De Mediawet blaast nóg een democratisch kaarsje uit

Je zou het bijna vergeten, maar naast de alledag is de regering óók bezig met het fundamenteel hervormen van de publieke omroep. Het wetsvoorstel is nu in internetconsultatie en baart zorgen.
Het huidige bestel is gebaseerd op de omroepverenigingen. Een aantal omroepverenigingen met voldoende leden mag toetreden tot het publiek bestel, en die krijgen publiek geld om hun programmering mee te maken.
Dat systeem stamt uit de tijd van de verzuiling. De staat moest zich niet bemoeien met wat er op radio en tv kwam; dat was aan de maatschappij om te regelen. De staat had alleen een coördinerende en een ondersteunende functie.
Dat het systeem op verenigingen is gebaseerd, heeft ook een democratische functie. Leden kunnen via de ledenraden invloed uitoefenen op het omroepbestuur, waaronder ook de inhoudelijke lijn van het bestuur.
Daar moeten (komende) besturen op inspelen. Bij BNNVARA is het bijvoorbeeld verstandig om een “maatschappelijk, sociaal” geluid te laten horen als je verkozen wil worden.
Er kunnen aanmerkingen gemaakt worden op dit “democratische” bestel. Bijvoorbeeld dat de Raden van Toezicht te veel invloed hebben op de benoeming, en dat ledenraden bij bestuursverkiezingen niet veel in te brengen hebben zeggen. Problemen waar elk (semi)democratische orgaan mee worstelt.
Dat bestel verandert nu aanzienlijk, doordat de verenigingen worden vervangen door omroepstichtingen. Een stichting heeft (per definitie) geen leden. Besturen worden benoemd door de Raad van Toezicht, en de Raad van Toezicht benoemt haar eigen leden. De ledendemocratie verdwijnt dus. (Een plan dat twee jaar geleden uit de onheilige koker van de VVD tevoorschijn kwam, en dat D66 nu gaat uitvoeren.)

Daarmee komt de inhoudelijke lijn van de publieke omroep volledig te liggen bij niet-verkozen technocraten uit de bestuurdersklasse. Dat zijn mensen voor wie besturen een beroep is, voor wie organisaties vaak inwisselbaar zijn.
De regering stelt dat de inspraak van de omroepstichtingen behouden kan blijven (als de nieuwe stichtingen dat willen), maar ik hoef niet uit te leggen wat het verschil is tussen een bindende stemming van een ledenraad en een maatschappelijke adviesraad die niet-bindend mag opiniëren.

Dit verhaal is maar al te bekend in het Nederlandse openbaar bestuur, bijvoorbeeld in universiteiten en de woningbouw. Na de invoering van marktwerking in een sector wordt democratisch bestuur afgeschilderd als inefficiënt of zelfs onverantwoordelijk. Daarom worden besturen “geprofessionaliseerd”.
Het resultaat is een bestuur had voornamelijk verantwoording moet afleggen aan accountants over de financiële gezondheid van een organisatie. Dit leidt tot een efficiëntiedenken waar de gebruikers van een dienst onder te lijden hebben.
Dit gebeurde precies bij de woningcorporaties. Na de “brutering” (de bepaling dat woningcorporaties geen geld meer zouden krijgen van de rijksoverheid) moesten corporatiebesturen efficiënter worden, en zo werd de “inefficiënte” democratische inspraak de deur uit gewerkt.

En ook bij de omroepen is deze verandering niet van de één op de andere dag gekomen. De ledendemocratie zijn bij de omroepen (zoals gezegd) al zodanig afgebouwd dat de stap richting een stichting kleiner is geworden dan ooit. De NPO meet zich ook steeds meer met de commerciëlen.
Het is daarom ook zo tragisch dat de regering de teruglopende ledentallen van verenigingen aanhaalt als een reden om het omroepenbestel nóg minder democratisch te maken. Terwijl het juist de staat is die heeft bijgedragen aan de steeds verder afnemende invloed van verenigingen.
Of zoals de regering zegt: “De regering kiest in dit voorstel echter voor een bredere invulling van het begrip maatschappelijke worteling.” Dat wil zeggen: de regering kiest ervoor om aan een feedbackformulier dezelfde waarde te hechten als daadwerkelijke, bindende inspraak.

En als we kijken naar de volkshuisvesting, dan hoeven we niet te raden welke kant een door stichtingen gerunde omroepbestel op zal gaan. Commercialisering, apolitieke content (toch terug naar Eurovisie?), en zoals de VVD dat zo mooi zegt: “draagvlak creëren voor overheidsbeleid”.
Want uiteindelijk is dat wat een professioneel bestuurder moet doen: efficiënt maken, “waste” verminderen, uitgaven spiegelen met inkomsten. Met andere woorden: ook al krijgt de NPO geen winstoogmerk, het zal alsnog gerund worden als een bedrijf. Nog meer dan nu al het geval is.
Naast natuurlijk het feit dat waar er nu vier omroephuizen worden gecreëerd, het niet meer dan logisch is dat die omroephuizen over een paar jaar samengevoegd zullen worden tot één stichting. Wellicht met een raad van toezicht benoemd door de minister, zoals dat nu gebeurt bij de NOS.
Nee, het huidige omroepbestel is zeker niet zaligmakend. Maar dat komt door een gebrek aan democratie, niet door een overdaad. We moeten als samenleving juist de andere kant op. Verder democratiseren, méér beslismacht voor de mensen in plaats van minder.
Want anders blijven we over met een “vlakke” democratie: een land waarbij de democratische participatie eruit bestaat dat je één keer per jaar naar het stemhokje gaat, en voor de rest moet je je smoel houden. Als je dat al een democratie zou noemen. Ik in ieder geval niet.
Aanvulling: je zou zeggen dat het goed is dat de benoeming van de omroepbesturen (vooralsnog) grotendeels vrij blijft van politieke inmenging. Maar wat je ervoor terugkrijgt is mogelijk net zo erg: besturen met een technocratische trouw aan het neo-liberale systeem waarin zij opereren.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder als draadje op Bluesky.)
