Nederland maakte in totaal niet 600.000 mensen tot slaaf, maar tien keer zoveel

Hoeveel mensen werden in de koloniale geschiedenis onder Nederlands bewind in slavernij gebracht of gehouden? Dat is de kernvraag die journalist Leendert van der Valk beantwoordt in zijn indrukwekkende boek “Vergeten plekken, vergeten mensen. Een atlas van het Nederlandse slavernijverleden”. Na uitgebreid onderzoek komt hij tot de conclusie dat het gebruikelijke getal van 600.000 slaafgemaakten “ontoereikend, slordig en misleidend” is. Het zijn er namelijk tien keer zoveel, dus zo’n 6 miljoen. En het gaat niet alleen om veel meer mensen die tot slaaf werden gemaakt, maar ook om veel meer plekken wereldwijd waar ze in slavernij werden gebracht of gehouden. Bovendien begon de slavernij onder Nederlands bewind eerder (al eind zestiende eeuw) en duurde die langer (tot in de twintigste eeuw) dan veelal wordt aangenomen.
Wie via zoekmachines, in schoolboeken, op grond van de gangbare wetenschappelijke visie of door middel van de Canon van Nederland te weten wil komen hoeveel mensen onder Nederlandse vlag tot slaaf werden gemaakt, die komt steevast uit op een getal van 600.000. Dat getal wordt ook genoemd in de excuses voor het slavernijverleden van de regering en de koning. “In al deze uitingen”, zo legt Van der Valk uit, “wordt slavernij gebruikt als synoniem voor transatlantische slavenhandel. Dat is niet hetzelfde. De Nederlandse slavernijgeschiedenis is veel complexer en vooral veel omvangrijker dan de mensenhandel tussen Afrika en de Amerika’s.”
Verdonkeremanen
Het getal van 600.000 vormt “een zeer goed onderbouwde schatting van het aantal slaafgemaakte Afrikanen die werden verscheept in de klassieke driehoekshandel”. Van der Valk beschrijft dat zo: “Schepen van de West-Indische Compagnie (WIC) vertrekken uit havens als Amsterdam, Rotterdam en Vlissingen naar West-Afrika, meestal het huidige Ghana. Daar kopen ze slaafgemaakte mensen die ze na de oversteek weer verkopen in Suriname waar ze op plantages zullen werken, of op Curaçao, waar ze meestal worden doorverhandeld aan andere Europese koloniën. De WIC-schepen nemen vervolgens weer suiker, koffie, tabak en andere producten die met slavenarbeid zijn verkregen, mee terug en verkopen dat.”
Het getal van 600.000 heeft alleen betrekking op mensen die vanuit Afrika werden ontvoerd naar de Amerika’s en wisten te overleven op de slavenschepen. Het cijfer gaat dus alleen over “de West”, over de WIC, en niet over “de Oost”, de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Het verdonkeremaant dan ook al die andere honderdduizenden en zelfs miljoenen mensen die onder Nederlands koloniaal bewind tot slaaf werden gemaakt. Zo zijn er onder het bewind van de VOC maar liefst 660.000 tot 1.135.000 mensen tot slaaf gemaakt en verhandeld, zo blijkt uit onderzoek van Matthias van Rossum dat Van der Valk aanhaalt. Daar komt bij dat het getal van 600.000 ook niet de enorme hoeveelheid mensen meerekent die volgens de heersende koloniale wetten in Nederlandse koloniën als slaaf werden geboren. En nog veel meer groepen slaafgemaakten, zoals bijvoorbeeld inheemse Amerikanen, blijken bij de telling van 600.000 over het hoofd te zijn gezien of bewust te zijn verzwegen. Van der Valk komt tot de slotsom “dat tussen 1595 en 1914 minstens tussen 3,3 en 5,3 miljoen mensen onder Nederlands bewind in slavernij hebben geleefd. Als we ook de slachtoffers uit de rooftochten en marsen naar de kust meenemen, gaat het naar schatting om 4,1 miljoen tot 6,3 miljoen mensen.”
Zoektocht
“Vergeten plekken, vergeten mensen” bestaat uit 31 hoofdstukken met indringende en toegankelijke non-fictieverhalen over vaak nauwelijks bekende gebieden waar Nederlanders mensen tot slaaf maakten en waar gekoloniseerden in verzet kwamen tegen de koloniale uitbuiting en onderdrukking. Het boek leest als een soort zoektocht naar de plekken in alle continenten waar koloniaal Nederland dood en verderf zaaide. De lezer wordt meegenomen naar Nieuw-Nederland met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam (de huidige Noord-Amerikaanse staten New York, New Jersey en delen van Connecticut en Pennsylvania), naar de huidige Britse en Amerikaanse Maagdeneilanden, naar Nieuw-Walcheren met als hoofdstad Nieuw-Vlissingen (het huidige Tobago), naar Essequibo, Berbice en Demerara (het huidige Guyana), naar Nieuw-Holland met als hoofdstad Mauritsstad (delen van het huidige Brazilië), naar Madagaskar en Mauritius, naar India en China, naar zoveel gebieden waarvan velen nauwelijks beseffen dat daar Nederlanders koloniën hebben gesticht (of hebben geprobeerd te stichten), mensen tot slaaf hebben gemaakt en hen ergens ter wereld aan de dwangarbeid hebben gezet.
