Noch vreedzaam, noch deëscalerend

Wij zijn een groep activisten die betrokken zijn geweest bij de Maagdenhuisbezetting van 2015. We zien dat de huidige pro-Palestina protesten aan de UvA een hele snelle vlucht hebben genomen, maar dat er nu zowel vanuit instituties als vanuit een deel van de actievoerders openlijk wordt opgeroepen tot deëscalatie. Achter deze dynamiek herkennen wij een aantal repressieve tactieken die ten tijde van de Maagdenhuisbezetting veel schade hebben aangericht. Hier willen we de aandacht op vestigen.

Verdeel en heers

Zodra de eerste tekenen van meer ontwrichtende actievormen zichtbaar worden, duikelt iedereen over elkaar heen om een onderscheid te creëren tussen “vreedzame demonstranten” en “niet-vreedzame demonstranten”. Dit zagen we in 2015 en we zien het nu ook weer. Op deze manier wordt geprobeerd om ontwrichtende vormen van protest te criminaliseren en tegelijkertijd activisten tegen elkaar uit te spelen.

English translation

De “vreedzame demonstrant” wordt op een voetstuk gezet. Deze demonstrant is een goedwillende student! Zijn demonstratierecht moet beschermd worden! De “niet-vreedzame demonstrant” wordt weggezet als anarchist, anti-fascist, niet-student, of niet-Nederlands. Zo werd er in de aangifte tegen de Maagdenhuisbezetters melding gemaakt van de aanwezigheid van “vermoedelijk Marokkaanse jongens” die vanwege hun afkomst geen student zouden kunnen zijn. Deze Ander staat helemaal nergens voor, hij wil gewoon rellen! Hij verpest het voor de goedwillende studenten!

Op de ‘vreedzame demonstranten” wordt zoveel mogelijk druk gezet. Bestuurders proberen relaties met hen op te bouwen, vragen hen of zij de boel in de gaten kunnen houden en of zij niet kunnen “deëscaleren”. Tijdens de Maagdenhuisbezetting onderhield het CvB bijvoorbeeld heimelijk contact met sommige actievoerders. Ook de politie (wijkagenten, de vredeseenheid) zoekt op een soortgelijke manier actief contact. Zo beschrijft de politiechef van Amsterdam hoe zijn vredeseenheid relaties heeft geprobeerd op te bouwen en te onderhouden met studenten tijdens de recente pro-Palestina acties in een poging om “uit te leggen wat er wel kan en wat er niet kan” en te deëscaleren. Politici roepen continu via allerlei media op om “het vreedzaam te houden’ en journalisten en instituties vragen de “vreedzame demonstranten” herhaaldelijk om openlijk afstand te nemen van allerlei groepen en zaken.

Ondertussen worden “niet-vreedzame demonstranten” zoveel mogelijk geïsoleerd en onschadelijk gemaakt. Zowel door stigmatisering, als door meer openlijke repressie in de vorm van arrestaties, vreemdelingendetentie (Maagdenhuis), zware strafeisen (recente ontruimingen), hoge dwangsommen (Bungehuis), ontslag en fysiek geweld.    

Deze strategie zorgt ervoor dat de druk op alle actievoerders toeneemt en de hoop vanuit verscheidende instituties is dat er hierdoor spanningen ontstaan, dat mensen elkaar gaan afvallen en dat “vreedzame demonstranten” het werk van de politie deels gaan overnemen door informatie door te spelen en aan te dringen op deëscalatie.

Drempels opwerpen

Nadat er op alle mogelijke manieren benadrukt is dat de protesten absoluut “vreedzaam” moeten zijn, wordt de definitie van vreedzaamheid steeds verder versmalt. Zo wordt er tegen bezettingen sinds 2015 steeds sneller en gewelddadiger opgetreden. Individuele actievoerders die betrokken waren bij de Maagdenhuisbezetting, waren op een gegeven moment zelfs niet meer welkom in de buurt van open dagen. Ook dit gebeurt nu opnieuw. Op 12 mei stuurde de UvA bijvoorbeeld een email waarin staat dat vreedzame demonstraties zijn toegestaan, maar dat het nadrukkelijk niet is toegestaan om een tentenkamp op te zetten, barricades op te werpen of gezichtsbedekkende kleding te dragen. Met andere woorden: dat is allemaal niet (langer) vreedzaam. De lijst gaat door. We hebben gezien hoe keer op keer wordt geprobeerd om bepaalde leuzen te criminaliseren. We hebben gezien hoe zittende demonstranten hun staande mede-activisten aanmaanden om te gaan zitten “omdat wij vreedzaam zijn”.

Terwijl op deze manier wordt gepoogd om steeds meer vormen van actie in het onbetamelijke te trekken, wordt er meer beveiliging ingehuurd, meer politie ingezet en meer regelgeving gemaakt. Universiteiten werken op dit moment aan een nieuw demonstratieprotocol. De speelruimte voor mensen die binnen de regels willen opereren wordt steeds verder verkleind, terwijl mensen die nog wel buiten die smalle ruimte willen actievoeren steeds sneller met staatsgeweld geconfronteerd worden. 

Als verkapte repressie voet aan de grond krijgt en de roep om deëscalatie steeds luider wordt, zorgt dat ervoor dat de druk op instituties om te veranderen afneemt. Ook neemt de verdeeldheid toe en worden bepaalde groepen steeds kwetsbaarder voor openlijke repressie. Daarom roepen we iedereen op om zich bewust te zijn van deze repressieve tactieken en zich hiertegen te wapenen. Dit is niet het moment om te deëscaleren, maar om verder te escaleren. We streven niet naar “vreedzaamheid” en business as usual. We streven naar een vrij Palestina, van de rivier tot de zee.

(Dit artikel verscheen eerder op Verrep’s Substack)