Spoorwegsabotage kan gebruikt worden om demonstratierecht verder te beperken
Mathijs van de Sande, universitair docent politieke filosofie aan de Radboud Universiteit, zegt dat sabotage soms een vorm van protest kan zijn, vooral als duidelijk is welk probleem actievoerders willen aanpakken en waarom juist dat doelwit wordt gekozen. “Denk aan het bevrijden van pels- of proefdieren door dierenrechtenactivisten of het blokkeren van detentiecentra voor mensen zonder papieren, zodat er op dat moment geen uitzettingen kunnen worden uitgevoerd.” Een dergelijk verband ziet Van de Sande niet in de acties van dinsdag. “Als er inderdaad boeren achter deze sabotageactie zitten, dan is heel erg de vraag wat ze hiermee denken te bereiken. Er is geen duidelijk verband tussen treinverkeer en het stikstofdossier.” De sabotages lijken volgens de politiek filosoof vooral verwarring en overlast te veroorzaken. “Natuurlijk kan het als een schreeuw om aandacht of een uiting van onmacht worden geïnterpreteerd, maar de daders van deze actie laten het aan het publiek over om zelf te bedenken wat ze met de actie bedoelen. Ze lijken hun schreeuw om aandacht niet uit te willen leggen of te legitimeren. Dat kan zeker negatieve gevolgen hebben voor het publieke draagvlak.” Van de Sande vreest dat politici deze sabotage en eerdere boerenprotesten zullen gebruiken als reden om het recht op demonstratie verder te beperken. “Juist omdat de daders geen uitleg geven, kunnen ze heel gemakkelijk worden gebruikt als voorbeeld om een hardere aanpak te rechtvaardigen.” Volgens hem is dat onterecht. “Veel succesvolle sociale bewegingen hebben in het verleden dikwijls illegale middelen gebruikt om hun doelen te bereiken. Het verschil is dat ze meestal wel duidelijk uitlegden wat hun doel was.”
Gerco Verdouw in “Spoorsabotage laat publiek gissen naar boodschap van actievoerders” (Reformatorisch Dagblad)
