Zeng Feiyang, directeur van het Panyu Centrum voor Migrant-Arbeiders.

Zeng Feiyang, directeur van het Panyu Centrum voor Migrant-Arbeiders.

Afgelopen maandag begon in China een rechtszaak tegen de advocaat Pu Ziqiang. Veiligheidsfunctionarissen traden daarbij lomp op tegen betogers die solidariteit met hem probeerden te betuigen, tegen journalisten en ook tegen diplomaten. De gebeurtenis kreeg nogal wat aandacht in de media. De NOS berichtte erover, net als De Volkskrant, Nu.nl en de BBC. Die berichtgeving erover is opmerkelijk, niet eens zozeer vanwege wat er wordt verteld, maar vooral ook vanwege wat er wordt weggelaten.

De zaak zelf is niet heel bijzonder, maar toch niet onbelangrijk. Pu wordt mede aangeklaagd vanwege “een serie berichten die hij postte op Weibi (Chinese variant van Twitter)”. Daarin nam hij onder meer de Communistische Partij op de hak en hekelde hij de situatie in Xiniang, waar staatsrepressie en gewapende acties elkaar beantwoorden. “De bewijsvoering bestaat uit zeven berichtjes” op genoemd sociaal medium. De advocaat heeft intussen al meer dan anderhalf jaar in voorarrest gezeten. “Pu kan volgens zijn raadsman tot acht jaar celstraf worden veroordeeld”, dit alles wegens “het veroorzaken van moeilijkheden” en het “aanzetten tot etnische haat”. Het is een doodeenvoudige zaak waarin een repressief staatsapparaat kritische uitingen met onderdrukking tracht te wurgen. Natuurlijk moet die man onmiddellijk vrij. Natuurlijk moeten zijn sympathisanten daar ongestoord op kunnen aandringen bij de rechtszaak. En natuurlijk moeten journalisten daar ongestoord verslag van kunnen doen. Je steunt de vrijheid, óf je steunt de staat. Tot zover is het allemaal glashelder.

Maar er zijn wel wat vragen. Waarom reageert China zo scherp op een paar tweets? Zoiets ziet er krampachtig uit, alsof de Chinese autoriteiten zich bedreigd voelen. Vrezen ze dat dit soort kritiek breed gedragen wordt, en dus onderdrukt moet worden om effectief protest te voorkomen? Pu wordt “mensenrechtenadvocaat” genoemd, en dat klopt wel. Hij nam op internet bijvoorbeeld ook stelling tegen het stelsel van werkkampen als onderdrukkingswapen. Hij wordt nu weliswaar op basis van zeven berichtjes hard aangepakt, maar gooide er vele duizenden op internet. Het ziet er naar uit alsof de staat, door deze man extra hard te treffen, de vorming van iets van een kritische publieke opinie wil tegenwerken, iets dat online maar ook op straat plaatsvindt. Dat de advocaat het ook voor de Oeigoeren opneemt, de bewoners van Xiniang, is ongetwijfeld een verzwarende omstandigheid in de ogen van de autoriteiten. Die willen daar de controle onverkort handhaven, zonder voor de voeten te worden gelopen. Tekenend is ook het moment waarop de man werd opgepakt: bij een poging in juni 2014 om de protesten en repressie van 1989 op het Tiananmen-plein te herdenken. Precies voor die geest zijn de autoriteiten blijkbaar bang: de geest van straatprotest tegen corruptie en onderdrukking, zoals in 1989.

