Mijnbouwverzet beperkt opwarming van de aarde snel en effectief (deel 2)

Boekcover

In 2010 en 2013 bezocht Markus Kröger, hoogleraar aan de universiteit van Helsinki, India om onderzoek te doen naar lokaal verzet tegen ijzerertsmijnen. Hij had lange, intensieve gesprekken met zo’n tweehonderd ervaren leiders van massaorganisaties, activisten, wetenschappers, advocaten, journalisten, politici en ambtenaren. Tot zijn verrassing en grote vreugde ontdekte hij dat het verzet tegen alle verwachtingen in erg succesvol was. Het zag kans de gigantische nationale productie te halveren! In 2019 keerde Kröger terug naar India om te zien of de successen blijvend waren. Dat bleek inderdaad het geval. Hoe waren lokale organisaties samen met een aantal toegewijde activisten in staat geweest zulke prachtige resultaten te af te dwingen? Daar schreef Kröger het inspirerende boek “Iron Will” over. Kröger denkt dat de golf van verbluffend effectief mijnbouwverzet in een groot aantal landen in het zuiden van de wereld een prima en snelwerkend middel tegen de klimaatcatastrofe is die ons allen boven het hoofd hangt. Deel 2 van een tweeluik. Deel 1 lees je hier.

Zuidoost-Brazilië: David en Goliath in Minas Gerais

Kröger heeft niet alleen verschillende gebieden in India bezocht, waar hij met tal van activisten sprak. Hij heeft ook verzet tegen mijnbouw in Brazilië bestudeerd, met name in de zuidoostelijke deelstaat Minas Gerais. Als er één deelstaat in Brazilië pro-mijnbouw was, dan was het deze wel. De naam alleen al spreekt boekdelen. “Minas Gerais” betekent namelijk “Algemene Mijnen” en de bewoners noemen zich “mineiros”, “mijnwerkers”. Toch is de stemming in de deelstaat omgeslagen.

Minas Gerais is de belangrijkste producent ter wereld van ijzer, goud, zink en niobium en de op een na belangrijkste van aluminium. De hoofdstad Belo Horizonte is een van de grootste steden van Brazilië, in de stadsregio wonen bijna 6 miljoen mensen. Het gebied rondom de hoofdstad is rijk aan ijzererts en de Braziliaanse multinational Vale had in 2009 haar oog op dit gebied laten vallen om in het Gandarela-gebergte een nieuwe grote mijn te openen: het Apollo-project.

Vale is het grootste Latijns-Amerikaanse concern. Het produceert wereldwijd het meeste ijzererts en nikkel en maakt ook staal, koper, kobalt en nog veel meer. Het heeft een eigen handelsvloot, een serie havens en eigen spoorlijnen om al haar grondstoffen en producten te vervoeren. Met het Apollo-project zou Vale over een miljard ton extra aan ijzererts kunnen beschikken.

Nu is ieder geval van mijnbouwverzet verschillend, omdat de lokale omstandigheden telkens weer anders zijn. Maar over het algemeen is een massabeweging onmisbaar om een machtig mijnbouwbedrijf dat goede contacten heeft met de overheid te blokkeren. Het Apollo-verzet is echter de uitzondering die de regel bevestigt.

Het begon allemaal met wat mensen uit de dorpjes die bedreigd werden, een paar natuurbeschermers die de vernietiging van de bossen wilden voorkomen en een stel deskundigen, zoals Paulo Baptista, landschapsfotograaf en hoogleraar kunst aan de Federale Universiteit van Minas Gerais. Zij luidden de noodklok: dat Vale geen respect had voor het laatste grote waterreservoir dat Belo Horizonte voor 60 procent van drinkwater voorzag. Dat het geen oog had voor het laatste ongerepte natuurgebied in de buurt van de hoofdstad van Minas Gerais. Dat het in feite ging om het overleven van de miljoenenregio Belo Horizonte. Kortom, dat verdere uitbreiding van mijnbouw in dit gebied onverantwoord was.