En vanzelfsprekend neemt Van der Valk de lezer ook mee naar de voor ons bekendere gebieden uit het Nederlandse koloniale verleden, zoals Suriname, Curaçao en andere Caribische eilanden, Zuid-Afrika en Indonesië. Het boek biedt een gedetailleerde verantwoording over het aantal mensen die in de loop der eeuwen onder Nederlandse vlag tot slaaf werden gemaakt. Verder bevat het boek een informatief overzicht van de Nederlandse slavenhandelsposten en koloniën.
Banda-eilanden
Van der Valk besteedt ook aandacht aan de genocide op de Banda-eilanden in de Molukken in 1621, onder leiding en verantwoordelijkheid van VOC-gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen. Die verschrikkelijke koloniale terreurdaad had drie fundamentele gevolgen. Ten eerste kwam de al aanwezige slavenhandel door de genocide in een enorme stroomversnelling. “Het was immers hier, en niet in Zuid-Amerika, dat nu de eerste plantagesamenleving van Nederland was ontstaan.” Voor de productie van nootmuskaat en foelie ging de VOC uit andere gebieden mensen halen die tot slaaf werden gemaakt en aan de dwangarbeid werden gezet.
Ten tweede ging de VOC de gewelddadige politiek van genocide en kolonisatie ook in andere gebieden in Azië toepassen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de genocide op het eiland Lamey bij Taiwan en die op het schiereiland Hoamoal op West-Ceram, bedoeld om het monopolie op kruidnagels af te dwingen. Naast genocide was ook ecocide een deel van de vernietigingspolitiek.
Ten derde dreunden de koloniale lessen van de Banda-eilanden door tot in Afrika en in de Amerika’s, zoals Van der Valk beschrijft. “Een generatie houwdegens had op de vulkanische eilandjes in Azië geleerd hoe je moest koloniseren en overheersen. Eenmaal ontworteld van geboortegrond, geliefden en cultuur, kon men mensen elders als slaaf inzetten.” De ziel moest van het lichaam van slaafgemaakten afgesneden worden, zo noemden Nederlandse kolonisatoren dat indertijd.
In een hoofdstuk over Willem IJsbrantszoon Bontekoe, een loopjongen van Coen die rooftochten hield om mensen tot slaaf te maken voor de plantagewerkkampen op Banda, benoemt Van der Valk ook de hedendaagse strijd tegen het standbeeld van genocidepleger Coen op het plein Roode Steen in Hoorn. “Activisten die pleiten voor het verplaatsen van het beeld zijn bedreigd. Het huis van een van hen, Marisella de Cuba, hangt vol surveillancecamera’s, niet alleen buiten, maar ook in de woonkamer. Ze is direct aangesloten op de meldkamer van de politie. De duizenden bedreigingen en publicatie van haar huisadres kwamen nadat ze met stoepkrijt ‘Weg met J.P. Coen’ op de stoep voor het standbeeld had geschreven. De burgemeester van Hoorn deed aangifte tegen haar. Hij verloor weliswaar de zaak, maar zij verloor haar baan en een deel van haar vrijheid.” Het valt te waarderen dat Van der Valk laat zien dat verzet tegen koloniale verheerlijking nog steeds kan rekenen op massale repressie en intimidatie.
Slavernijherdenkingen
Wat betekent het boek van Van der Valk voor de jaarlijkse lokale en nationale slavernijherdenkingen en voor het zelfbeeld van Nederland? Tijdens die slavernijherdenkingen komt het tot nu toe opvallend weinig voor dat ook de slavernij in “de Oost”, onder de VOC, expliciet wordt benoemd en benadrukt. Zo’n tien jaar geleden merkte de historicus Reggie Baay in zijn boek “Daar werd wat gruwelijks verricht” al op dat de VOC-slavernij vrijwel geheel uit het collectieve bewustzijn van Nederland lijkt te zijn verdwenen. Dat is merkwaardig, want de genocidale kolonisatiepolitiek zoals die werd uitgevoerd op de Banda-eilanden, blijkt model te hebben gestaan voor de terreur van koloniaal Nederland in andere delen van de wereld. En het aantal slaafgemaakten onder het bewind van de VOC blijkt minstens zo hoog te zijn als onder het bewind van de WIC. Dat maakt het noodzakelijk om het herdenken van het koloniale en slavernijverleden van Nederland inclusiever en completer te maken. De excuses voor dat verleden van de regering en de koning zouden moeten gelden voor het tot slaaf maken van 6 miljoen mensen, en niet enkel van 600.000 mensen.
Het schokkende getal van 6 miljoen mensen zou aanleiding moeten zijn om ons (opnieuw) aan het denken te zetten over waar wij in Nederland vandaan komen en waar we heengaan. Het koloniale en slavernijverleden werkt door tot in het heden, misschien nog wel meer dan velen al hebben beleefd, gevoeld en gemeend. Want het gaat om een erfenis van maar liefst 6 miljoen slaafgemaakten, en van al hun nazaten. En het gaat om eeuwenlange en wereldwijde koloniale terreur van die roofstaat aan de Noordzee.
“Vergeten plekken, vergeten mensen. Een atlas van het Nederlands slavernijverleden”, Leendert van der Valk. Uitgeverij: Boom, € 29,90. ISBN: 9789024471898.
Harry Westerink
