“Terrorisme” is geen linkse term

Nadat op Prinsjesdag bekend werd dat aan Farmers Defence Force (FDF) gelieerde boeren verschillende spoorlijnen hadden geblokkeerd en hooibalen langs snelwegen hadden aangestoken, kwam in linkse kringen plots het woord “terrorisme” tevoorschijn. Door sommigen wordt de term terrorisme met groot enthousiasme rondgestrooid, alsof het een soort toverwoord is waardoor rechtse politici of stemmers het boerengeweld opeens wél serieus gaan nemen. Hierbij wil ik waarschuwen voor het gebruik van die term, want die is voor linkse mensen namelijk vooral gevaarlijk.
Wat is terrorisme?
Om te beginnen heeft terrorisme heeft geen consensusdefinitie, noch in de academische wereld noch in politiek. Vanaf 1937 zijn er meerdere pogingen gedaan om een definitie te verzinnen voor de term “terrorisme”. Het doel was om een politiek-neutrale term te construeren voor geweld tegen de staat, met als doel dat mensen een bepaalde vorm van handelen eensgezind konden veroordelen, ongeacht of ze het eens waren met de doelen waarvoor die daad was gepleegd. Regeringen wilden af van het idee dat een terrorist voor de één tegelijk een vrijheidsstrijder voor de ander kon zijn. Daarbij gaf het de mogelijkheid om allerlei anti-statelijke daden, ongeacht hun ernst, op één hoop te gooien.
Die discussie over vrijheidsstrijders leidde ertoe dat men geen consensus kon bereiken, want men kon het internationaal niet eens worden over welke groepen wel en niet onder het label “terrorisme” moesten vallen. Een van de belangrijkste vragen was of anti-koloniale verzetsstrijders als terroristen zouden worden bestempeld. De koloniale machten vonden vanzelfsprekend van wel, maar de vrijgevochten mensen in het globale zuiden dachten daar toch anders over. In Nederland werden de Indonesische vrijheidsstrijders die tegen het KNIL vochten ook als terroristen bestempeld. Nederlanders hebben ook aan de andere kant gestaan: volgens elke gangbare definitie was het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog terroristisch, ook al was het (evenals het verzet tegen het KNIL) een morele verplichting. Die a-politieke definitie van “terrorisme” bleek onmogelijk: de grens leggen tussen terrorisme en vrijheidsstrijd is inherent politiek.
Terrorisme als boeman
Pas in de eenentwintigste e eeuw zijn landen tot relatief gelijksoortige definities gekomen om terrorisme te omschrijven, deels door druk vanuit de Verenigde Staten om mee te doen in de zogenaamde “oorlog tegen terreur”. Terrorisme werd de internationale boeman waardoor van alles gerechtvaardigd kon worden, van buitenwettelijke detentie in black sites tot het binnenvallen van hele landen, tot het bespioneren van moskeeën wereldwijd, en het uitbreiden van andere surveillancebevoegdheden. “Terrorisme” is een spookterm om angst mee in te boezemen: de terrorist kan overal en nergens zijn, schuilt achter elke boom, en dat zou keihard ingrijpen door de staat rechtvaardigen.
Als het hier puur ging om een semantische discussie over de betekenis van het woord “terrorisme” hadden we er geen inkt aan hoeven verspillen. Deze discussie is echter niet puur academisch, maar brengt daadwerkelijke consequenties met zich mee. Het is aantrekkelijk voor de mensen die het niet eens zijn met de boerenacties, en die willen dat deze acties verfoeid en vervolgd worden, om deze af te schilderen als terrorisme. Dat is, zoals gezegd, de bedoeling van de term “terrorisme”: om doel en daad van elkaar te scheiden, en verwerping van de daad a-politiek te maken. Met andere woorden: door de boerenacties te bestempelen als terrorisme, hopen de tegenstanders van deze acties dat ook (extreem-)rechtse partijen de acties gaan verwerpen, omdat ze anders het risico lopen om als terroristenvrienden te boek te gaan.