Deze boodschap sloeg aan bij de redelijk grote groep kritische intellectuelen en ambtenaren van de grote stad. Het verzet in de heuvels had de hoofdstad bereikt! Er ontstond zelfs een kleine beweging: de Movimento pela Preservação da Serra do Gandarela (Beweging voor het Behoud van het Gandarela-gebergte), met op het eind ongeveer duizend leden en een Facebook-pagina.

Het verzet bouwde een goed contact op met het ministerie van Justitie en met het Instituto Chico Mendes de Conservação da Biodiversidade (Chico Mendes Instituut voor het Behoud van de Biodiversiteit) van het milieuministerie. Dit instituut ontwierp in 2010 een plan om van het grootste gedeelte van het Gandarela- gebergte een nationaal park te maken en er op die manier mijnbouw te verhinderen en het kostbare water voor Belo Horizonte te beschermen. Vale zou dan genoegen moeten nemen met een veel kleiner mijnbouwgebied dan zij wenste.

Ondertussen groeide het verzet en was mijnbouwgigant Vale super ontevreden, omdat zij de gevraagde vergunning nog steeds niet binnen had. Het stadsbestuur wist werkelijk niet hoe zij de kool en de geit kon sparen en schoof de beslissing door naar de Braziliaanse president Dilma Roussef. Die bestemde in 2014 31.000 hectare van het Gandarela gebergte tot nationaal park en stelde 900 à 2000 hectare aan Vale ter beschikking voor mijnbouw. Het verzet was daar helemaal niet blij mee, omdat zij vreesde dat het water en de bossen toch nog vervuild zouden raken. Ook Vale was niet tevreden. Die besloot haar aandacht nu volledig te richten op een ijzerertsgebied in Carajás, Noord-Brazilië. Daar was het verzet in Minas Gerais, zoals te begrijpen valt, niet rouwig om.

In november 2015 kreeg het toch al zwaar gehavende mijnbouwimago in Minas Gerais een extra knauw, toen een dam van een residubekken van Vale in deze deelstaat doorbrak en een giftige modderstroom een reeks dorpen overspoelde met 19 dodelijke slachtoffers tot gevolg. Maar wat de deur definitief dicht deed, was een vergelijkbare, maar nog veel grotere ramp in 2019. Opnieuw brak een dam van een bezinkvijver van Vale in Minas Gerais door. Dit keer vielen er 270 doden. De overheid trok toen de vergunningen van Vale voor dammen bij residubekkens in en de waarde van de aandelen van het monsterbedrijf daalde met bijna 25 procent. De “mineiros” van Minas Gerais hebben hun sympathie voor mijnbouw verloren.

Noord-Brazilië: beweging van landloze boeren bestrijdt mijnbouwgigant in het Carajás-gebergte

Voor het vijfde en laatste gebied waar we het mijnbouwverzet gaan bekijken, richten we onze aandacht op een afgelegen gebied in de Noord-Braziliaanse deelstaat Pará in het Carajás-gebergte. Hier voert de bevolking al decennia strijd tegen mijnbouwreus Vale. De belangrijkste tegenspeler van Vale is de Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra (MST, Landloze Arbeiders Beweging). De MST is een grote organisatie, opgericht in 1984, met ongeveer anderhalf miljoen leden verspreid over lokale groepen in bijna alle deelstaten van Brazilië. Zij houdt zich intensief bezig met armoede op het platteland en is vooral bekend van landbezettingen door groepen werkloze landarbeiders. Op deze manier dwingen deze groepen de overheid om een stuk land van grootgrondbezitters dat niet in gebruik is aan hen te geven, zodat zij er een boerengemeenschap kunnen opbouwen.

In 1985 begon Vale met de Carajás-mijn. Dat is de grootste ijzerertsmijn in de wereld en beschikt mondiaal ook nog eens over de grootste ijzerertsvoorraad. Al tientallen jaren neemt de MST het voortouw bij acties tegen deze mijn. Bijvoorbeeld rond de bijbehorende spoorlijn, eucalyptusplantages, gietijzerfabrieken en houtskoolovens. De eerste conflicten dateren uit 1992, toen twee à drieduizend mensen onder aanvoering van de MST een stuk bos in het Carajás Nationaal Park twee dagen lang bezet hielden. Het terrein behoort tot een groot gebied waar Vale mijnbouw mag plegen. Dankzij deze en andere soortgelijke acties onttrok de overheid een groot gedeelte van het gebied, grenzend aan de mijn, aan Vale. Naar aanleiding van de geslaagde bezettingsactie vestigde een MST-groep hier het boerendorp Palmares, in de gemeente Parauebebas.