Guantanamo Bay

De repressie door de Chinese staat – zoals elke repressie van elke staat tegenover critici die voor meer vrijheid opkomen – verdient dus verwerping door voorstanders van die vrijheid, en dus ook door mensen van onderop die links beogen te zijn. Maar niet iedereen die zich voorstander van die vrijheid noemt, is dat in de praktijk ook. Human Rights Watch haalde het in het verder kennelijk nogal lege hoofd om internationale diplomaten op te roepen om rond zijn proces steun aan de advocaat te betuigen. En ja, er kwamen een dozijn diplomaten opduiken, die door China’s agenten werden weggeduwd. Schande werd er van gesproken, maar hun diplomatieke profilering was natuurlijk een provocatie waar Pu en andere vrijheidsstrijders niets aan hebben. Zo poogde een VS-diplomaat een tekst voor te lezen om het proces te hekelen. Dat is natuurlijk zowel hypocrisie als machtspolitiek. Als de VS schendingen van de mensenrechten wil bestrijden, dan kan men thuis beginnen. Er zitten nog steeds honderd mensen vast in Guantanamo Bay. Ze zijn niet beschuldigd van een strafbaar feit. Er is ook geen proces tegen hen in voorbereiding. En ze zitten er aanzienlijk langer dan de negentien maanden voorarrest van Pu, en zelfs langer dan de acht jaar cel die hij dreigt te krijgen. Zolang deze mensen niet onvoorwaardelijk op vrije voeten worden gesteld of snel een fatsoenlijk proces krijgen, heeft de VS ten aanzien van China’s mensenrechtenschendingen geen enkel recht van spreken. Zolang de politie in de ene na de andere Amerikaanse stad nog steeds zwarte mensen kan knevelen en doodschieten zonder dat er onmiddellijk ontslag voor zulke agenten volgt, zolang demonstraties in de VS standaard met pepperspray, traangas en meer worden bestookt, en ga zo maar door, hoeft geen enkele Amerikaanse diplomaat in China lesjes mensenrechten te komen uitdelen. Zolang de VS haar bondgenoot Saoedi-Arabië, waar doodvonnissen aan de orde van de dag zijn, en waar pogingen tot kritische uitingen aan zware repressie bloot staan, blijft volstoppen met wapens, is iedere sympathiebetuiging van VS-diplomaten aan de mensenrechten gewoon belachelijk. Huichelarij is het.

Maar het is ook nog eens machtspolitiek waar activisten die werkelijk voor vrijheid willen opkomen, strikt buiten moeten blijven, om redenen van welbegrepen eigenbelang. De VS is een rivaal van China. De VS is bondgenoot met allerlei staten die strategische en economische belangenconflicten met China hebben: Japan, Zuid-Korea, Taiwan, noem maar op. Mensenrechtenstrijd die zich verbindt met de VS, verbindt zich dus met de strategische rivaal van de Chinese machthebbers. Die hebben het vervolgens alleen maar makkelijker om mensen als Pu en hun sympathisanten af te doen als bondgenoten van de VS of zelfs als CIA-agenten. Mensenrechtenstrijd is, als het goed is, autonome strijd van onderop. Zodra mensenrechtenstrijd echter onderdeel wordt van de westerse diplomatie, dan zijn de rechten van mensen slechts een middel geworden, en de mensen die het aangaat slechts pionnen van westerse belangen. Daar is wellicht de Amerikaanse macht mee gediend, maar niet de vrijheid van mensen in China zelf. Human Rights Watch bewijst, met haar oproep aan diplomaten om zich bij het proces demonstratief te vertonen, Pu een hele slechte dienst. Het betoonde zich – niet voor het eerst – een subtiele arm van de Amerikaanse buitenlandse politiek.

Arbeidersrechten

Dat de aandacht voor vrijheden in China niet erg diep gaat, blijkt ook nog eens uit wat er in de berichtgeving allemaal niet naar voren komt. Een ongetwijfeld moedige advocaat in de hoofdstad die voor de rechter moet komen, krijgt heel even aandacht van de wereldpers. Maar waar was die wereldpers vanaf 3 december in de Chinese provincie Guangdong? Daar pakten de Chinese autoriteiten vanaf die dag een flink aantal mensen op die zich inzetten voor arbeidersrechten. Het ging onder meer om mensen die juridische en andere steun aan arbeiders regelden via een al sinds 1998 bestaande organisatie, het Panyu Centrum voor Migrant-Arbeiders. Intussen zijn al meer dan 25 mensen, organisatoren van deze en soortgelijke bewegingen, ondervraagd en een aantal van hen vastgehouden. Het betreft dus mensen die actief zijn rond arbeidersrechten, individueel maar ook collectief. Het gaat dan ook vaak om mensen die zelf arbeiders zijn, zoals in het geval van Zhu Xiaomei, moeder van twee kinderen waaronder een dochter van één jaar. Ze werd op 3 december voor het oog van die kinderen in handboeien afgevoerd. Beschuldiging: “Het verzamelen van een menigte om de sociale orde te verstoren”. Intussen zitten er al vijf mensen vast, en krijgen familieleden van arrestanten van de politie te horen dat ze beter geen contact met de vastgehouden mensen kunnen proberen te onderhouden, want anders…