Daarnaast heeft het bestempelen van een daad tot terrorisme effect op hoe politie en OM met een daad omgaan. Bij verdenking van een terroristisch misdrijf heeft de politie veel meer bevoegdheden, en kunnen ook de surveillanceambtenaren van de Nationaal coördinator terrorismebestrijding een duit in het zakje doen. Ook kan het bestempelen van een organisatie als terroristisch ervoor zorgen dat enkel het lidmaatschap of de financiering van die organisatie al strafbaar wordt. Op dit alles staan bovendien hele hoge maximumstraffen. En als de regering haar zin krijgt wordt het verheerlijken van terrorisme en het steunen betuigen aan terroristische organisaties binnenkort ook illegaal.
Het oprekken van terrorisme
Hierin zit dan ook de crux van waarom er niet lichtzinnig moet worden omgesprongen met een daad terroristisch noemen. Het brengt een enorme lading repressieve bevoegdheden van de staat met zich mee, en hoe verder het begrip “terrorisme” wordt opgerekt, hoe eerder de staat gerechtvaardigd is om die uitgebreide bevoegdheden te gebruiken. Ik heb verschillende mensen gehoord die de sabotageacties op het spoor (die geen slachtoffers hebben gemaakt) al als “maatschappijontwrichtend” hebben omschreven. Naast dat het blijk geeft van een zeer dunne huid als het gaat om maatschappijontwrichting, moeten we ook uit eigenbelang niet willen dat elke sabotageactie meteen met het grootste ernst als terroristisch wordt omschreven.
“Maar”, werd mij laatst verteld, “wat de boeren doen is terreur, wat Extinction Rebellion doet is burgerlijke ongehoorzaamheid”. Dat is een argument dat veel linkse mensen stante pede overtuigt, ondanks het gebrek aan inhoud. Het is goed dat je voor jezelf een abstracte lijn hebt getrokken wat goed of fout is, maar aan die lijn zal de staat zich niet houden. XR doet óók aan acties die de maatschappij en de openbare orde schaden. XR doet het ongetwijfeld veiliger, maar we moeten niet doen alsof er een fundamenteel verschil zit in de daad. Er zit wel een fundamenteel verschil in het doel, en daarvoor hoeven we ons niet te schamen. We hoeven niet op zoek naar een a-politiek onderscheid tussen XR en de boeren. Een onderscheid in doel is genoeg.
Laat de term liggen
De vraag is of de linkse beweging de term “terrorisme” überhaupt moeten gebruiken. De term achterlaten is vrij eenvoudig, want tot 2004 kende Nederland geen wettelijke definitie van terrorisme. Het is een term die allerlei verschillende handelingen op één hoop gooit, die weinig met elkaar te maken hebben. Het is een angstig woord dat eerder verdoezelt dan verheldert. Gelukkig hebben we veel alternatieve woorden, die zaken ook nog eens specifieker omschrijven, en die niet het angstige miasma dragen van terrorisme. Het spoor blokkeren met schroot is sabotage. Het stoppen van verkeer is een blokkade. De aanvallen op 11 september 2001 waren een massamoord, en de zogenaamde “oorlog tegen terreur” is een opstapeling van oorlogsmisdrijven. Bush en Blair horen voor het Internationaal Strafhof.
De term “terrorisme” is bedoeld om de discussie los te trekken van de inhoud, maar dat werkt juist in ons nadeel. De acties van aan FDF gelieerde boeren zijn sabotage voor een puur zelfzuchtig doel. Het zijn geen verzetsstrijders, maar militante verdedigers van de status quo. Deze boeren willen vooral geld blijven verdienen op de oude manier, waarbij het ze niet uitmaakt of de natuur daaronder moet lijden. Dit, terwijl er genoeg mogelijkheden worden geboden om hun boerderij milieuvriendelijker in te richten. Dit wordt allemaal aangespoord door extreem-rechtse politici die één van de meest bevoorrechte beroepsgroepen in Nederland wil afschilderen als de meest gekrenkte slachtoffers.
Dat is allemaal waar, en je hoeft niet één keer het woord “terrorisme” te gebruiken.
Bo Salomons
(Dit artikel verscheen eerder op Joop.)