In 2007 organiseerde de MST samen met kleinschalige mijnbouwers en inheemse gemeenschappen in deze gemeente een grote actie van vijfduizend mensen die 26 dagen duurde. De actievoerders bezetten de Vale-spoorlijn die het mijnbouwbedrijf gebruikte voor de export van ijzererts. De Vale-vakbond ondersteunde de actie en eiste dat het bedrijf, dat in 1997 geprivatiseerd werd, opnieuw genationaliseerd zou worden. Volgens Vale leverde de bezetting haar een verliespost van twintig miljoen dollar op. Ook na 2007 organiseerde de MST in samenwerking met andere organisaties verschillende Vale-campagnes en bezettingsacties van bedrijfsterreinen in een serie deelstaten. Ook voerde zij actie in Rio de Janeiro, waar het hoofdkantoor van het bedrijf staat. Hoewel de acties goed verlopen waren, hebben ze niet geleid tot sluiting van de Carajás-mijn.

Dat wil niet zeggen dat de acties geen resultaat hadden. Zo stopte Vale de productie van houtskool, was zij gedwongen haar uitbreidingen te vertragen en kreeg een gedeelte van het gebied dat de overheid haar toegewezen had een andere bestemming. Daarnaast heeft de deelstaatregering de winstbelasting verhoogd, om met dat geld de bevolking te helpen bij de problemen die zij ondervindt door de mijnbouw. En rechters bepaalden dat Vale heel veel ontdoken belasting alsnog diende te betalen.

Alles bij elkaar heeft het verzet niet alleen de winsten van het bedrijf serieus aangetast, maar ook haar reputatie. Er is nu een kritisch bewustzijn gegroeid onder de bevolking, die niet langer meer gelooft dat verzet tegen mijnbouw achterhaald is en dat mijnbouwbedrijven de grote weldoeners van de samenleving zijn, de brengers van ontwikkeling en welvaart.

Maar waarom lukte het in India wél een groot aantal mijnen te sluiten en in Minas Gerais om een nieuwe mijn te blokkeren – en lukt het niet de Carajás-mijn te stoppen?

Ten eerste: omdat de Carajás mijn in een afgelegen gebied ligt. Voor de bevolking daar is het veel moeilijker een strijd aan te gaan met een machtig mijnbouwbedrijf, dan in een gebied dat vlakbij een grote stad ligt, zoals in ons tweede voorbeeld de nieuwe mijn vlakbij de grote stad Goa en in ons vierde voorbeeld het mijnbouwproject Apollo in de buurt van de deelstaathoofdstad Belo Horizonte. Dat komt omdat er in een grote stad veel middenklassers zijn die wellicht kritisch staan tegenover mijnbouw, goede contacten hebben met deskundige wetenschappers, de media, gespecialiseerde juristen of politieke partijen en met staatsinstellingen zoals een milieudienst of het Openbaar Ministerie. De weinige middenklassers in een verre uithoek waar een mijnbouwconcern actief is, zijn daar meestal óf in dienst van het bedrijf óf er direct afhankelijk van.

Zo had bijvoorbeeld het verzet tegen het mijnbouwproject vlakbij Belo Horizonte prima contacten met de Officier van Justitie in die stad, terwijl zijn collega’s in het Carajás-gebergte de MST-activisten vervolgden vanwege het blokkeren van de Vale-spoorlijn. Officieren van Justitie in Brazilië hebben het in het algemeen niet zo op heftige acties van linkse arbeiders. Zij hebben meer begrip voor rapporten en procedures van ngo’s, vakbonden en kerken. Om het verzet krachtiger te maken kan de MST in een achteraf gebied dus nauwelijks betrokken middenklassers inschakelen. Zij zoekt daarom contact met andere arbeidersorganisaties, zoals de mijnbouwvakbond. Ook bouwt zij aan een nationaal en zelfs internationaal anti-mijnbouwnetwerk.