Zeng Feiyang, Zhu Xiaomei and He Xiaobo.

Zeng Feiyang, Zhu Xiaomei and He Xiaobo.

De repressie is duidelijk een poging van de Chinese staat om groeperingen die voor arbeidersrechten opkomen te breken, en ook om steun aan zulke groepen van buiten China te bemoeilijken. Het is een aanval op arbeidersstrijd, in dit geval nog arbeidersstrijd van een tamelijk gematigde vorm, met juridische strijd als zwaartepunt. Maar achter deze gematigde campagnes ontwaart de Chinese staat een ernstiger dreiging: stakingsstrijd, van “menigten die de sociale orde verstoren’. Die vindt de laatste jaren sowieso op enorme schaal plaats in China, maar vindt nog nauwelijks organisaties en netwerken die de ene groep boze arbeiders met de andere verbinden.

Wat de Chinese staat kennelijk beangstigt in het type organisaties waartegen ze nu in en om Guangdou optreedt, is de mogelijkheid dat deze organisaties de gemeenschappen en organisaties van arbeiders die voor hun rechten opkomen een stap verder helpen. Een publieke opinie die twittert over mensenrechten is één ding. Een beweging van arbeiders die staken voor lonen en andere voorzieningen is – in een land dat drijft op export van goedkope, via repressie vrijwel rechteloos gehouden arbeiders – nog wel iets anders.

De strijd van arbeiders zoals die ook in China opkomt, is belangrijk en hoopgevend. De repressie van arbeidersgroeperingen en sociale centra in dat land verdienen de felste veroordeling van solidaire, kritische en linkse mensen, ook in Nederland. En het is tekenend dat media die wel eventjes te hoop lopen wegens de inderdaad schandelijke rechtszaak tegen een mensenrechtenadvocaat, geen kik geven bij de minstens zo schandelijke onderdrukking van arbeiders en sympathiserende organisaties, in dezelfde maand, in datzelfde land. Het is aan ons, aan vrijheidslievende linkse mensen, om aandacht voor de zaak van de arbeidersactivisten van Guandong te vragen en met nadruk voor deze mensen op te komen.

Intussen is een petitie vanuit de Hong Kong Confederatie van Vakbonden en de Globalisation Monitor opgezet om de vrijlating van gevangen arbeidersactivisten en de stopzetting van de repressie tegen arbeidersorganisatie te eisen. Ook dat doet niet meteen de aarde beven, maar het komt in ieder geval in de buurt van authentieke solidariteit. En dat kun je van het stuntwerk van Human Rights Watch en van de Amerikaanse diplomatieke dienst niet echt beweren.

Peter Storm


  1. frans Cobben # 1 
    3 jaar geleden

    Veel Nederlanders kopen graag goedkope producten gemaakt in China, daarom hebben zij de plicht om chinese arbeiders te ondersteunen via giften of brieven. Nederlandse bedrijven doen feitelijk niets aan harde uitbuiting bij chinese toeleveranciers.

0

Het kan even duren voor je reactie voor anderen zichtbaar wordt omdat de redactie er eerst nog even naar kijkt. Seksistische en racistische reacties worden niet doorgelaten, evenals scheldpartijen, bedreigingen, 'off topic'-bijdragen en pure 'knip en plak'-reacties (deze website is geen prikbord). Wil je contact met de redactie? Mail dan: doorbraak@doorbraak.eu


Je mag de volgende tags gebruiken: <a href=""> <blockquote> <del> <code> <em> <i> <strong> <b>


*