racisme lijkt het ons goed om voorbij de karikaturen te gaan. We willen Hira dan ook van harte uitnodigen om voor onze website een artikel te schijven waarin duidelijker wordt waar de DTM-beweging precies voor staat. Juist ook op de punten die in deze discussie naar voren komen, maar die zogezegd niet tot de ‘core-business’ van DTM behoren, zoals antisemitisme, maar ook kapitalisme en klassenmaatschappij. Hoe kijkt men aan tegen die begrippen? ‘Bestaan’ die economie en maatschappij, of zijn het volgens de DTM-beweging eurocentrische manieren van kijken en analyseren van samenlevingen? Spelen ze een rol bij de keuze voor strategieën en strijdpartners? En dat is een heel concrete vraag, want zonder klasse-analyse houdt men de deur nadrukkelijk open om met rijken en machthebbers samen te werken tegen racisme. Datzelfde geldt voor de analyse van het patriarchaat. We zijn ook benieuwd welke rol de positie van vrouwen en LGBTQ*’s en hun respectievelijke bevrijdingsstrijden spelen in het denken bij de DTM-beweging.

We zijn bij Doorbraak enthousiast over de nieuw gevonden kracht van de brede anti-racismebeweging. Een teken van die kracht is ook dat de diverse, uiteenlopende stromingen elkaar meer in beeld krijgen, van DTM en afrocentrische tot humanistische, liberalen, linkse en nog meer. Wat natuurlijk niet betekent dat we allemaal altijd samen door één deur zullen kunnen. Een teken van kracht is ook dat op diverse gebieden strijd wordt gevoerd, van Zwarte Piet, etnisch profileren en slavernij-herdenking en -onderzoek tot migratiebeheersing en inburgeringsplicht, enzovoorts. Zoals ook blijkt uit dit stuk bestaan er soms flinke meningsverschillen op fundamentele punten tussen personen, groepen en stromingen binnen de beweging. Maar we zijn ervan overtuigd dat onderlinge discussies over analyse en strategie ons alleen maar sterker kunnen maken, als we ze onderling respectvol voeren.

Ilija Andrić
Eric Krebbers