Ten tweede: omdat de MST, de belangrijkste drijvende kracht achter het verzet, een brede organisatie is. In onze eerste vier voorbeelden hadden we te maken met verzetsgroepen die maar één doel voor ogen hadden: één bepaald mijnbouwproject blokkeren. De MST is echter een grote organisatie die zich bezig houdt met allerhande problemen waarmee de arme plattelandsbevolking te maken heeft. Mijnbouw is daar een van. Een behoorlijk inkomen en goede voorzieningen voor arbeiders in afgelegen gebieden zijn andere aandachtspunten voor de MST. De organisatie heeft een bredere blik en dat gaat ten koste van bepaalde, specifieke actiedoelen.

Ook heeft de MST een iets betere verstandhouding gekregen met Vale. Het bedrijf gaat de confrontatie met de MST uit de weg, omdat zij niet opnieuw een blokkade van haar spoorlijn wil riskeren. De MST kan nu wat makkelijker voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een lokale weg, loskrijgen bij de overheid. Zij kaart de kwestie aan bij Vale, die er vervolgens via haar goede contacten met het lokale gezag voor zorgt dat de gevraagde voorziening er komt. Zo dwaalt de MST wat af van haar scherpe anti-mijnbouwstandpunt, hoewel zij tegelijkertijd ook beseft dat zij bij Vale “alleen door te vechten resultaten” kan bereiken.

Daar komt bij dat de lokale MST een ander standpunt heeft dan de nationale. Op lokaal niveau is het voor de MST belangrijk wat binnen te halen voor de plaatselijke arme bevolking, terwijl het landelijk bestuur op de lijn zit dat mijnbouw gestopt moet worden vanwege de enorme vervuiling die hij met zich mee brengt. Dit alles betekent echter niet dat het verzet in afgelegen gebieden geen schijn van kans maakt, zie bijvoorbeeld de succesvolle campagne in Keonjhar (ons eerste voorbeeld).

Tenslotte

Als Kröger al die vele, vele gesprekken met activisten in India en Brazilië en de hele stapel boeken die hij gelezen heeft over het thema mijnbouwverzet nog eens overdenkt, dringen zich een paar conclusies op.

Ten eerste: een combinatie van vijf strategieën is de beste garantie voor succesvol verzet:

  • 1. Een massabeweging opbouwen door bijvoorbeeld massademonstraties, massabijeenkomsten, een drukbezochte Facebookpagina of een mailinglist met veel abonnees.
  • 2. Bestaande ‘waarheden’ aanvallen en vervangen door een andere kijk op het leven, met bijvoorbeeld gedichten, liederen, muurschilderingen, documentaires en in toespraken en artikelen, waarbij mijnbouw niet langer staat voor ontwikkeling en welvaart, maar voor vervuiling van de lucht, het water, de akkers en de natuur. Waarbij een bepaalde berg niet zomaar een voorraad erts is die veel geld kan opbrengen, maar voor de Adivasi’s die er wonen een god is, waarvan de waarde niet in geld is uit te drukken. En waarbij de wereld niet een bergplaats is van natuurschatten die ontdekt en geëxploiteerd moeten worden, maar een levensweb van planten, dieren en mensen.
  • 3. Protestacties organiseren, zoals het blokkeren van wegen of spoorbanen, het bezetten van pleinen of het omsingelen van bedrijven.
  • 4. Netwerken opbouwen of je bij bestaande netwerken aansluiten.
  • 5. Gebruik maken van de overheid door bijvoorbeeld een goed contact op te bouwen met bepaalde overheidsinstellingen, zoals bijvoorbeeld het ministerie van Milieu of Plattelandszaken, of een milieudienst. Of door bij verkiezingen kandidaten te steunen die uitdrukkelijk aan de kant van het verzet staan en die later ook te houden aan hun beloften. Of door juridische procedures beginnen.

Maar pas op, doe dit laatste alleen als er al een sterke massabeweging is, anders kan een negatieve uitspraak van een rechtbank makkelijk tegen je werken. Voor een succesvolle procedure heb je overigens de hulp nodig van een gespecialiseerde ngo.

Ten tweede: wat je zeker niet moet doen is je laten inpakken door een overheidsdienst of een mijnbouwbedrijf. Voor een verzetsbeweging is autonomie het allerbelangrijkste. Laat je niet verleiden tot ‘verzoening’ of ”een goed gesprek”, waar mijnbouwmedewerkers excuses aanbieden, beterschap beloven en vage beloften doen. En waar critici het zwijgen wordt opgelegd. Accepteer ook geen cadeautjes, zoals gratis aandelen.

Ten derde: bedrijven en overheid in India en Brazilië treden schrikbarend gewelddadig op tegen mijnbouwverzet. Met name in de afgelegen gebieden. Beide landen behoren tot de gevaarlijkste ter wereld voor activisten. Mishandeling en moord zijn er aan de orde van de dag om het verzet te breken en mijnbouwprojecten alsnog door te zetten. Het is volkomen begrijpelijk dat activisten in een dergelijke situatie naar de wapens grijpen, om op deze manier toch nog wat van het leven, de cultuur en de bossen van de bevolking te redden.

Het is een enorme prestatie dat de MST, die vaak actief is in afgelegen gebieden, zich niet heeft laten verleiden tot gewapend verzet. Hoewel ze daar heel goed toe in staat zou zijn. Zij kiest er uitdrukkelijk voor om te werken aan een politieke verschuiving door langdurig, uitgebreid, vasthoudend verzet. Ze verdraagt daarvoor al het geweld dat overheid en bedrijven op haar uitoefenen. Weliswaar is gewapend verzet in staat om mijnbouwprojecten te blokkeren, maar de prijs die activisten en de rest van de bevolking daarvoor betalen is erg hoog: langdurig leven in een gemilitariseerde omgeving. Bovendien is nationale en internationale solidariteit in zo’n situatie erg moeilijk op te bouwen.

Ten vierde: in discussies over de klimaatcrisis gaat het vaak over de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen fors te beperken, omdat deze een bron van de beruchte broeikasgassen zijn die de opwarming van de aarde veroorzaken. Over mijnbouw wordt niet vaak gesproken, maar die veroorzaakt ook enorme hoeveelheden van deze gevaarlijke gassen. Nu kan je wel bij consumenten aandringen minder te kopen om zo het gebruik van grondstoffen te verminderen. Maar in de praktijk is het effect van dergelijke campagnes gering. De productie aan de bron beperken werkt sneller en is effectiever.

Het is al bijna een cliché geworden om te zeggen dat we niet veel tijd meer hebben om de ergste klimaatrampen te voorkomen, maar het is helaas wel waar. Mijnbouwverzet blijkt een snel, concreet, uitvoerbaar en doeltreffend middel tegen opwarming van de aarde te zijn. Bovendien zal in 2030 de helft van de wereldbevolking kampen met watertekort. Mijnbouw gebruikt en vervuilt gigantisch veel water. Ook vanuit dat oogpunt is mijnbouwverzet pure noodzaak.

Ondersteun het mijnbouwverzet!

Veel en sterk mijnbouwverzet is geen toekomstdroom, geen vrome wens. Het vindt nu al plaats. Het is niet het zoveelste advies aan de klimaatbewuste consument, niet het zoveelste pleidooi voor een “veelbelovende” technische oplossing, niet het zoveelste miljardenplan van de overheid, niet de zoveelste oproep aan politici om nu eindelijk eens werkelijk de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen, maar het is een sociale beweging in tal van landen, vooral in het zuiden van de wereld, die nu al in de praktijk grote resultaten boekt. Het enige dat we hoeven te doen is deze beweging te ondersteunen waar we maar kunnen.

Jan Paul Smit

Dit artikel is bijna volledig gebaseerd op het boekIron Will: Global Extractivism and Mining Resistance in Brazil and India” van Markus Kröger uit 2020, dat je hier gratis kan downloaden.

Praktische informatie over het organiseren van (mijnbouw)blokkades vind je in het Doorbraak-artikel “Hoe kan de klimaatbeweging winnen?” en op de uitgebreide website “The Commons Social Change Library”.